Posts tonen met het label hebdomada sancta. Alle posts tonen
Posts tonen met het label hebdomada sancta. Alle posts tonen

zaterdag 19 april 2025

Bij het Graf op Stille Zaterdag - De gehele dag waken en bidden wij bij het Heilig Graf

Rustaltaar Paaszaterdag Sacramentskapel Priorij Thabor

Almachtige eeuwige God, wiens Eniggeboren Zoon naar het dodenrijk is afgedaald, vanwaar Hij glorierijk is opgestaan, verleen in Uw goedheid, dat Uw gelovigen die met Hem begraven zijn in het doopsel ook door Zijn verrijzenis met Hem verrijzen opstaan ten eeuwigen leven.

(Liturgia Horarum/ Getijdengebed: Oratie van Paaszaterdag)

De gehele dag waken en bidden wij bij het Heilig Graf en de gasten doen mee..

Post crucificationem / Na de kruisiging

 Quinten Matsijs (1466-1530), Bewening van Jezus

Responsorium post lectionem octavam ad Matutinum
Responsorie na de achtste lezing van de Metten
Æstimatus sum
cum descendentibus in lacum.
Factus sum sicut homo
sine adiutorio
inter mortuos liber.

Posuerunt me in lacu inferiori,
in tenebrosis
et in umbra mortis.

Ik word gerekend
bij hen die neerdalen in het graf.
Ik ben geworden als een mens
zonder hulp
vrij temidden van de doden.

Zij hebben Mij neergelegd in een diepe groeve,
in duisternis
en in de schaduw van de dood. 

vrijdag 18 april 2025

Paaszaterdag - Salvator mundi, salva nos



Salvator mundi, salva nos;
qui per crucem et sanguinem tuum,
redemisti nos,
auxiliare nobis,
te deprecamur, Deus noster.
(Ant. ad Benedictus, sabbato sancto)

Verlosser van de wereld, red ons;
die door uw Kruis en uw Bloed
ons hebt vrijgekocht,
sta ons bij,
[zo] smeken wij U, onze God.

GOEDE VRIJDAG Ecce lignum Crucis….



Een van de elementen van de liturgie van Goede Vrijdag is de kruisontbloting. In drie fasen onthult de priester een kruis en zingt driemaal: ‘Ecce lignum Crucis, in quo salus mundi pependit. Venite adoremus!’ Zie het hout van het Kruis, waaraan de Verlosser van de wereld hing, komt laten wij aanbidden!  Wat hier in een eenvoudig liturgisch gebaar gebeurt onder de schaduw van een symbool gebeurde en gebeurt in werkelijkheid in de geschiedenis van de mensen. Slechts korte tijd opgericht op Golgotha, heeft het Kruis in de volheid van de tijd alle tijden overschaduwd. Als de mensen die vóór Christus leefden, dwaalden, was dit omdat zij de enige pool van de tijd niet kenden: het Kruis dat alleen blijft staan terwijl al het andere verandert. Wat anders is dit dan de kracht waarmee de op het Kruis verheven Christus allen tot zich trekt? Het is Gods antwoord op de woorden van schuld en nood, van verlangen, van het klagen en het wanhopige smeken in heel de geschiedenis van de mensen. Velen ijlen het ontblote kruis haastig voorbij, helpen kan men toch niet. Velen blijven. Omdat zij hier horen, omdat zij hier alles hebben gevonden. Zij kussen de wonden van de Heer. Zij knielen, als zondaars, - wij zijn het immers allemaal – voor het Kruis neer. Wij hebben Hem immers gekruisigd, op Hem zijn onze zonden gelegd die de dood in de wereld brachten, maar die Hij, door te sterven op het Kruis, heeft gedood.
Stervenden liggen aan zijn voeten, zij die lijden wenen bij zijn Kruis, kinderen en hoogbejaarden knielen bij Hem, ook de thuislozen en eenzamen in zwijgen gehuld, moeders en weduwen,  wijzen en geleerden, priesters en zij die geloven niet te kunnen geloven en tenslotte ook ik, die mijzelf amper begrijp en die de afgrond van het eigen hart vrees. Waar zou ik anders blijven dan hier, in het besef dat God liefde en erbarmen is en aan Wie ik mij het beste volledig kan overgeven? Mijn ziel dorst naar God, mijn Redder. Ik wil Hem zien die de bitterste kelk van deze wereld heeft gedronken. Ach, wat stelt het voor als wij zondaars een beetje bitterheid bespeuren…Ik wil de doorboorde zijde zien, die mij in zijn hart heeft gesloten en mij zo heeft meegenomen, omdat Hij uit deze wereld door de dood naar zijn Vader ging, opdat ik ook daar moge zijn. ‘Crucem tuam adoramus..’, vol eerbied, Christus, aanbidden wij uw Kruis, en zingen de lof van uw heilige Verrijzenis, want door het Kruis kwam er vreugde in heel de schepping!


GOEDE VRIJDAG Tijden van rust en stilte



De eerste oratie van het ‘Gebed van de gelovigen’ tijdens de Herdenking van het Lijden en Sterven van de Heer vandaag, luidt:

Laten wij bidden, broeders en zusters, voor de Heilige Kerk: dat onze Heer en Goed haar over heel de wereld vrede en eenheid brengt; dat in ons leven tijden van rust en stilte komen tot verheerlijking van God, de almachtige Vader.

Hierop sluit een gebed aan dat de zalige moeder Teresa, bekend om haar werk onder de allerarmsten, ons, behalve haar voorbeeld in de geest van Jezus, heeft nagelaten:
De vrucht van de stilte is het gebed,
de vrucht van gebed is het geloof,
de vrucht van het geloof is de liefde,
de vrucht van de liefde is de dienstbaarheid,
de vrucht van dienstbaarheid is de vrede.

De vrucht van de stilte is het gebed. We brengen deze dagen in gepaste stilte door. Wat een lawaai om ons heen, in allerlei vormen; golven van geluid die ons overspoelen, we overschreeuwen elkaar, stilte jaagt ons angst aan en beklemt ons. En er is ook veel lawaai in ons zelf. We gaan van onrust naar onrust. Luisteren we naar psalm 131: “Ik ben stil geworden, ik heb mijn ziel tot rust gebracht, als een kind op de arm van zijn moeder, als een kind is mijn ziel in mij.” Die stilte is de vruchtbare bodem voor gebed, zoals Jezus in de stilte van de nacht de berg opging om er tot zijn Vader te bidden.

