maandag 11 mei 2026

 

HOMEILIE OP HET HOOGFEEST VAN DE 

HH. WIRO, PLECHELMUS EN OTGERUS

Kerkpatronen van de basiliek in Sint Odiliënberg (8 mei 2026)


Br. Thijs Ketelaars, abt van de Adelbertabdij te Egmond

















Ter voorbereiding van het hoogfeest van vandaag las ik twee bijdragen van professor Linssen over de geschiedenis van de patroonheiligen Wiro, Plechelmus en Otgerus. En ondanks alle geleerdheid en speurzin van de professor is de conclusie na dertig pagina’s dat er historisch eigenlijk niets met zekerheid te zeggen valt.

Om die leegte in te vullen heeft de traditie zwerfstenen uit het verleden opgeraapt en daarmee verhalen gecreëerd. Zo horen wij over bisschop Balderik van Utrecht die in het jaar 966 door een visioen de vindplaats kreeg aangewezen van relieken, waaronder die van Wiro, Plechelmus en Otgerus. Mogelijk zijn ze al kort daarna hier in Berg in het reliekengraf geplaatst. Zo werden ze bewakers van deze plek, en bevestigden met hun aanwezigheid ook de rechten van de bisschop van Utrecht hier.

De traditie verhaalt dat het Schotse peregrini, rondtrekkende monniken waren, zonder vaste woonplaats en dat Wiro en Plechelmus bisschoppen zouden zijn geweest en Otgerus diaken. Misschien waren het tijdgenoten van Willibrord en Adelbert of waren ze zelfs nog voor hen naar deze streken gekomen. Eén ding is zeker, de eeuwen door zij de namen bewaard gebleven van de drie rondtrekkende boden van het evangelie Dat mag op zich al een wonder heten. Dat doet vermoeden dat ze een indruk hebben gemaakt en mensen door hen zijn geraakt. Dat wij over hun persoonlijk leven, hun uiterlijk en hun daden niets of nauwelijks iets weten kan teleurstellen, maar je zou het ook kunnen lezen als een heel evangelisch getuigenis. In onze tijd wordt door artiesten om het hardst geschreeuwd om in de publiciteit te komen, maar dat past niet bij de ware evangelieverkondigers. Die horen immers niet zichzelf op de voorgrond te plaatsen, integendeel, zij dienen in woord en daad getuigen te zijn van de verrezen Heer, die niet eigen eer en aanzien heeft gezocht, maar beeld en gelijkenis is geweest van de Vader, die ons leven wil geven en wel in overvloed. En in dat voetspoor zijn onze patroonheiligen Jezus gevolgd.

Maar wie toch verlegen zit om een duidelijker profiel, wordt door de liturgie van deze feestdag op zijn wenken bediend. De lezingen van deze dag tekenen immers een beeld van de authentieke getuige van het evangelie. Wiro, Plechelmus en Otgerus hebben die teksten zelf vele malen gehoord en gelezen en zij hebben er hun roeping in herkend.

De eerste lezing uit het boek Jezus Sirach spreekt de lof van vrome mannen die met hun leven getuigenis hebben afgelegd van Gods verbond met ons mensen. Hun wijsheid is niet vergeten en wij zijn er nog steeds dankbaar voor en hun namen worden nog steeds met ere vermeld. Zij hebben er zelf niet mee staan pronken, maar door hun zorg voor mensen en hun getuigenis van Gods liefde voor heel de schepping zijn zij geen naamloze en kleurloze figuren geweest, maar mensen met en eigen naam en gezicht, mensen die het evangelie van de vrede handen en voeten hebben gegeven en een uitnodigend gezicht. Zij verkondigden een blijde boodschap.

