dinsdag 30 mei 2023

 

Deken J.H.W. Spee schreef aan het begin van de Mariamaand 
op de pagina  "Woord van de Deken" van de website van Stadsparochie Sint Martinus in Venlo de volgende overweging

Maria in de meimaand



De meimaand staat weer voor de deur. De maand van de lente en voorjaar, door velen de mooiste maand van het jaar genoemd. Van oudsher is deze maand toegewijd aan Maria. In deze maand wordt in oude liederen de liefde van en tot Maria bezongen. Liederen die iedereen meezingt, als komen de woorden vanzelf. 

Als er sprake is van liefde dan kan Maria spreken. Zij heeft ons daar iets bijzonders over te zeggen vanuit de diepe ervaring van haar leven. Zij kan spreken over de liefde tot de jongeman die Jozef heette en waarmee zij verloofd was. Hoe ze elkaar leren kennen en hoogachten. Zij kan vertellen over de  liefde tot haar Kind, hoe het opgroeide in Nazareth. Er is wel geen kind dat zó hartstochtelijk  bemind werd door zijn moeder dan Hij. Zij kan vertellen over de volgelingen van Jezus die met  Hem op weg zijn gegaan, die openstonden voor zijn boodschap en zich helemaal aan Hem  toevertrouwden. Maria kan spreken over haar liefde tot God en welke rol Hij speelde in haar  leven tot in de meest beslissende situaties. Hoe deze liefde haar ook verdriet en pijn bracht én  haar louterde, maar ook hoe deze liefde haar door alle moeilijkheden heen gedragen heeft. 

Zij moest leren ruimte te laten voor anderen toen Jezus haar in de tempel zei (op 12 jarige leeftijd)  dat Hij op de eerste plaats moest zijn bij de aangelegenheden van zijn Vader. Zij kan ons leren  waartoe liefde in staat is. Hoeveel God soms van ons kan vragen toen Jezus plechtig verzekerde:  “Zij zijn mijn moeder en mijn broeders, die de wil van Mijn Vader van harte volbrengen.” 

De liefde van Maria was geen liefde die alleen maar gebouwd was op hooggestemde gevoelens  van fijne uren. De liefde van Maria was een liefde die steeds diepe wortels had, om in veel  moeilijke situaties vol te kunnen houden. In dat duistere uur onder het kruis, toen ze als pietá  het lichaam van haar vermoorde Zoon op haar schoot had. Haar liefde wortelde steeds dieper in  God, zó diep dat ze niet meer ontgoocheld kon worden. 

We kennen allemaaI Kor. 13, de hymne van St. Paulus over de liefde. “De liefde is lankmoedig,  de liefde is geduldig. Zij praalt niet en beeldt zich niets in.” Maria was lankmoedig en  goedertieren, Maria praalde niet, liet zich op niets voorstaan en zij bleef de eenvoudige  dienstmaagd des Heren. Zij maakte zich niet kwaad en rekende het kwaad niet aan. Zij verheugde  zich niet over onrecht en vond haar vreugde in de waarheid. Alles verdroeg zij, alles geloofde zij,  alles duldde zij. 

Haar voorbeeld is zó stralend geweest dat ontelbaar veel mensen in de loop der eeuwen, zich  aan haar voorbeeld hebben opgetrokken. Naar haar gegaan zijn vol vertrouwen en verlangen.  Zoveel eenvoudige mensen hebben bij Maria kracht gevonden om eenvoudig en liefdevol te  leven. Zovele kaarsen, vlemkes van verlangen, zijn opgestoken als een voortgezet gebed, als de  plicht hen weer weg riep, om haar voorspraak bij de Heer. 

In Genooi vinden, ook in deze geseculariseerde en bizarre tijd, honderden mensen per dag hun  toevlucht bij haar, kracht in nood en inspiratie voor de dingen die het leven vraagt en biedt. 

Het is ongelofelijk hoeveel kapellen en kapelletjes ons Limburgse land rijk is. Ook hier in Noord Limburg. Niet alleen een overblijfsel van vroeger tijden, maar overal branden kaarsjes, stoppen  mensen op hun wandel- of fietstocht om een “Wees Gegroetje” te bidden en een kaarsje op te  steken. Wat zijn wij gezegend met zovele plaatsen waar Maria, onder vele titels en beeltenissen, over ons waakt en ons inspireert als voorbeeld om terug te keren naar eerlijk en waarachtig, naar  eenvoudig en vreugdevol leven. In ons verlangen naar écht leven en liefde hebben we Maria aan  onze kant! 

Deken Jos Spee 

 Dit oude wassen Vlaamse Mariabeeld

werd door een zuster van de ondergang gered en zo goed mogelijk gerestaureerd.




 

 

WIE KOMT HELPEN?

- bij voorbereidingen vóór of op 11 juni

- door op 11 juni biddend in de processie mee te gaan

- door u aan te sluiten bij een van de groepen en biddend in de processie mee te gaan

 - door kinderen te motiveren om mee te gaan


Zondag 11 juni  zal bij goed weer de Sacramentsprocessie weer door de kern van  Sint Odiliënberg heen trekken. Zoals elk jaar wordt deze mooie traditie in ere gehouden door jong en oud uit het dorp, gezamenlijk versieren zij de rustaltaren en straten, lopen zij de processie waar we samen bidden voor bescherming, vrede en zegen voor de hele wereld.

