Posts tonen met het label Door God geroepen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Door God geroepen. Alle posts tonen

woensdag 13 oktober 2021

Signum Fraternitatis - "Het allesoverheersend verlangen met de Heer te zijn"


Het leven van de monialen en slotzusters verdient speciale aandacht vanwege de grote hoogachting die de christelijke gemeenschap koestert voor dit soort leven dat een teken is van de exclusieve eenheid van de kerk-als-bruid met haar boven alles beminde Heer. Het leven van slotzusters die zich hoofdzakelijk toeleggen op gebed, ascese en vurige vooruitgang in het geestelijk leven, is ”niets anders dan een tocht naar het hemels Jeruzalem en een vooruitlopen op de kerk van de eindtijd die zich geheel aan het bezitten en beschouwen van God zal overgeven”.

In het licht van deze kerkelijke roeping en zending beantwoordt de clausuur aan het allesoverheersend verlangen met de Heer te zijn. Door een beperkte ruimte te kiezen als woongebied, delen de kloosters in de ontlediging van Christus door een radicale armoede die tot uiting komt in het afstand doen niet alleen van materiële dingen maar ook van ‘ruimte’, contacten en veel goede dingen in de schepping. Deze speciale wijze van het offeren van zijn ‘lichaam’ voert hen tastbaarder binnen in het mysterie van de eucharistie. De slotzusters brengen met Jezus voor het heil van de wereld het offer van hun leven. Hun zelfgave is offer en uitboeting, maar krijgt daarnaast de betekenis van dankzegging aan de Vader in deelname aan de dankzegging van de welbeminde Zoon.

In een dergelijke geestelijke dynamiek is de clausuur niet enkel een buitengewoon kostbaar ascetisch middel, maar ook een manier om het Pasen van Christus te beleven.

Van ‘doods-ervaring’ wordt ze tot overvloed van leven, en blijkt ze een blije aankondiging en profetisch anticipatie op de aan iedere mens en aan de gehele mensheid gebonden mogelijkheid om in Christus alleen voor God te leven.

De clausuur doet dus denken aan die kleine kamer van het hart waarbinnen iedere mens geroepen wordt om in verbondenheid met de Heer te leven. Aanvaard als geschenk en gekozen als een vrijwillige reactie van liefde, is de clausuur de plaats van geestelijke verbondenheid met God en met de broeders en zusters, waar de beperking in ruimte en contacten het innerlijk beleven van de evangelische waarden bevordert.

De communauteiten van slotzusters, die zelfs in de eenvoud van hun leven, als een stad zijn op de berg en een lamp op de standaard vertegenwoordigen op zichtbaar wijze het doel waarheen heel de kerkelijke gemeenschap op weg is. “Opgaande in het werk en vrij voor de beschouwing”trekt de kerk over de wegen van de tijd met de ogen gericht op het toekomstig herstel van alle dingen in Christus, wanneer de kerk ”in heerlijkheid met haar bruidegom zal verschijnen”en Christus ”het koningschap aan God de Vader zal overdragen, na alle heerschappijen en alle machten en krachten te hebben onttroond… opdat God alles in allen zij” (1 Kor. 15, 24-28).

Uit  VITA CONSECRATA
Over het gewijde leven en zijn zending in de Kerk en de wereld
Paus Johannes Paulus II 25 maart 1996
Volledige versie met annnotatie zie rkdocumenten.nl

vrijdag 16 oktober 2020

woensdag 14 oktober 2020

Roepingen / vocations Light of Love - "This is the life for me!

