zondag 29 april 2018

Lectio divina lingua latina Liturgia Horarum Hebdomada V Temporis Paschalis feria II Primogenitus novæ creationis De Eerstgeborene van de nieuwe schepping


Ad Officium lectionis


Lectio altera

Ex Oratiónibus sancti Gregórii Nysséni epíscopi
(Oratio 1 in Christi resurrectionem: PG 46, 603-606. 626-627)

Tweede lezing

Uit de preken van de H. Gregorius van Nyssa, bisschop
(Oratio 1 in Christi resurrectionem: PG 46, 603-606. 626-627)
De Eerstgeborene van de nieuwe schepping

Gekomen is het rijk van het leven en verdwenen de heerschappij van de dood. Er is een ander geslacht verschenen, een ander leven, een andere wijze van leven, een verandering van onze natuur zelf. Wat voor een geslacht? Dat niet uit het bloed, noch uit de wil van een man, noch uit begeerte van het vlees, maar uit God geboren is.

Aan wie zult ge zeggen, zal dit toevallen? Luister, want met weinig woorden zal ik het u uitleggen. De vrucht wordt door het geloof ontvangen, door het doopsel herboren in het licht gebracht. Zij heeft tot voedster de Kerk, waarvan zij de leer en instellingen als borsten inzuigt. Voor haar dient een hemels brood als voedsel. De volwassen leeftijd is voor haar de verheven levenswandel. Huwelijk is voor haar levenswijsheid, kinderen hoop, woning het rijk Gods Erfenis en rijkdom zijn voo0r haar de geneugten van het paradijs. Haar einde is niet de dood,, maar dat leven, dat bereid is voor hen, die dit waardig zijn, en zeer gelukkig en eeuwig leven.

Dit is de dag, die de Heer gemaakt heeft, zeer verschillende van die dagen, die bij het begin van de schepping der wereld zijn vastgesteld en die het tijdsverloop uitmeet. Maar deze dag is het begin van een andere voortbrenging. Want op deze dag maakt God een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, zoals de profeet zegt. En welke hemel dan? Het firmament van het geloof in Christus. En welke aarde? Het goede hart, zeg ik, zoals de Heer heeft gezegd, een aarde die de regen drinkt, welke op haar neervalt en een zeer rijke arenoogst voortbrengt.

In deze schepping is de zon een zuiver leven; zijn de sterren de deugden; de lucht een verheven omgang met elkaar, de zee de diepte der rijkdommen van wijsheid en wetenschap! De kruiden en gewassen zijn de goede leer en de goddelijke vermaningen, die het volk dit is Gods kudde van de weide graast waardoor het gevoed wordt; de bomen, die vrucht dragen, zijn de onderhouding der geboden.
Op deze dag wordt de ware mens voortgebracht naar het beeld van en naar de gelijkenis met God. Of is de wereld niet voor u dit begin, die dag die de Heer gemaakt heeft? Waarvan de profeet zegt, dat het geen dag is als andere dagen noch een nacht als andere nachten.

Maar wat in deze genade het voornaamste is, hebben we nog niet uitgelegd. Deze dag deed de smarten van de dood verdwijnen. Deze schonk ons de eerstgeborene uit de doden.
Ik stijg op, zegt Hij, tot mijn Vader en uw Vader, tot mijn God en uw God. O heerlijke en goede boodschap! Die, hoewel Hij de eniggeborene is, voor ons is mens geworden om ons daardoor tot zijn broeders te maken, stijgt als mens op naar zijn ware Vader om door Zichzelf ons allen als verwanten met Zich mee te voeren.

Voorjaar rond het klooster







met veel dank aan onze fotograaf!

zaterdag 28 april 2018

Liturgy of the Hours. Office of readings God's mercy has been extended to all; the whole world has been saved

Second Reading

From the commentary on the letter to the Romans by Saint Cyril of Alexandria, bishop