De processie is een oude traditie die al jaren een warm hart wordt toegedragen door gelovigen. Samen brengen we zo een eerbetoon aan Jezus in het Heilig Sacrament en vieren we ons geloof.

 Zoals elk evenement draait ook de processie volledig op vrijwilligers. 

Wat kunt u doen? s ’Ochtends worden de straten versierd door middel van zandtapijten en bloemen, er zijn vrijwillige verkeersregelaars en u kunt natuurlijk mee lopen! Voor al deze activiteiten kunt u zich bij ondergetekende aanmelden. Ook uw kinderen zijn meer dan welkom om mee te lopen of mee te versieren. 

 Daarnaast kunt u ook voor uw eigen raam of voordeur bloemen en/of kaarsen zetten om de processiegangers en omstanders een warm hart toe te dragen.

 Aan het eind van de processie verzamelen we op het Kerkplein voor een kopje koffie en een broodje en sluiten we gezamenlijk af. Ook hierbij kunt u helpen.

 Hartelijk dank alvast namens de processiecommissie voor uw bijdrage om er ook dit jaar weer een mooie processie van te maken.

 Voor vragen, opmerkingen en aanmelden voor de processie als vrijwilliger kunt u contact opnemen met een van onderstaande.

 

Priorij Thabor    -    Aan de Berg 3    Tel. : 532074       

administratie@priorijthabor.nl


Paul Crombach    Molenweg 30     Tel. : 536000 

                                          

Mirjam Cuijpers – Sanders         Hagelkruisweg 11    

Tel.: 532797               





maandag 29 mei 2023


Preek Pastoor J. L’Ortye

Pinksteren, 28 mei 2023












In ons ‘credo’ belijden wij:

 "Ik geloof in de heilige Geest"















In ons ‘credo’ belijden wij: "Ik geloof in de heilige Geest". Maar als ons gevraagd zou worden: leg ons dat eens uit, leg eens uit wat je daar onder verstaat, wat dat betekent, dan zouden wij toch al gauw met de mond vol tanden staan. Spreken over de heilige Geest is moeilijk. God als Vader of God als Zoon, daar kan ik mij wel iemand bij voorstellen. Maar mij een voorstelling maken van God als heilige Geest, is heel wat moeilijker.

Wij spreken wel van de geest van een groot man, van een goede geest in een gezin, van teamgeest in een sportclub. Maar die geest blijft moeilijk onder woorden te brengen. Toch is Hij niet de grote Onbekende, zoals Hij soms genoemd wordt. Als de Schrift spreekt over Geest - en dat doet ze vaak-, neemt zij graag toevlucht tot symbolen, om het onzegbare toch wat concreter en tastbaarder te maken. Zoals de wind, waarvan gezegd wordt, dat je niet weet niet waar hij vandaan komt of waar hij naartoe gaat. De wind is een levendig, dynamisch verschijnsel: hij kan uitgroeien tot een storm die alles meesleurt, hij kan ook rustig zijn als een zachte, aangename bries.

De Geest van God maakte zich meester van kleine mensen en stelde hen in staat om grote dingen te doen. Met die Geest van God werden koningen en profeten gezalfd, opdat zij op zouden komen voor recht en gerechtigheid. Die Geest overschaduwde de maagd Maria, opdat zij Gods Zoon ter wereld kon brengen. Vanuit de Geest ging Jezus ook zelf weldoende rond en genas Hij allen die onder de dwingelandij van de duivel stonden en werden mensen ook gewaar dat God toch op een bijzondere wijze met Hem was (Hand 10, 38). Die Geest gaf Jezus verder aan zijn Kerk. In die Geest zijn wij allen gedoopt en gevormd. Ook wij hebben dus die Geest ontvangen. Hij bewerkt in ons die innerlijke drang om onszelf te overstijgen in onze liefde voor de naaste. Gods Geest is het moreel appèl aan het geweten om steeds het goede te doen, om eerlijk te zijn en trouw aan ons eenmaal gegeven woord, om de morele wetten van het leven te respecteren, om anderen niet op te offeren aan eigen belangen, of alleen maar oog te hebben voor geld en goed, voor genot en comfort.

Ik geloof in de heilige Geest. Zoals in ons ‘credo’ van God de Vader gezegd wordt dat Hij schepper is van hemel en aarde, en van de Zoon dat Hij ontvangen is van de heilige Geest en geboren werd uit een Maagd, dat Hij gekruisigd, gestorven en begraven is, van de doden verrezen en ten hemel opgevaren, zo wordt van de heilige Geest ook het een en ander gezegd, ook al brengen wij dat misschien niet spontaan met die heilige Geest in verband.

Het is immers de heilige Geest de heilige katholieke Kerk bijeenbrengt en in stand houdt, ons deel doet uitmaken van de gemeenschap van de Heiligen, de vergeving der zonden mogelijk maakt, en ook ons eens doet verrijzen tot het eeuwige leven. Dat zijn dingen die alles behalve vanzelfsprekend zijn, zeker niet de Kerk die al te gemakkelijk in het verdomhoekje terecht is gekomen en al te gemakkelijk als schandpaal wordt gebruikt, terwijl ze in wezen toch een geloofsmysterie is.

