donderdag 30 september 2021

Wat is bidden?

Voor mij is het gebed een opwelling van het hart, gewoon een blik omhoog naar de hemel, een kreet van erkentelijkheid en van liefde midden in de beproeving maar even goed midden in de vreugde.
H. Teresia van Lisieux van het kind Jezus

Kleine weg naar heiligheid van Thérèse van Lisieux 1873 - 1897

1 oktober H. Teresia van het kind Jezus. "Een moderne Hieronymus, dochter van Abraham, een en al oor voor Gods Woord".


Vandaag de gedachtenis van de H. Teresia van het kind Jezus. Uit het Missaal lezen we het volgende: Thérèse Martin werd in 1873 te Alencon in Frankrijk geboren. Op zeer jonge leeftijd trad zij in het klooster van de Karmelitessen te Lisieux. Evangelische eenvoud en godsvertrouwen kenmerkten haar persoon. Zij bood God haar leven aan voor het geestelijk welzijn van de mensheid en voor de uitbreiding van de Kerk. Zij stierf op 30 september 1897.
Wat een gelukkig samenvallen deze week van zondagse evangelieteksten en gedachtenissen van heiligen. In dit C-jaar hoorden we zondag in de evangelielezing Abraham tegen de rijke man zonder naam zeggen: “Ze hebben Abraham en de Profeten, laten ze naar hen luisteren!” (Lucas 16 vers 29). Gisteren herdachten we de H. Hieronymus, bij uitstek een bijbelman, wiens drank en voedsel het was om van dag tot dag te denken, te voelen en te leven vanuit de H. Schrift. Welnu, Teresia mogen we met recht en reden een bijbelvrouw noemen. Als we haar ontdoen van alle negentiende-eeuwse vernis waardoor zij een lieftallig meisje is geworden met een onvolwassen vroomheidsideaal, ontdekken we een jonge meid die zich heel bewust was van haar roeping tot God, en zich met hart en ziel, met huid en haar overleverde aan de goddelijke Liefde. Vanaf haar zestiende tot aan haar dood toen ze slechts 24 jaar oud was, heeft zij op haar weg – die zij zelf haar kleine weg noemde  - een grote spirituele diepgang bereikt, maar tegelijk de donkere nacht van de God-verlatenheid moeten ervaren. Groeiend van klein kind dat nog melk nodig heeft ging zij over naar het vaste voedsel van de volwassenen: de H. Schrift (Hebreeën 5, 13-14). In haar “L’Histoire d’une Ame” laat zij zien hoe de woorden van de bijbel haar leidraad waren geworden. Worstelend met God, zoals eens Jakob met de Onbekende in het boek Genesis (32, 25-33), putte zij troost uit psalm 144 vers 1: “Geprezen zij de HEER, mijn rots, die mijn handen oefent voor de strijd, die mijn vingers schoolt voor het gevecht”. God , zo ervoer zij, gaf haar zelf de vaardigheid om weliswaar met pijn maar toch ongeschonden uit het geloofsgevecht te voorschijn te komen. En toen haar lichamelijke krachten afnamen en moedeloosheid en aanvechtingen van ongeloof haar bedreigden, putte zij kracht uit het lied van Mozes (Genesis 32, 11-12): “Zoals een arend over haar jongen waakt en voortdurend erboven blijft zweven, zijn vleugels uitspreidt en zijn jongen daarop draagt, zo heeft de HEER zijn volk geleid”. Hoe door en door bijbels heeft zij zich deze uitspraak eigen gemaakt! We schuilen niet alleen onder Gods vleugels als we bang zijn; we worden ook op zijn wieken gedragen als we dreigen te vallen.   Wanneer ravijnen en diepe kuilen zich voor ons openen, is HIJ er om ons erover heen te dragen.                                                                                                                                                                                                                          Teresia heeft haar geloofsleven nooit willen los zien van de kerk. Zij besefte heel diep, lidmaat te zijn van het lichaam van Christus zoals de apostel Paulus ons dat uiteenzet (1 Korintiërs hoofdstuk 12). Behalve het hoofd moet er ook een brandend hart zijn, legt zij uit, en dat is een hart dat brandt van liefde (1 Korintiërs hoofdstuk 13). Door van liefde verteerd te worden wil zij alles voor allen zijn: profeet, leraar, verkondiger, apostel, martelaar, oog en oor, hand en voet. Haar kleine weg heeft niets pietepeuterigs, maar is zo groots en zo ruim als Wet, Profeten en Geschriften maar kunnen zijn. “Aan alles, hoe volmaakt ook, zag ik een einde, maar uw gebod is grenzeloos ruim” (psalm 119,96).
Een moderne Hieronymus, dochter van Abraham, een en al oor voor Gods Woord.
Alfons Jaakke pr. 

Lectio divina lingua latina Liturgia Horarum Ad Officium lectionis Die 1 octobris S. TERESIÆ A IESU INFANTE, VIRGINIS H. Theresia van het Kind Jezus In corde Ecclesiæ ego amor ero. In het hart van de Kerk.



Lectio altera

Ex narratióne vitæ sanctæ Terésiæ a Iesu Infánte, vírginis, ab ipsa exaráta
(Manuscrits autobiographiques, Lisieux 1957, 227-229)

Tweede lezing

Uit het levensverhaal van de heilige Teresia van het Kind Jezus (+1897)
(Manuscrits autobiographiques, Lisieux, 1957, blz. 227-229)
In het hart van de Kerk.
Omdat tijdens de meditatie mijn verlangens mij een echte marteling waren, deed ik de brieven van de heilige Paulus open om een antwoord te vinden. Mijn oog viel op het twaalfde en dertiende hoofdstuk van de eerste brief aan de Korintiërs. In het eerstgenoemde hoofdstuk las ik dat niet allen apostelen, profeten of leraars kunnen zijn... dat de Kerk uit verschillende leden bestaat, en dat het oog niet ter zelfder tijd hand kan zijn. Het antwoord was duidelijk, maar stilde mijn verlangens niet, het gaf me geen vrede.

Zonder de moed te verliezen las ik verder, en deze zin vertroostte mij: ‘Gij moet naar de hoogste gaven streven. Maar eerst wijs ik u een weg die verheven is boven alles’ (1 Kor. 12, 31). En dan legt de Apostel uit hoe zelfs de volmaaktste gaven niets zijn zonder de liefde, en dat de liefde de verheven weg is die zeker leidt naar God.

Eindelijk had ik rust gevonden. Bij het beschouwen van het mystieke lichaam, de Kerk, had ik mij in geen van de ledematen die de heilige Paulus beschrijft, herkend, of liever, ik wilde me in alle ledematen herkennen. De liefde gaf mij de sleutel van mijn roeping. Ik begreep dat, als de Kerk een lichaam is dat uit verschillende ledematen is samengesteld, het noodzakelijkste en edelste lid haar niet kan ontbreken; ik begreep dat de Kerk een hart bezat, en dat dit hart brandde van liefde. Ik begreep dat alleen de liefde de leden van de Kerk tot handelen aanzette, en dat, als het vuur van de liefde gedoofd zou worden, de apostelen zouden ophouden het evangelie te verkondigen, de martelaren zouden weigeren hun bloed te vergieten. Ik begreep dat de liefde alle roepingen insloot, dat de liefde alles was, dat zij alle tijden en alle plaatsen omvatte, in één woord: dat zij eeuwig is!

Toen heb ik in de overmaat van mijn uitzinnige vreugde uitgeroepen: O Jezus, mijn Liefde, eindelijk heb ik mijn roeping gevonden: mijn roeping is liefde! Ja, ik heb mijn plaats in de Kerk gevonden, en deze plaats, mijn God, hebt Gij mij gegeven: in het hart van de Kerk, mijn moeder, zal ik de liefde zijn. Zo zal ik alles zijn. Zo wordt mijn droom werkelijkheid!