God's mercy has been extended to all; the whole world has been saved

Though many, we are one body, and members one of another, united by Christ in the bonds of love. Christ has made Jews and Gentiles one by breaking down the barrier that divided us and abolishing the law with its precepts and decrees. This is why we should all be of one mind and if one member suffers some misfortune, all should suffer with him; if one member is honoured, all should be glad.
  Paul says: Accept one another as Christ accepted you, for the glory of God. Now accepting one another means being willing to share one another’s thoughts and feelings, bearing one another’s burdens, and preserving the unity of the Spirit in the bond of peace. This is how God accepted us in Christ, for John’s testimony is true and he said that God the Father loved the world so much that he gave his own Son for us. God’s Son was given as a ransom for the lives of us all. He has delivered us from death, redeemed us from death and from sin.
  Paul throws light on the purpose of God’s plan when he says that Christ became the servant of the circumcised to show God’s fidelity. God had promised the Jewish patriarchs that he would bless their offspring and make it as numerous as the stars of heaven. This is why the divine Word himself, who as God holds all creation in being and is the source of its well-being, appeared in the flesh and became man. He came into this world in human flesh not to be served, but, as he himself said, to serve and to give his life as a ransom for many.
  Christ declared that his coming in visible form was to fulfil the promise made to Israel. I was sent only to the lost sheep of the house of Israel, he said. Paul was perfectly correct, then, in saying that Christ became a servant of the circumcised in order to fulfil the promise made to the patriarchs and that God the Father had charged him with this task, as also with the task of bringing salvation to the Gentiles, so that they too might praise their Saviour and Redeemer as the Creator of the universe. In this way God’s mercy has been extended to all men, including the Gentiles, and it can be seen that the mystery of the divine wisdom contained in Christ has not failed in its benevolent purpose. In the place of those who fell away the whole world has been saved.

zondag 22 april 2018

Preek van onze Pastoor bij Professiefeest Zr. Petra St. Odiliënberg 21 april 2018

De schriftlezingen van vandaag zijn de lezingen van de dag, van de zaterdag in de derde van Pasen. Bijzondere lezingen, omdat je als predikant in eerste instantie geneigd bent te denken dat je er bij een gelegenheid als deze, het zilveren professiefeest van Zr. Petra, weinig of niets mee kunt, maar bij nader inzien toch meer van toepassing zijn dan je in eerste instantie geneigd bent te denken. In de eerste lezing (Hand.9,31-42) hoorden wij immers over Tabita, een leerlinge van Jezus uit Joppe, die na een ernstige ziekte vroegtijdig was gestorven. In leven was zij onuitputtelijk geweest in het doen van goede werken en in het geven van aalmoezen. Daarbij had ze ook goed met naald en garen overweg gekund, want men kon heel wat kleren en mantels zien die ze gemaakt had toen ze nog in hun midden was. Maar nu was ze er niet meer: de dood had haar vroegtijdig uit het leven weggerukt.

Ik weet niet, Zr. Petra, wat mensen uit Uw omgeving dachten toen U in 1989 intrad. Of ze allemaal razend enthousiast waren, of juist niet. Misschien hebben ze zelfs hun twijfels uitgesproken: zou je dat wel doen? Weet je wel waar je aan begint? Het lijkt wel of je jezelf levend begraaft! Zo zou het inderdaad aan de buitenstaanders kunnen toeschijnen. Maar het tegendeel is waar: daar waar je jezelf lijkt te begraven, daar spreekt Jezus zijn leven-gevend woord, zijn woord dat je tot leven wekt, zijn woord dat je tot leven roept. Tot dat leven dat ons doet afsterven aan de dingen van deze wereld werd U, Zr. Petra, indertijd geroepen, tot dat leven in armoede, gehoorzaamheid en zuiverheid, hebt U zich vier jaar later, in 1993, verbonden, een leven waarin blijkbaar toch meer leven zit dan menigeen misschien denkt.

Een leven waartoe God nog altijd mensen roept, ook al horen we het meestal niet meer. Kunnen mensen het ook vanwege een gebrek aan stilte niet meer horen, maar willen mensen het ook vaak niet meer horen. Niet meer van de tijd!, zeggen ze dan. Inderdaad niet van deze tijd, maar blijkbaar ook niet van Jezus’ tijd, zoals we zojuist in het evangelie (Joh.6,60-69) hoorden: “Deze taal stuit iemand tegen de borst. Wie is nog in staat naar Hem te luisteren?”. Jezus’ woorden zijn inderdaad niet van deze tijd, van geen enkele tijd, ze komen immers uit een andere wereld, uit de wereld waar God de maatstaf is van alle dingen, en daarom zo tegengesteld aan de wereld waarin de mens steeds de maatstaf van alle dingen is geworden.