Trouwen: ook de vruchten van de Geest zijn in deze wereld alles behalve vanzelfsprekend, de vruchten die Paulus in zijn Galatenbrief opsomt: “liefde, vreugde, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, trouw, bescheidenheid, zelfbeheersing" (Gal 5, 22). Het zijn wat men noemt ‘zachte' deugden, deugden die in de wereld misschien niet in tel zijn, ja die zelfs die haaks staan op de meedogenloze maatschappij van geweld, macht, concurrentie. Die wij ervan aan het maken zijn. En toch zijn het deze deugden die de mens doen leven. De mens leeft niet van geweld, maar van liefde, niet van macht, maar van vrede, niet van conflicten, maar van zachtmoedigheid en geduld. Dat man en vrouw elkaar trouw blijven ondanks verscheidenheid van karakter, elkander dragend in liefde, in goede en kwade dagen, in ziekte en gezondheid, telkens weer een uitweg zoekend wanneer hun wederzijdse liefde gevaar loopt, dat is een vrucht van de Geest. Dat een vrouw haar zieke man of een man zijn zieke vrouw jarenlang verpleegt, met steeds dezelfde liefde, met steeds hetzelfde geduld, is dat een vrucht van de Geest. Dat de Kerk ondanks alles nog altijd bestaat, ook dat is een vrucht van de Geest, die Geest die ook ons helpt staande te blijven te midden van de stormen die ook ons leven wel eens teisteren, ja niet alleen staande blijven, maar vooral ook vol goede moed en hoopvol blijven, wat er ook gebeurt, wat ons ook overkomt.









zaterdag 27 mei 2023

 ZALIG PINKSTEREN



Spiritus Domini replevit orbem terrarum, alleluia: et hoc quod continet omnia, scientiam habet vocis, Alleluia (Wijsheid 1, 7)

De Geest van de Heer vervult het aardrijk en Hij die alles omvat, weet wat er gesproken wordt, Alleluia (Wijsheid 1, 7)

Spiritus Domini replevit orbem terrarum - YouTube

Dit is de Introitus van het misformulier van Pinksteren. De bij de Vader verheven Christus neemt door de Heilige Geest zijn intrek bij de mensen, die voor Hem open staan en vervult hen met het licht, de liefde en het vuur van goddelijk leven tot in het diepst van hun hart. Dit Licht van God, dat zich in ons verspreidt, laat ons met Gods ogen zien wat wij in de viering van het kerkelijk jaar hebben ondervonden, alles wordt doorzichtig en helder: het wereldse en het bovenwereldse, het aardse en het hemelse: In lumine tuo, videbimus lumen! (Ps 35, 10) - Helder op een goddelijke wijze, die het ware in zichzelf aanvoelt en alles als Gods werk met verbazing en eerbied aanbidt.

 Collectegebed

Hoogfeest van Pinksteren


“Kom met uw Geest in het hart van uw gelovigen”.

I n l e i d i n g      

Nadat het werk voltooid was dat de Vader aan zijn Zoon had opgedragen om op aarde te volbrengen (vgl. Jo 17,4), werd op de Pinksterdag de Heilige Geest gezonden, die de Kerk voortdurend zou heiligen, opdat aldus de gelovigen door Christus in één Geest toegang zouden hebben tot de Vader (vgl. Ef 2,18). Hij is de Geest van het leven, of de waterbron, die opspringt ten eeuwig leven (vgl. Jo 4,14; 7,38-39). Door Hem maakt de Vader de mensen, die dood waren door de zonde, levend om eens hun sterfelijke lichamen in Christus te doen verrijzen (vgl. Rom 8,10-11).

De Geest woont in de Kerk en in de harten van de gelovigen als in een tempel (vgl. 1 Kor 3,16; 6,19), bidt in hen en legt getuigenis af van hun aanneming tot kinderen (vgl. Gal 4,6; Rom 8,15-16 en 26). De Kerk, die Hij tot de volle waarheid voert (vgl. Jo 16,13) en één maakt in gemeenschap en bediening, bekleedt en bestuurt Hij met verscheidene hiërarchische en charismatische gaven en siert ze met zijn vruchten (vgl. Ef 4,11-12; 1 Kor 12,4); Gal 5,22).

Door de kracht van het Evangelie houdt Hij de Kerk jeugdig, vernieuwt haar steeds et leidt haar tot de volmaakte vereniging met haar Bruidegom. Want de Geest en de Bruid zeggen tot de Heer Jezus: “Kom!” (vgl Apoc 22,17).