Exclusief voor kinderen 1 oktober H. Theresia van Lisieux Leer ons, net als de heilige Theresia om gewoon goed te zijn.


We zijn in een winkel waar de mensen kant kopen. Vader moet hard werken, want er zijn al acht kinderen die hij te eten moet geven. En nu is er nog een negende kindje op komst. Vader en moeder zijn daar even goed blij mee. Het is 2 januari 1873 en we zijn in Normandië. Dat is in het noordwesten van Frankrijk. In het huis van vader Martin wordt het negende kindje geboren. Ze noemen haar Theresia. Het kindje blijkt al gauw niet zo erg gezond te zijn.

Wanneer de kleine Theresia vier jaar is geworden gaat haar moeder naar de hemel. Dat vindt Theresia natuurlijk heel erg. Ze gaat zich een beetje in zichzelf opsluiten. Ze praat niet veel met anderen. Maar ze verlangt er wel heel erg naar, dat andere mensen van haar houden. Ze moet als meisje twee jaar thuis blijven, omdat ze koorts heeft en erge hoofdpijn. Op een dag is het weer heel goed met Theresia. Ze zegt dat Maria haar heeft beter gemaakt. Intussen zijn vier van haar zusjes naar het klooster gegaan. Het is een heel streng klooster. Het zijn de karmelietessen. Theresia wil daar ook naar toe. Maar dat zal wel niet gaan. Om zo streng te leven, moet je sterk zijn. Want de zusters staan altijd heel vroeg op, en ook ’s nachts komen ze naar de kapel om te bidden. Overdag moeten ze hard werken. En heel vaak vasten de zusters. Dat betekent, dat ze maar weinig eten. Zo’n leven zal Theresia nooit kunnen volhouden. Bovendien, ze is pas vijftien.

Theresia mag toch naar het klooster. Nu moet je eens goed nadenken. Een meisje dat de jongste is, die bovendien nog altijd ziek is. Wat zou daarmee gebeuren? Natuurlijk, die wordt heel erg verwend. Die is ook gewend om altijd haar zin te krijgen. En zo’n meisje gaat nu naar het klooster. Daar moet ze heel gewoon luisteren naar de moeder overste. Daar krijgt ze niet altijd haar zin. Wat denk je, zal dat voor Theresia gemakkelijk geweest zijn?

Maar Theresia houdt heel veel van Jezus. En daarom wil ze helemaal van Hem zijn. Dus gaat ze in het klooster. Ze moet soms heel erg tegen zichzelf vechten. Als ze het heel moeilijk heeft, wil ze graag naar moeder overste lopen om te gaan klagen en om getroost te worden. Toch gaat ze vaak niet verder dan de deur van de kamer van de overste. Ze gaat niet naar binnen. Ze wil met Jezus samen vechten tegen haar verwend-zijn. Om daar goed tegen te kunnen vechten, gaat Theresia haar best doen, om de gewone dingen heel goed te doen. Ze wil niet opvallen. Gewoon de dingen doen, die een zuster doet, maar dan wel heel goed. Ze wil zo helemaal van Jezus worden en niet altijd aan zichzelf denken.

Toen heeft ze iets heel dappers tegen Jezus gezegd: “Jezus, mag ik een balletje in Uw handen zijn. Wanneer U wilt, dan mag U met me spelen. Maar U mag me ook in de hoek laten liggen en helemaal niet met me spelen. Dan zal ik geduldig wachten, totdat U Uw kleine balletje weer opraapt.”

Begrijp je wat Theresia daar zegt? Ze wil dat Jezus helemaal de baas van haar wordt. Als Jezus haar wil laten merken dat Hij van haar houdt, dan zal ze daar heel blij mee zijn. Maar als ze niets van Jezus merkt, dan zal ze niet mopperen. Zo heeft het verwende meisje gevochten tegen haar eigen willetje. Jezus stelt haar dan op de proef. Theresia moet naar een zuster luisteren die heel streng tegen haar is, en die wel eens verkeerd over Theresia denkt. Dat doet Theresia natuurlijk veel pijn. Maar ze is lief gebleven en heeft al die offertjes aan Jezus gegeven. Wanneer ze nog maar vierentwintig jaar oud is, komt Jezus haar halen.

En al heel vlug na haar dood heeft de paus van Rome gezegd, dat ze een heilige is. In Lisieux kun je het klooster nog zien, waar Theresia heeft geleefd. Daar ligt haar lichaam in een wassen beeld in de kerk.

Theresia is de patrones van de missie. We vieren haar feest op 1 oktober.

Grote Vader in de hemel, wij zijn ook maar klein en gewoon. Leer ons, net als de heilige Theresia om gewoon goed te zijn. Laat ons de kleine dingen van elke dag zo goed mogelijk doen. Dan zullen we ook bij U in de hemel mogen komen. Amen.