]

Vraag je je ook wel eens af of het klooster iets voor jou zo kunnen zijn of wil je meer weten over onze manier van leven, neem dan eens contact op via contact@kerkberg.nl of spreek in op de voicemail van 06 58 77 07 45. Wij bellen je dan graag terug doorgaans tussen 19 en 20u!

dinsdag 14 november 2017

Benedictus XVI over de H. Eucharistie en Godgewijd leven


Het mysterie van de Eucharistie laat, naast de band met het priesterlijk celibaat, ook een intrinsieke relatie zien met de godgewijde maagdelijkheid, in zoverre zij uitdrukking is van de exclusieve toewijding van de Kerk aan Christus, die haar als zijn Bruid aanvaardt in radicale en vruchtbare trouw. In de Eucharistie vindt de godgewijde maagdelijkheid inspiratie en voeding voor haar totale toewijding aan Christus. Bovendien put zij uit de Eucharistie sterking en stimulans om ook in onze tijd teken te zijn van de om niet geschonken vruchtbare liefde van God jegens de mensheid. Door middel van haar specifiek getuigenis tenslotte, wordt het godgewijde leven een herinnering aan en een anticipatie op die "bruiloft van het Lam" (Openb. 19, 7.9), waarin het doel is gelegen van heel de heilsgeschiedenis. In die zin vormt zij een krachtige verwijzing naar de eschatologische horizon die elke mens nodig heeft om daaraan de eigen keuzes en levensbeslissingen te kunnen oriënteren.

Sacramentum Caritatis, nr. 81
(Eerste postsynodale Apostolische Exhortatie van Paus Benedictus XVI, geschreven naar aanleiding van de Algemene Bisschoppensynode gehouden van 2 t/m 23 oktober 2005. Oorspronkelijke publicatie 1 april 2007

zondag 14 mei 2017

Preek van onze Pastoor bij 25-jarig Professiefeest gisteren

St. Odiliënberg: een bijzondere plek voor de Orde van het H. Graf waarvan de jubilaris van vandaag deel uitmaakt, omdat er  al eens ooit, ver vóór de komst van deze communiteit naar hier (1888) kanunniken van deze Orde hebben gewoond en gewerkt. Maar ook voor Zr. Jacqueline zelf een bijzonder plek, omdat ze hier blijkbaar vond wat ze al langer aan het zoeken was. Zoals ze me zelf liet weten: het was dichtbij, mijn moeder kende de priorij Thabor, het was gewoon op dat moment een voor de hand liggende keuze. Terwijl een zuster mij rondleidde door het huis zei ze spontaan: “Het is hier net een paradijs”. En ik geloofde haar want ze was eenvoudig en ik was met haar gelukkig. Ook kon ik aansluiten bij de psalmles: een nieuwe wereld ging voor mij open. Ik werd mij bewust dat God hier in dit klooster het grote middelpunt was. Het was een openbaring voor mij en het Latijn vormde  geen enkele belemmering ook al leek het Chinees! Tranen rolden stiekem over mijn wangen. ’s Avonds bij de Completen werd de respons ‘In manus tuas, Domine, commendo spiritum meum’ - In uw handen, Heer, beveel ik mijn geest - gezongen, dat gaf de doorslag, dít was het. De zekerheid die God mij toen gaf, kan ik niet met woorden beschrijven, maar wel wist ik: Sint-Odiliënberg is mijn droom. Dit klooster is mijn thuis.

Een klooster als een thuis. Een thuis is ook wat mensen ten diepste zoeken: warmte en geborgenheid, iets wat ook wel aangeduid wordt als “huisje - boompje - beestje”, ook al hoeft het niet altijd en ook niet per sé met een boompje en beestje gepaard te gaan. Hier in St. Odiliënberg is dat voor Zr. Jacqueline concreet geworden toen ze naar God begon te verlangen en van een leven voor Hem begon te dromen. Niet alleen een huisje (zeg maar gerust een huis, een groot huis, een heel groot huis), maar ook een boompje (zelfs een hele tuin vol) en een beestje (zelfs twee, niet alleen een kleine, maar ook nog een grote). Hier in dit klooster heeft Zr. Jacqueline indertijd haar thuis gevonden, in deze priorij waar al sinds 1888 zusters bidden en werken, zusters die elkaar niet hebben uitgezocht maar aan elkaar worden gegeven, om hun dienst aan God concreet en tastbaar te maken. Die dienst aan God krijgt niet alleen handen en voeten in de kapel, maar ook in de eetzaal, in de recreatiezaal, ja overal waar Gods liefde en barmhartigheid vertaald moet worden naar het leven van alledag. Want dat is ons aller roeping als gedoopten, ook voor religieuzen. Die leven dan misschien wel niet in de wereld, maar het klooster is hun wereld. Binnen de communiteit waarvan ze deel uit maken moeten niet alleen de geloften, de evangelische raden van gehoorzaamheid, armoede en zuiverheid onderhouden worden; daarbinnen dient ook en vooral de liefde tot de naaste gepraktiseerd te worden.