Zo verschijnt dan de gehele Kerk als het volk, dat één is geworden in de eenheid van Vader, Zoon en Heilige Geest. (IIe Vatikaans Concilie, Dogmatische Constitutie over de Kerk, nr. 4)

Eenheid en samenhang zijn sleutelbegrippen in dit collectegebed. De Heilige Geest heeft de jonge Kerk samen gebracht door de prediking van de Apostelen. De Heilige Geest verankert ons aan deze zelfde prediking van de Apostelen. De Heilige Geest schiep eenheid onder verschillende volkeren en naties in die tijd, heden doet Hij hetzelfde. De Heilige Geest echter schept eenheid tussen het door Christus gevormde Godsvolk dat Hij verenigde tot één Lichaam, toen, en het Godsvolk verenigd tot één Lichaam, nu. Eenheid wordt ook gevonden in continuïteit: zowel diachronisch, dwars door de geschiedenis van de eeuwen heen, als transnationaal.

 

T e k s t

Missale Romanum 1970

Deus, qui sacramento festivitatis hodiernæ
universam Ecclesiam tuam
in omni gente et natione sanctificas,
in totam mundi lat
itudinem Spiritus Sancti dona defunde,
et, quod inter ipsa evangelicæ praedicationis exordia
operata est divina dignatio,
nunc quoque per credentium corda perfunde.

 

Altaarmissaal Nederlandse Kerkprovincie 1979

God, door het mysterie van dit feest

heiligt Gij heel uw Kerk  onder alle volken en talen.

Laat de gaven van de Heilige Geest overal op aarde neerdalen:

Kom met uw Geest in het hart van uw gelovigen,

zoals Gij hebt gedaan bij het begin van de verkondiging van het Evangelie.

 

Werkvertaling

God, die door het mysterie van het feest van vandaag

uw universele Kerk heiligt

onder alle volkeren en naties,

stort Uw gaven van de Heilige Geest over heel het oppervlak van de aarde uit,

en laat dàt wat de goddelijke waardigheid heeft bewerkt bij de aanvang van de prediking van het Evangelie,

nu ook door de harten van gelovigen stromen.

 

L i t u r g i s c h e  a n t e c e d e n t e n

Het collectegebed dat zijn wortels heeft in het Sacramentarium Gelasianum, 1e helft VIIIe eeuw, kwam niet voor in de edities van het Romeins Missaal van vóór Vaticanum II.      

 

S t r u c t u u r a n a l y s e  e n  s t i j l f i g u r e n

1.Deus, qui sacramento festivitatis hodiernae
universam Ecclesiam tuam
in omni gente et natione sanctificas,
2.in totam mundi latitudinem Spiritus Sancti dona defunde,
et, quod inter ipsa evangelicæ prædicationis exordia
operata est divina dignatio,
nunc quoque per credentium corda perfunde.

 

Ad 1

De oratie opent met de anaklese, Deus, God, in de vocativusvorm welke extra nadruk krijgt vanwege de plaatsing aan de kop van de oratie. In de relatieve bijzin beginnend met qui, dat Deus als antecedent heeft, wordt een heilsdaad van God de Vader gememoreerd: de bij de Vader verheven Christus neemt door de heilige Geest zijn intrek in de mensen die voor Hem open staan, en vervult hen met het licht en het vuur van goddelijk leven; zij vormen zijn Lichaam dat de Kerk is, in alle naties en volkeren aanwezig: Hij is hun levensbeginsel. Zij leven zijn leven, krijgen daardoor deel aan de goddelijke natuur en worden kinderen van God. De grote beweging van de Verlossing sluit zich hier: God is mens geworden, opdat de mens God zou worden.

Sanctificas, prædicaat in de indicativusvorm præsentis die een feitelijkheid uitdrukt: God blijft zijn Kerk ten allen tijde heiligen, ook nu. Universam Ecclesiam tuam: object van het prædicaat in drie congruerende accusativusvormen; sacramento festivitatis hodiernæ: bijwoordelijke bepaling, bestaande uit de ablativusvorm sacramento (van middel of wijze: ablativus instrumentalis/modi) en twee congruerende genitivusvormen festivitatis hodiernæ die de substantivusvorm sacramento nader bepalen. In omni gente et natione: bijwoordelijke bepaling met ablativusvormen geregeerd door het præpositum in; het adiectivum omni congrueert zowel met de ablativusvorm gente als met natione en kan voor beide ook inhoudelijk worden begrepen.

Ad 2

De hoofdzin van de oratie met de eigenlijke bede verwoord in twee nevengeschikte zinnen (2a en 2b) verbonden door het verbindingswoord et. Prædicaatsvormen van de nevengeschikte zinnen zijn de verba defunde en perfunde welke verba met elkaar in verband staan door afleiding, vorm (imperativusvorm) en plaatsing in de tekst.

Ad 2a: Van het verbum defunde is de woordengroep Spiritus Sancti dona het object, dat uit te splitsen is in de accusativusvorm neutrum meervoud van donum, i, gave, gift, geschenk, en twee congruerende genitivusvormen Spiritus Sancti (genitivus possessivus, die een bezit aanduidt, of genitivus explicativus die de gaven nader verklaart). Mooi is hier het gebruik van tweemaal een alliteratie meteen achter elkaar aan het einde van de regel; Spiritus Sancti en dona defunde.De regel krijgt hierdoor een melodieus en poëtisch karakter.  In totam mundi latitudinem: bijwoordelijke bepaling bij het prædicaat defunde. De woordengroep is op te splitsen in een accusativusconstructie in totam … latitudinem, twee congruerende accusativusvormen, geregeerd door het præpositum in. De in deze constructie omklemde genitivusvorm mundi, van de aarde, verklaart de accusativusvormen totam latitudinem nader (explicativus). In deze constructie is een hyperbaton opgesloten (totam…latitudinem). Het concept in totam mundi latitudinem is naar inhoud een parallellisme met de bijwoordelijke bepaling in omni gente et natione van r. 1.