Story of Saint Therese of Lisieux | Stories of Saints for Kids | English

1 oktober H. THERESIA VAN LISIEUX, kloosterlinge en kerklerares


Toespraak paus Benedictus XVI tijdens de algemene audiëntie 6 april 2011
Dierbare broeders en zusters,
Ik zou u vandaag willen spreken over de heilige Theresia van Lisieux, Theresia van het Kind Jezus en het Heilig Aanschijn, die slechts 24 jaar op deze wereld leefde, op het einde van de XIXe eeuw en een heel simpel en verborgen leven leidde, maar na haar dood en de publicatie van haar geschriften, één van de meest gekende en geliefde heiligen geworden is. De “kleine Theresia” heeft nooit opgehouden de simpelste zielen te helpen, kleinen, armen, lijdende mensen die tot haar baden, maar zij heeft eveneens met haar diepe spirituele leer heel de Kerk verlicht, zodanig dat de eerbiedwaardige Paus Johannes Paulus II haar in 1997 de titel van Kerklerares heeft willen verlenen (H. Paus Johannes Paulus II - Apostolische Brief
Divini amoris scientia) De H. Theresia van het Kind Jezus en van het Heilig Gelaat wordt tot kerklerares uitgeroepen (19 oktober 1997) bij die van Patrones van de Missies, die Pius XI haar in 1939 had verleend. Mijn veelgeliefde voorganger noemde haar “specialiste in de ‘scientia amoris’ (
H. Paus Johannes Paulus II, Apostolische Brief, Een nieuw millennium, Novo millennio ineunte (6 jan 2001), 42.
Deze wetenschap, die heel de waarheid van het geloof ziet schitteren in de liefde, verwoordt Theresia hoofdzakelijk in haar levensverhaal, een jaar na haar dood gepubliceerd onder de titel “ Histoire d'une âme” (Geschiedenis van een ziel). Het is een boek dat onmiddellijk enorm succes kende, in vele talen vertaald en over de wereld verspreid werd. Ik zou u willen uitnodigen deze kleine en grote schat te herontdekken, deze lichtende commentaar op het Evangelie die zij ten volle beleefde!
De “Geschiedenis van een ziel” is inderdaad een heerlijke Liefdesgeschiedenis, zo authentiek, simpel en fris verteld dat de lezer niet anders kan dan gefascineerd zijn! Maar wat is die Liefde die heel het leven van Theresia vulde, van haar kindertijd tot haar dood? Dierbare vrienden, deze Liefde heeft een gelaat, draagt een naam, het is Jezus! De heilige spreekt voortdurend over Jezus. Laten wij dan de grote fases van haar leven doorlopen, om door te dringen tot de kern van haar leer.
Theresia wordt geboren op 2 januari 1873 in Alençon, een stad in Normandië, Frankrijk. Zij is de laatste dochter van Louis en Zélie Martin, voorbeeldige echtgenoten en ouders, samen zalig verklaard op 19 oktober 2008. Zij hadden negen kinderen; vier van hen stierven jong. De vijf meisjes bleven in leven en werden allen kloosterlinge. Op de leeftijd van 4 jaar, werd Theresia diep getroffen door de dood van haar moeder (H. Teresia van Lisieux van het Kind Jezus, Manuscrits autobiographiques. [Ms A] 13r) Haar vader vestigde zich toen met zijn dochters in de stad Lisieux, waar heel het leven van de heilige zich zal afspelen. Later werd Theresia, die getroffen werd door een ernstige zenuwziekte, genezen door een genade, die zijzelf omschrijft als de “glimlach van de Maagd” (H. Teresia van Lisieux van het Kind Jezus, Ms A, 29v-30v). Zij ontving daarna de Eerste Communie, die ze intens beleefde (H. Teresia van Lisieux van het Kind Jezus, Ms A, 35r) plaatste Jezus Eucharistie in het centrum van haar leven.
De “genade van Kerstmis” 1886 tekent een belangrijke wending die zij haar “volledige bekering” noemt (H. Teresia van Lisieux van het Kind Jezus, Ms A, 44v-45v). Zij genas namelijk helemaal van haar kinderlijke overgevoeligheid en begint een “reuzenwedloop”. Op de leeftijd van 14, nadert Theresia met een groot geloof steeds dichter tot de gekruisigde Jezus en neemt het schijnbaar hopeloze geval ter harte van een ter dood veroordeelde misdadiger zonder berouw (H. Theresia van Lisieux van het Kind Jezus, Ms A, 45v-46v) . “Ik wou tot elke prijs verhinderen dat hij in de hel terechtkwam”, schrijft de heilige, in de zekerheid dat haar gebed hem in contact zou brengen met het verlossende Bloed van Jezus. Het is haar eerste fundamentele ervaring van geestelijk moederschap: “ik had zoveel vertrouwen in de oneindige Barmhartigheid van Jezus”, schrijft zij. Met de allerheiligste Maagd Maria, bemint, gelooft en hoopt de jonge Theresia met “een moederhart”  (vgl. PR 6/10r).
In november 1887, gaat Theresia met haar vader en zus Céline op bedevaart naar Rome (H. Teresia van Lisieux van het Kind Jezus, Ms A., 55v-67r).  Voor haar is het hoogtepunt de audiëntie bij Paus Leo XIII, aan wie zij de toelating vraagt in te treden in de Carmel van Lisieux; zij was amper 15 jaar. Een jaar later wordt haar verlangen werkelijkheid: zij wordt karmelietes “om de zielen te redden en voor de priesters te bidden” (H. Teresia van Lisieux van het Kind Jezus, Ms A., 69v).
Tegelijk begint ook de pijnlijke en vernederende geestesziekte van haar vader. Het is een groot verdriet dat Theresia brengt tot de contemplatie van het Aanschijn van Jezus in Zijn lijden (H. Teresia van Lisieux van het Kind Jezus, Ms A., 71rv).
Zo drukt de naam van de kloosterlinge – zuster Theresia van het Kind Jezus en het Heilig Aanschijn – het programma uit van heel haar leven, in de gemeenschap met de centrale mysteries van de Menswording en Verlossing. Haar religieuze professie op het feest van de Geboorte van Maria, op 8 september 1890, is voor haar een waar geestelijk huwelijk in evangelische “kleinheid”, gekenmerkt door het symbool van de bloem: “Welk een mooi feest, de Geboorte van Maria, om Jezus’ bruid te worden! – schrijft zij – zij was de kleine heilige maagd van toen die haar kleine bloem aan de kleine Jezus geeft” H. Teresia van Lisieux van het Kind Jezus, Ms A., 77r). Voor Theresia betekent kloosterlinge zijn, bruid van Jezus zijn en moeder van de zielen (H. Teresia van Lisieux van het Kind Jezus, Ms B., 2v). Dezelfde dag schrijft de heilige een gebed dat naar heel haar levensoriëntatie verwijst: zij vraagt Jezus de gave van de oneindige Liefde, de kleinste te zijn, en zij vraagt vooral het heil van alle mensen: “Moge geen enkele ziel vandaag vervloekt zijn” (Pr. 2). Haar Offerande aan de Barmhartige Liefde, op het feest van de Allerheiligste Drieëenheid, 1895, is van groot belang (H. Teresia van Lisieux van het Kind Jezus, Ms A., 83v-84r) : een offerande die Theresia onmiddellijk met haar medezusters deelde, zij was reeds assistente novicemeesteres.
Tien jaar na de “genade van Kerstmis”, in 1896, komt de “genade van Pasen” die de laatste periode in het leven van Theresia inzet met de aanvang van haar lijden in diepe vereniging met het lijden van Jezus. Het is lichamelijk lijden, met de ziekte die doorheen veel lijden naar haar dood zal voeren, maar het is vooral zielenlijden, met een heel pijnlijke beproeving van het geloof (H. Teresia van Lisieux van het Kind Jezus, Ms C, 4v-7v). Met Maria naast Jezus’ Kruis, beleeft Theresia dan het meest heldhaftige geloof als een licht in de duisternis dat haar ziel overstroomt. De karmelietes is zich ervan bewust deze grote beproeving door te maken voor het heil van alle atheïsten in de moderne wereld, die zij “broeders” noemt. Zij beleeft de broederliefde dan nog intenser (H. Teresia van Lisieux van het Kind Jezus,. Ms C, 8r-33v): voor de zusters van haar gemeenschap, voor haar twee geestelijke broeders missionarissen, voor de priesters en alle mensen, in het bijzonder die het meest veraf zijn. Zij wordt werkelijk een “universele zuster”! Haar innemende en glimlachende liefde is de uitdrukking van haar diepe vreugde waarvan zij ons het geheim onthult: “Jezus, het is mijn vreugde U te beminnen” (P 45/7). In deze lijdenscontext, door de kleine dingen van het dagelijks leven met een grote liefde te beleven, brengt de heilige haar roeping - in het hart van de Kerk de liefde te zijn - tot voltooiing (H. Teresia van Lisieux van het Kind Jezus, Ms B, 3v).
Theresia sterft op de avond van 30 september 1897 terwijl zij de simpele woorden zegt, “Mijn God, ik bemin U!”, en zij naar het kruisbeeld kijkt dat ze in de handen houdt. Deze laatste woorden van de heilige zijn de sleutel van heel haar leer, van haar interpretatie van het Evangelie. De daad van liefde die zij in haar laatste adem verwoordt, was als de onophoudelijke ademhaling van haar ziel, als haar hartslag. De simpele woorden “Jezus, ik bemin U” staan in het centrum van al haar geschriften. De daad van liefde voor Jezus dompelt haar onder in de Allerheiligste Drieëenheid. Zij schrijft:
“O, Gij weet het, Goddelijke Jezus, ik bemin U,
de Geest van Liefde ontvlamt mij met Zijn vuur,
door U te beminnen trek ik de Vader aan”  (P 17/2) 7
Dierbare vrienden, ook wij zouden met de heilige Theresia van het Kind Jezus elke dag tot de Heer moeten herhalen dat wij willen leven uit liefde voor Hem en voor de anderen, dat wij in de leerschool van de heiligen willen leren liefhebben op een authentieke en totale manier. Theresia is één van de “kleinen” uit het Evangelie die zich door God laten binnenleiden in de diepte van Zijn mysterie. Een gids voor allen, vooral voor hen die in het volk Gods het ambt beoefenen van theoloog. Met nederigheid en liefde, geloof en hoop, gaat Theresia voortdurend tot in het hart van de Heilige Schrift die het Mysterie van Christus omsluit. En deze lezing van de Bijbel, gevoed door de kennis van de liefde, is niet tegengesteld aan academische kennis. De wetenschap van de heiligen, waarover zij zelf spreekt op de laatste bladzijde van de “Geschiedenis van een ziel” is inderdaad de hoogste kennis. “Alle heiligen hebben het begrepen en vooral misschien degenen die het heelal vullen met de verlichting van de Evangelische leer. Is het niet uit het gebed dat heiligen als Paulus, Augustinus, Johannes van het Kruis, Thomas van Aquino, Franciscus van Assisi, Dominicus Guzman en zo vele andere beroemde vrienden van God, deze Goddelijke kennis geput hebben die de grootste genieën in vervoering brengt?” (H. Teresia van Lisieux van het Kind Jezus, Ms C, 36r). Onafscheidelijk van het Evangelie, is voor Theresia de Eucharistie het Sacrament van de Goddelijke Liefde die zich tot het uiterste verlaagt om ons tot Hem te verheffen. In haar laatste Brief (H. Teresia van Lisieux van het Kind Jezus, Brieven), op een prentje dat het Kind Jezus in de geconsacreerde Hostie voorstelt, schrijft de heilige deze simpele woorden: “Ik kan geen angst hebben van een God die zich voor mij zo klein gemaakt heeft! (...) Ik bemin Hem want Hij is slechts Liefde en Barmhartigheid!”  (LT 266).
In het Evangelie ontdekt Theresia vooral de barmhartigheid van Jezus, zodat zij beweert: “Mij heeft Hij Zijn oneindige barmhartigheid gegeven en daar doorheen schouw en aanbid ik de andere Goddelijke volmaaktheden! (...). Dan lijkt alles mij stralend van liefde, zelfs de Gerechtigheid (en misschien nog meer dan al de andere) lijkt mij met liefde bekleed” (H. Teresia van Lisieux van het Kind Jezus, Ms A, 84r).. Zo schrijft zij op de laatste regels van de “Geschiedenis van een ziel”: “Ik moet slechts de ogen op het Heilig Evangelie werpen en dadelijk adem ik de geuren in van Jezus’ leven en weet ik naar waar ik lopen moet ... het is niet naar de eerste, doch naar de laatste plaats dat ik mij begeef ... Ja ik voel het, zelfs al had ik alle zonden op mijn geweten die men kan begaan, ik zou mij met een gebroken hart van berouw in Jezus’ armen werpen, omdat ik weet hoezeer Hij van de verloren zoon houdt die naar Hem terugkeert”  (H. Teresia van Lisieux van het Kind Jezus, Ms C, 36v-37r).
“Vertrouwen en liefde” zijn dus het eindpunt van haar levensverhaal, twee woorden die heel haar weg van heiligheid verlicht hebben als lichtbakens, om anderen te kunnen leiden op haar eigen “ Kleine Weg van vertrouwen en liefde”, van het geestelijk kindschap (H. Teresia van Lisieux van het Kind Jezus, Ms C, 2v-3r) LT 226. Vertrouwen als dat van een kind dat zich overgeeft aan Gods handen, en onafscheidelijk is van een sterk engagement, radicaal door ware liefde die totale zelfgave is, voor altijd, zoals de heilige zegt wanneer ze Maria schouwt: “Beminnen is alles geven en zichzelf geven” (Waarom ik U bemin, o Maria”, P 54/22). Zo wijst Theresia iedereen erop dat het christenleven erin bestaat de doopgenade ten volle te beleven in volledige zelfgave aan de liefde van de Vader, om in Christus, in het vuur van de Heilige Geest, zijn liefde voor de anderen te beleven.