Meer nog dan een dienst aan God is de roeping tot het religieuze leven echter een toewijding aan God. Want wat we ook voor God willen doen, eerder komt het erop aan dat God iets voor ons doet, of beter: dat God in en door ons werkzaam kan zijn, dat Gods liefde en barmhartigheid in en door ons gestalte mag krijgen in deze wereld. En dat alles naar het voorbeeld van Maria, van wie we zojuist nog hoorden hoe ze met spoed Elisabeth in het bergland van Juda bezocht zodra ze vernam dat haar bloedverwante al zes maanden in verwachting was (Luc.1,39-55).
Hoewel Maria alle reden had om zich in zichzelf terug te trekken – per slot van rekening had ze juist te horen gekregen dat ze ook zelf een kind mocht verwachten, niet zomaar een kind maar de Zoon van de Allerhoogste (Luc.1,32) – begaf ze zich op weg, zelfs met spoed, om te delen in Elisabeths verwachting. Ja, ze deelde niet alleen in Elisabeths verwachting, maar ook in Gods verwachting. In haar Magnificat bezingt zij immers de  hoge verwachtingen die God jegens ons allen koestert door in zijn welwillendheid naar ons om te zien en ook aan ons zijn wonderwerken te doen die ons en onze wereld  omvormen tot een nieuwe schepping.

In en door haar professie heeft Zr. Jacqueline 25 jaar geleden uitgesproken daarvoor ontvankelijk te zijn, voor de welwillendheid waarmee God op ons neerziet, voor de wonderwerken die God ook aan ons wil doen, opdat ook wij – naar Maria voorbeeld - Gods werk zouden worden, “geschapen in Christus Jezus, om in ons leven de goede daden te realiseren die God voor ons al  bereid heeft” (Ef.,2,10). Dat Maria daarin niet alleen Zr. Jacqueline’s voorbeeld, maar ook haar voorspreekster mag zijn. Maar dat zit wel goed als ik begrijp hoe zij al van huis uit de liefde voor Maria en het vertrouwen in haar voorspraak heeft meegekregen. Zeker als wij van onze kant haar daarin nog eens middels ons gebed ondersteunen.

zondag 7 mei 2017

Brief van onze bisschop op Roepingenzondag

1
Boodschap voor Roepingenzondag

Broeders en zusters,

God roept mensen en houdt nooit op dat te doen. Dat is ook de reden dat wij Hem hebben leren kennen en dat Hij een bepaalde plaats inneemt in ons leven.

Voor veel mensen in onze streek geldt dat het geloof iets is, dat van kindsbeen af bij hen hoort of deel is van de cultuur. Toch blijft het ook in dat geval waar dat God roept. Hij doet dat door Zijn woord in het Evangelie. Maar we merken ook op tal van andere manieren Zijn aanwezigheid in onze wereld en in ons leven. God heeft een bedoeling met ieder van ons.

Op Roepingenzondag besteden we aandacht aan een bijzondere groep mensen, met wie God een bedoeling heeft. We bidden speciaal voor roepingen tot het priesterschap, het diaconaat en het religieuze leven. God roept weliswaar alle mensen. En alle schapen luisteren naar de stem van de deurwachter die Jezus is, zoals het evangelie van deze zondag zegt (vgl. Joh. 10,3). Maar we staan er
vandaag bij stil dat de herders van Gods Volk net zo goed door God geroepen worden. Bij het woord ‘roeping’ denken we zelfs vooral aan die bijzondere roeping om Jezus na te volgen als priester, als diaken of als religieus.