In die zin zijn wij als christen in het algemeen, maar zeker als priester en religieuzen geroepen getuigen van die andere wereld te zijn. Het kan en zal beslist ook geen toeval zijn dat Uw kloosternaam Petra is geworden, verwijzend naar de persoon van de apostel Petrus. Petrus , een gewone mens, zoals U en ik en wij allemaal, maar uiteindelijk wel de rots waarop Jezus zijn Kerk durfde bouwen. Petrus die we vandaag zowel in het evangelie als in de eerste lezing tegenkomen: in het evangelie als de vertolker van het gevoelen van zijn mede-apostelen, als Jezus ook hen vraagt: “Wilt ook Gij soms weggaan?” Petrus, die daarop niets beter wist te zeggen dan: Heer, naar wie zouden wij gaan? Uw woorden zijn woorden van eeuwig leven en wij geloven dat Gij de heilige Gods zijt”. Maar ook dezelfde Petrus die in de eerste lezing van zojuist tot de gestorven Tabita durfde zeggen: “Sta op!”

25 jaar geleden was het diezelfde Petrus die in de personen van Moeder Matthea en Dom Nicolaas de Wolf na Uw professie tot U zeiden: Zr. Petra, sta op. Treed, het leven binnen, het nieuwe leven dat U in deze wereld als religieus zult leiden, afgestorven aan de dingen die men in de wereld belangrijk en onmisbaar vindt. Een leven gesymboliseerd in het habijt dat U draagt, het habijt waar U aanvankelijk zo van schrok, toen U het voor het eerste zag. Een leven ook gesymboliseerd in het latijn, de taal die U zich eigen  wist te maken en die in dit convent zijn belangrijke plaats inneemt, met name in het zingen van de getijden. Het zijn met name de schoonheid van het gregoriaans en het feit dat het al eeuwenlang op zoveel plaatsen door zoveel mensen is gezongen, die U daar blijkbaar in zo aanspreken. En vooral het gegeven dat de psalmen de lofzang vormen die God de mensen zelf in de mond heeft gelegd, zoals de H. Augustinus zegt, de psalmen die iedere keer weer opnieuw besloten worden met het ‘Gloria Patri’: de kernachtige samenvatting van iedere lofzang. Soms zeggen mensen: kan dat niet in het Nederlands? Ik begrijp het niet altijd”. Maar dat hoeft ook niet. Moeder Matthea zei blijkbaar altijd: “Als U maar weet dat U met het ‘Gloria Patri’ de goddelijke Drie-eenheid looft – dat is de kern van het gebed in de getijden”. En ook die les hebt U zich eigen gemaakt, want U zegt wel eens: “in het Gregoriaans en het Latijn is God voor mij (altijd) dichtbij”. En daarmee komen we ook weer terug bij de apostel Petrus, die ook niet allemaal begreep wat Jezus allemaal zei en deed, vooral niet toen mensen omwille van Jezus harde woorden begonnen af te haken. Hij begreep het ook niet allemaal, maar bleef wel vasthouden aan de kern: dat Jezus’ woorden niet  zomaar woorden zijn, maar woorden van eeuwig leven, woorden waarin in ieder geval meer leven zit dan de dingen van deze wereld waar mensen van denken dat ze niet zonder kunnen. En zo is het gebed, Uw band met Jezus’ Gods mensgeworden en Gods levengevende Woord, het belangrijkste in Uw leven geworden, zoals u zelf zegt. Het vult Uw dag en is de kern van Uw religieus leven. En om dat Woord dat God tot ons spreekt en ons doet leven willen wij God ook vandaag weer uitdrukkelijk dank zeggen en eer brengen: “Gloria Patri, et Filio et Spiritui Sancto - sicut erat in principio, et nunc et semper et in saecula saeculorum. Amen”.

donderdag 19 april 2018

Liturgy of the Hours Friday of the 3rd week of Eastertide The cross of Christ gives life to the human race

