Posts tonen met het label Goede Vrijdag. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Goede Vrijdag. Alle posts tonen

zaterdag 19 april 2025

Post crucificationem / Na de kruisiging

 Quinten Matsijs (1466-1530), Bewening van Jezus

Responsorium post lectionem octavam ad Matutinum
Responsorie na de achtste lezing van de Metten
Æstimatus sum
cum descendentibus in lacum.
Factus sum sicut homo
sine adiutorio
inter mortuos liber.

Posuerunt me in lacu inferiori,
in tenebrosis
et in umbra mortis.

Ik word gerekend
bij hen die neerdalen in het graf.
Ik ben geworden als een mens
zonder hulp
vrij temidden van de doden.

Zij hebben Mij neergelegd in een diepe groeve,
in duisternis
en in de schaduw van de dood. 

vrijdag 18 april 2025

Overweging bij het Heilig Graf - Stilte


 
Stilte 

Ziet, wij zijn in het H. Graf van onze Heer Jezus Christus. Op de steen ligt zijn heilig Lichaam uitgespreid, verwond en uitgebloed als een gebroken albasten vaas. Het is gewikkeld in reine lijnwaad¬stroken, die Joseph van Arimathea kocht en Het rust te midden van aloëbladeren en kostbare nardus door Nicodemus geschonken. Zijn goddelijke ogen zijn geloken. Zijn gezegende mond is gesloten, Zijn machtige handen zijn gevat in de lijkwade. Hier heerst: 

De rust van de afgelegde God-Mens. 

De stilte van het Oneindig Woord des Vaders. 

Maar het hele Graf is doorgeurd van de geur der kruiden. Zij zijn het symbool der Godheid welke nog met dit Lichaam is, en waarom wij Het aanbidden met een driemaal Heilig, Heilig, Heilig. 

Dit woord zullen wij niet luide laten weerklinken, want in het Hooglied staat geschreven: 

'Wekt de Beminde niet voor Hij het Zelf wil'. 

In zwijgzaamheid zullen wij hier verblijven, zijnde de levende steen, die Hem draagt, zijnde het Graf, dat Hem omsluit, verzegeld en afgesloten van de wereld. Zwijgzaam moeten wij zijn, rustend in Zijn rust, tot Hij opstaat en tot ons zegt: 

'Gaat en verkondigt dat Ik verrezen ben!' 

GOEDE VRIJDAG Ecce lignum Crucis….



Een van de elementen van de liturgie van Goede Vrijdag is de kruisontbloting. In drie fasen onthult de priester een kruis en zingt driemaal: ‘Ecce lignum Crucis, in quo salus mundi pependit. Venite adoremus!’ Zie het hout van het Kruis, waaraan de Verlosser van de wereld hing, komt laten wij aanbidden!  Wat hier in een eenvoudig liturgisch gebaar gebeurt onder de schaduw van een symbool gebeurde en gebeurt in werkelijkheid in de geschiedenis van de mensen. Slechts korte tijd opgericht op Golgotha, heeft het Kruis in de volheid van de tijd alle tijden overschaduwd. Als de mensen die vóór Christus leefden, dwaalden, was dit omdat zij de enige pool van de tijd niet kenden: het Kruis dat alleen blijft staan terwijl al het andere verandert. Wat anders is dit dan de kracht waarmee de op het Kruis verheven Christus allen tot zich trekt? Het is Gods antwoord op de woorden van schuld en nood, van verlangen, van het klagen en het wanhopige smeken in heel de geschiedenis van de mensen. Velen ijlen het ontblote kruis haastig voorbij, helpen kan men toch niet. Velen blijven. Omdat zij hier horen, omdat zij hier alles hebben gevonden. Zij kussen de wonden van de Heer. Zij knielen, als zondaars, - wij zijn het immers allemaal – voor het Kruis neer. Wij hebben Hem immers gekruisigd, op Hem zijn onze zonden gelegd die de dood in de wereld brachten, maar die Hij, door te sterven op het Kruis, heeft gedood.
Stervenden liggen aan zijn voeten, zij die lijden wenen bij zijn Kruis, kinderen en hoogbejaarden knielen bij Hem, ook de thuislozen en eenzamen in zwijgen gehuld, moeders en weduwen,  wijzen en geleerden, priesters en zij die geloven niet te kunnen geloven en tenslotte ook ik, die mijzelf amper begrijp en die de afgrond van het eigen hart vrees. Waar zou ik anders blijven dan hier, in het besef dat God liefde en erbarmen is en aan Wie ik mij het beste volledig kan overgeven? Mijn ziel dorst naar God, mijn Redder. Ik wil Hem zien die de bitterste kelk van deze wereld heeft gedronken. Ach, wat stelt het voor als wij zondaars een beetje bitterheid bespeuren…Ik wil de doorboorde zijde zien, die mij in zijn hart heeft gesloten en mij zo heeft meegenomen, omdat Hij uit deze wereld door de dood naar zijn Vader ging, opdat ik ook daar moge zijn. ‘Crucem tuam adoramus..’, vol eerbied, Christus, aanbidden wij uw Kruis, en zingen de lof van uw heilige Verrijzenis, want door het Kruis kwam er vreugde in heel de schepping!