De vrucht van gebed is het geloof. Bidden is de ademhaling van de ziel. Gebed heft onze ziel op tot God en verruimt ons hart zoals frisse lucht onze borstkas. Bidden brengt ons voor Gods aanschijn en geeft ons kracht om te geloven. Jezus zei verwijtend tegen zijn leerlingen: Alleen door gebed verkrijg je het geloof om bergen te verzetten. Daarom bad de vader van het zieke kind: Ik wil wel geloven, maar kom mijn ongeloof te hulp. Uit gebed groeit het geloof waarin je alles van God verwacht, en weet – en ik bedoel niet intellectuele kennis  maar weten uit omgang en ervaring – en weet dus dat je bij hem nooit bedrogen uitkomt.

De vrucht van geloof is de liefde.
Geloven in bijbelse zin is niet zo maar iets aannemen en een louter verstandelijke aangelegenheid. Het is een overtuiging die doorwerkt in het leven van alle dag en heel ons doen en laten bepaalt. Jakobus spreekt in zijn brief over geloven metterdaad. Uit het geloof groeit de gerichtheid naar God en naar de naaste. Zoals de naald van het kompas van nature gericht staat naar de Noordpool en daardoor het andere uiteinde van de naald ipso facto naar het zuiden wijst, zo ontstaat uit het geloof onze liefdesneiging naar God enerzijds en bijgevolg naar onze naaste anderzijds. Het geloof brengt ons ertoe het zwaartepunt van ons leven buiten onszelf te leggen, in God, de Vader van Jezus, namelijk. Zo zijn we niet langer bij alles wat we doen, op ons zelf gericht, maar worden we buiten ons zelf tot God en de naaste getrokken. Liefde is de kracht die ons voortdrijft naar God, onze schepper, en naar onze naaste als zijn evenbeeld.

De vrucht van de liefde is de dienstbaarheid.
Jezus die het beeld is van de levende God, heeft ons laten zien wat het betekent dat God liefde is. Namelijk: het kostbaarste wat je hebt, willen verliezen voor de ander die je liefhebt. De evangelist zegt daarom: de liefde van God voor ons mensen is zo groot dat Hij zelfs zijn enige Zoon niet gespaard heeft. Liefde voor ons mensen brengt God tot deze uiterste dienstbaarheid. En de dienstbaarheid die Jezus ons betoond heeft door de minste van allen te worden en gehoorzaam tot de dood op het kruis, die dienstbaarheid houdt hij ook ons voor. Niemand heeft grotere liefde dan wanneer hij zijn leven over heeft voor een ander. Wanneer Jezus zijn levenstaak omschrijft, dan zegt hij dat hij niet gekomen is om gediend te worden, maar om te dienen. Zijn liefde is de bron voor zijn uiterste dienstbaarheid ten bate van ons. Aangeraakt door zijn liefde voor ons, moeten ook wij uit liefde dienaren en dienaressen zijn van elkaar.

De vrucht van de dienstbaarheid is de vrede.
We staan er niet vaak bij stil, maar heel het leven van Jezus staat in het teken van de vrede. Bij zijn geboorte stonden de engelen aan de hemel te zingen: vrede op aarde aan de mensen van Gods welbehagen. En toen hij na zijn opstanding op de eerste dag van de week werd wedergeboren tot de verheerlijkte Christus, waren zijn eerste woorden:  vrede voor ieder van jullie. Hoe vaak horen we niet: Ieder voor zich en God voor ons allen. Maar het is een leugen. Waar ieder zijn eigen belang najaagt, wordt ook God weggejaagd. Als iedereen zichzelf tot centrum maakt, ontstaat vijandschap en wanorde. Paulus zegt terecht dat het kruis van Jezus de muren die ons gescheiden houden, heeft geslecht. Zijn opperste dienstbaarheid heeft de ultieme vrede gebracht tussen God en ons, en tussen de mensen van alle tijden. Scharen we ons vandaag rond zijn kruis waarop hij aller dienstknecht is geworden, en dat hij gemaakt heeft tot boom van leven en vrede. Als wij met hem verbonden blijven en ook met sterven, brengen wij honderdvoudig vruchten voort:
De vruchten van stilte en gebed,
de vruchten van geloof en liefde,
de vruchten van dienstbaarheid en vrede.

Dr. Alfons Jaakke, pr.

donderdag 17 april 2025

Christus Factus Est Witte Donderdag Antifoon Gregoriaans

Collectegebed van Witte Donderdag. Mogen wij in dit grote mysterie de bron vinden van liefde en leven in overvloed

Dirk Bouts, Het laatste Avondmaal.

God, wij herdenken en vieren het heilig Avondmaal,
toen uw Eniggeboren Zoon het nieuwe offer
en de maaltijd van zijn liefde
voor altijd aan de Kerk heeft toevertrouwd,
voordat Hij zich overleverde aan de dood.
Wij vragen U:
mogen wij in dit grote mysterie
de bron vinden van liefde en leven in overvloed.

Ubi Caritas Witte Donderdag Gregoriaans

Ercole Ferrarese 1451-1496: De Instelling van de H. Eucharistie




Ercole Ferrarese, Instelling van de H. Eucharistie, 1490
Eitempera op houten paneel, 29x21 cm
National Gallery. Londen.

We naderen de laatste donderdag van de Veertigdagentijd,
Witte Donderdag, dag waarop we niet alleen de Instelling
van de H. Eucharistie tijdens het Laatste Avondmaal gedenken
en vieren, maar ook het mysterie van deze gebeurtenis beschouwen.
Dit doen we aan de hand van een schilderij dat geschilderd werd
als deur van een tabernakel, in Ferrara, en dat bewaard
wordt in de National Gallery, Londen.

Tijdens de Plechtige Avondmis ligt er even een zweem van licht
en blijdschap over de Kerk. Het Kruis is wit gesluierd en het
altaar is speciaal versierd als voor een groot feest.
De klokken luiden onder het aangeheven “Gloria”,
maar verstommen daarna.
Witte Donderdag is de dag van het “Brood des Levens”,
als gedenkteken van Christus’ verzoenende dood.
“O memoriale mortis Domine, O gedachtenis van de dood
van de Heer, levend Brood dat aan de mens het leven geeft!”
zingt St. Thoma terecht van de H. Eucharistie.
Zo voelen we het aan..Zo was de stemming bij het Laatste Avondmaal,
het liefdemaal voordat Jezus heenging.