In de tweede lezing hoorden wij de woorden die Paulus bij zijn afscheid tot de oudsten heeft gesproken. Hij wijst niet alleen de oudsten op hun verantwoordelijkheid in Gods gemeente, maar wij horen er ook de zorg en liefde, de onvermoeide inzet van de apostel in klinken. Boodschapper van het evangelie is geen parttime betrekking, maar een leven dat zich geeft van de vroege morgen tot de late avond. Dat is geen pleidooi voor een burn-out, maar het laat zien dat een apostel geen functionaris is maar een leven dat het gaat om een manier van zíjn. Met heel je wezen, met al je gaven van hoofd en hart de kerk dienen, opdat Christus in ons geboren wordt. Dat is geen mensen werk, maar werk van de Geest, maar het kan niet zonder de beschikbaarheid en de inzet van ons mensen. In de laatste regel van de apostellezing hoorden wij hoe Paulus met hen allen neerknielt en bidt. Een mooier beeld van apostolaat is moeilijker voorstelbaar. Het leven van een apostel begint met bidden en eindigt met bidden voor en met wie aan hem zijn toevertrouwd.

Tot slot het evangelie. Daar ontmoeten wij Jezus zelfs als de goede herder. Allen die geroepen worden om het evangelie te verkondigen, zullen  zich aan deze Herder moeten spiegelen en in Zijn voetstappen moeten treden. Opvallend is dat die tekst begint met te zeggen wat een goede herder niet is. Hij is geen huurling, geen wolf en geen rover. Die hebben allemaal geen hart voor de schapen, maar zijn hoe dan ook, uit op eigen voordeel en gewin. Voordat wij de goede herder kunnen volgen, dienen wij dus korte metten te maken met een houding die eigen voordeel en eigen glorie in het vaandel heeft staan. Dat is een houding die haaks staat op Jezus’ gaan en staan.

Na die negatieve beschrijving volgt dan het positief getekende portret van de goede herder. En daar valt op dat Jezus begint met het opnoemen van een aantal activiteiten, maar, als ik het zo zeggen mag, met een liefdesverklaring: ‘Ik ken de Mijnen en de Mijnen kennen Mij.’ Herder zijn zoals Jezus, dat is allereerst een relatie hebben met alle schapen die je zijn toevertrouwd. Dan kun je een gemeenschap opbouwen waar herder en schapen weten wat ze aan elkaar hebben. Zoals wij de namen kennen van Wiro, Plechelmus en Otgerus, zo kent Jezus al zijn schapen bij name. Ieder met een eigen gezicht en een eigen naam, met een eigen verhaal en vader Benedictus zou zeggen, elk ook met zijn eigen tempo.

Wij vieren vandaag drie herders die door de Heer zijn geroepen om in Zijn voetstappen te treden en wij zijn dankbaar dat zij daar met inzet van heel hun leven ja op hebben gezegd. Laat hun voorbeeld ons er toe aanzetten op de plak waar wij staan eenzelfde herderlijke zorg te tonen voor wie aan ons zijn toevertrouwd.

Amen


woensdag 29 april 2026

 


Feest van de H. CATHARINA VAN SIENA,
medepatrones van Europa


Een gebed

O geliefde Vader, toen het menselijk ras ziek op de bodem lag door de zonde van Adam, heeft U het een dokter gezonden, het liefelijke en beminnelijke Woord, Uw Zoon.
Vandaag hebt U, troostrijke en liefelijke Dokter, eeuwige God, mij daarbij, omdat ik uit grote onwetendheid en nalatigheid ziek neerlag, een kalmerend, zoet en bitter medicijn gegeven, zodat ik van mijn ziekte genezen zou en zou opstaan. U hebt mij getroost door U aan mij te openbaren met uw liefde en tederheid, die zoeter is dan alle zoetheid. U hebt het oog van mijn verstand met het licht van het allerheiligst geloof verlicht, waardoor ik de verhevenheid van de genade, die U de mensheid geschonken hebt door haar de gehele God-Mens in het mystieke Lichaam van de heilige Kerk toe te vertrouwen, heb leren kennen. Ik heb daarnaast de waardigheid leren kennen van uw bedienaren, die U hebt uitverkoren om U aan ons uit te delen.