GOEDE VRIJDAG Tijden van rust en stilte



De eerste oratie van het ‘Gebed van de gelovigen’ tijdens de Herdenking van het Lijden en Sterven van de Heer vandaag, luidt:

Laten wij bidden, broeders en zusters, voor de Heilige Kerk: dat onze Heer en Goed haar over heel de wereld vrede en eenheid brengt; dat in ons leven tijden van rust en stilte komen tot verheerlijking van God, de almachtige Vader.

Hierop sluit een gebed aan dat de zalige moeder Teresa, bekend om haar werk onder de allerarmsten, ons, behalve haar voorbeeld in de geest van Jezus, heeft nagelaten:
De vrucht van de stilte is het gebed,
de vrucht van gebed is het geloof,
de vrucht van het geloof is de liefde,
de vrucht van de liefde is de dienstbaarheid,
de vrucht van dienstbaarheid is de vrede.

De vrucht van de stilte is het gebed. We brengen deze dagen in gepaste stilte door. Wat een lawaai om ons heen, in allerlei vormen; golven van geluid die ons overspoelen, we overschreeuwen elkaar, stilte jaagt ons angst aan en beklemt ons. En er is ook veel lawaai in ons zelf. We gaan van onrust naar onrust. Luisteren we naar psalm 131: “Ik ben stil geworden, ik heb mijn ziel tot rust gebracht, als een kind op de arm van zijn moeder, als een kind is mijn ziel in mij.” Die stilte is de vruchtbare bodem voor gebed, zoals Jezus in de stilte van de nacht de berg opging om er tot zijn Vader te bidden.

De vrucht van gebed is het geloof. Bidden is de ademhaling van de ziel. Gebed heft onze ziel op tot God en verruimt ons hart zoals frisse lucht onze borstkas. Bidden brengt ons voor Gods aanschijn en geeft ons kracht om te geloven. Jezus zei verwijtend tegen zijn leerlingen: Alleen door gebed verkrijg je het geloof om bergen te verzetten. Daarom bad de vader van het zieke kind: Ik wil wel geloven, maar kom mijn ongeloof te hulp. Uit gebed groeit het geloof waarin je alles van God verwacht, en weet – en ik bedoel niet intellectuele kennis  maar weten uit omgang en ervaring – en weet dus dat je bij hem nooit bedrogen uitkomt.

De vrucht van geloof is de liefde.
Geloven in bijbelse zin is niet zo maar iets aannemen en een louter verstandelijke aangelegenheid. Het is een overtuiging die doorwerkt in het leven van alle dag en heel ons doen en laten bepaalt. Jakobus spreekt in zijn brief over geloven metterdaad. Uit het geloof groeit de gerichtheid naar God en naar de naaste. Zoals de naald van het kompas van nature gericht staat naar de Noordpool en daardoor het andere uiteinde van de naald ipso facto naar het zuiden wijst, zo ontstaat uit het geloof onze liefdesneiging naar God enerzijds en bijgevolg naar onze naaste anderzijds. Het geloof brengt ons ertoe het zwaartepunt van ons leven buiten onszelf te leggen, in God, de Vader van Jezus, namelijk. Zo zijn we niet langer bij alles wat we doen, op ons zelf gericht, maar worden we buiten ons zelf tot God en de naaste getrokken. Liefde is de kracht die ons voortdrijft naar God, onze schepper, en naar onze naaste als zijn evenbeeld.

De vrucht van de liefde is de dienstbaarheid.
Jezus die het beeld is van de levende God, heeft ons laten zien wat het betekent dat God liefde is. Namelijk: het kostbaarste wat je hebt, willen verliezen voor de ander die je liefhebt. De evangelist zegt daarom: de liefde van God voor ons mensen is zo groot dat Hij zelfs zijn enige Zoon niet gespaard heeft. Liefde voor ons mensen brengt God tot deze uiterste dienstbaarheid. En de dienstbaarheid die Jezus ons betoond heeft door de minste van allen te worden en gehoorzaam tot de dood op het kruis, die dienstbaarheid houdt hij ook ons voor. Niemand heeft grotere liefde dan wanneer hij zijn leven over heeft voor een ander. Wanneer Jezus zijn levenstaak omschrijft, dan zegt hij dat hij niet gekomen is om gediend te worden, maar om te dienen. Zijn liefde is de bron voor zijn uiterste dienstbaarheid ten bate van ons. Aangeraakt door zijn liefde voor ons, moeten ook wij uit liefde dienaren en dienaressen zijn van elkaar.

De vrucht van de dienstbaarheid is de vrede.
We staan er niet vaak bij stil, maar heel het leven van Jezus staat in het teken van de vrede. Bij zijn geboorte stonden de engelen aan de hemel te zingen: vrede op aarde aan de mensen van Gods welbehagen. En toen hij na zijn opstanding op de eerste dag van de week werd wedergeboren tot de verheerlijkte Christus, waren zijn eerste woorden:  vrede voor ieder van jullie. Hoe vaak horen we niet: Ieder voor zich en God voor ons allen. Maar het is een leugen. Waar ieder zijn eigen belang najaagt, wordt ook God weggejaagd. Als iedereen zichzelf tot centrum maakt, ontstaat vijandschap en wanorde. Paulus zegt terecht dat het kruis van Jezus de muren die ons gescheiden houden, heeft geslecht. Zijn opperste dienstbaarheid heeft de ultieme vrede gebracht tussen God en ons, en tussen de mensen van alle tijden. Scharen we ons vandaag rond zijn kruis waarop hij aller dienstknecht is geworden, en dat hij gemaakt heeft tot boom van leven en vrede. Als wij met hem verbonden blijven en ook met sterven, brengen wij honderdvoudig vruchten voort:
De vruchten van stilte en gebed,
de vruchten van geloof en liefde,
de vruchten van dienstbaarheid en vrede.