Credo quod Redemptor meus vivit - Gedachtenisoctaaf Allerzielen met toelichting

Tijdens het “gedachtenisoctaaf” van Allerzielen gaan we als communiteit dagelijks in processie naar het kerkhof bij de basiliek en houden we statie bij de graven van onze medezusters.

Op de heen- en terugweg worden psalmen gezongen en bij de graven een respons met afsluitend gebed.

Vandaag wordt als zijn vroeg Credo het getuigenis van “de rechtvaardige man Job” bezongen, waarin hij zijn geloof in de levende Verlosser uitspreekt alsook de rotsvaste geloofszekerheid zelf eens te zullen verrijzen en met eigen lichaam, met eigen ogen – ik en geen ander – zijn Redder te zullen zien. Zoals Christus overging van het lijden, de dood en de nacht in het graf tot de eeuwige vreugde, tot de verrijzenis en het eeuwige leven, zo verwoordt Job de paasjubel die hem ten deel zal vallen en mag op hem worden toegepast: “Gij hebt mijn gejammer in een reidans veranderd, mijn rouwkleed verscheurd, met vreugde mij omgord!” (Ps 29[30],12)

Credo quod Redemptor meus vivit,
et in novissimo die de terra surrecturus sum;
et in carne mea videbo Deum Salvatorem meum.
V. Quem visurus sum : ego ipse, et non alius,
et oculi mei conspecturi sunt.

Job 19,25.26 V. 27

Ik geloof dat mijn Verlosser leeft,
en op de jongste dag zal ik uit de aarde verrijzen;
vanuit mijn vlees zal ik God mijn Verlosser aanschouwen.
V. Hem zal ik zien, ik en geen ander,
en mijn ogen zullen Hem aanschouwen.




Afgesloten wordt met het volgende gebed:

God, Gij zijt de glorie van het die in U geloven en het leven van hen die U trouw zijn.
Door de Dood en de Verrijzenis van Uw Zoon hebt Gij ons verlost. Wees uw overleden dienaressen genadig, opdat zij die het mysterie van de Verrijzenis hebben beleden de vreugde ontvangen van de eeuwige gelukzaligheid.

Bij het overlijden van een dierbare overledene - Kings College Faure Pie Jesu and Agnus Dei

woensdag 29 september 2021

St. Jerome - short movie



St. Jerome, who was born Eusebius Hieronymous Sophronius, was the most learned of the Fathers of the Western Church. He was born about the year 342 at Stridonius, a small town at the head of the Adriatic, near the episcopal city of Aquileia. His father, a Christian, took care that his son was well instructed at home, then sent him to Rome, where the young man's teachers were the famous pagan grammarian Donatus and Victorinus, a Christian rhetorician. Jerome's native tongue was the Illyrian dialect, but at Rome, he became fluent in Latin and Greek, and read the literatures of those languages with great pleasure. His aptitude for oratory was such that he may have considered law as a career. He acquired many worldly ideas, made little effort to check his pleasure-loving instincts, and lost much of the piety that had been instilled in him at home. Yet in spite of the pagan and hedonistic influences around him, Jerome was baptized by Pope Liberius in 360. He tells us that "it was my custom on Sundays to visit, with friends of my own age and tastes, the tombs of the martyrs and Apostles, going down into those subterranean galleries whose walls on both sides preserve the relics of the dead." Here he enjoyed deciphering the inscriptions. 

Benedictus XVI over H. Hiëronymus "het Woord van God in de Heilige Schrift leren lief te hebben"

Uit een toespraak van Benedictus XVI tijdens de algemene audiënties over de Kerkvaders in 2007

"Het woord van God in de H. Schrift leren liefhebben"

(…) Na de dood van paus Damasus, verliet Hiëronymus Rome in 385 en ondernam een pelgrimstocht, eerst naar het Heilig Land, de stilzwijgende getuige van het aardse leven van Christus, en vervolgens naar Egypte, het voorkeursland van veel monniken (vgl. Contra Rufinum 3,22; Ep. 108,6-14). In 386 verbleef hij in Bethlehem waar door de vrijgevigheid van de Romeinse adellijke Paula een klooster voor mannen, een voor vrouwen en een gasthuis voor de pelgrims naar het heilige Land werden opgericht, “vanuit de gedachte dat Jozef en Maria geen plaats in de herberg gevonden hadden” (Ep. 108, 14).
Hij bleef in Bethlehem tot aan zijn dood en ontplooide daar een geweldige activiteit: hij schreef commentaren bij het Woord van God, verdedigde het geloof door zich krachtig te verzetten tegen diverse ketterijen, spoorde de monniken aan tot volmaaktheid, onderrichtte de klassieke en christelijke cultuur aan jonge leerlingen, en ontving met het hart van een herder de pelgrims die het Heilig Land bezochten. Hij stierf in zijn cel, dicht bij de Geboortegrot, op 30 september 419/420.