Wat maakt deze roeping dan zo bijzonder? Voor alle mensen is het een grote verrijking van het leven, om te luisteren naar de woorden die God in ons hart legt.
Maar voor wie door God geroepen wordt als priester, diaken of religieus betekent het nog veel meer. Het is de vervulling en invulling van hun leven. Zij worden geroepen om zich een instrument te weten in de hand van God.
Door hun woorden en werken kan God op een bijzondere manier aanwezig zijn onder de mensen van vandaag en Zijn genade realiseren.
Dat deze geroepenen een instrument zijn, betekent niet dat zij hun vrijheid opgeven of dat God hen op een mechanische manier stuurt. Het betekent dat zij de roepstem van de Heer horen en zich geroepen weten om dit belangrijke werk op zich te nemen: het present stellen van de Goede Herder. Het is de vaste overtuiging van de Kerk dat God op die manier mensen blijft roepen en dat Hij ons uitnodigt om te blijven bidden om werkers in Zijn wijngaard.

Nu bevinden we ons in een tijd, waarin God soms moeilijk door mensen ontdekt wordt. Het is daarom niet vreemd als mensen twijfelen of ze wel echt geroepen zijn; 
en of ze die roeping wel waar kunnen maken. Deze twijfel kwam al op bij de leerlingen van Jezus zelf (vgl. Lc. 24,13-35 en Joh. 20,24-29) en die is in onze dagen zeker niet minder geworden.



Maar juist nu is het belangrijk om te blijven zien dat het initiatief bij de Heer ligt.
Hij roept ook de herders van onze dagen. Hij blijft steeds degene die aan het werk is.
Dat mag een grote rust en een groot vertrouwen geven aan de mensen in onze tijd; dat zij met Gods hulp kunnen waarmaken, waartoe ze geroepen zijn.
Wie zich een instrument in Gods hand weet voor de mensen van nu, weet dat het uiteindelijk niet de mens is op wie het aankomt, maar God. Hij is met mensen bezig in alle tijden en Hij leidt in Zijn voorzienigheid de Kerk met het perspectief van de eeuwigheid. Op een heel positieve manier relativeert dat ons werken ook.
Daar waar God aan het werk is, spelen personen en tijden een ondergeschikte rol.
Zo zien we in de Kerk dat priesters en bisschoppen komen en gaan, maar dat Gods heilswerk desondanks nooit ophoudt.
Net zomin speelt de plaats een rol, waar we Gods roepstem verwezenlijken.
Hoewel het bij religieuzen soms een belangrijk element van hun toewijding is in welk specifiek klooster ze intreden, geldt in het algemeen dat de plaats van de navolging van Christus relatief is.

De leerlingen van Jezus gaan naar alle plaatsen waar Jezus zelf van plan was te gaan (vgl. Lc. 10,1). Zo zendt ook de Kerk van vandaag mensen uit.
Wij kennen in ons bisdom een heel aantal priesterstudenten, priesters en religieuzen, die uit andere landen komen. Net zoals we een geschiedenis hebben van talrijke missionarissen die juist uit onze streken wegtrokken om elders het geloof te verkondigen.
Deze relativeringen mogen een grote rust geven en de moed om zonder aarzelen ‘ja’ te zeggen op Gods roepstem. Het komt niet aan op ons eigen kunnen, maar op Gods werk. “Als hij al zijn schapen naar buiten heeft gebracht, trekt hij voor hen uit,” zegt het evangelie deze zondag (Joh. 10,4). Christus is de Goede Herder van alle mensen, terwijl wij zelf blijven doen wat we kunnen om dit werk Gods werkelijkheid te laten worden.