Laat dus niet na de weg te volgen. Blijf niet neerliggen en veroorloof je niet je eigen manier om Mij te dienen te verkiezen boven de manier, die Ik voor jou geëffend heb door middel van mijn Waarheid, het Vleesgeworden Woord, en opgebouwd heb met Zijn Bloed. Sta dus op, onmiddellijk, en volg Hem, want niemand kan tot Mij, de Vader komen, tenzij door Hem.

Uit: Catharina van Siena, de Dialoog

Afbeelding:
Andrea Vanni

zondag 8 februari 2026

Het Onze Vader-gebed van Sint Bakhita


St. Bakhita overpeinsde gedurende haar hele leven de betekenis van het Onze Vader op een manier die verder gaat dan woorden. Haar interpretatie van het gebed onthult een diep begrip van missie en genade, en biedt waardevolle spirituele leringen.

“Uw wil geschiede”: Bakhita's missie

Het eerste verzoek van het Onze Vader, “Uw Wil geschiede,” werd door Bakhita ervaren als een missie. Van de ervaring van slavernij tot de omarming van geloof, weerspiegelde haar leven de reis van acceptatie van de goddelijke wil.

Bakhita's missie was geworteld in dienstbaarheid aan anderen, waarbij zij de wil van de Vader belichaamde in de context van haar dagelijks leven.

“Zoals in de hemel, zo ook op aarde”: Genade in Bakhita's hart

Het tweede verzoek, "Zoals in de hemel, zo ook op aarde," vond een echo in Bakhita's hart door de praktijk van genade. Haar verhaal van vergeving jegens degenen die haar tot slaaf maakten, weerspiegelt de essentie van dit gebed. Genade wordt de brug tussen haar aardse ervaring en de hoop op een hemelse realiteit.

“Geef ons heden ons dagelijks brood”: delen als missie

Bakhita begreep, ondanks haar pijnlijke ervaring van honger en armoede, de diepere betekenis van het derde verzoek. Het delen van dagelijks brood werd voor haar een missie om anderen te helpen. Haar toewijding om te dienen en te delen weerspiegelt haar zoektocht naar een bredere betekenis in het dagelijks leven.

“Vergeef onze overtredingen zoals wij degenen vergeven die ons beledigen”: Bakhita's genade

Het vermogen om te vergeven staat centraal in het Onze Vader, en voor Bakhita werd dit principe belichaamd door vergeving aan degenen die haar slecht behandelden. Het vierde verzoek wordt een leidraad voor haar missie om genade te verspreiden, wat aantoont dat liefde de diepste wonden kan overwinnen.

“Leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van het kwaad”: de missie om onrecht te bestrijden

De vijfde petitie wordt een oproep aan Bakhita's missie om onrecht te bestrijden. Haar leven was een strijd tegen de duistere krachten van onderdrukking en slavernij. Haar getuigenis nodigt ons uit om ons te committeren aan de missie om anderen te bevrijden van het kwaad dat de menselijke waardigheid bedreigt.

Conclusies

Het Onze Vader, gezien door de ogen en het hart van St. Josephine Bakhita, wordt een reis van missie en genade. Haar leven inspireert ons om deze smeekbeden niet alleen als gereciteerde woorden te leven, maar als een diepe oproep om agenten van verandering en genade te zijn in de wereld om ons heen.

bron: spazio + spadoni 

zondag 14 december 2025

Waiting in Action - Bishop Barron’s Sunday Sermon A3

Reeks “Oratio super munera - Gebed over de gaven” Derde zondag van de Advent Vreest niet, onze God komt om ons te verlossen.