Zijn literaire voorbereiding en zijn brede eruditie maakten Hiëronymus de herziening en vertaling mogelijk van veel bijbelse teksten: een kostbaar werk voor de Latijnse Kerk en voor de westerse cultuur. Op basis van de oorspronkelijke teksten in het Grieks en in het Hebreeuws en dankzij de vergelijking met eerdere vertalingen, verwezenlijkte hij de herziening van de vier Evangelies in de Latijnse taal, vervolgens van het Psalmenboek en van een groot deel van het Oude Testament. Rekening houdend met de oorspronkelijke Hebreeuwse en Griekse tekst, met de Septuagint, de klassieke Griekse vertaling van het Oude Testament die teruggaat op de voorchristelijke tijd, en met eerdere Latijnse vertalingen, kon Hiëronymus, bijgestaan door andere medewerkers, een betere vertaling leveren: deze vormt de zogenaamde  “Vulgaat” , de “officiële” tekst van de Latijnse Kerk, die als zodanig erkend is op het Concilie van Trente, en die, na de recente herziening de “officiële” tekst van de Latijnstalige Kerk blijft.
Wat kunnen wij van onze kant leren van Hiëronymus? Mij lijkt vooral dit: het Woord van God in de Heilige Schrift liefhebben. Hiëronymus zegt: “De Schriften niet kennen, is Christus niet kennen”, daarom is het belangrijk dat iedere christen in contact en in persoonlijk gesprek leeft met het Woord van God, dat ons in de H. Schrift is gegeven.
Dit gesprek van ons met de Schrift moet altijd twee dimensies hebben: van de ene kant moet het een werkelijk persoonlijk gesprek zijn, want God spreekt met ieder van ons door de H. Schrift en heeft voor ieder een boodschap. Wij moeten de Schrift niet lezen als een Woord uit het verleden, maar als het Woord van God die zich ook tot ons richt en wij moeten trachten te begrijpen wat de Heer ons wil zeggen. Maar om niet tot individualisme te hervallen, moeten wij voor ogen houden dat het Woord van God ons juist geschonken is om gemeenschap op te bouwen, om ons in de waarheid te verenigen  op onze weg naar God. Hoewel het dus altijd een persoonlijk Woord is, is het ook een Woord dat gemeenschap opbouwt, dat de Kerk opbouwt. Daarom moeten wij het lezen in gemeenschap met de levende Kerk.

Een bevoorrechte plaats voor het lezen en beluisteren van het Woord van God is de liturgie. Doordat we daarin het Woord vieren en het Lichaam van Christus sacramenteel tegenwoordig stellen, actualiseren we het Woord in ons leven en maken we dat het onder ons aanwezig is. Nooit mogen we vergeten dat het Woord van God de tijden overstijgt. De menselijke opvattingen komen en gaan. Wat vandaag de dag allermodernst is, zal morgen het alleroudst zijn. Het Woord van God is daarentegen Woord van eeuwig leven, draagt de eeuwigheid in zich wat voor altijd geldt. Door het Woord van God in ons te dragen, dragen wij in ons het eeuwige, het eeuwig leven.

En zo sluit ik af met een woord van de heilige Hiëronymus aan de heilige Paulinus van Nola. Daarin drukt de grote exegeet juist deze werkelijkheid uit, dat wij namelijk in het Woord van God de eeuwigheid, het eeuwig leven ontvangen. De heilige Hiëronymus zegt: “Laten we trachten op aarde die waarheden te leren waarvan de geldigheid ook in de hemel voortduurt” (Ep. 53,10).

Pope Francis' Apostolic Letter on Sacred Scripture and St. Jerome - "Scripturae Sacrae Affectus" - "an ever deeper understanding of the Christian mystery." FULL TEXT

In this regard, I often think of the experience a young person can have today entering a bookshop in his or her city, or visiting an Internet site, to look for the section on religious books. In most cases, this section, when it exists, is not only marginal but poorly stocked with works of substance. Looking at those bookshelves or webpages, it is difficult for a young person to understand how the quest of religious truth can be a passionate adventure that unites heart and mind; how the thirst for God has inflamed great minds throughout the centuries up to the present time; how growth in the spiritual life has influenced theologians and philosophers, artists and poets, historians and scientists. One of the problems we face today, not only in religion, is illiteracy: the hermeneutic skills that make us credible interpreters and translators of our own cultural tradition are in short supply. I would like to pose a challenge to young people in particular: begin exploring your heritage. Christianity makes you heirs of an unsurpassed cultural patrimony of which you must take ownership. Be passionate about this history which is yours. Dare to fix your gaze on the young Jerome who, like the merchant in Jesus’ parable, sold all that he had in order to buy the “pearl of great price” (Mt 13:46).

volledige tekst van dit prachtige document


1600e verjaardag van de dood van de H. Hieronymus - "The God who speaks"

 


Scripture is at the centre of everything the Church does. The word of God shapes our prayer and worship. 

The Bible shows us how to understand the world, how we are called to live and relate to each other.‘Everyone should carry a small Bible or pocket edition of the Gospels and should find at least a few minutes every day to read the word of God.’ (Pope Francis, 2014)

2020 is the 10th anniversary of Verbum Domini – Pope Benedict XVI’s Apostolic Exhortation on ‘The Word of the Lord’ and 

the 1,600 anniversary of St Jerome’s death. 

These dates have inspired the Catholic Bishops’ Conference of England & Wales, in partnership with Bible Society, to launch this exciting initiative ‘The God who Speaks’.

Saint Jerome recalls that we can never read Scripture simply on our own. We come up against too many closed doors and we slip too easily into error. The Bible was written by the People of God for the People of God, under the inspiration of the Holy Spirit. Only in this communion with the People of God can we truly enter as a “we” into the heart of the truth that God himself wishes to convey to us.[89] Jerome, for whom “ignorance of the Scriptures is ignorance of Christ”,[90] states that the ecclesial dimension of biblical interpretation is not a requirement imposed from without: the Book is the very voice of the pilgrim People of God, and only within the faith of this People are we, so to speak, attuned to understand sacred Scripture. An authentic interpretation of the Bible must always be in harmony with the faith of the Catholic Church. He thus wrote to a priest: “Remain firmly attached to the traditional doctrine that you have been taught, so that you may exhort according to sound doctrine and confound those who contradict it”. Verbum |Domini [91]

zie voor nog veel meer informatie de website voor dit jubileumjaar van de bisschoppenconferentie van Engeland en Wales

30 september: de heilige Hieronymus


Martyrologium Romanum

30 september: de heilige Hieronymus


De gedachtenis van de heilige Hieronymus [347-420], priester en kerkleraar, die in Dalmatië werd geboren; te Rome maakte hij zich een volledige vorming in de letteren eigen, welke hij ook op voortreffelijke wijze beoefende, en daar werd hij ook gedoopt. Gegrepen door het ideaal van het contemplatieve leven, koos hij vervolgens voor een ascetische levenswijze, reisde naar het oosten en werd priester gewijd. Na zijn terugkeer te Rome werd hij secretaris van paus Damasus, maar hij vestigde zich daarna te Bethlehem in Juda, waar hij de eenzaamheid van het monnikenleven zocht en zich ontwikkelde tot een uitnemend geleerde in het vertalen en verklaren van de Heilige Schrift. Op bewonderenswaardige wijze zette hij zich in voor de Kerk en haar talrijke noden. Op hoge leeftijd ging hij ten slotte de eeuwige rust binnen.

Lectio divina 30 september H. Hieronymus - De heilige Schrift niet kennen, is Christus niet kennen.

Uit het commentaar van de heilige priester Hiëronymus († 420) op de profeet Jesaja

De heilige Schrift niet kennen, is Christus niet kennen.