Deze begrippen sluiten aan bij de tekst van de Introitus van Pinksteren: Spiritus Domini replevit orbem terrarum: et hoc quod continet omnia, scientiam habet vocis (Wijsheid 1,70). De Geest van de Heer heeft bezit genomen van de aarde: heel de wereld krijgt kennis van het Woord. Hoe kan dit gebeuren? Dat was al de vraag van Nikodemus. De Heer gaf hem als antwoord het voorbeeld van de suizende wind: ”Ge weet niet, vanwaar hij komt en waarheen hij gaat; zó gaat het iedereen die uit de Geest is geboren” (Jo 3,8). Van de windzucht en het waaien  heeft het goddelijke leven de naam Spiritus; als een zuchtje raakt het de mens aan, zachtjes, onzichtbaar: hij weet niet, vanwaar het komt. Maar evenals de onzichtbare ademtocht van de wind  heeft het geweld en kracht.

 Ad 2b: Het tweede gedeelte van de hoofdzin met perfunde als prædicaat in de imperativusvorm vergezeld door de bijwoordelijke bepaling per credentium corda. Het verbum perfunde wordt versterkt door het præpositum per in de woordengroep per credentium corda: de Heilige Geest gaat als een nieuwe, goddelijke levensgolf door het heilig Lichaam, dat de Kerk is. In deze woordengroep is eveneens een hyperbaton opgesloten.

De prepositie per laat corda in de accusativusvorm staan, hier meervoud van het onzijdige substantivum cor. Het ppa credentium dat als bijvoeglijke bepaling tussen de prepositie per en het substantivum corda is ingeklemd, is op deze plaats zelfstandig gebruikt en mag vertaald worden als een substantivum (van de gelovigen).
Quoque nunc: bijwoordelijke bepaling van tijd: Ook nu, op dit moment is de Geest Gods werkzaam, zoals destijds in de jonge Kerk.

Het tweede deel van  de hoofdzin wordt onderbroken door de relatieve bijzin: quod…dignatio waarvan het antecedent [id] is verzwegen. Deze relatieve bijzin kan ook begrepen worden als een afhankelijke bijzin van het tweede deel van de hoofdzin.  Gevraagd wordt nu en ook om diezelfde gaven van de Heilige Geest welke de goddelijke Majesteit bij het begin van de prediking van het Evangelie heeft bewerkt. Divina dignatio; subject van het prædicaat operata est: twee congruerende nominativusvormen bij het participium perfecti passivi van operor, operatus sum: dit verbum is een deponens. Men vertale de passieve vorm als een activum. Inter ipsa evangelicæ prædicationis exordia: bijwoordelijke bepaling; een woordengroep bestaande uit de door het præpositum inter congruerende accusativusvormen ipsa..exordia nader toegelicht door de congruerende genitivusvormen evangelicæ praedicationis. Ook in deze constructie een hyperbaton: de accusativusvormen ipsa …exordia worden uiteen geplaatst door de genitivusgroep evangelicæ prædicationis.

 

V o c a b u l a r i u m

Sacramentum - Het kan waarschijnlijk geen kwaad er aan te herinneren dat sacramentum in het Grieks vertaald mysterion (μυστηριον) wordt. Inderdaad kunnen in menige context sacramentum en mysterium verwisseld worden.

Defundo betekent "gieten over, uitgieten" terwijl perfundo een iets meer ingewikkelde betekenis heeft. Het betekent "overgieten, bevochtigen, bedauwen, besprenkelen". Het betekent "onderdompelen, verven” en ook "drenken, bezielen".

Wij kennen de beeldspraak voor genade zoals vocht, dauw, stromend water. Het doet denken aan ons Doopsel, dat wij ontvingen in de naam van de Drieëne God. Ook doet het ons denken aan het prachtige Adventsgezang: “Rorate caeli desuper et nubes pluant iustum": Gij, hemelen, dauwt van boven neer en gij, wolken, regent de Gerechtige.

Denk ook aan het respons van de collecte, die de antifonen ter ere van de Heilige Geest volgen: Sancti Spiritus, Domine, corda nostra mundet infusio: et sui roris intima aspersione fœcundet...." Laat de instorting van de Heilige Geest onze harten zuiveren, o Heer: en maak ons innerlijk vruchtbaar door de besprenkeling met zijn dauw."

Dignatio betekent volgens de Lewis & Short Dictionary:  "op een waardige wijze achten, eerbied, hoogachting; waardigheid, eer, reputatie."