Dr. Alfons Jaakke, pr.

Stabat Mater dolorosa met link naar een reeks van toonzettingen - van Gregoriaans tot Jenkins


Het ‘Stabat Mater’ is een van de beroemdste middeleeuws-Latijnse gedichten op de Moeder Gods in haar smart om de gekruisigde Christus. Het is genoemd naar de beginwoorden van het gedicht,  Stabat Mater dolorosa (Nederlands: ‘De moeder stond bedroefd’).

De auteur van het ‘Stabat Mater’ was waarschijnlijk een franciscaner monnik uit Frankrijk of Italië. In de 15e eeuw kreeg het ‘Stabat Mater’ de rol van hymne in de katholieke liturgie. Het werd dan gezongen op 15 september, de dag waarop het “Feest van de Zeven Smarten van Maria” werd gevierd. Het Concilie van Trente (1543-1563) besloot echter het ‘Stabat Mater’ weer uit de liturgie te verwijderen, omdat het te profaan zou zijn (meerstemmige muziek en gebruik van niet-Bijbelse teksten in de liturgie werden als profaan gezien).

Het gedicht behoort sinds 1727 op gezag van Paus Benedictus XIII, weer officieel tot de katholieke misgezangen van het feest van Onze-Lieve-Vrouw van Smarten (15 september). Er zijn verschillende Gregoriaanse melodieën bekend, van zowel voor als na de invoering van het ‘ Stabat Mater’ als sequentie bij het feest van de Zeven Smarten van Maria.

Wij zingen het op 15 september en op Goede Vrijdag tussen de staatsies van de Kruiswegoefening.

Vandaag was een goede gelegenheid een aantal toonzettingen van het Stabat Mater te verzamelen uiteraard ook met de Gregoriaanse versie. U vindt deze onder deze link. We wensen U veel luistergenoegen en als het kan ook een meditatief moment over Onze Lieve Vrouw, "staande aan het Kruis waar haar zoon te sterven hing".

Verering reliek H. Kruis in kapel van ons klooster op Goede Vrijdag


Zometeen bidden wij om 12.00u de Kruisweg in de Basiliek - Trek en bid met ons mee met serie kruiswegmeditaties



Kardinaal Newman schreef een serie prachtige meditaties bij de kruiswegstaties.
U vindt die onder deze link.


vrijdag 15 april 2022

Kardinaal Newman - Kruisweg - The Stations of the Cross I



Eerste Statie

Jezus wordt ter dood veroordeeld.

V. Wij aanbidden U, Christus, en loven U.
R. Omdat Gij door Uw heilig Kruis de wereld verlost hebt.

Uit het huis van Caiphas voortgesleept naar Pilatus en Herodes, bespot, geslagen en bespuwd, de rug verscheurd door geselslagen, het hoofd gekroond met doornen, wordt Jezus, die op de laatste dag de wereld zal oordelen, zelf door onrechtvaardige rechters veroordeeld tot een dood van schande en foltering.
Tot de dood wordt Jezus veroordeeld. Zijn doodvonnis is getekend, en wie anders heeft dat vonnis getekend dan ik, toen ik mijn eerste doodzonden bedreef? Mijn eerste doodzonden, toen ik de staat van genade verwierp waarin Gij mij geplaatst had door het Doopsel, dat was Uw doodvonnis, o lieve Heer. De onschuldige ging lijden voor de schuldige. Die zonden van mij waren de stemmen die riepen “Kruisig Hem”. Die genoeglijke bereidwilligheid waarmee ik ze bedreef was de toestemming die Pilatus gaf aan de roepende menigte. En die verharding van het hart die daarop volgde, mijn afschuw, mijn wanhoop, mijn trotse hooghartigheid, mijn hardnekkig voornemen om nog verder in zonde te leven, die liefde tot de zonde die bezit van mij nam – wat anders waren die eigenzinnige en hartstochtelijke gevoelens dan de slagen en de godslasteringen waarmee de woeste soldaten en het gepeupel U ontving, om het vonnis ten uitvoer te brengen dat Pilatus had uitgesproken.

Onze Vader, Wees gegroet

V. Ontferm U over ons, Heer, ontferm U over ons.
R. O God, wees ons zondaars genadig.

Mogen de zielen der overleden gelovigen in vrede rusten. Amen.

------------------------------------------------------------------------------------
 Jesus is condemned to death.

V. Adoramus te, Christe, et benedicimus tibi.
R. Quia per sanctam Crucem tuam redemisti mundum.

Leaving the House of Caiphas, and dragged before Pilate and Herod, mocked, beaten, and spit upon, His back torn with scourges, His head crowned with thorns, Jesus, who on the last day will judge the world, is Himself condemned by unjust judges to a death of ignominy and torture.