Voorstelling:
Christus is gezeten in het midden van de tafel:
met een hand zegent Hij, en met de andere hand
houdt Hij , niet het brood zoals gebruikt bij het
Joodse Paasmaal, maar de typische vorm van
het Eucharistisch Brood.
Let ook op de architectuur van de zaal.

maandag 14 april 2025

Holy Week with cardinal Newman Mental Sufferings of Our Lord in His Passion



“As the solemn days proceed, we shall be especially called on, my brethren, to consider His sufferings in the body, His seizure, His forced journeyings to and fro, His blows and wounds, His scourging, the crown of thorns, the nails, the Cross. They are all summed up in the Crucifix itself, as it meets our eyes; they are represented all at once on His sacred flesh, as it hangs up before us—and meditation is made easy by the spectacle. It is otherwise with the sufferings of His soul; they cannot be painted for us, nor can they even be duly investigated: they are beyond both sense and thought; and yet they anticipated His bodily sufferings. The agony, a pain of the soul, not of the body, was the first act of His tremendous sacrifice; “My soul is sorrowful even unto death,” He said; nay; if He suffered in the body, it really was in the soul, for the body did but convey the infliction on to that which was the true recipient and seat of the suffering.

Now apply this to the sufferings of our Lord;—do you recollect their offering Him wine mingled with myrrh, when He was on the point of being crucified? He would not drink of it; why? because such a portion would have stupefied His mind, and He was bent on bearing the pain in all its bitterness. You see from this, my brethren, the character of His sufferings; He would have fain escaped them, had that been His Father’s will; “If it be possible,” He said, “let this chalice pass from Me;” but since it was not possible, He says calmly and decidedly to the Apostle, who would have rescued Him from suffering, “The chalice which My Father hath given Me, shall I not drink it?” If He was to suffer, He gave Himself to suffering; He did not come to suffer as little as He could; He did not turn away His face from the suffering; He confronted it, or, as I may say, He breasted it, that every particular portion of it might make its due impression on Him. And as men are superior to brute animals, and are affected by pain more than they, by reason of the mind within them, which gives a substance to pain, such as it cannot have in the instance of brutes; so, in like manner, our Lord felt pain of the body, with an advertence and a consciousness, and therefore with a keenness and intensity, and with a unity of perception, which none of us can possibly fathom or compass, because His soul was so absolutely in His power, so simply free from the influence of distractions, so fully directed upon the pain, so utterly surrendered, so simply subjected to the suffering. And thus He may truly be said to have suffered the whole of His passion in every moment of it.”

(From discourse 16: Mental Sufferings of Our Lord in His Passion)

We thank the Birmingham Oratory with many good memories of a visit long ago!

zondag 13 april 2025

Antiphona - Hosanna filio David Plechtige Intrede Processie Palmzondag

Kort commentaar op het Collectagebed van Palmzondag Hem navolgen in woord en daad

 


Omnipotens sempiterne Deus,

qui humano generi, ad imitandum humilitatis exemplum, Salvatorem nostrum carnem sumere, et crucem subire fecisti,

concede propitius,

ut et patientiæ ipsius habere documenta et resurrectionis consortia mereamur.

 Almachtige eeuwige God,

om aan de mensen een voorbeeld te geven van nederigheid hebt Gij gewild dat onze Verlosser mens werd zoals wij en de dood onderging aan het kruis.

Geef dat wij ter harte nemen wat zijn lijden ons te zeggen heeft en deel hebben aan zijn verrijzenis.

Dit collectegebed is afkomstig uit het Sacramentarium Gelasianum (Vat. Reg. lat. 316 f. 329), 1e helft achtste eeuw.

Opvalt in de tekst is dat er twee woorden zijn gebruikt die hetzelfde lijken te betekenen maar die elkaar toch niet helemaal dekken. Exemplum is een voorbeeld ter navolging uit het verleden met een grote gezaghebbend kracht – een woord afkomstig uit de klassieke Romeinse retorica. Zo zag Cicero zag keizer Augustus als exemplum. Een “exemplum” kan een bepaalde persoon zijn of een bepaald handelen[1]. Het begrip exemplum wordt echter verder op in de oratie nog meer uitgebreid met “documenta”Documentum is dus een model voor navolging, een rolmodel zoals exemplum maar heeft soms ook de betekenis van “een proeve”, dat is een concrete demonstratie dat hetgeen wordt beweerd waar is: een evidentie, een bewijsstuk. We zien er ook het werkwoord docere/ docui, een documentum leert ons iets.

De oratie schetst ons het fundamentele en gezaghebbend patroon van de christelijke ervaring: zelf-ontlediging in de Menswording en in de Passie die voert tot de Verrijzenis. Christus is de proeve bij uitstek waarnaar wij ons eigen leven moeten vormen en modelleren. Het leven van Christus is niet alleen een historisch gegeven, maar voor ons een  “rolmodel” dat effectief  de kracht heeft om ons te (her)modelleren. Christus transformeert, herschept ons, gedoopten, die zijn geschapen naar Zijn beeld en gelijkenis, naar zijn volmaakt exemplum en documenta. Vandaag vragen wij speciaal dat Gods ons helpt Hem na te volgen, in woord en daad.

[1] Proefschrift David C. Urban University of Pennsylvania 2011

vrijdag 15 april 2022

Goede Vrijdag: Christus factus est pro nobis - Gregoriaans

Lectio divina lingua latina Liturgia Horarum Hebdomada Sancta, Feria VI Virtus sanguinis Christi