In deze zin vraag ik u om te blijven bidden voor roepingen tot het priesterschap, het diaconaat en het religieuze leven; om eventueel zelf edelmoedig ‘ja’ te zeggen op de roepstem van de Heer; en om de vorming van priester- en diakenkandidaten in ons bisdom met uw financiële gave te ondersteunen. Zo wordt Gods roepstem ook in onze dagen afgesmeekt, gehoord en gevolgd, opdat de mensen “leven zouden bezitten, en wel in overvloed” (Joh. 10,10).

Roermond, 24 april 2017

+ Frans Wiertz,

Bisschop van Roermond

woensdag 8 februari 2017

Paus Benedictus XVI over de wezenlijke taak van de religieuzen


Met betrekking tot de relatie tussen de Eucharistie en de verschillende kerkelijke roepingen tekent zich in het bijzonder af het profetische getuigenis van de mannen en de vrouwen van het godgewijde leven, die in de viering van de Eucharistie en in de aanbidding de kracht vinden  tot de radicale navolging van de gehoorzame, arme en zuivere Christus. Ofschoon ze heel verdienstelijk zijn op het gebied van menselijke vorming en zorg voor de armen, in het onderwijs en de gezondheidszorg, weten de mannen en de vrouwen van het godgewijde leven dat de eerste plicht van hun leven is de beschouwing van de goddelijke werkelijkheden en de voortdurende vereniging met God. De wezenlijke bijdrage die de Kerk van het godgewijde leven verwacht is veel meer een kwestie van zijn dan van doen.
Uit de Apostol. Exhortatie “Sacramentum caritatis”, 2007, nr. 81

maandag 29 februari 2016

Overweging bij de Plechtige Geloften van een medezuster




Alleen dit: vergetend wat achter me ligt en me richtend op wat voor me ligt, streef ik naar het doel: de prijs van de hemelse roeping, die God in Christus Jezus tot mij richt. (Fil 3, 13 b. 14).

Deze gedachte hield mij voortdurend bezig toen ik mij voorbereidde op de Plechtige Geloften. Terwijl ik er niet naar zocht, bleef deze tekst van Paulus in mijn hoofd. Ik besefte dat het niet mijn eigen gedachten waren en herkende hierin  sterk de werking van de H. Geest. Ik werd als het ware erdoor voortgestuwd.
Tijdens de retraite vóór de Geloften bleven deze woorden zich innerlijk herhalen. Je weet: je laat alles achter, maar dáár gaat het niet om, het gaat om hetgeen voor je ligt: de prijs van Gods hemelse roeping. Als een atleet werp je je als het ware naar voren om de eeuwige prijs te halen, en je denkt niet meer aan wat achter je ligt.
Ook het volgende gebed van Augustinus bad ik talloze malen voor het tabernakel in de uren vóór mijn Professie, het was als het ware een levensprogramma.

Laat mij mezelf kennen, laat mij U kennen,
 en niets begeren dan U alleen.
 Laat mij mezelf haten en U beminnen
 en alles doen om U alleen.
 Laat mij kleiner worden en U groter,
 en denken slechts aan U alleen.
 Laat mij aan mijzelf sterven en leven in U,
 en wat mij overkomt, aanvaarden van U.
 Laat mij mezelf vervolgen en U navolgen
 en altijd verlangen U te volgen.
 Laat mij mezelf ontvluchten en vluchten tot U,
 om zo door U beschermd te worden.
 Laat mij mezelf vrezen en U vrezen,
 om onder Uw geroepenen te zijn.
 Laat mij mezelf wantrouwen en vertrouwen op U,
 gehoorzamen wil ik omwille van U.
 Laat mij aan niets gehecht zijn dan aan U
 en arm zijn omwille van U.
 Zie naar mij, opdat ik U beminne,
 roep mij, opdat ik U aanschouwe
 en U in eeuwigheid smake. (H. Augustinus)