Jesus is condemned to death. His death warrant is signed, and who signed it but I, when I committed my first mortal sins? My first mortal sins, when I fell away from the state of grace into which Thou didst place me by baptism; these it was that were Thy death warrant, O Lord. The innocent suffered for the guilty. Those sins of mine were the voices which cried out, "Let Him be crucified." That willingness and delight of heart with which I committed them was the consent which Pilate gave to this clamorous multitude. And the hardness of heart which followed upon them, my disgust, my despair, my proud impatience, my obstinate resolve to sin on, the love of sin which took possession of me--what were these contrary and impetuous feelings but the blows and the blasphemies with which the fierce soldiers and the populace received.

Thee, thus carrying out the sentence which Pilate had pronounced?

Pater, Ave, etc.

V. Miserere nostri, Domine.
R. Miserere nostri.

May the souls of the faithful departed, through the mercy of God
rest in peace. Amen

Goede Vrijdag: Christus factus est pro nobis - Gregoriaans

Kort commentaar op het Collectagebed Goede Vrijdag Openingsgebed van de Herdenking van het Lijden en Sterven van de Heer – Zonder Kruisdood geen Verrijzenis!

 


Tilman Riemenschneider ca 1460 – 1531, Moeder van Smarten

 

Reminiscere miserationum tuarum, Domine,

et famulos tuos æterna protectione sanctifica,

pro quibus Christus, Filius tuus, per suum cruorem instituit paschale mysterium.

 

Gedenk, Heer, wat Gij gedaan hebt in uw barmhartigheid.

Blijf uw zegen en bescherming verlenen aan uw dienaren

voor wie Christus, uw Zoon, met zijn bloed het Paasfeest heeft ingewijd.

 

Het collectagebed is afkomstig uit het Sacramentarium Gelasianum Vetus (Vat. Reg. lat. 316), 1e helft achtste eeuw, f. 335. Ed. Mohlberg, 1960. Sinds de achtste eeuw werd dit collectagebed, dat zijn plaats had op maandag en dinsdag in de Goede Week, middels een twintigtal codices, verspreid over het vasteland van Europa en de Angelsaksische eilanden, en daar in gebruik in de kathedralen, kapittel- en kloosterkerken.

(Corpus Orationum, tomus CVIII, R-S, Turnhout 1996, oratio nr. 5028)

 “Gedenk uw barmhartigheid, Heer! (Ps 24 (25) 6). Met dit psalmvers begint de Kerk de eerste oratie bij de Herdenking van ’s Heren Lijden en Sterven op Goede Vrijdag. Zo menselijk bidt de Kerk – geleid door het voorbeeld van de Heilige Schrift. Alsof God zijn barmhartigheid zou kunnen vergeten, Hij, die barmhartigheid en liefde is! Goede Vrijdag staat als geen andere dag onder het teken van het Kruis, dat de Kerk in de vieringen van deze dag huldigt, eert en aanbidt: “Crucem tuam adoramus, Domine” , vol eerbied aanbidden wij, Heer, uw Kruis (Antifoon van Goede Vrijdag). Het is het teken van bescherming tegen alle vijandelijke machten. Het is het teken van zegen en heiliging. Alle bescherming en alle heiliging vinden in het Kruis hun oorsprong.

Het vertrouwen van de biddende Kerk is groot. Want Christus heeft voor haar en voor alle (individuele) gelovigen door het vergieten van zijn Bloed het Paasmysterie ingewijd. Heeft Hij het slechts door zijn (Lichaam en) Bloed bewerkt en niet óók door de Verrijzenis?  Dat in deze oratie slechts het Bloed wordt genoemd, heeft zijn betekenis voor de natuur van het mysterie. De Kruisdood van Christus is een offerhandeling, waarvoor het vergieten van het bloed karakteristiek is. Natuurlijk behoort ook de Verrijzenis tot het Paasmysterie zoals bovengenoemde antifoon vervolgt: “et sanctam resurrectionem ruam laudamus et glorificamus: ecce enim propter lignum venit gaudium in universo mundo” en wij zingen de lof van uw heilige verrijzenis: want zie, door het Kruis kwam er vreugde in heel de schepping.

Maar ook de Verrijzenis komt als consequentie van het heil dat het Offer van de Heer heeft bewerkt, van Hem, die “dit alles moest lijden om zo in zijn heerlijkheid binnen te gaan” (Lc 24,26). Wij zijn door zijn Dood en Verrijzenis verlost, waarbij laatstgenoemde heilsdaad in de Offerdood gefundeerd is. Zo heeft het Paasmysterie beide polen, maar de tweede komt voort uit de eerste. In zoverre is dus het uit twee polen bestaande mysterie door het Bloed van Jezus Christus ingezet.

 

Quis non posset contristari,

Christi Matrem contemplari

dolentem cum Filio?

 

Wie wordt niet door leed gegrepen,

als hij schouwt op Christus’ Moeder

in haar leed om deze Zoon?

 

Eia, Mater, fons amoris,,

me sentire vim doloris,

fac ut tecum lugeam.

 

Geef, o Moeder, bron van liefde,

dat ik lijd wat U doorgriefde,

geef mij dat ik met U klaag.