 Ad Officium lectionis


Lectio altera

Ex Catechésibus sancti Ioánnis Chrysóstomi epíscopi
(Cat. 3, 13-19: SCh 50, 174-177)
Tweede lezing
Uit het catechetisch onderricht van de H. Johannes Chrysostomus, bisschop
(Cat. 3, 13-19: SCh 50, 174-177)
De kracht van Christus’ Bloed
Wilt ge iets horen over de kracht van Christus’ Bloed? Laten we dan in gedachten eens teruggaan naar zijn evenbeeld en ons de vroegere voorafbeelding herinneren en over dat oude Schriftwoord praten.
Doodt, zei Mozes, een eenjarig lam en bestrijkt met zijn bloed uw deuren. Wat zegt ge, Mozes? Was het bloed van een schaap gewend om een redelijk mens te bevrijden? Zeker, zegt hij, niet omdat het bloed is, maar omdat daardoor het bloed van de Heer wordt voorafgebeeld. Als dus de vijand nu niet het bloed ziet van de voorafbeelding, aangebracht aan de deurposten, maar het bloed van de waarheid, dat straalt van het gelaat der gelovigen en bestemd is voor de deurposten van Christus’ tempel, trekt die vijand zich veel meer terug.
Wilt ge noch een andere kracht van dit bloed onderzoeken? Ik zou willen, dat ge zoudt inzien, waar het voor het eerst heeft gevloeid en uit welke bron. Het eerst heeft het gevloeid  van het kruis zelf, die zijde van de Heer was het begin. Want toen Jezus gestorven was en nog aan het kruis hing, wordt er gezegd, kwam er een soldaat en doorboorde met zijn lans Jezus’ zijde en terstond vloeide er water en bloed uit. Het ene is een symbool van het doopsel, het andere van het Sacrament [de H. Eucharistie]. De soldaat opende de zijde en daarmee de wand van de heilige tempel en ik vond een kostbare schat en wenste mezelf geluk met het vinden van schitterende rijkdommen. Zo is het ook met dat lam gebeurd. De Joden doodden een schaap, maar ik herkende de vrucht van het offer.
Uit zijn zijde vloeide bloed en water. Ik wil niet, toehoorder, dat ge zo gemakkelijk aan de geheimen van zo’n groot mysterie voorbijgaat.  Want ik heb u nog over mystieke en verborgen zaken te spreken. Ik zei, dat dit water en dit bloed zich aan ons vertonen als een symbool van het Doopsel en de Geheimen [H. Eucharistie]. Want op deze beide is de Kerk gegrondvest: door de wedergeboorte in het bad en de vernieuwing in de Heilige Geest, namelijk door het Doopsel en door de Geheimen, die uit de zijde schijnen te zijn voortgekomen. Uit zijn zijde derhalve heeft Christus zijn Kerk opgebouwd, zoals uit de zijde van Adam zijn echtgenote Eva is voortgekomen.
Daarover getuigt dan ook Paulus als hij zegt: Wij zijn van zijn lichaam en van zijn gebeente, doelend op zijn zijde. Want zoals God uit die zijde de vrouw deed voortkomen, zo heeft Christus ons uit zijn zijde water en bloed gegeven, waardoor de Kerk hernieuwd zou worden. En zoals bij de slapende Adam God zijn zijde opende, zo gaf Hij ons na zijn dood water en bloed.
Ziet, hoe Christus zijn bruid tot zich getrokken heeft, ziet met wat voor spijs Hij ons voedt. Door dezelfde spijs worden we geboren en gevoed. Want zoals een vrouw door de liefdesdrang van de natuur zich haast haar kind met haar melk en bloed te voeden, zo voedt ook Christus hen altijd, die Hij zelf door zijn bloed het leven hergeeft.



dinsdag 12 april 2022

Holy Week in Two Minutes Wat vieren we in de Goede Week - en op iedere zondag! Verrijzenisspiritualiteit.


De Orde van het Heilig Graf noemt dit de "Verrijzenisspiritualiteit" - steeds opnieuw uitzicht op de Verrijzenis inclusief ons persoonlijk weer opstaan.

We maken ons op het Triduum Sacrum en het Paasfeest te vieren - Niet de dood, maar God heeft het laatste woord! We wensen U vee; devotie!


Na een lange, hopelijke intense en vruchtbare voorbereidingstijd die begon op Aswoensdag, breekt met Palmzondag de Goede in het Latijn Heilige week aan waarin wij de laatste fase van het leven van Christus niet alleen gedenken maar als het goed is meebeleven.

Op Palmzondag maken we de intocht van Christus in Jeruzalem mee als een koning met palmtakken in de hand, als teken van nieuw leven, waartoe Christus ons steeds weer uitnodigt.

Op Witte Donderdag gedenken we de instelling van de H. Eucharistie, de steeds opnieuw daadwerkelijke bevestiging van het Nieuwe Verbond van God met ons om te verlossen. We zijn eindigen met het weghalen van alle versiering uit het kerkgebouw, omdat een tijd van lijden aanbreekt die ons uitnodigt stil te staan bij de betekenis van een God die mens wordt en ervoor kiest de dood te ondergaan voor de vergeving van onze zonden.

Op Goede Vrijdag bidden we de Kruisweg en staan we in de plechtigheid van die dag stil bij het Lijden  en de Dood van Christus en de betekenis daarvan toen en nu.

Op Paaszaterdag is het stil en bidden we bij het Heilig Graf waar Christus rust. In de Paaswake vieren we de overgang van donker naar licht: Christus is verrezen uit de doden.

In de morgen komen de treurende vrouwen en ontdekken dat het graf leeg is. Dit is de kern van het christelijk geloof. Niet de dood, maar God heeft het laatste woord en met die belofte mogen wij door het leven gaan, iedere dag. Wij wensen U een devote viering van de Goede Week en een Zalig Pasen, waarvan U de vruchten ook in de tijd daarna vreugdevol mag ervaren.  Alleluia!

zaterdag 9 april 2022

Benedíctus qui venit in nómine Dómini, Rex Israel.


Benedíctus qui venit in nómine Dómini, Rex Israel.
Gezegend Hij die komt in de Naam des Heren, de Koning van Israël.



Laten wij alle dagen met die kinderen dat heilig loflied herhalen, terwijl wij zwaaien met de geestelijke takken van onze ziel: Gezegend Hij die komt in de Naam des Heren, de Koning van Israël.

Andreas van Kreta, Oratio 9 in palmos ramorum.

Lectio divina lingua latina Liturgia Horarum Hebdomada Sancta, Dominica In Palmis de Passione Domini Benedictus qui venit in nomine Domini, Rex Israel. Gezegend die komt in de Naam des Heren, de Koning van Israël.


Ad Officium lectionis


Lectio altera

Ex Oratiónibus sancti Andréæ Creténsis epíscopi
(Oratio 9 in ramos palmarum: PG 97, 990-994)
Tweede lezing

Uit de Preken van de H. Andreas van Kreta, bisschop
(Oratio 9 in ramos palmarum: PG 97, 990-994)

Gezegend die komt in de Naam des Heren, de Koning van Israël

Komt en laten ook wij de Olijfberg bestijgen en Christus tegemoet gaan, nu Hij vandaag van Bethanië terugkeert en zich uit eigen beweging naar het eerbiedwaardige en heilige Lijden begeeft, om het heilmiddel voor onze verlossing te voltooien.

Vrijwillig gaat Hij dan de weg naar Jeruzalem, Hij, die om ons uit de hemelen neerdaalde, om ons, die in de diepste diepten neerlagen, tegelijk met Hem te verheffen, zoals de Schrift zegt: hoog boven alle Heerschappijen, Machten, Krachten en boven elke naam, die genoemd wordt.

Hij komt echter niet als een, die in trots en praal bezit neemt van zijn heerlijkheid. Hij zal noch twisten noch schreeuwen, zegt de Schrift, en niemand zal zijn stem horen; maar Hij zal zachtmoedig en nederig zijn, en bij zijn binnenkomst armoedig gekleed en toegerust.

Welaan dan, terwijl Hij zich haast naar zijn Lijden, laten wij met Hem meegaan en hen navolgen, die Hem tegemoet gingen. Niet om, zoals zij, olijftakken, klederen en kostbaarheden of palmtakken op de weg uit te spreiden, maar om onszelf, zoveel we kunnen, met een nederig gemoed, een oprechte geest en een goed voornemen op die weg neer te leggen, om dat Woord bij zijn komst te ontvangen, en opdat wij God opnemen, die nergens opgenomen kan worden.