Reeks “Oratio super munera - Gebed over de gaven”
Derde zondag van de Advent
Vreest niet, onze God komt om ons te verlossen.
I n l e i d i n g

Het Gebed over de gaven van vandaag is een oude Adventsoratie en spreekt van “hostia”, offerdier,  slachtoffer. Ook voor het aanbieden van deze offergave wordt het oude Romeinse cultische “immolare” gebruikt dat eerst en vooral betekent “het met offermeel van vermalen graankorrels bestrooien van het offerdier” en het aldus ten offer brengen. 
In deze oratie wordt ook anders dan anders om de aanvaarding van de gaven gebeden. Op de achtergrond staat de gedachte van Maleachi 1,11: “Overal wordt aan mijn Naam een wierookoffer gebracht en een reine offergave”. De offergave van onze liefde die zich, in navolging van Christus, wil wegschenken is het Lichaam en het Bloed van de Heer, en de Kerk bidt dat deze offergaven overeenkomstig de belofte God voortdurend mogen worden aangeboden. Dan wordt – en ook hierop focust de oratie – de opdracht tot het opdragen van het H. Mysterie - altijd en overal - vervuld en ons heil machtig bewerkt.
De tekst van de oratie is niet eenvoudig: het Latijn is compact en eerder poëzie dan proza.
De korte inhoud is: God komt en brengt de genade der verlossing. Het heilig Offer is de vervulling, rijk aan genade, van de beloften aan de vaderen gedaan en door Jezus in zijn onderricht in de synagoge van Kafarnaüm onderstreept (Jo 6, 26-59). In de heilige Maaltijd, is God, de Heer, ons nabij en in ons midden, “blijft Hij in ons en wij in Hem.”
In de Communiotekst spreken wij door het onderpand van de H. Eucharistie de zekere verwachting uit: “Dicite: Pusillanimes, confortamini et nolite timere: ecce Deus noster veniet en salvabit nos” (Jes 35,4) - Zegt aan de kleinmoedigen: Weest sterk en vreest niet, zie onze God komt om ons te verlossen.
Als u ergens in een kerk bent waar tijdens de H. Mis Gregoriaans wordt gezongen – zoals in onze basiliek – luistert u dan zorgvuldig naar deze antifoon. Antifonen zijn doorgaans beknopt van tekst, maar roepen een uitvoeriger bijbelse tekst in herinnering. Maar soms vindt U de kern van de antifoon niet alleen in de tekst van de antifoon, maar vertolken tekst én melodie de zekerheid van de beloofde redding.

 T e k s t
Missale Romanum – 1970
Devotionis nostræ tibi, Domine, quæsumus,
hostia iugiter immoletur,
quæ et sacri peragat instituta mysterii,
et salutare tuum nobis potenter operetur.

Altaarmissaal Nederlandse Kerkprovincie – 1979
Heer, als teken van onze toewijding
brengen wij U deze gaven.
Wij bidden U: laat ons dit offer altijd zo vieren dat het beantwoordt aan de opdracht die ons gegeven is
en wij de kracht van uw verlossing ervaren.

Werkvertaling
Moge het offer van onze toewijding, [zo] smeken wij U, Heer,
U voortdurend worden opgedragen,
dat én de instelling van dit heilige geheim ten uitvoer moge brengen
én Uw heil krachtig in [letterlijk: voor] ons bewerke.