Lectio divina lingua latina Liturgia Horarum Hebdomada Sancta, Feria VI Virtus sanguinis Christi


 Ad Officium lectionis


Lectio altera

Ex Catechésibus sancti Ioánnis Chrysóstomi epíscopi
(Cat. 3, 13-19: SCh 50, 174-177)
Tweede lezing
Uit het catechetisch onderricht van de H. Johannes Chrysostomus, bisschop
(Cat. 3, 13-19: SCh 50, 174-177)
De kracht van Christus’ Bloed
Wilt ge iets horen over de kracht van Christus’ Bloed? Laten we dan in gedachten eens teruggaan naar zijn evenbeeld en ons de vroegere voorafbeelding herinneren en over dat oude Schriftwoord praten.
Doodt, zei Mozes, een eenjarig lam en bestrijkt met zijn bloed uw deuren. Wat zegt ge, Mozes? Was het bloed van een schaap gewend om een redelijk mens te bevrijden? Zeker, zegt hij, niet omdat het bloed is, maar omdat daardoor het bloed van de Heer wordt voorafgebeeld. Als dus de vijand nu niet het bloed ziet van de voorafbeelding, aangebracht aan de deurposten, maar het bloed van de waarheid, dat straalt van het gelaat der gelovigen en bestemd is voor de deurposten van Christus’ tempel, trekt die vijand zich veel meer terug.
Wilt ge noch een andere kracht van dit bloed onderzoeken? Ik zou willen, dat ge zoudt inzien, waar het voor het eerst heeft gevloeid en uit welke bron. Het eerst heeft het gevloeid  van het kruis zelf, die zijde van de Heer was het begin. Want toen Jezus gestorven was en nog aan het kruis hing, wordt er gezegd, kwam er een soldaat en doorboorde met zijn lans Jezus’ zijde en terstond vloeide er water en bloed uit. Het ene is een symbool van het doopsel, het andere van het Sacrament [de H. Eucharistie]. De soldaat opende de zijde en daarmee de wand van de heilige tempel en ik vond een kostbare schat en wenste mezelf geluk met het vinden van schitterende rijkdommen. Zo is het ook met dat lam gebeurd. De Joden doodden een schaap, maar ik herkende de vrucht van het offer.
Uit zijn zijde vloeide bloed en water. Ik wil niet, toehoorder, dat ge zo gemakkelijk aan de geheimen van zo’n groot mysterie voorbijgaat.  Want ik heb u nog over mystieke en verborgen zaken te spreken. Ik zei, dat dit water en dit bloed zich aan ons vertonen als een symbool van het Doopsel en de Geheimen [H. Eucharistie]. Want op deze beide is de Kerk gegrondvest: door de wedergeboorte in het bad en de vernieuwing in de Heilige Geest, namelijk door het Doopsel en door de Geheimen, die uit de zijde schijnen te zijn voortgekomen. Uit zijn zijde derhalve heeft Christus zijn Kerk opgebouwd, zoals uit de zijde van Adam zijn echtgenote Eva is voortgekomen.
Daarover getuigt dan ook Paulus als hij zegt: Wij zijn van zijn lichaam en van zijn gebeente, doelend op zijn zijde. Want zoals God uit die zijde de vrouw deed voortkomen, zo heeft Christus ons uit zijn zijde water en bloed gegeven, waardoor de Kerk hernieuwd zou worden. En zoals bij de slapende Adam God zijn zijde opende, zo gaf Hij ons na zijn dood water en bloed.
Ziet, hoe Christus zijn bruid tot zich getrokken heeft, ziet met wat voor spijs Hij ons voedt. Door dezelfde spijs worden we geboren en gevoed. Want zoals een vrouw door de liefdesdrang van de natuur zich haast haar kind met haar melk en bloed te voeden, zo voedt ook Christus hen altijd, die Hij zelf door zijn bloed het leven hergeeft.



Miserere mei, Deus - Allegri - Tenebrae

J..S. Bach - Passion selon Saint Luc BWV 246

vrijdag 2 april 2021

J.S. Bach Wir setzen uns mit Tränen nieder

GOEDE VRIJDAG HYMNEN IN DE KLEINE UREN: TERTS, SEXT EN NOON

Bij de Terts



Verlosser, maak uw schepsel zalig,
getekend met het heilig licht van uw gelaat;
niets worde verscheurd door duivels bedrog
wat Gij met de prijs van uw dood hebt verlost.

Betreur het, uw dienaar gevangen te zien,
vergeeft de schuldigen, richt de geboeiden weer op,
en die Gij met uw eigen bloed hebt verlost.
goede Koning, leid hen naar uw eeuwige vreugde.

Amen.

Bij de Sext


Kruis, de zegen voor de wereld,
hoop op zekere verlossing,
eens waart gij voedsel voor de hel,
nu de heldere deur van de hemel.

Op u werd het Offerlam geheven,
dat alles tot zich trok;
de vorst der wereld viel het aan,
maar vond er niets van het zijne.

Aan de Vader, aan u en aan de Trooster,
o Jezus, zij eenzelfde glorie,
die door de overwinning van het kruis
ons geeft, de eeuwige vreugde te genieten.
Amen.

Bij de Noon

Door uw Kruis, o Christus, bidden wij,
breng van het leven naar de glorie over
die Gij, genageld aan het kruishout,
gewaardigd hebt te redden.

