De hymne Vexilla Regis
De schrijver van de hymne Vexilla Regis, Venantius Honorius
Clementianus Fortunatus,werd ca. 536 te Valdobbiadene bij Treviso (Italië)
geboren en stierf te Poitiers (Frankrijk) op 14 december 610). Hij was een
dichter uit de Merovingische tijd en bisschop van Poitiers.
Fortunatus wordt beschouwd als een van de belangrijkste
dichters op de overgang van de oudheid en de vroege middeleeuwen. Enkele van
zijn hymnen, met name het Pange lingua
en Vexilla regis, behoren tot de
bekendste uit de Romeinse liturgie. Hij was bevriend met Gregorius van Tours.
De hymne Vexilla Regis wordt beschouwd als een van de meest grootse in de
liturgie. Fortunatus schreef deze hymne ter ere van de komst van een grote
reliek van het ware Kruis die door keizer Justinus II en zijn keizerin Sophia
was gezonden aan koningin Radegunda, de weduwe van koning Chlotarius I. Koningin
Radegunda had zich terug getrokken in een klooster nabij Poitiers en zocht naar relieken
voor de kerk aldaar. Om de aankomst van de reliek en de processie naar de kerk luister
bij te zetten vroeg de koningin aan Fortunatus een hymne te schrijven.
De
hymne heeft in zijn geheel betrekking op het Kruis en wordt - zeer toepasselijk
- gezongen tijdens de vespers van Palmzondag tot Witte Donderdag en op het
feest van Kruisverheffing. De hymne werd vroeger ook gezongen op Goede Vrijdag
wanneer het Allerheiligste Sacrament van het rustaltaar naar het altaar werd
overgebracht.
De
laatste twee verzen die de slotdoxologie vormen zijn niet het werk van
Fortunatus maar toegevoegd door een andere latere dichter.
De koningsvanen worden uitgedragen,
het kruis-mysterie schittert,
waarin de Schepper van het Vlees
in ’t Vlees aan ’t kruis werd opgehangen;
Daar wordt Hij nog gewond
met de wrede stoot der lans;
om ons te reinigen van zonde
verzinkt Hij in een stroom van bloed.
O, lieflijke boom, getooid ook
met het purper Konings-bloed,
uitverkoren, om met zijn waardige stam
zo heilige leden aan te raken!
O, zalige boom, aan welks armen
de losprijs van de wereld heeft gehangen;
het werd de weegschaal van zijn Lichaam
en nam de prooi weg van de hel.
Gegroet altaar; gegroet Slachtoffer,
om de glorie van uw Lijden,
waar het Leven de dood gestorven is
en door zijn dood ons het leven schonk!
Gegroet, o kruis, onze enige hoop!
in deze lijdenstijd:
vermeerder de genade voor de vromen
en delg de misdaad van de zondaars uit.
Gij, bron van heil, Drieënigheid,
U prijze iedere geest,
en die Gij door uw kruismysterie redt,
verkwik hen in de eeuwigheid. Amen