Ik geef wat ik schuldig ben, gehoorzaam aan de voorschriften van Christus, die zegt: ‘Onderzoekt de Schriften’ (Joh. 5, 39), en: ‘Zoekt en gij zult vinden’ (Mt. 7, 7) om niet het andere woord te horen: ‘Gij vergist u, omdat gij noch de Schrift noch Gods macht kent’ (Mt. 22, 29). Want als Christus volgens de apostel Paulus ‘Gods kracht en Gods wijsheid’ (1 Kor. 1, 24) is, zal ook hij die de heilige Schrift niet kent, Gods kracht en Gods wijsheid niet kennen. De heilige Schrift niet kennen, is Christus niet kennen.
Daarom zal ik de huisvader navolgen die uit zijn schat nieuw en oud te voorschijn haalt (vgl. Mt. 13, 52); en ook de bruid die in het Hooglied zegt: ‘Jonge vruchten en oude: ik spaarde ze voor u, mijn beminde’ (Hoogl. 7, 14). En zo ga ik Jesaja uitleggen om hem niet alleen als profeet, maar ook als evangelist en apostel voor te stellen. Want hij zegt over zichzelf en de overige evangelisten: ‘Hoe welkom zijn de voeten van de vreugdeboden die de vrede komen melden en het goede nieuws brengen’ (Jes. 52, 7). En tot hem spreekt God als tot een apostel: ‘Wie zal Ik zenden en wie zal gaan in onze Naam?’ En hij antwoordde: ‘Hier ben ik, zend mij’ (Jes. 6, 8).
Men mene niet dat ik de onderwerpen van dit boek kort wil samenvatten, omdat dit gedeelte van de heilige Schrift alle mysteries van de Heer bevat. Hij wordt verkondigd als de Emmanuël, geboren uit de Maagd, als bewerker van schitterende daden en tekenen, als gestorven en begraven en verrezen uit de doden en als de Verlosser van alle volken. Wat zou ik hier gaan spreken over menselijke wetenschappen? Immers, al wat er in de heilige Schrift aan heiligs staat opgetekend, al wat de menselijke taal kan voortbrengen en wat het verstand kan bevatten, ligt in dit boek van de profeet opgesloten. Over de mysteries erin getuigt de schrijver zelf: ‘Elk visioen is voor u als de tekst van een verzegeld boek: geeft men het aan iemand die kan lezen met het verzoek: lees dit eens, dan zal hij zeggen: dat kan ik niet, het is verzegeld. Geeft men het aan iemand die niet kan lezen, met het verzoek: lees dit eens, dan zegt hij: ik kan niet lezen’ (Jes. 29, 11-12).
Als dit iemand niet veel zegt, laat hij dan eens luisteren naar dit andere woord van de apostel Paulus: ‘Wat de profeten betreft: twee of drie mogen het woord voeren en de overigen moeten het beoordelen. Wanneer een ander, die nog gezeten is, een openbaring krijgt, moet de eerste zwijgen’ (1 Kor. 14, 29 -30). Maar hoe kunnen zij zwijgen, daar het in de macht van de Geest ligt, die door de profeten spreekt, om ofwel te zwijgen ofwel te spreken? Want als zij begrepen wat zij zeiden, is alles vol wijsheid en verstand. Er kwam ook geen luchtstroom, door de stem bewogen, tot hun oren. Maar God sprak in de geest van zijn profeten, volgens hetgeen een andere profeet zegt: ‘De engel die in mij sprak’ (Zach. 1, 9), en: ‘Hij heeft de Geest van zijn Zoon in ons hart gezonden die roept: Abba, Vader!’ (Gal. 4, 6), en: ‘Ik zal luisteren naar hetgeen de Heer God in mij spreekt’ (Ps. 85 (84), 9 - LXX).

30 september Gedachtenis van de H. Hiëronymus "Een voorbeeld van “amor Verbi Dei” = de liefde voor het Woord van God".


De inleiding van het missaal vertelt ons dat hij omstreeks het jaar 340 werd geboren in  Dalmatië, het tegenwoordige Kroatië. Hij ging in Rome studeren en werd er ook gedoopt. Hij ging terug naar het Midden-Oosten om er als kluizenaar te leven. Eenmaal priester gewijd ging hij terug naar Rome en werd secretaris van paus Damasus die hem verzocht de heilige Schrift in het Latijn te vertalen, en reeds bestaande Latijnse weergave te verbeteren en te stroomlijnen. Deze vertaling staat bekend als de Vulgata – dat betekent: de onder het volk verspreide – en wordt tot op de dag van vandaag nog steeds, zij het in gecorrigeerde vorm, in onze Kerk uitgegeven, gelezen en voorgelezen in de liturgie. Hierna bracht hij de rest van zijn leven door in Bethlehem. Daar  maakte hij zich op nog andere wijze voor de Kerk bijzonder verdienstelijk, namelijk door zijn vele theologische werken en bijbelcommentaren. Hij stierf in het jaar 420.
Voor mij als jonge theologant en monnik was hij een voorbeeld van “amor Verbi Dei” = de liefde voor het Woord van God. In de hymne van de lauden vielen mij de woorden op “scrutanda studuit”, in navolging van Jezus’woorden: “Scrutamini Scripturas” Johannes 5,39. Al onderzoekend, al navorsend bestudeerde hij de heilige teksten. Je zou kunnen zeggen: hij pluisde ze na, hij kroop erdoor heen om zo de verborgen schatten van de bijbel bloot te leggen. Je zou hem kunnen vergelijken met een mijnwerker, met een grondonderzoeker die schachten graaft om kostbare ertsen en metalen naar boven te halen. Ik legde dan ook meteen verband met de lectio brevis van deze ochtend, genomen uit Jeremia 15 vers 16: “Telkens als ik uw woorden hoorde, nam ik ze als voedsel tot mij. Uw woorden gaven mij een diepe vreugde”. Het symbolische opeten en verwerken van Gods woorden komen nog plastischer terug in die andere grote profeet van de ballingschap, namelijk Ezechiël die getuigt: “De stem zei tegen mij: Mensenkind, eet op wat je wordt voorgehouden, eet deze rol op en ga naar de Israëlieten om te profeteren. Ik opende mijn mond en kreeg de boekrol te eten, en de stem zei: Mensenkind, vul je maag en je buik met deze rol die ik je geef. Ik at de rol op, hij was zo zoet als honing” Ezechiël 3, 1-3.  En via Jeremia en Ezechiël kom ik tot het boek Openbaring waar Johannes ons vertelt: “Toen hoorde ik opnieuw die stem uit de hemel. Hij zei tegen mij: Haal de geopende boekrol die de engel  in zijn hand heeft. Ik ging naar de engel toe en vroeg om het boekje. Hij reikte mij het aan en zei: Eet het op. Het zal branden in je maag, maar in je mond zo zoet zijn als honing. Ik pakte het boekje aan en at het op. Het smaakte zoet als honing, maar nadat ik het opgegeten had, brandde het in mijn maag” Openbaring 10, 8-10.
Wanneer we van tijd tot tijd psalm 19 bidden en ook psalm 119, dan horen we de volgende teksten in onze oren klinken: “Uw woorden zijn begeerlijker dan goud, dan fijn goud in overvloed, en zoeter dan honing, dan honing vers uit de raat (19,11). En ook: “Goed voor mij is de wet uit uw mond, beter dan een schat aan goud en zilver”.  En nog: “Hoe zoet zijn uw woorden voor mijn gehemelte, zoeter dan honing voor mijn mond” psalm 119 vers 72 en 103. De woorden van de Schrift moeten gekauwd, vermalen en doorgeslikt worden. Ze moeten door heel ons lijf gaan om verwerkt te worden en  om de sensaties op te doen van zoet en zuur, van versterkend en troostend ,van heerlijk en soms ook bitter. Omstanders zeiden van Jezus’ uitspraken:  “Dit zijn harde woorden, wie kan daarnaar luisteren?” Maar Simon Petrus zei:  “U spreekt woorden die eeuwig leven geven” Johannes 6 vers 60 en 68. Daarom wil ik besluiten met die lapidaire uitspraak van Hiëronymus uit de lectio altera van hedenochtend: “Ignoratio Scripturarum ignoratio Christi est”, wat betekent: het niet kennen van de Schriften staat gelijk met het niet kennen van Christus”.  Voor ons nu een aansporing om de woorden van de Schrift dagelijks in te drinken, ze te maken tot ons “voedsel uit de hemel”. Amen.
Alfons Jaakke pr. 