Want Hij verheugt zich erover, dat Hij zich jegens ons zo zachtmoedig getoond heeft – Hij die zachtmoedig is en opstijgt boven de ondergang van onze lage geringheid – dat Hij tot ons kwam en gewoon met ons omging, en die, door zijn verwantschap met ons, ons tot Zich kon opheffen en terugvoeren.

Hij, van Wie gezegd wordt dat Hij boven de hemelen naar de oorsprong is opgestegen, ofschoon in onze stoffelijke geringheid en tegelijk in het bezit van zijn eigen glorie en godheid.

Hij zal toch die geringheid niet opgeven, gezien zijn voorliefde voor het menselijk geslacht, totdat Hij die menselijke natuur, die Hij van de diepte der aarde en van de ene roem tot de ander opheft, tegelijk met Zich hoog verheven zal hebben.

Laten wij zo onszelf voor Christus uitspreiden, niet onze kleren of zielloze palmtakken en een tapijt van groen – die de kracht van voedsel verliezen en slechts enkele uren een lust is voor de ogen – maar bekleed met zijn genade of nog beter met Hemzelf: Want gij allen, die in Christus gedoopt zijt, hebt u met Christus bekleed. Laten wij ons voor zijn voeten neerleggen, uitgespreid als een kleed.

Wij, die vroeger, scharlakenrood door onze zonden, het heilzame Doopsel tot reiniging hebben ontvangen en daardoor zo blank als wol zijn geworden – laten we Hem, de Overwinnaar van de dood, nu geen palmtakken, maar het loon voor onze overwinning aanbieden.

Laten wij alle dagen met die kinderen dat heilig loflied herhalen, terwijl wij zwaaien met de geestelijke takken van onze ziel: Gezegend Hij die komt in de Naam des Heren, de Koning van Israël.

Collectegebed Palmzondag “Zijn lijden ter harte nemen en deelhebben aan Zijn verrijzenis”


I n l e i d i n g

We gaan de Goede Week binnen, de Heilige Week - Hebdomada Sancta -  volgens de liturgie van de Kerk. De dagen van deze Heilige Week worden ‘heilig’ genoemd, het zijn immers gezegende dagen waarin de barmhartigheid van God zich nog meer opent voor de mensen. De Goede Week vormt het hoogtepunt van de vieringen van heel de liturgische cyclus en tegelijkertijd is zij de eindstreep waarop heel de praktijk en de beleving van de veertigdagentijd zich hebben gericht. Als het ware   samengebald ontrolt zich deze dagen de historische heilsgeschiedenis, vooral in de liturgische vieringen, die de mysteries van lijden, sterven, verlossing en verrijzenis actueel, altijd nieuw en levendig present stellen en niet louter als herinnering in de geest oproepen.
De essentie van de Goede Week is haar sacramentele karakter, culminerend in de Sacramenten van Doopsel en Eucharistie tijdens de Paaswake. Het is niet ongerijmd dat hier en daar, vooral in de Zuid-Europese landen, accenten worden gelegd op historische verbeelding en processies. Palmzondag is het perfecte portaal met de viering van de triomfantelijke intocht van Jezus in Jeruzalem en van de lijdende Christus in zijn week van lijden en sterven.
Op de dagen tussen Palmzondag en Witte Donderdag klinkt reeds de droeve toon van de tragedie die nadert en van de dood die op handen is. De zalving van Jezus (maandag), de overlevering (dinsdag) en het verraad van Judas (woensdag) voeren ten volle naar het “Triduum Sacrum” waarvan elke viering een eigen intense onderdompeling in het Paasmysterie van onze verlossing betekent.
Het Paastriduum (triduum van [spatium] tijdsruimte van trium dierum) - de laatste drie dagen vóór Pasen) omvatte vroeger verplichte liturgische dagen waarop de mensen, vrijgesteld van slafelijk werk aan de liturgische vieringen die toen ’s morgens werden gehouden, konden deelnemen. In de 17e eeuw verviel deze verplichting onder invloed van de veranderende maatschappelijke en religieuze omstandigheden. Dit bracht mee dat de gelovigen het zicht op deze mooie liturgische plechtigheden verloren en deze over het algemeen nog slechts bekend waren bij priesters en religieuzen in de kloosters.
In 1951 begon paus Pius XII, teneinde een grotere bekendheid te geven aan Het Paastriduum, met de restauratie van de liturgische plechtigheden en verordende dat de Paasvigilie in de avond diende te worden gevierd. In 1953 volgde de permissie dat op sommige dagen de H. Mis ‘avonds kon worden gevierd. Een nieuwe Ordo voor de Goede Week verscheen in 1955 en werd praktisch ingevoerd op 25 maart 1956. Toen kreeg ook de Zondag van de Goede Week de naam van “Tweede Passiezondag”, of Palmzondag. Van het koorgebed dienden Metten en Lauden (De zogenaamde “Tenebræ” – “Donkere Metten” ‘s morgens worden gezongen. De H. Mis van Witte Donderdag mocht niet eerder worden gevierd dan vanaf 17.00u en niet later dan 20.00u. Het argument was de deelname van de gelovigen aan al deze belangrijke liturgische vieringen te vergemakkelijken.
De voornaamste ceremonies van de Mis van Palmzondag zijn de wijding van de palmtakken (of olijftakken op andere plaatsen in de wereld, zoals in Rome) en een processie rond de kerk met plechtige intrede in de kerk. In het huidige Missale Romanum roept een interessante rubriek aangaande de processie de oude christelijke tijden op:
“Op een geschikte tijd komt men bijeen (vindt de “collecte” = verzameling plaats (fit collecta) in een bijkerk, kapel of op een andere geschikte plaats buiten de kerk waar men in processie naar toe zal gaan.”
Hier is ons woord “collecta” gebruikt als term voor een verzameling van mensen.
De rubrieken zijn dus nuttig om het begrip “actieve deelname” te begrijpen:
“De priester richt zich tot de gelovigen om de betekenis van het feest uit te leggen waarmee de gelovigen worden uitgenodigd tot actieve en bewuste deelname (actuose et conscie participandam) aan de viering van deze dag”.
De woorden actief en bewust zijn zeer belangrijk.  Wanneer het Tweede Vaticaanse Concilie de term actuosa participatio of “actieve deelname gebruikt, bedoelde het voornamelijk inwendige deelname, de betrokkenheid van verstand, hart en wil. De concilievaders doelden niet primair op uitwendige deelname. Uitwendige deelname is immers het natuurlijke effect van inwendige deelname: wij proberen uitwendig uit te drukken wat wij inwendig ervaren. Hoewel de twee bewegingen elkaar beïnvloeden, heeft inwendige participatie logischerwijs prioriteit omdat deze verreweg belangrijker is.
Wanneer de priester bij het altaar is aangekomen bewierookt hij het en zegt onmiddellijk ter afsluiting van de processie het collectegebed.
T e k s t
Missale Romanum 1970
Omnipotens sempiterne Deus,
qui humano generi, ad imitandum humilitatis exemplum, Salvatorem nostrum carnem sumere, et crucem subire fecisti,
concede propitius,
ut et patientiæ ipsius habere documenta et resurrectionis consortia mereamur.