Exordium betekent "een begin, de kromming van een netwerk" en het is ook een technische term voor de introductie of het voorwoord van een gesproken of geschreven stuk of toespraak. Het begrip exordium kijken roept het beeld op van een zelfkant, van dat gedeelte aan de rand van geweven stof, dat op zo'n manier gevlochten is dat de rest van het weefsel niet uit elkaar valt. Het brengt ook de technische taal van welsprekendheid naar voren van het gebed. Toen de Heilige Geest uitgestort werd over de Apostelen gingen zij uit en begonnen in het openbaar onder de volkeren van alle naties te prediken. De Heilige Geest begon op dit eerste Pinksteren plotseling in de welsprekende toespraak van de Apostelen een hechte zelfkant te weven die door de eeuwen heen de stabiele zoom zou verschaffen aan de constructie van de Kerk tot op onze eigen dagen. Er kunnen van tijd tot tijd scheuren en gaten ontstaan, en ook schisma's, maar de constructie houdt het en valt niet uiteen.

De aanwezigheid van de Heilige Geest in de Kerk garandeert onze eenheid en continuïteit over de grenzen en eeuwen. De Heilige Geest geeft de Kerk het grondbeginsel van haar leven door het Trinitaire leven van Vader, Zoon en Heilige Geest te storten in het Lichaam van Christus, de Kerk. De Heilige Geest bezielt en doordrenkt, kleurt en verft in wezen de schering en inslag van de Kerk en doorstroomt haar. In het collectegebed vragen we dat onze harten “bezield” mogen worden door de gaven van de Heilige Geest; op een bepaalde manier zijn zij microcosmen van de Kerk, zelfs van het heilig Hart van de Kerk.

 

vrijdag 26 mei 2023

 Veni Sancte Spiritus

Sequens in de H. Mis van Pinsteren

(Stephan Langton [?], rond 1200)

naar Alex Stock, Lateinische Hymnen, Verlag der Welreligionen, Berlijn, 2. Auflage 2013, p. 178-187. Nederlandse vertaling door Priorij Thabor





















Veni Sancte Spiritus (Pentecost, Sequence) - YouTube

Gregorian chant notation from the Liber Usualis (1961), pp. 880-881. Latin lyrics sung by the Benedictine monks of Santo Domingo de Silos.























Tekst

Als auteurs van deze als gouden sequens in de Middeleeuwen bekende en geliefde hymne [1] werden de Franse koning Robert II, Herman Contractus ( + 1054), monnik van Reichenau en paus Innocentius II (+ 1216) vermeld. De stijl van de sequens pleit voor de periode rond 1200;  (+ 1128) aangenomen [2].

Dit lied tot de Heilige Geest moet wel door de Heilige Geest zelf zijn ingegeven, meende de humanistische theoloog Johannes Clichtoveus begin 16e eeuw: “We zijn er praktisch van overtuigd dat de auteur, wie hij ook geweest moge zijn, bij het dichten van dit gebed, van een bepaalde innige zaligheid werd doorstroomd, waardoor hij, onder inspiratie van de Heilige Geest, in zo’n compacte taal zo’n welluidende harmonie schiep[3]. Hij looft de suavitas cum facilitate apertissima, de met uiterst vrije lichtheid bereikte aangename klank, de ‘sierlijke korte uitdrukkingsvorm bij een rijkdom en volheid van gedachten” (grata brevitas cum ubertate et copia sententiarum) en tenslotte de concinna in contextu venustas, “de door kunstvolle verwevenheid bereikte schoonheid”[4] en is tenslotte van oordeel dat dit alles slechts te verklaren is wanneer men de Geest zelf als schepper van de tekst (spiritu sancto auctore) aanvaardt.

Het Latijnse Veni sancte spiritus heeft een zeer compacte structuur. De sequens omvat 30 verzen volgens een constant ritmisch schema. Alle verzen bestaan uit zeven lettergrepen, volgens J. Conelly reeds een poëtische hommage aan de Heilige Geest ‘die zijn gaven zevenvoudig uitdeelt’[5]. Qua klank domineert het kunstig gebruik van het eindrijm. Elk derde vers eindigt op - ium. Dit slepend rijm [6] dat  heel de sequens kenmerkt, splitst de tekst op in tien strofen telkens bestaand uit drie regels. De twee eerste verzen van elke strofe rijmen - waarbij alle rijmparen - behalve in strofe 2: - erum (pauperum) - een assonantierelatie vormen. De klank - itus van de 1e strofe speelt met een reeks varianten zoals (-itus, -erum, -ime, -ies, -ima, -ine, -idum, -ibus, -itum) verder tot -itum in de laatste strofe. Door de klankstructuur wordt men er al op gewezen heel de sequens als één ‘thema con variazione’, als een reeks van varianten op het thema spiritus te lezen, waarvan het betekenisspectrum geleidelijk wordt ontvouwd.

Het beginrijm in strofe 1 en 2 (veni) en strofe 9 en 10 (da) bindt deze strofen tot strofenparen. Strofe 7 en 8 vormen door beginassonantie en binnenrijm (quod est) eveneens een paar. Vanzelfsprekend herkent men ook de overige strofen 3-8 als paren. Binnen de strofen versterkt het begin-  en binnenrijm in strofe 3 (dulc-), strofe 4 (in æstu <…> / in fletu), strofe 6 (nihil est in-) zowel de ritmische parallel van de verzen als de samenhang van de respectievelijke strofe. Alleen strofe 6 kent qua klank een ongebonden vorm. De indeling in vijf strofenparen stemt overeen met die van de koormelodie.