Herdenking sterfdag Jan van Abroek met lied geschreven door zr. M. Reinhilde

Jaarlijks gedenken de Kanunnikessen van het Heilig Graf te Sint-Odiliënberg in hun kapittel vóór Pasen de liturgische sterfdag van hun stichter Jan van Abroek met de volgende tekst:

Op de octaafdag van Pasen in het jaar 1510 overleed onze eerbiedwaardige en geestelijke vader Johannes van Abroeck, prior van Sint-Odiliënberg, aartsprior en provinciaal van de Orde van het Heilig Graf van onze Heer in Nedergermanië. Moge de ziel van hem, die heel zijn leven heilig, in ootmoed en met zeer grote ijver voor de uitbreiding van de kloosters van de orde werkte en aan zijn volgelingen een voorbeeld van verduldigheid en nederigheid  naliet, rusten in vrede.
(Necrologium)

In de opgang naar de octaafdag van Pasen eren en danken de kanunnikessen van priorij Thabor op de kerkberg te Sint Odiliënberg hun grote voorganger dagelijks met een huldelied vanaf paasmaandag.
Hij stond in Sint Odiliënberg aan de wieg van de vrouwelijke tak van de orde en gold als stichter van de Sepulcrinessen in de Nederegermaanse provincie. De eerste drie kanunnikessen legden op zondag 8 oktober 1480 in de kerk van Sint Odilienberg – waarvan hij de restauratie ter hand had genomen - hun kloostergeloften af voor prior Jan van Abroek als vertegenwoordiger van de orde, en drie anderen werden ingekleed. Daags daarna reisde het zestal per huifkar naar Kinrooi (België) om daar hun kloosterleven onder de regel van de H. Augustinus, ingekaderd in de spiritualiteit van de Verrijzenis, te beginnen.

Vanaf 1467 had Jan van Abroek op de kerkberg van Sint Odilienberg een klooster voor kanunniken van de H.Graforde opgericht en bewerkte van hieruit een korte maar krachtige bloei van deze orde door het stichten en stimuleren van een groot aantal huizen.

Hulde aan Jan van Abroek
Hij stond gebukt bij ’t grauwe puin van glorie,
Gods eigen huis lag daar voor hem, verwoest!
Met d’eed’le moed van jonge Christusdrager,
droeg hij het vuur, de last en ook de gloed.
“Dit puin spreekt taal”, zo wist de jonge priester,
“dit puin was eens een ruimte voor mijn God.
Het moet herrijzen en Gods lof moet zind’ren
doorheen dit huis, uit minnend hart, uit christenmond.
Mijn God, U hebt mij tot uw dienst geroepen
Ik mag uw priester zijn in eeuwigheid
De door uw Zoon beloofde.
Neem U mijn hart, ‘k aanvaard de strijd!
Voor U te zwoegen wez’ gans mijn werk
ik ben van U, Heer, een zoon van uw Kerk.
Het vuur brak baan, doorgloeid’het jonge leven:
“de lof van God moet klinken op elk uur!”
En, dank zij hem, nieuw leven werd geboren,
Een maagdenschaar, verbond aan d’Heer haar stem.
De blijde zang van ’t eeuwig alleluia,
Werd juichend rein door ‘t need’rig hart vertolkt.
Die zang bleef zweven doorheen zware tijden,
trekt ’t gouden spoor, door ’t dankend koor,
naar onze tijd.
Wij zingen nu de heerlijkheid des Heren
die uit ons dankend hart hemelwaarts stijgt.
Aan God: Drie-Een in liefde,
die ons als bruiden minde.
Zijn glorie wijke nooit uit ons huis:
Hij die verrees, overwon door het Kruis!

Melodie: L’Ange et l’âme
Tekst: Zr. M. Reinhilde crss (1980)

Eerste professie Jan van Abroek

Onze kapel is gereed voor plechtige Hoogmis wegens 70-jarig professie feest van onze zuster M. Reinhilde in combinatie met het verschoven H. Graffeest - 2018



Laatste deel fotoreportage 70-jarig professiefeest Zuster Reinhilde - 2018

Prefessiekaars die opbrandt bij het tabernakel
Kloostercantate



Plechtige Hoogmis b.g.v. Feest Heilig Graf en 70 jarige Professie Zr. Reinhilde in 2018




dinsdag 28 september 2021

29 September Saints Michael, Gabriel and Raphael, Archangels

Benedictus Lauds

The Messiah and his forerunner

Truly I say to you, you will see heaven opened, and God’s angels ascending and descending upon the Son of Man.

Blessed be the Lord, the God of Israel,
  for he has come to his people and brought about their redemption.
He has raised up the sign of salvation
  in the house of his servant David,
as he promised through the mouth of the holy ones,
  his prophets through the ages:
to rescue us from our enemies
  and all who hate us,
to take pity on our fathers,
  to remember his holy covenant
and the oath he swore to Abraham our father,
  that he would give himself to us,
that we could serve him without fear
 – freed from the hands of our enemies –
in uprightness and holiness before him,
  for all of our days.
And you, child, will be called the prophet of the Most High:
  for you will go before the face of the Lord to prepare his path,
to let his people know their salvation,
  so that their sins may be forgiven.
Through the bottomless mercy of our God,
  one born on high will visit us
to give light to those who walk in darkness,
  who live in the shadow of death;
  to lead our feet in the path of peace.
Glory be to the Father and to the Son
  and to the Holy Spirit,
as it was in the beginning,
  is now, and ever shall be,
  world without end.
Amen.

Truly I say to you, you will see heaven opened, and God’s angels ascending and descending upon the Son of Man.

Liturgia Horarum 29 september HH. Michaël, Gabriël en Rafaël, aartsengelen

Uit een homilie van de heilige paus Gregorius de Grote († 604) over het evangelie

Het woord ‘engelen’ duidt op hun taak, niet op hun aard.

Het zij u bekend dat het woord ‘engelen’ duidt op hun taak, niet op hun aard. Want die heilige geesten van het hemels vaderland zijn wel altijd ‘geesten’, maar kunnen niet altijd ‘engelen’ genoemd worden. Zij zijn dan alleen ‘engelen’ - dat wil zeggen: ‘boden’ - wanneer zij met een boodschap belast zijn. Zij die minder belangrijke boodschappen overbrengen, worden ‘engelen’ genoemd, maar zij die met hoogst belangrijke boodschappen belast zijn, heten ‘aartsengelen’.
Vandaar dat niet een gewone engel, maar de aartsengel Gabriël naar de maagd Maria gezonden werd. Want voor deze dienst kon alleen een engel van de hoogste rang in aanmerking komen, omdat hij de meest verhevene van alle boodschappen moest overbrengen.
Bovendien hebben sommmige aartsengelen ook een eigen naam om hierdoor aan te duiden wat zij vermogen als zij handelend optreden. Niet in de heilige stad waar het aanschouwen van de almachtige God een volmaakte kennis verleent, dragen deze aartsengelen elk een eigen naam alsof zij anders niet herkenbaar zouden zijn, maar wanneer zij tot ons komen voor het uitvoeren van een opdracht, dragen zij bij ons een aparte naam die ontleend is aan deze opdracht. Zo betekent Michaël: ‘Wie is als God?’; Gabriël: ‘Kracht van God’; Rafaël: ‘God geneest’.
Iedere keer als het om iets wonderbaars gaat, is er sprake van de zending van Michaël. Bijgevolg wordt door dit optreden en door deze naam te kennen gegeven dat niemand kan doen wat alleen God vermag. De oude vijand die in zijn hoogmoed aan God gelijk wilde zijn, sprak: ‘Ik klim naar de hemel, hoog boven de sterren plaats ik mijn troon en word aan de Allerhoogste gelijk’ (Jes. 14, 13v). Maar bij het einde van de wereld, wanneer hij met al zijn kracht zal worden overgelaten aan de laatste straf om geheel en al ten onder te gaan, zal hij met de aartsengel Michaël moeten strijden, zoals Johannes zegt: toen brak er een oorlog uit tegen de aartsengel Michaël (vgl. Apok. 12, 7).
Gabriël, die ‘Kracht van God’ wordt genoemd, wordt naar Maria gezonden. Hij kwam namelijk Hem aankondigen die nederig wilde verschijnen om tegen de boze geesten in de hemelen te strijden. Hij die komen zou als de Heer, de sterke, de machtige, de held in de strijd, moest dus door de ‘Kracht van God’ aangekondigd worden.
Rafaël tenslotte wordt, zoals gezegd, vertaald met ‘God geneest’. Immers, als een geneesheer raakte hij de ogen van Tobit aan en verdreef de duisternis van zijn blindheid. Hij die gezonden wordt om te genezen, mag dus terecht de naam ‘God geneest’ dragen.