De stap van alles loslaten en jezelf vergeten om God “ALLES” te laten zijn was in feite ook al gebeurd bij de verschillende fasen tijdens het begin van het religieuze leven: De intrede, het noviciaat en de Tijdelijke Geloften. Elke keer een heel bewuste en vrije keuze in volle overgave aan God, de Kerk, de Orde van het H. Graf en de communiteit.
Wat is dan anders bij de Plechtige Geloften? Het definitieve karakter. Ook omdat men door de plechtige professie de bekwaamheid verliest goederen te verwerven of te bezitten. Je bent geroepen tot een algehele afhankelijkheid van de Orde en de communiteit; uitgedrukt in de Constituties en de Regel van Augustinus. Het afstand doen van goederen is één van de voorwaarde van de Plechtige Professie, naast die van de gehoorzaamheid en kuisheid.
Het allerbelangrijkste is het streven naar de volmaaktheid, het doel van de gelofte, omwille van  de gelijkvormigheid met Christus, het toewijden van jezelf aan God als een zuivere offerande.
De Kerk erkent deze levenswijze en bekrachtigt deze, dat is een heel groot goed. Dat is iets wat mij met de Plechtige Professie heel duidelijk is geworden en wat onze Priorin ons destijds ook op het hart drukte.
Nu wij weer binnenkort, als het God belieft, de Plechtige Professie van een medezuster mogen beleven, komen vanzelf al die herinneringen weer op aan de eigen Professie en dat brengt opnieuw  de genade onszelf te onderzoeken of wij werkelijk aan onze hemelse roeping beantwoorden.

vrijdag 21 augustus 2015

Moeder M.Matthea (1914-2013) en de H.Pius X

Moeder M.Matthea (1914-2013) en de H.Pius X

Moeder M. Matthea, priorin van ons huis van 1966-2008 werd geboren in Hamont in de Belgische Kempen vlak na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. Zij was de jongste uit een kinderrijk gezin, waarvan er vier in leven bleven; één zoon werd priester en twee dochters wijdden hun leven radicaal aan God als religieuze. In 1918 verhuisde het gezin naar Antwerpen.
 “In uw licht zullen wij het licht zien” is de spirituele leidraad die Moeder Matthea later als priorin zou meegeven aan de Priorij Thabor bij de autonomie in 1965/1966. Gods licht heeft haar leven in alles bepaald vanaf haar prille jeugd, toen zij als zesjarige haar Eerste Communie mocht doen en daarbij diep besefte  dat haar leven voortaan in dienst van de H. Eucharistie zou staan.
Zelf schreef zij daarover:
“Na het decreet van Paus Pius X in 1905 over de vervroegde en veelvuldige H. Communie zorgde mijn moeder ervoor dat wij zo spoedig mogelijk de Eerste H. Communie mochten doen, namelijk voor het bereiken van het 6e jaar. Tevens werd ons geleerd elke dag Pius X te bedanken voor die grote genade.

Op 7-jarige leeftijd had ik ’s avonds heel vurig gebeden. ’s Nachts droomde ik dat Paus Pius X naast mijn bedje zat en een hand op mijn hoofd legde. Zo deed hij mij begrijpen dat mijn leven in dienst van de Eucharistie zou staan.

Korte tijd nadien mocht ik helpen in de sacristie en klaarzetten voor de H. Mis. Op het moment dat ik voorzichtig de kelk mocht vasthouden, kwam een niet uit te drukken besef van de realiteit van de Eucharistie over me, een besef dat me nooit meer losliet. Sindsdien heb ik nooit meer vrijwillig een dag zonder H. Mis laten voorbijgaan”.