Office of Readings

Second Reading

From a sermon by Saint Ephrem, deacon

The cross of Christ gives life to the human race

Death trampled our Lord underfoot, but he in his turn treated death as a highroad for his own feet. He submitted to it, enduring it willingly, because by this means he would be able to destroy death in spite of itself. Death had its own way when our Lord went out from Jerusalem carrying his cross; but when by a loud cry from that cross he summoned the dead from the underworld, death was powerless to prevent it.
  Death slew him by means of the body which he had assumed, but that same body proved to be the weapon with which he conquered death. Concealed beneath the cloak of his manhood, his godhead engaged death in combat; but in slaying our Lord, death itself was slain. It was able to kill natural human life, but was itself killed by the life that is above the nature of man.
  Death could not devour our Lord unless he possessed a body, neither could hell swallow him up unless he bore our flesh; and so he came in search of a chariot in which to ride to the underworld. This chariot was the body which he received from the Virgin; in it he invaded death’s fortress, broke open its strong-room and scattered all its treasure.
  At length he came upon Eve, the mother of all the living. She was that vineyard whose enclosure her own hands had enabled death to violate, so that she could taste its fruit; thus the mother of all the living became the source of death for every living creature. But in her stead Mary grew up, a new vine in place of the old. Christ, the new life, dwelt within her. When death, with its customary impudence, came foraging for her mortal fruit, it encountered its own destruction in the hidden life that fruit contained. All unsuspecting, it swallowed him up, and in so doing released life itself and set free a multitude of men.
  He who was also the carpenter’s glorious son set up his cross above death’s all-consuming jaws, and led the human race into the dwelling place of life. Since a tree had brought about the downfall of mankind, it was upon a tree that mankind crossed over to the realm of life. Bitter was the branch that had once been grafted upon that ancient tree, but sweet the young shoot that has now been grafted in, the shoot in which we are meant to recognise the Lord whom no creature can resist.
  We give glory to you, Lord, who raised up your cross to span the jaws of death like a bridge by which souls might pass from the region of the dead to the land of the living. We give glory to you who put on the body of a single mortal man and made it the source of life for every other mortal man. You are incontestably alive. Your murderers sowed your living body in the earth as farmers sow grain, but it sprang up and yielded an abundant harvest of men raised from the dead.
  Come then, my brothers and sisters, let us offer our Lord the great and all-embracing sacrifice of our love, pouring out our treasury of hymns and prayers before him who offered his cross in sacrifice to God for the enrichment of us all

maandag 16 april 2018

Preek van onze Pastoor bij Professiefeest Zr. Reinhilde St. Odiliënberg 13 april 2018

plechtige hernieuwing van de geloften
Vandaag vieren wij het titelfeest van de H. Graf, het graf waar het lichaam van Jezus na zijn kruising door twee van zijn leerlingen - Jozef van Arimatea en Nicodemus - werd begraven. Zo lezen we het bij de evangelist Johannes: “Zij namen het lichaam van Jezus en wikkelden het (…) in zwachtels, zoals bij een joodse begrafenis gebruike¬lijk is. Op de plaats waar Hij gekruisigd werd, lag een tuin en in die tuin een nieuw graf, waarin nog nooit iemand was neerge¬legd. Vanwege de voorbereidingsdag van de Joden en omdat het graf dichtbij was, legden zij Jezus daarin neer” (Joh.19,20-42). Dat graf bleek echter op paasmorgen leeg te zijn, toen de vrouwen Jezus’ lichaam na de sabbat nog hadden willen verzorgen met de welriekende kruiden die ze speciaal daarvoor klaar hadden gemaakt. “Zij vonden de steen weggerold van het graf, gingen binnen, maar vonden er het lichaam van de Heer Jezus niet (Luc.24,1-3). Een vreemde gewaarwording! Engelen, hemelse boodschappers die het moeten duiden: “Hij is niet hier, Hij is verrezen (Luc.24,5-6).


Er staat trouwens nog een veelzeggend zinnetje voor: we lezen er misschien al te gemakkelijk overheen: waarom zoekt gij de levende bij de doden? Waar zoeken wij Jezus? Mensen proberen Hem op het spoor te komen door het H. Land te bezoeken, door in de voetstappen te treden die Hij daar heeft achtergelaten. Dat is natuurlijk figuurlijk bedoeld, want bij mijn weten zijn er geen voetafdrukken van Jezus bewaard gebleven. Een poosje geleden, b.g.v. de restauratie van de tombe in de H. Grafkerk, kregen onderzoekers zelfs de gelegenheid de marmeren plaat die de tombe al zeker sinds halverwege de zestiende eeuw bedekte, weg te halen. Er werd een grote hoeveelheid vulmateriaal gevonden,  maar van Jezus geen spoor!