De woorden van uw Wet
vernietigden de oude schuld;
de vroeger slavernij verdween.
de ware vrijheid wordt teruggeschonken.

Aan de Vader, aan u en aan de Trooster,
o Jezus, zij eenzelfde glorie,
die door de overwinning van het kruis
ons geeft, de eeuwige vreugde te genieten.
Amen.

Waarom vereren wij het Kruis? Omdat het eeuwig actueel is voor ieder van ons persoonlijk.

Crucem tuam, adoramus, Domine, et sanctam resurrectionem tuam laudamus et glorificamus: ecce enim propter lignum venit gaudium in universo mundo.
(Antifoon uit de liturgie van Goede Vrijdag)
Uw Kruis, aanbidden wij, Heer, en wij zingen de lof van uw heilige Verrijzenis.
Want zie, door het Kruis kwam er vreugde in heel de schepping.
Zonder twijfel is het symbool van het Kruis, dat boven alle andere symbolen uitgaat en zelfs de beeltenis van de Moeder Gods met het Kind overstijgt, het symbool van de christelijke godsdienst voor heel de wereld.
Kruisbeelden kan men natuurlijk in de musea bekijken. Geen enkele curator echter zal zijn kunstcollectie als compleet beschouwen als daar een kruisbeeld of een aantal kruisbeelden ontbreken. Een sterke en veelzeggende aanwijzing van onze gevoeligheid is de uitdrukkingsvorm die in de verschillende culturen door de eeuwen heen aan kruisbeelden is gegeven.
Zo is er de jonge held op het Kruis die het strijdperk betreedt om de strijd aan te gaan met de Vorst der Duisternis. Het Oud-Engels gedicht “The dream of the Rood” is daar een markant voorbeeld van. De volgende regels worden uitgesproken door het Kruis zelf:
Then I saw the King of all mankind
In brave mood hasting to mount upon me …
Then the young Warrior, God, the All-Wielder,
Put off His raiment, steadfast and strong;
With lordly mood in the sight of many
He mounted the Cross to Redeem mankind,
(Charles W. Kennedy ed., An Anthology of Old English Poetry (New York, 1960, 145))