29 september - HH. Michaël, Gabriël en Rafaël, aartsengelen


In de heilige Schrift worden met deze drie namen engelen aangeduid die door God belast werden met een bijzondere opdracht met betrekking tot het heil van de mensen. In het christelijk spraakgebruik worden zij daarom van oudsher ‘aartsengelen’ genoemd .Eeuwenlang werd op 29 september de inwijding herdacht van de basiliek van de heilige Michaël aan de Via Salaria buiten Rome. In deze viering heeft men vaak ook de andere engelen opgenomen.

God, wonderbaar is uw voorzienigheid: engelen en mensen hebt Gij tot uw dienst geroepen. Wij vragen dat zij die bij U in de heerlijkheid aanwezig zijn en U dienen als de Allerhoogste, bij ons de boden van uw vreugde zijn, de bewaarders van uw vrede.

29 september Heilige Michaël, Gabriël en Rafaël, aartsengelen

Martyrologium Romanum
29 september

Het feest van de heilige Michaël, Gabriël en Rafaël, aartsengelen. Op de dag van de wijding van de basiliek die onder de titel van de Heilige Michaël in de oudheid werd gebouwd aan de Via Salaria bij de zesde mijlsteen vanaf de stad Rome, worden vandaag tegelijkertijd de drie aartsengelen gevierd, van wie de Heilige Schrift de afzonderlijke zending openbaart:  dag en nacht dienen zij God en terwijl zij zijn gelaat aanschouwen, verheerlijken zij Hem zonder ophouden.

Exclusief voor kinderen: Aartsengel Michaël


Veel kinderen willen meer weten over Jezus en hoe Jezus mensen inspireert het beste in zichzelf naar boven te brengen... naar Gods bedoeling. Dan wordt het leven anders, voor jezelf, voor iedereen met wie je omgaat, want alles komt in het volle Licht te staan, dat Jezus is. Jezus is de Weg, de Waarheid en het Leven.  Vandaag een verhaal over de H. Aartsengel Michael met veel dank aan Pastoor Dohmen!

-0-0-0-0-

Je hebt misschien thuis een kinderbijbel. Daar lees je vast vaak in. Mooi zijn die verhalen, vind je ook niet? Heb je die nog niet, vraag er dan een voor je verjaardag. Onder deze link vind je een aantal suggesties, afhankelijk van je leeftijd. We weten dat veel kinderen hoger dan hun leeftijd willen lezen, dat deze we zelf ook, bespreek dat toch eerst met je ouders.

Als je in de bijbel leest, dan kom je daar ook heel vaak engelen in tegen. Een engel gaat aan de herders vertellen, dat Jezus is geboren. Een engel waarschuwt de Drie Koningen dat ze niet naar Herodes terug moeten gaan. En zo kun je in de hele bijbel gebeurtenissen tegenkomen, waarin engelen voorkomen. Soms brengen ze mensen een goede boodschap van God. Soms helpen ze de mensen bij een gevaarlijke reis, soms komen ze ook een straf van God aan de mensen brengen. We zullen nog wel vaker over engelen aan jullie vertellen. Maar nu willen we het over één engel hebben. Dat is de heilige Michaël. Dat is niet zomaar een engel. Dat is een aartsengel. Zoals je bij soldaten allerlei rangen hebt, zo heb je dat ook bij de engelen. Je hebt gewone soldaten, je hebt een korporaal, een luitenant en een generaal.

Bij engelen heet dat natuurlijk anders. Dat leer je later nog wel eens. Michaël is een aartsengel. Die zou je kunnen vergelijken met een generaal. Dat is dus heel hoog. Een heel voorname engel.

Michaël doet ook heel voornaam werk. Hij is altijd heel dicht bij God. Dat heeft hij ook wel verdiend. Luister maar eens wat er op een keer in de hemel is gebeurd.

De engelen zijn heel gelukkig. Ze mogen altijd bij God zijn. Dat is het fijnste wat er bestaat. Maar toch is er een engel die zich niet zo gelukkig voelt. Hij is ontevreden. Natuurlijk is het wel fijn om bij God te zijn. Maar het zou natuurlijk nog fijner zijn, als hij zelf aan God gelijk was. Zo denkt die engel.

Hij gaat er met een andere engel over praten. Die wil van deze woorden niets horen. Stel je voor, een engel kan toch niet aan God gelijk zijn. De andere engel gaat maar weer eens verder. Hij praat met een derde engel. Die vindt het wel leuk. En zo ontstaan er in de hemel twee groepen engelen. Engelen die heel gelukkig zijn en niets liever doen dan God te dienen. En engelen die heel ontevreden zijn. Ze willen niet dienen. Ze willen dat anderen hen dienen. Deze engelen komen in opstand. Maar dan komt Michaël eraan. Hij heeft heel veel engelen bij zich. En Michaël gaat strijden tegen de opstandige engelen. Samen met de andere goede engelen gooit hij deze slechte engelen de hemel uit. Die slechte engelen heten nu niet meer engel. Ze heten nu duivel of satan.

Weet je wat nu het erge is? De duivels zijn heel kwaad op Michaël en natuurlijk ook op God. Daarom willen ze God en de goede engelen zoveel mogelijk pesten. Weet je hoe ze dat doen? Door de mensen bij God weg te halen. De duivels stoken de mensen op om slechte dingen te doen, en dan kunnen ze niet meer bij God komen. Dat vindt God natuurlijk erg. En daarom doen de duivels dat juist. Maar nu hoef je niet te schrikken. Want de heilige Michaël is er ook nog. Die blijft tegen de duivels vechten. Ook nu, als de duivels jou iets willen wijsmaken en je van God aftrekken.

Daarom kun je het beste elke dag aan deze grote engel vragen, dat hij je helpt om geen kwaad te doen. De grote mensen hebben daar een heel mooi gebed voor. Ik laat je er dadelijk een paar zinnen uit horen.

We vieren het feest van de heilige aartsengel Michaël op 29 september.

Heilige aartsengel Michaël, verdedig ons in de strijd; wees onze bescherming tegen de boosheid en de listen van de duivel. Drijf satan en alle andere boze engelen in de hel terug. Amen.

Dit is een oud en mooi gebed dat al eeuwen overal ter wereld door Rooms-Katholieken wordt gebeden. De tekst is afkomstig van de heilige paus Leo XIII (Romeinse notering voor 13) die leefde van 1810 tot 1903. De gelovige traditie wil dat dit gebed deze paus is geopenbaard door de heilige aartsengel Michael zelf. In ons klooster bidden wij het gebed in ieder geval twee keer per dag samen met alle zusters.