Waar zoeken wij Jezus? In de bijbel? Daar vind je Hem inderdaad eerder dan in het H. Land, maar zonder geloof blijven het dode letters. Het is juist dankzij ons geloof dat de woorden van de Schrift tot leven komen, dat de woorden van de Schrift ons met Jezus in contact doen treden (vgl. Joh.5,39), zoals de Sacramenten dat doen om onze navolging van Christus in het gewone leven van alle dag te markeren. Voor mensen die zich echter geroepen weten Jezus van meer nabij te volgen, als priester, diaken, religieus of Godgewijde is het echter de uitdaging het daarbij niet te laten, maar onze navolging van Christus te schoeien op de leest van de evangelische raden, van de geloften van gehoorzaamheid, armoede en zuiverheid.

Vandaag staan wij erbij stil dat Zr. Reinhilde daar alweer zeventig jaar lang werk van maakt. Of beter gezegd: laat zien dat ze Jezus de levende niet zoekt bij de doden; niet in het verleden, maar in het heden; in de Kerk die geboren werd aan het kruis, toen daar de levensstroom der sacramenten ontsprong, de levensstroom waaraan wij ons nu nog altijd kunnen en mogen laven, de navelstreng die ons verbindt met het verrijzenisleven van de Heer, het leven dat alleen nog maar met God van doen heeft (Rom.6,10). Een leven dat alleen nog maar van God van doen heeft kan in deze wereld echter niet anders dan opvallen. Als dat in positieve zin is, als het bij mensen bewondering opwekt, is dat natuurlijk mooi meegenomen; maar als dat in negatieve zin is, als mensen het niet willen begrijpen, ja het zelfs als een aanklacht zien tegen hun eigen levenswijze (Wijsh.2,14), dan kan het ook een beproeving worden. Maar soms vraagt het van onze kant ook onderscheidingsvermogen, zoals bij Zr. Reinhilde die in de jaren na het concilie dat men de teugels liet vieren, bewust koos voor de strengere observantie. Dat was ook de reden dat ze uiteindelijk in 1979 hier in St. Odiliënberg kwam.  Haar religieuze loopbaan begon ze echter in Bilzen, waar ze op 13 april 1948 haar tijdelijke geloften aflegde en op 15 april 1951 haar eeuwige geloften.

Hier in St. Odiliënberg hebben haar medezusters haar leren kennen als een zuster die een grote trouw aan de dag legt: trouw in de vastberadenheid een geestelijk leven te leiden, trouw in het officie en het gebedsleven. Haar trouwe aanwezigheid, het trouw verrichten van bepaalde taken, vaak ten koste vaak van grote fysieke inspanning, onopvallend en stil op de achtergrond was bewonderenswaardig.  Die trouw bleek ook toen ze in 2012 noodgedwongen naar het St. Jozefoord in Nuland moest verkassen. Gelukkig is er ondanks de fysieke afstand veel contact over en weer, zodat er niemand aan hoeft te twijfelen dat Zr. Reinhilde stiekem toch tot de Berger communiteit behoort. Dat wordt ook concreet tot uitdrukking gebracht dat Zr. Reinhilde er altijd bij is als er hier iets bijzondere te doen of te vieren is. En vandaag al helemaal, nu Zr. Reinhilde zelf het middelpunt van de festiviteiten is.

Wij feliciteren Zr. Reinhilde met haar jubileum en danken God voor 70 jaar leven in dienst van God en de mensen. Tenslotte bidden we dat de genaden en verdiensten van dit feest op de eerste plaats haar zelf ten goede komen, maar ook de Kerk in het algemeen en de communiteit in het bijzonder. Dat ook haar verdere leven rijke vrucht mag blijven dragen.

Jos L'Ortye, pastoor.


Fotoreportage Muziekcarrousel en rondleiding klooster 15 april 2018