Altaarmissaal Nederlandse Kerkprovincie 1979
Almachtige eeuwige God,
om aan de mensen een voorbeeld te geven van nederigheid hebt Gij gewild dat onze Verlosser mens werd zoals wij en de dood onderging aan het kruis.
Geef dat wij ter harte nemen wat zijn lijden ons te zeggen heeft en deel hebben aan zijn verrijzenis.

Werkvertaling
Almachtige eeuwige God,
[Gij] die ten behoeve van het menselijk geslacht onze Zaligmaker het vlees hebt laten aannemen en het kruis op Zich nemen, ter navolging van [Zijn] voorbeeld van nederigheid,
Verleen, genadig als Gij zijt,
dat wij zowel de voorbeelden van juist dat lijdzaam dulden als ook het deelgenootschap aan [Zijn] verrijzenis verdienen te bezitten.

L i t u r g i s c h e   a n t e c e d e n t e n

Bovenstaand collectegebed was opgenomen in oudere uitgaven van het Missale Romanum en daarvóór in het Sacramentarium Gelasianum (Vat. Reg. lat. 316 f. 329), 1e helft achtste eeuw. In het Gelasianum staat een extra dienstig et: Salvatorem nostrum et carnem sumere, et crucem subire. Wonderlijke alliteratie! De uitgever van het Gelasianum laat een komma achterwege, waardoor het fragment: qui humano generi ad imitandum… begrijpelijker wordt. Mogelijk heeft de tekst een vleugje van Sint Augustinus’ invloed meegekregen. In Brief 194.3 van Sint Augustinus komen de begrippen humilitatis en exemplum in een nauwe verbinding met documentum voor en in zijn Commentaar op Psalm 29 en 2.7 (Enarr. 29;2.7) staan de begrippen documentum en patientiæ in de nabijheid van exemplum. In de context van het Lijden zegt Augustinus: “Om die reden stond de Heer zelf, Rechter over levenden en doden, voor een menselijke rechter (Pilatus), om ons een uitgesproken les van nederigheid en geduld te geven (humilitatis et patientiæ documentum), niet als was Hij verslagen, maar om de soldaat een voorbeeld te geven hoe te strijden (pugnandi exemplum): …”
Afgezien van het collectegebed van de 1e zondag van de Vasten hebben alle collectegebeden van de Vastenzondagen in het herziene missaal van 1970 qui-zinnen en de collecta van de 3e zondag van de Vasten in hetzelfde missaal heeft hetzelfde aantal woorden als de collecta van Palmzondag (31).

S t r u c t u u r a n a l y s e

1.Omnipotens sempiterne Deus,
2.qui humano generi, ad imitandum humilitatis exemplum, Salvatorem nostrum carnem sumere, et crucem subire fecisti,
3.concede propitius,
4.ut et patientiæ ipsius habere documenta et resurrectionis consortia mereamur.

Ad 1
De oratie opent met een drievoudige anaklese waarbij in de gebruikte adiectieva voor God zijn almacht en eeuwigheid worden uitgedrukt.

Ad 2
Relatieve bijzin (r.2) die ongewoon uitvoerig is en die een goddelijke heilsdaad uitdrukt die voorvloeit uit zijn almacht. De terminologie vat de hymne samen van  Paulus’ Brief aan de Filippenzen 2,5-9.
De relatieve bijzin is complex en bevat de bijwoordelijke bepaling ad imitandum humilitatis exemplum; ad imitandum: een gerundium-constructie van het deponente verbum imitari en kan hier gezien het voorzetsel ad als een zelfstandig naamwoord worden vertaald: ter navolging van.. Humilitatis exemplum: kan worden gelezen als object van ad imitandum; humilitatis is een bijvoeglijke bepaling in de genitivusvorm die het substantivum exemplum nader preciseert (genitivus explicativus). In deze bijzin wordt het doel verwoord van de heilsdaad van r.2.
De relatieve bijzin bevat vervolgens twee infinitivusvormen sumere en subire, beide geregeerd door het predicaat fecisti; met de accusativusvorm Salvatorem nostrum vormen deze een dubbele a.c.i.-constructie (accusativus cum infinitivo).
Het subject van de goddelijke heilsdaad is “onze Verlosser” die ons het eerste voorbeeld van nederigheid heeft gegeven door Mens te worden en het tweede in het ondergaan van de onuitsprekelijk schandelijke dood aan het kruis – iets waartoe een Romeins burger nooit werd veroordeeld. Dit zijn feitelijke gebeurtenissen uitgedrukt in de indicativus-modus van het verbum fecisti (perfectumvorm van het verbum facere; doen, bewerkstelligen)
De prominente positie van de bijwoordelijke bepaling humano generi (congruerende adiectivus- en substantivusvormen in de dativus van voordeel, dativus commodi, accentueert twee feiten: 1. ten behoeve van het menselijk geslacht heeft de almachtige God onze Verlosser Mens laten worden en 2. de mensen moeten met de genade meewerken om in de vruchten van de verlossing te kunnen delen.

Ad 3 concede, verleen, schenk, sta…toe: gezegde in de imperativus, gebiedende wijs, gemilderd door de bijwoordelijke bepaling propitius, genadig, goedgunstig, genegen, in uw goedheid.

Ad 4
Finale/doelaanwijzende of consecutieve/gevolghebbende bijzin, klasssiek ingeleid door het voegwoord ut dat de coniunctivus van het gezegde mereamur oproept (wenskarakter): opdat/zodat wij [mogen] verdienen. Mereamur: 1e pers. meervoud van het deponens (werkwoord in het passivum met actieve betekenis) wordt gevolgd door de infinitivusvorm habere. Dit verbum heeft uitgebreide betekenissen. De gewone betekenis is “hebben”, maar dit werkwoord duidt ook concepten aan als “houden, vasthouden, vastpakken, aanzien voor, beschouwen, houden voor” alsook “een bepaalde gesteltenis, gewoonte, bijzonderheid of karakteristiek bezittend”. Habere heeft feitelijk hier een dubbele functie met twee objecten, documenta en consortia hetgeen in de Nederlandse versie van het collectegebed niet wordt gepreciseerd. Meer letterlijk zou de vertaling kunnen luiden: (…) verleen in Uw goedheid dat wij waardig mogen zijn zowel de lessen van zijn geduld te ontvangen alsook deel te hebben aan Zijn verrijzenis. Het delen in de Verrijzenis van Christus is het uiteindelijke doel van de lessen van Christus’ patientia.
Patientiæ ipsius: twee bijwoordelijke bepalingen waardoor het eerste object documenta nader wordt omschreven: genitivus explicativus. De bijvoeglijke bepaling resurrectionis bij het tweede object, de accusativusvorm consortia, is eveneens een genitivus explicativus.
De et..et constructie somt twee elementen op die niet aan elkaar ondergeschikt zijn, grammaticaal tenminste niet.