Ik zag de Koning van heel de mensheid
dapper zich haastend om mij te bestijgen;
toen legde de jonge Strijder, God, de Albeheerser,
zijn gewaad af, standvastig en sterk;
voornaam van gemoed, voor de ogen van velen
besteeg Hij het Kruis om de mensheid te Verlossen.
In de loop der eeuwen werd deze heroïsche uitdrukkingsvorm geleidelijk vervangen door het beeld van de Lijdende Dienaar, meer kenbaar als slachtoffer, de van pijn kronkelende en met bloed bespatte figuur van de Late Middeleeuwen. Dit laat onverlet dat er van land tot land verschillende vormen zijn die soms in de ogen van velen nogal sentimenteel zijn of dramatisch. Maar in de aanwezigheid van het Kruis stijgen we uit boven de grenzen van het louter esthetische en van artistieke integriteit. Niet katholieke christenen wijzen soms het Kruis af met de opmerking: “wij vereren de Verrezen Christus”. Dit idee hangt samen met een opvatting die op zichzelf niet verkeerd is, namelijk dat Goede Vrijdag wordt gevolgd door de Verrijzenis van Pasen. Inderdaad is de Christus die we aanroepen in onze gebeden niet dood, Hij leeft in de hemel, zo leert ook de Apostel Paulus ons. Hij is onze Voorspreker aan de Rechterhand van de Vader en alle macht in de hemel en op aarde zijn Hem gegeven. En Hij leeft in onze harten in de Persoon van de Heilige Geest.
Dit is allemaal waar en zeker kan het er op lijken dat de katholieke devotie bij sommigen geconcentreerd lijkt op de lijdende God met zijn bedroefde Moeder, waardoor het mysterie naar de achtergrond lijkt te verdwijnen. Dan kan het lijken alsof de Goede Vrijdag-processies en de Grafleggingen Pasen overschaduwen.
Maar misbruik sluit gebruik niet uit: abusus non tollit usus. Toch gaat er veel verloren wanneer we ons alleen richten op de Verrijzenis en het Kruis missen in zijn centrale betekenis in het christelijk geloof. We kunnen niet een geloofsgeheim wegvegen met een kreet over de Verrijzenis.
Het geloof ziet in het Kruis een mysterie van peilloze diepte waardoor de zon verduisterde en de rotsen spleten. Het Kruis richt ons op het punt waar de Hoogste en Heiligste binnengaat in het kwaad en het lijden dat de menselijke conditie aankleeft. Sterker nog: Hij treedt het binnen voor ons (“Dit is mijn Lichaam, gebroken voor u”) en dit wordt nog overstegen door het ( “Eli, Eli …?”).
Dit is geen gebeurtenis die terzijde geschoven kan worden met een beroep op een punt uit de geloofsleer. Het feit dat de Verrijzenis volgt op de duistere gebeurtenis van de kruisiging en die tot vruchtbaarheid bracht en die paradoxaal genoeg met licht en glorie vervulde, zegt ons niet dat onze devotie en ons gebed niet ook specifiek gericht mogen zijn op de vereniging met de Heer op het cruciale uur van zijn Lijden waarin Hij zich op de meest intieme wijze met ons verbindt. Er is voor alles een juiste tijd en dat vinden we terug in de katholieke devotie. De katholieke vroomheid houdt ieder aspect van het verlossingswerk in leven en in ere, of het nu gaat om de vreugde van Christus’ Geboorte, zijn Verrijzenis of zijn Lijden. Lijden is het kernelement van het menselijk bestaan na de zondeval. Waar treffen we onszelf aan wanneer we kermen van verdriet en pijn? Precies, bij het Kruis. Ja, we weten het: “Het is volbracht”, maar hetgeen volbracht is blijft werkelijk en actueel in de tijd, ook in de dimensie waarin wij stervelingen zelf moeten ervaren dat wij kinderen van Adam zijn. De overwinning van Pasen met het lege Graf en de Verrezen Heer maakt een einde aan zonde, lijden en dood. Maar we ervaren die beëindiging meer als een omstandigheid van onze verlossing waarmee wij tot de heerlijkheid worden gebracht. Gebracht worden betekent dat het een proces is. We leven in de tijd, we lijden in de tijd. Katholieken leven met deze paradox van het volbracht-zijn en tegelijk tegenwoordig-zijn. We plaatsen onszelf aan de voeten van onze Verlosser als Hij onze zonden, ons lijden en ons verdriet draagt in zijn eigen Lichaam aan het Kruis. Hier zien we een soortgelijke paradox in de H. Eucharistie. Christus zegt tegen zijn leerlingen: “Doet dit tot Mijn gedachtenis.” Een enkele gedachtenis verwijst naar een incident in het verleden, dat wij ons in herinnering brengen, maar het woord van Christus, anamnesis, (gedachtenis) heeft de kracht van een herinnering die tegelijk tegenwoordig stelt. De H. Mis is een binnengaan in het mysterie van de kruisiging, het Offer, opgedragen voor ons allen door Christus op het Kruis. Hij komt daadwerkelijk aanwezig in de H. Mis. De gebeurtenis is uit het verleden, maar het geofferde Lam is het Lam dat is geofferd bij de schepping van de wereld. De liturgie doorbreekt het weefsel dat hangt tussen tijd en eeuwigheid. Verleden, heden en toekomst worden aanwezig gesteld bij de viering van de H. Mis. Een dergelijk doorbreking van de tijd-dimensie zien we bij de kruisiging. Ja, het Lichaam was begraven, verrees en steeg ten hemel en is gezeten aan de Rechterhand van de Vader. De schijnbare tegenstellingen, paradoxen en mysteries (een herkenbaar woord voor katholieken), nemen alleen maar toe als we er verder over nadenken. Wat betekent plaatsvervangend lijden? Zeker, Hij droeg onze smarten en onze lasten, maar hoe werkt dat dan? In welk opzicht is dit waar? Deze vragen stellen we onszelf wanneer we verbrijzeld zijn door ons verdriet of het verdriet van anderen, zeker ingeval van onschuldige kinderen of dieren.
De logica houdt op. Medelijden heeft zijn grenzen. Onze dapperste pogingen om door te dringen tot het Mysterie redden het niet. Ons geloof hapert. Betekent dit dat wij niet langer het gewicht van onze eigen zorgen moeten dragen, omdat Christus het Kruis heeft gedragen? Zonde, zorgen, lijden en dood zijn inderdaad weggenomen door het Kruis, maar wij, gewone stervelingen, moeten binnengaan in de diepte van dit Mysterie door de daadwerkelijke ervaring. Het feit dat de Verlosser dit allemaal voor ons droeg, betekent niet dat wij niets daarvan dragen. Sterker nog, het betekent dat wij uitgenodigd zijn tot het dragen van het Kruis waar lijden wordt omgevormd. Wij, de Kerk, zijn zijn Lichaam, zegt de Apostel Paulus, als zodanig delen wij in het Lijden van Christus voor het leven op aarde. 