Het Veni Sancte Spiritus werd in de Middeleeuwen ook in het kader van liturgische handelingen (processies, kniebuigingen, gebruik van instrumenten, het neerlaten van een Heilige-Geest-duif vanuit het gewelf, door verschillende zangers en zanggroepen voorgedragen gezangen) gezongen[7].

Voor de periode van de Middeleeuwen zijn binnen het Duitse taalgebied 27 vertalingen aantoonbaar8. Het Tridentijnse Missaal (1570) behield het Veni Sancte Spiritus als een van de vier sequentia voor de H. Mis. In het Missale Romanum van 1970 is deze, naast de paassequens Victimæ paschali laudes, de enige overgebleven verplichte sequens, voorzien voor de Mis van Pinsterzondag.

Commentaar

De Pinkstersequens is een gezang van de communio fidelium, de gemeenschap van de gelovigen: Da tuis fidelibus / in te confidentibus (Geef aan uw gelovigen, die op U hun hoop stellen), strofe 9. Het gaat om de intimiteit van het hart van deze gelovigen: cordis intima / tuorum fidelium. Zij zijn het die aan de H. Geest geloof schenken, op Hem hun hoop stellen, maar Hem niet eenvoudigweg bezitten. Het da, waarmee de 9e strofe inzet, wordt in de 10e strofe nog driemaal herhaald; de H. Geest is immers de dator munerum (strofe 2), de Schenker van gaven.

Het viervoudige da in de twee slotstrofen correspondeert met het viervoudige veni in de beide aanvangsstrofen. Komen en geven vormen een samenhang.

Wat betreft het begin van de 1e strofe merkt Mone met verwijzing naar een reeks voorbeelden uit zijn hymnenverzameling (Mone, Lateinische Hymnen des Mittelalters, Bd. I, S. 245) op, “dat veni vooral in de gezangen met betrekking tot de H. Geest wordt gebruikt ([…]), omdat “Hij komt en gaat zoals Hij wil”[8]. Hij herinnert daarbij aan Joh 3,8 en aan de vergelijking met de aan de wind eigen ongebonden vrijheid. Deze oproep correspondeert met de vrijheid van de Aangeroepene. De Geest die hier wordt aangeroepen is niet de scheppende levensadem waarin de mens zich reeds altijd beweegt (Gen 2, 7) en ook niet de extatische Geest die sommige mensen onverhoeds overvalt, maar iets wat men zichzelf graag wenst.

Het in het begrip spiritus verborgen beeld van wind en adem springt onmiddellijk over naar dat van het licht: et emitte cælitus / lucis tuæ radium - en zend vanuit het hemels heiligdom de straal van uw licht. Met het Alleluiavers (en ontsteek in hen het vuur van uw liefde) dat in de misliturgie van Pinksteren onmiddellijk aan de sequens vooraf gaat, wordt het pinksterscenario van storm en vuur (Hand 2, 2 e.v.) opgeroepen, dat echter nu als een zuivere aangelegenheid van het hart wordt begrepen: lumen cordium (Licht van de harten, strofe 2) en numen (goddelijke genadekracht) strofe 6). Het is de Geest die uit de hemel komt, cælitus.

Het veni krijgt in de 2e strofe door drievoudige herhaling een dringender karakter. De H. Geest wordt nu met een naam aangeroepen: pater pauperum, vader der armen. Pater eram pauperum, noemt Job zichzelf (Job  29,16), een vader voor de behoeftigen, vooral voor de weduwen en wezen (vgl. Job 29, 12 e.v.). Misschien is de psalm Exsurgat Deus (ps 68 /67) van de oude Pinksterintroitus, waar in vers 6 van God wordt gezegd, dat Hij de Vader voor de wezen (pater orphanorum) en Rechter voor de weduwen (iudex viduarum) is, de brug, waarover het begrip pater pauperum in de sequens is binnengekomen, ondersteund door Joh 14, 16.18 waar van een andere Helper sprake is en door wie de leerlingen niet als wezen achter gelaten zullen worden (non relinquam vos orphanos) en Jes 11, 4 waar de koning zich als een advocaat voor de armen aansluit bij de begiftiging met zes van de elementaire geestelijke gaven voor het uitoefenen van dit ambt. De christelijke theologie heeft vanuit deze locus de “Zeven Gaven van de Heilige Geest” ontwikkeld waarop in de 9e strofe wordt  gezinspeeld: sacrum septenarium. Zo wordt Hij in de 2e strofe dan ook aangeroepen met de naam: dator munerum (Gever van gaven). De derde naam lumen cordium (2e strofe) neemt het lucis radium (straal van het licht, strofe 1) op en bereidt de cumulatie O lux beatisssima (Allerzaligst licht) in strofe 5 voor. Het begrip licht heeft in de pinkstersequens eerder de connotatie van een stille zaligheid dan van het opwekkende, onrust bewerkend vuur waarover het pinksterverhaal zelf spreekt.