V o c a b u l a r i u m

De vocabulaire van het collectegebed van vandaag is nogal complex. We kunnen slechts enkele begrippen aanstippen.

De collecte geeft twee woorden voor “voorbeeld”: exemplumdocumenta. Deze woorden komen beide voor in talloze klassieke en patristische teksten. Onze nuttige toeverlaat Lewis & Short Dictionary meldt ons dat het substantief exemplum betekent: “voorbeeld ter navolging, monster, staal, proef(stuk), specimen, model, maatstaf, origineel, exempel” (letterlijk: van eximo, van emo: iets dat uit een menigte andere dingen van dezelfde soort is uitgekozen). Exemplum is een term uit de klassieke rhetorica, een begrip dat in de ontwikkeling van de christelijke doctrine gedurende het eerste millennium schering en inslag was.
Voor de kerkvaders, allen goed getraind in de rhetorica – hoe welkom is deze vaardigheid vandaag de dag niet ! – duidde exemplum op een reeks van begrippen inclusief de mens als beeld van God, Christus als Leraar, en de inhoud van goddelijk geïnspireerde verkondiging.  In de Griekse en Romeinse rhetorica en filosofie, kon een exemplum auctoritas, “autoriteit” hebben: de overtuigende kracht van een argument. Wanneer we de collecta van vandaag beluisteren met klassieke oren, is exemplum niet slechts een “voorbeeld” dat navolgenswaardig is, maar het wijst op een gebeurtenis in het verleden met zo’n grote gezaghebbende kracht dat degene die deze navolgt, transformeert. In het collectegebed horen we spreken over humilitatis exemplum, het gezagvolle model van nederigheid dat Christus is – Christus in actie, of beter Christus in zijn Passie, die omwille van ons Zijn lijden op Zich neemt. Het concept imitandum  is krachtig en nadrukkelijk, het breidt het begrip exemplum uit en versterkt het.
Dit wordt het fundamentele en gezaghebbend patroon van de christelijke ervaring: zelf-ontlediging in de Menswording en in de Passie die voert tot de Verrijzenis. Het begrip exemplum wordt later nog meer uitgebreid in de oratie met documenta. Documentum is dus een model voor navolging zoals exemplum maar heeft ook in sommige contexten de betekenis van “een proef”, dat is een concrete demonstratie dat hetgeen wordt beweerd waar is: een evidentie.
In dit geval is het een paradigma waarnaar wij ons eigen leven moeten vormen en modelleren. Maar dit patroon of model bezit zelf actueel de kracht om ons te modelleren. Christus transformeert, herschept ons, gedoopten, die zijn geschapen naar Zijn beeld en gelijkenis, naar zijn volmaakt exemplum en die Zijn exempla en documenta navolgen, Zijn woorden en daden.
Consortium (van con-sors… hetzelfde lot/doel, dezelfde bestemming met iets of iemand anders delend) betekent in klassieke zin “gemeenschap van goederen” en “gemeenschap, gezelschap, deelgenootschap”.
Patientia komt van patior, passum sum, “verdragen, ondergaan, lijden, verduren, dulden, gedogen”, en bevat alle connotaties alsook de betekenis van “geduld”. Hiervan is het woord passie afgeleid.
De ‘documenta’ werden eeuwen geleden aan de wereld gegeven, toen onze Heer leed en stierf op het kruis; bijgevolg hoeven we vandaag niet te bidden om te verkrijgen wat we reeds bezitten. Zo kan ‘Et patientiæ ipsius habere ducumenta’ dienen als achtergrond of contrast met betrekking tot het tweede zinsdeel ‘et resurrectionis ipsius habere consortia mereamur’. We vragen dat ‘we mogen verdienen deel te hebben aan Zijn verrijzenis’ zoals wij de lessen van Zijn geduld bezitten’, of anders gezegd ‘dat wij mogen verdienen de leesen van Zijn geduld zo te bezitten als deel te mogen hebben aan Zijn Verrijzenis.
Merk tenslotte op dat nostrum hoort bij Salvatorem en niet bij carnem: caro, carnis is vrouwelijk en de vorm had dan moeten zijn nostram carnem.
In de volheid van de tijd heeft de Tweede Persoon van de H. Drieëenheid, God de Zoon, het eeuwige Woord, door Wie al het zichtbare en onzichtbare is gemaakt, door de wil van de Vader Zichzelf ontledigd van Zijn heerlijkheid en onze menselijke natuur aangenomen in een onverkorte vereniging met Zijn eigen Godheid. Hij kwam naar ons, zondaars, om ons te verlossen van onze zonden en ons duidelijk te maken wie wij zijn (cf Gaudium et spes 22).  Deze reddende zending begon met zelfontlediging (in het Grieks: kenosis).
Probeer een ogenblik de nederigheid van de Verlosser te doorgronden, die Zichzelf ontledigt van Zijn goddelijke majesteit, en Zich onderwerpt aan Zijn nederig en verborgen leven vóór zijn openbaar dienstwerk. Toen de tijd van Zijn leven en van Zijn zending voltooid waren, gaf Hij Zichzelf opnieuw over, ontledigde Hij zich opnieuw tot het uit handen geven van Zijn eigen leven toe. Elk moment van Jezus’ aardse leven, elk woord en elke daad, zijn doortrokken van nederigheid. Dit is ons volmaakt voorbeeld ter navolging, een voorbeeld zo volmaakt dat het de kracht heeft ons te transformeren.
Op de 2e zondag van de Vasten presenteert de Kerk ons in het Evangelie de Gedaanteverandering van de Heer Christus Jezus waarin we Christus niet alleen zien in zijn verheerlijkte staat maar ook de toekomst waartoe we zijn geroepen. Vandaag, vol ijver en zorg dat de les van de Goede Week niet te moeilijk moge zijn herinnert zij ons opnieuw aan de zege van de Verrijzenis.
Kom, nu de Goede Week begint en het Triduum Sacrum wordt gevierd, met nederige zelfontlediging naar de heilzame sacramenten. Maak plaats voor Christus.
Onder dank gedeeltelijk geput uit F. John Zuhlsdorf WDTPRS, J.Pascher, Die Orationen des Missale Romanum Papst Paul VI. en L.Pristas, The Collects of the Roman Missals