Deze benadering ligt achter de oude katholieke gedachte er ‘een offertje van te maken’. Protestanten kennen deze uitdrukking niet. Door hun rigoureuze benadering van de voltooiing door Christus, kun je niets anders opdragen dan je eigen zondige zelf, schoongewassen door het Bloed van het Lam.
Technisch is dit juist, maar de katholieke vroomheid wil doordringen in, wat ook Sint Paulus bedoelt wanneer hij spreekt over het aanvullen van wat nog ontbreekt aan het Lijden van Christus (Kol 1, 24), het gekruisigd worden met Christus (Gal 2, 20) en het ‘in sterven  van Christus in mijn lichaam dragen’ (2 Kor 4, 10).
Christus zegt tegen zijn leerlingen dat zij zullen drinken uit de beker die Hij dronk en zullen worden gedoopt met het Doopsel waarmee Hij is gedoopt, daarmee specifiek doelend op zijn naderend Lijden in Jerusalem. Als een dierbare sterft aan het coronavirus, een oude man zijn demente echtgenote in het verpleeghuis niet meer kan bezoeken, wij met drie dreinende kleine kinderen in een kleine flat knetterend dol worden, worden wij uitgenodigd door de goddelijke Barmhartigheid ons te verenigen met onze Verlosser op het Kruis op Calvarië, om zo te ontdekken dat ons lijden zijn Lijden is, en, ultiem paradoxaal, dat zijn Lijden ons lijden is, want – het zij herhaald – wij zijn zijn Lichaam.
De pijn blijft, die is niet ineens verdampt. Het Kruis blijft het Kruis, geen toverstok van Harry Potter. En met onze katholieke ogen zien wij aan het Kruis Degene, Wiens zelfgave alle lijden omvormde. Als ik mijn last van lijden en zonde draag en schreeuwend op mijn knieën val om hulp, dan mag ik weten dat de Verlosser ontvangt wat ik opdraag en het verenigt met zijn Lijden aan het Kruis.
De goddelijke Barmhartigheid vormt zo de loden last om tot een kostbare substantie. Wij weten niet wat de martelaren hebben ervaren in hun lijden, maar wij weten wel dat zij in staat werden gesteld het lijden te dragen. En zelfs, ongelooflijk genoeg, te zingen van vreugde.
Het gaat in tegen de logica, maar wij hebben het getuigenis van duizenden Heiligen, die hebben geleden, hetzij lichamelijk, hetzij geestelijk. Zij vertellen ons niet alleen van vertroosting, maar zelfs van vreugde.
Er is geen garantie van vreugde en de duisternis van Calvarië is dik en het is nauwelijks te geloven dat de Zoon van God met vreugde leed. We gaan allemaal door de donkere vallei des geloofs met Hem. Maar met Hem. Met wie? Hij, onze Verlosser, het Lam Gods, de Persoon aan het Kruis. En daarom houdt de Katholieke Kerk ons het Kruis voor ogen en nodigt ons uit niet alleen het Mysterie te overwegen maar ook om hulp te vragen. Aanbidden wij een houten beeld, of van gips, als wij dat doen? Nee, niet meer dan een minnaar zichzelf zou bedriegen wanneer hij kijkt naar de foto van zijn geliefde.
De afbeelding helpt ons om onze gedachten, gevoelens en gebeden te leiden. Dat kijken kan ons zelfs te hulp komen als de woorden ons ontbreken: het lichaam gebogen in doodsstrijd maar met de armen gestrekt, dat ons zegt, niet in woorden maar in zijn vorm: “Komt tot Mij, allen die gebukt gaat onder lijden en Ik zal u rust geven. Neem mijn juk op…”
Wij, katholieken, zien aan het Kruis zowel het Oordeel als de Barmhartigheid. Hier neemt Hij de zonden van ons weg, zoals de zonden van Israël werden weggenomen door het slachten van een onschuldig lam op hun altaren. We zien het oordeel van God in het Offer aan het Kruis: “Zonder het vergieten van bloed is er geen vergeving van zonden” (Hebr 9, 22). “Het Bloed van Christus is het handgeld van mijn verlossing” (1 Tim 2, 6). Je moet katholiek zijn om te komen en te knielen met een rouwmoedig hart, een penitentie te krijgen, dank te zeggen en te weten dat je zonden vergeven zijn. Het Kruis is een machtig symbool waar al mijn zondig getob wordt bloot gelegd in al zijn ellende. Tegelijkertijd brengt het Kruis mij naar de plaats waar ik mijn uitputting en woede over de zonden van anderen mag vergeven, zoals Christus dat Zelf deed tegenover zijn vervolgers. De woorden van mijn woede verdwijnen als ik kijk naar het Kruis. Ach, Heer, ga weg van mij, want ik ben een zondig mens. Ik ben niet waardig dat Gij tot mij komt. “Met het oordeel waarmee gij oordeelt, zult gij ook zelf geoordeeld worden” (Mt 7, 2).
Het oordeel over mijn zonden maakte zich bekend op Calvarië. Kan ik wensen, dat anderen strenger worden beoordeeld dan dat ik zelf beoordeeld wil worden? Kan ik dat blijven zeggen wanneer de Man aan het Kruis naar mij kijkt? Nee, want in die blik word ik uitgenodigd tot de achterliggende werkelijkheid van vergiffenis en het moment waarop ik mij mijn leven lang moet voorbereiden, iedere keer ook wanneer ik zeg: “En vergeef ons onze schuld, zoals ook wij aan anderen vergeven.”
Ik ben niet uitgenodigd om deel te nemen aan de beoordeling van de zonden van anderen. Sterker nog, ik krijg de nobele gelegenheid mijn stem te verenigen met die van de Gekruisigde wanneer Hij uitroept: “Vader, vergeef het hun, want zij weten niet wat zij doen”. 
Dat en niet anders hoort ook mijn gebed te zijn, wanneer ik denk aan de zonden van anderen.
Dit is geen gemakkelijke les die mag beginnen met het volgende gebed: “Vergeef ons onze zonden, bewaar ons voor het vuur van de hel, vooral degenen die uw barmhartigheid het meeste nodig hebben.” Dit is het gebed dat de Engel leerde aan de kinderen van Fatima en dat ook wij in het klooster bidden na elk tientje van de Rozenkrans.
Hiermee wordt een katholiek geconfronteerd in aanwezigheid van het Kruis. Het kruisbeeld helpt ons en daarom houdt de Rooms-Katholieke Kerk ons het Kruis voor ogen… altijd.

De beschouwing over het Kruis is een bewerkte samenvatting van het gelijknamig hoofdstuk van het boek van Thomas Howard, On Being Catholic, Ignatian Press, San Francisco, 1997.