zaterdag 13 juni 2015

"Kom en zie" - Maandelijkse roepings-retraitedag


Voor jonge vrouwen van zaterdag 14u tot zondag ca 15u

De Orde van de Kanunniken van het H. Graf is ontstaan in Jeruzalem bij het H. Graf van onze Heer Jezus Christus in het jaar 1099. Daar ligt ook de oorsprong van de spiritualiteit van de Kanunnikessen van het H. Graf in Sint-Odiliënberg. In de loop der eeuwen heeft deze spiritualiteit zich ontwikkeld tot de manier van leven die tot op de dag van vandaag in Sint-Odiliënberg bewaard is en de atmosfeer draagt. Deze atmosfeer treedt aan het licht in het gebedsleven, in de bestuursvormen en het dagelijks leven van de zusters, maar werkt ook door in monastieke regels en gewoonten van de priorij, op het immateriële en op het materiële vlak waarin begrippen als goed rentmeesterschap, zorg voor de schepping, duurzaamheid en zuinigheid van belang zijn en het collectief belang vaak wordt gesteld boven individueel voordeel steeds met de zorg dat het geknakte riet niet wordt gebroken en de kwijnende vlaspit niet dooft.

Deelname aan de H. Mis, het Goddelijk Officie, Rozenkransgebed, inleidingen over  de H. Grafspiritualiteit, mogelijkheid tot gesprek en contact met zusters
Exacte data worden in overleg vastgesteld
Meebrengen: toiletgerei, handdoeken, rozenkrans  en vooral een open hart
Contact:  
  Kanunnikessen van het H. Graf
Priorij Thabor
Aan de Berg 3
6077 AC Sint-Odiliënberg
E-mail: inlichtingen@priorijthabor.nl

zaterdag 25 april 2015

Wij bidden heel bijzonder voor roepingen voor ons klooster. Doet U mee?

Deze week hebben wij besloten om naast ons gewone gebed voor roepingen extra te gaan bidden voor nieuwe roepingen voor ons klooster. Wij doen dat met het noveengebed tot de Heilige Familie. Vrienden van het klooster hebben toegezegd met ons mee te bidden. Graag nodigen wij ook onze lezers op dit weblog daartoe uit. Als U dat wilt doen met de gebedskaart bijvoorbeeld om in een missaal of ander gebedsboek te steken, sturen wij U die graag toe na bericht via inlichtingen@priorijthabor.nl
Wie in ons leven is geïnteresseerd, verwijzen wij graag naar deze link om te beginnen en naar deze link om in algemene termen de zin van ons Godgewijde leven beter te begrijpen.

Noveengebed tot de Heilige Familie

Jezus, Maria, Jozef,
 wij groeten U met alle engelen en heiligen.
 Wil voor ons ten beste spreken,
bij de hemelse Vader,
en ook voor alle mensen,
die vertrouwvol  hun gebed tot U richten.
Bid met ons mee het krachtvol gebed,
 dat Jezus zelf aan de apostelen eens leerde.
  Aangemoedigd door Jezus woorden :
 "Alles wat ge de Vader in Mijn naam zult vragen,
Hij zal het u geven ". 
 Vragen wij U nu, hemelse Vader,
 met Jezus en in Jezus Naam,
met Maria en Jozef de gunsten
Welke wij zo vurig verlangen...(uw intenties)…..

Onze Vader, die in de hemel zijt……..
Eer aan de Vader.………………………..

Jezus, Maria, Jozef
wij geven u ons hart, onze geest en ons leven.
Jezus, Maria, Jozef
 sta ons bij in onze doodstrijd.
Jezus, Maria, Jozef,
 laat ons vreedzaam
in Uw heilig gezelschap sterven.

Amen

donderdag 27 november 2014

Bisschop Roermond opent Jaar van het Religieuze Leven


Met een pontificale eucharistieviering in de Sint-Christoffelkathedraal te Roermond opent bisschop Frans Wiertz komende zaterdag (29 november) voor het bisdom Roermond het Jaar van het Religieuze Leven. Daarbij zijn religieuzen uit heel Limburg aanwezig. De viering begint om 17.30 uur. In Limburg zijn momenteel nog zo'n duizend religieuzen - paters, broeders en zusters - actief.

Zie website bisdom Roermond