Lezingenofficie Palmzondag Gezegend die komt in de Naam des Heren


Lezingen van het Lezingenofficie


  
Augustinus leest Paulus, fresco van Benozzo Gozzoli (1420-1497)

Eerste lezing

Uit de Brief aan de Hebreeën 10,1-18

Onze heiliging door het offer van Christus

Omdat de wet slechts een voorafschaduwing toont van al het goede dat nog komen moet en daarvan niet de gestalte zelf laat zien, heeft hij ook niet de kracht om degenen die jaar in jaar uit met steeds dezelfde offers aan de dienst deelnemen ooit tot volmaaktheid te brengen. Anders zouden die offers allang niet meer gebracht worden; degenen die aan de dienst deelnemen, zouden immers als ze eenmaal gereinigd zijn geen enkel zondebesef meer hebben. Het tegendeel is echter waar: elk jaar worden met dezelfde offers de zonden weer in herinnering geroepen – bloed van stieren en bokken kan mensen onmogelijk van hun zonden bevrijden. Daarom zegt Christus bij zijn komst in de wereld: ‘Offers en gaven hebt U niet verlangd, maar U hebt mij een lichaam gegeven; brand- en reinigingsoffers behaagden U niet. Toen heb Ik gezegd: “Hier ben Ik,” want dit staat in de boekrol over Mij geschreven: “Ik ben gekomen, God, om uw wil te doen.”’ Eerst zegt Hij: ‘Offers en gaven hebt U niet verlangd, brand- en reinigingsoffers behaagden U niet’ – daarmee bedoelt Hij de offers die volgens de wet worden gebracht. Dan zegt Hij: ‘Hier ben Ik, Ik ben gekomen om uw wil te doen,’ waarmee Hij het eerste opheft om het tweede van kracht te doen zijn. Op grond van die wil zijn wij voor eens en altijd geheiligd, door het offer van het lichaam van Jezus Christus. De priesters blijven dagelijks hun dienst verrichten en steeds opnieuw dezelfde offers opdragen die de zonden nooit teniet zullen kunnen doen, terwijl Hij, na zijn eenmalig offer voor de zonden, voorgoed zijn plaats aan Gods rechterhand heeft ingenomen, waar Hij wacht op het moment dat zijn vijanden voor Hem tot een bank voor zijn voeten zijn gemaakt. Door deze ene offergave heeft hij hen die zich door Hem laten heiligen voorgoed tot volmaaktheid gebracht. Hiervan legt ook de heilige Geest voor ons getuigenis af, want eerst staat er: ‘Dit is het verbond dat Ik na die tijd met het volk van Israël zal sluiten – spreekt de Heer: In hun hart zal Ik mijn wetten leggen, in hun verstand zal Ik ze neerschrijven,’ en even verder staat er: ‘Aan hun zonden en hun wetteloosheid zal Ik niet meer denken.’ Waar dat alles vergeven is, daar is geen offer voor de zonde meer nodig.

Tweede lezing

Uit de Preken van de H. Andreas van Kreta, bisschop
(Oratio 9 in ramos palmarum: PG 97, 990-994)

Gezegend die komt in de Naam des Heren, de Koning van Israël

Komt en laten ook wij de Olijfberg bestijgen en Christus tegemoet gaan, nu Hij vandaag van Bethanië terugkeert en zich uit eigen beweging naar het eerbiedwaardige en heilige Lijden begeeft, om het heilmiddel voor onze verlossing te voltooien. Vrijwillig gaat Hij dan de weg naar Jeruzalem, Hij, die om ons uit de hemelen neerdaalde, om ons, die in de diepste diepten neerlagen, tegelijk met Hem te verheffen, zoals de Schrift zegt: hoog boven alle Heerschappijen, Machten, Krachten en boven elke naam, die genoemd wordt.
Hij komt echter niet als een, die in trots en praal bezit neemt van zijn heerlijkheid. Hij zal noch twisten noch schreeuwen, zegt de Schrift, en niemand zal zijn stem horen; maar Hij zal zachtmoedig en nederig zijn, en bij zijn binnenkomst armoedig gekleed en toegerust.
Welaan dan, terwijl Hij zich haast naar zijn Lijden, laten wij met Hem meegaan en hen navolgen, die Hem tegemoet gingen. Niet om, zoals zij, olijftakken, klederen en kostbaarheden of palmtakken op de weg uit te spreiden, maar om onszelf, zoveel we kunnen, met een nederig gemoed, een oprechte geest en een goed voornemen op die weg neer te leggen, om dat Woord bij zijn komst te ontvangen, en opdat wij God opnemen, die nergens opgenomen kan worden.
Want Hij verheugt zich erover, dat Hij zich jegens ons zo zachtmoedig getoond heeft – Hij die zachtmoedig is en opstijgt boven de ondergang van onze lage geringheid – dat Hij tot ons kwam en gewoon met ons omging, en die, door zijn verwantschap met ons, ons tot Zich kon opheffen en terugvoeren.
Hij, van Wie gezegd wordt dat Hij boven de hemelen naar de oorsprong is opgestegen, ofschoon in onze stoffelijke geringheid en tegelijk in het bezit van zijn eigen glorie en godheid.
Hij zal toch die geringheid niet opgeven, gezien zijn voorliefde voor het menselijk geslacht, totdat Hij die menselijke natuur, die Hij van de diepte der aarde en van de ene roem tot de ander opheft, tegelijk met Zich hoog verheven zal hebben.
Laten wij zo onszelf voor Christus uitspreiden, niet onze kleren of zielloze palmtakken en een tapijt van groen – die de kracht van voedsel verliezen en slechts enkele uren een lust is voor de ogen – maar bekleed met zijn genade of nog beter met Hemzelf: Want gij allen, die in Christus gedoopt zijt, hebt u met Christus bekleed. Laten wij ons voor zijn voeten neerleggen, uitgespreid als een kleed.
Wij, die vroeger, scharlakenrood door onze zonden, het heilzame Doopsel tot reiniging hebben ontvangen en daardoor zo blank als wol zijn geworden – laten we Hem, de Overwinnaar van de dood, nu geen palmtakken, maar het loon voor onze overwinning aanbieden.
Laten wij alle dagen met die kinderen dat heilig loflied herhalen, terwijl wij zwaaien met de geestelijke takken van onze ziel: Gezegend Hij die komt in de Naam des Heren, de Koning van Israël.