vrijdag 15 april 2022

Lectio divina lingua latina Liturgia Horarum Hebdomada Sancta, Feria VI Virtus sanguinis Christi


 Ad Officium lectionis


Lectio altera

Ex Catechésibus sancti Ioánnis Chrysóstomi epíscopi
(Cat. 3, 13-19: SCh 50, 174-177)
Tweede lezing
Uit het catechetisch onderricht van de H. Johannes Chrysostomus, bisschop
(Cat. 3, 13-19: SCh 50, 174-177)
De kracht van Christus’ Bloed
Wilt ge iets horen over de kracht van Christus’ Bloed? Laten we dan in gedachten eens teruggaan naar zijn evenbeeld en ons de vroegere voorafbeelding herinneren en over dat oude Schriftwoord praten.
Doodt, zei Mozes, een eenjarig lam en bestrijkt met zijn bloed uw deuren. Wat zegt ge, Mozes? Was het bloed van een schaap gewend om een redelijk mens te bevrijden? Zeker, zegt hij, niet omdat het bloed is, maar omdat daardoor het bloed van de Heer wordt voorafgebeeld. Als dus de vijand nu niet het bloed ziet van de voorafbeelding, aangebracht aan de deurposten, maar het bloed van de waarheid, dat straalt van het gelaat der gelovigen en bestemd is voor de deurposten van Christus’ tempel, trekt die vijand zich veel meer terug.
Wilt ge noch een andere kracht van dit bloed onderzoeken? Ik zou willen, dat ge zoudt inzien, waar het voor het eerst heeft gevloeid en uit welke bron. Het eerst heeft het gevloeid  van het kruis zelf, die zijde van de Heer was het begin. Want toen Jezus gestorven was en nog aan het kruis hing, wordt er gezegd, kwam er een soldaat en doorboorde met zijn lans Jezus’ zijde en terstond vloeide er water en bloed uit. Het ene is een symbool van het doopsel, het andere van het Sacrament [de H. Eucharistie]. De soldaat opende de zijde en daarmee de wand van de heilige tempel en ik vond een kostbare schat en wenste mezelf geluk met het vinden van schitterende rijkdommen. Zo is het ook met dat lam gebeurd. De Joden doodden een schaap, maar ik herkende de vrucht van het offer.
Uit zijn zijde vloeide bloed en water. Ik wil niet, toehoorder, dat ge zo gemakkelijk aan de geheimen van zo’n groot mysterie voorbijgaat.  Want ik heb u nog over mystieke en verborgen zaken te spreken. Ik zei, dat dit water en dit bloed zich aan ons vertonen als een symbool van het Doopsel en de Geheimen [H. Eucharistie]. Want op deze beide is de Kerk gegrondvest: door de wedergeboorte in het bad en de vernieuwing in de Heilige Geest, namelijk door het Doopsel en door de Geheimen, die uit de zijde schijnen te zijn voortgekomen. Uit zijn zijde derhalve heeft Christus zijn Kerk opgebouwd, zoals uit de zijde van Adam zijn echtgenote Eva is voortgekomen.
Daarover getuigt dan ook Paulus als hij zegt: Wij zijn van zijn lichaam en van zijn gebeente, doelend op zijn zijde. Want zoals God uit die zijde de vrouw deed voortkomen, zo heeft Christus ons uit zijn zijde water en bloed gegeven, waardoor de Kerk hernieuwd zou worden. En zoals bij de slapende Adam God zijn zijde opende, zo gaf Hij ons na zijn dood water en bloed.
Ziet, hoe Christus zijn bruid tot zich getrokken heeft, ziet met wat voor spijs Hij ons voedt. Door dezelfde spijs worden we geboren en gevoed. Want zoals een vrouw door de liefdesdrang van de natuur zich haast haar kind met haar melk en bloed te voeden, zo voedt ook Christus hen altijd, die Hij zelf door zijn bloed het leven hergeeft.