 De 3e strofe begint met de aanspreekvorm Consolator optime. Consolator staat hier in plaats van het begrip parakletos, paraclitus dat in het Johannesevangelie (Joh 14, 16-26; 15, 26; 16, 7) als naam voor het pneuma, de Geest, wordt gebruikt en in eerste instantie voorspreker, advocaat betekent, maar ook ‘de erbij geroepene’.

Dat de geliefde in het hart woont is een bekende beeldspraak eigen aan wereldse liefdeslyriek. Hier wordt het beeld op de Heilige Geest toegepast: dulcis hospes animæ, zachte zielegast. Op het terrein van de minne en mystiek betekent het begrip het zalig genieten. Tegenwoordig heeft het begrip  ‘zoet’ in religieuze context de oorspronkelijke mystieke gevoelswaarde verloren en heeft de negatieve bijsmaak van zoetelijk aangenomen, reden waarom men de letterlijke vertaling uit de weg gaat. In de sequens wordt de term dulce nog eenmaal benadrukt: dulce refrigerium, verkwikking, zoet en mild, vertaalt het Romeins Missaal voor zondagen en feesten (Vereniging voor Latijnse Liturgie, 1980) p. 154. Refrigerium betekent afkoeling, maar niet zo dat men kou lijdt, maar een verfrissing na hitte en stof. De term verkwikking wordt ook als vertaling voor refrigerium gebruikt.

 

De 4e strofe gaat daar verder op in: de noden van de mensen zijn: inspanning, het dragen van de lasten van het leven en hitte en troosteloosheid (labor, æstus, fletus). De van de H. Geest verlangde gesteltenissen zijn rust, mildheid en troost (requies, temperies, solatium).

 De 5e strofe herinnert aan de 1e en 2e strofe; daar gaat het bij de verkwikking om het ontvangen van het hemelse licht. Het licht van de H. Geest dat pure zaligheid is, moet in het diepste van de harten van de gelovigen opgaan en hen geheel en al vervullen: O lux beatissima.

 Herinnert het opgaan van het licht aan de eerste dag van het bijbelse scheppingsverhaal, dit thema reikt nog tot in de volgende 6e strofe. Het tweemaal herhaalde nihil (niets) appelleert aan een dubbele scheppingstheologische context, namelijk die van de creatio ex nihilo (schepping uit het niets) en die van het boek Genesis waar de Geest van God boven de duistere afgrond zweeft. Hier is nu sprake van de nova creatio, de nieuwe schepping en daarom van het nihil in homine, het niets in de mens, zijn innerlijke leegte, zijn wezen dat niet zonder schuld is (nihil est innoxium). Aldus is het gesteld met de menselijke conditie sine tuo numine. Numen betekent oorspronkelijk wenk (het knikken met het hoofd), vooral van de goddelijke majesteit, zijn wilsuiting, zijn werkende macht, zijn genadekracht.

 De 7e en 8e strofen detailleren dit alles met het oog op enkele bijzondere defecten van de ziel: vuil en wonden, uitdroging en verharding, verstarring en verkilling en ook dwaling en zij verrwacht van de H. Geest: afwassing, overstroming, genezing, soepelheid, warmte, leiding en sturing.

Op de 9e strofe die alle hierboven besproken Geestesgaven in het klassieke septenarium samenvat, volgt een eschatologische slotstrofe die in het eerste vers verwijst naar de scholastieke driehoek van virtus, meritum en gratia (deugd, verdienste en genade): Da virtutis meritum (geef de verdienste van de deugd). De door deugd(zaamheid) verworven verdienste wordt zelfs nog als genade afgesmeekt. De beide volgende verzen vragen dat het heil en de vreugde, waarvan de sequens de mededeling afsmeekt, een goed levenseinde en een eeuwige voleinding mogen vinden.

 



[1] Het Veni sancte was bekend in de Middeleeuwen als de Gouden Sequens en is steeds favoriet geweest bij contemplatie-ven en critici (Conelly, Hymns of the Roman Liturgy, p. 113).

[2] Vgl. F.J. Worstbrock, Artikel Veni sancte Spiritus, in: Verfasser-lexikon 2 10 (1999), p. 226-233, hier p. 228.

[3] Elucidarium ecclesiasticum, Basel 1517, p. 176, geciteerd volgens J. Kayser, Beiträge zur Geschichte und Erklärung der ältesten Kirchenhymnen, 2 dln., Paderborn en Münster 1882-1886, p. 61.

[4] Ibidem.

[5] “<…> a poetic homage to the septiformis munere” (Conelly, Hymns of the Roman Liturgy, p. 113).

[6] Ook vrouwelijk rijm genoemd: begin-half-vol- of rijk rijm waarbij na de beklemtoonde rijmende lettergreep nog een onbeklemtoonde lettergreep volgt. B.v. zeven - zagen (beginrijm), lieve - liepen (halfrijm), vallen - ballen (volrijm).

 [7] Vgl. J. Janota, Studien zu Funktion und Typus des deutsches geistlichen Liedes im Mittelalter, München 1968, p. 205-210.

[8] Mone, Lateinische Hymnen des Mittelalters, dl. I, p. 245.