L i t u r g i s c h e  a n t e c e d e n t e n
Een vroegere versie van de oratio super munera / super oblata vinden we in het Sacramentarium Gelasianum (1e helft 8e eeuw) bij de oraties voor de Advent en ook in het Sacramentarium van Verona (Leonianum)  1284, in de maand september, bij de oraties voor de vastendagen (quatertemperdagen) van de zevende maand September (Het Latijnse septem is “zeven”). Deze oratie overleefde de eeuwen en was opgenomen in het Missale Romanum van 1962 als de [oratio] Secreta voor deze zondag. De versie in de Novus Ordo  is in een enkel detail gewijzigd: potenter verving het oudere mirabiliter.   
S t r u c t u u r a n a l y s e  e n  s t i j l f i g u r e n
1.Devotionis nostræ tibi, Domine, quæsumus,
hostia iugiter immoletur,
2a. quæ et sacri peragat instituta mysterii,
2b. et salutare tuum nobis potenter operetur.
Ad 1
De oratie bestaat uit een hoofdzin (r. 1) en een afhankelijke bijzin (r. 2), beginnende met het reflexivum quæ waarvan hostia in r. 1 het antecedent is. De afhankelijke bijzin is samengesteld uit twee zinsdelen elk voorafgegaan door de coniunctie et waardoor om een tweevoudige uitwerking van de offerande wordt gebeden.
Domine, vocativusvorm van Dominus, Heer. Immoletur, moge worden geofferd - 3e persoon enkelvoud in de coniunctivus passivi vanwege het wenskarakter van het verbum immolare. Tibi, aan U, bijwoordelijke bepaling in de dativusvorm, dativus commodi. Subject van het verbum is hostia, offer, offergave, in de nominativusvorm, nader gepreciseerd in de twee congruerende genitivusvormen devotionis nostræ - van onze toewijding. Quæsumus, wij bidden / bidden wij-  tussenzin, bestaande uit één enkele werkwoordvorm.
Iugiter: bijwoordelijke bepaling, adverbium.
Ad 2a
Quæ is een reflexivum met hostia (r. 2) als antecedent. Het leidt twee afhankelijke bijzinnen in, waarin de uitwerking van de offerande als een volgend verlangen wordt uitgedrukt. Quæ peragat, welke [offergave] moge ten uitvoer brengen/ moge voltooien, 3e pers. enkelvoud in de coniunctivusvorm van het verbum perago, omdat opnieuw een wens wordt uitgedrukt. Het object van peragat is instituta sacri mysterii, de instelling(en) van het heilig mysterie, samengesteld uit de accusativusvorm instituta, nader toegelicht door de congruerende genitivusvormen sacri mysterii. In dit zinsdeel vormen de uiteen geplaatste genitivi sacri en mysterii een hyperbaton. De opsomming et (r. 2a)…et (r. 2b) is een versterking van de dubbele bede
Ad 2b et salutare tuum nobis potenter operetur: de tweede afhankelijke bijzin waarbij het subject van het gezegde operetur verzwegen [hostia quæ] is; operetur , 3e pers. enkelv. van van het reflexivum quæ, afhankelijke bijzin in de coniunctivusvorm van het deponens operari. Voor de betekenissen zie verderop.
Nobis, voor ons – bijwoordelijke bepaling bij operetur in de dativusvorm commodi (van voordeel).  Salutare tuum: object van het gezegde operetur in congruerende accusativusvormen. Naast salus, utis, f. 1. het welvaren, gezondheid 2. heil, behoud, redding 3. redder, 4. heilwens, groet 5. heilzame werking, komt salutare, is, n. voor met de betekenis van heil, hulp, redding. Dit is vooral het geval in de psalmen van de Vulgaatvertaling van Sint Hieronymus, maar ook bij andere christelijke schrijvers zoals Tertullianus, Augustinus, Cyprianus en in de Brief van Clemens aan de Korinthiërs, 18 (“exspectabant salutare Dei Iesum Christum”). In de openingszin van veel prefaties horen we zingen: “vere dignum et iustum est, æquum et salutare…”  - Waarlijk, passend en rechtvaardig is het, billijk en heilzaam.  Hier is salutare echter bijvoegelijk gebruikt (salutaris, -is, heilzaam, reddend)
Potenter, met macht, krachtig, krachtdadig – adverbium, bijwoordelijke bepaling bij het verbum operetur.
Iugiter (r.1) en potenter (r. 2b) hebben eind-, resp. klankrijm in de laatste lettergreep; immoletur (r. 1) en operetur (r. 2b) : klank- en eindrijm op de – e en –u.
V o c a b u l a r i u m
Devotio,-onis f, - 1. toewijding, gehechtheid 2. godsvrucht. Zie de uitleg toelichting bij de Oratio super munera van de 1e zondag van de Advent. Verwante begrippen: het verbum devovere, vovi, votum, 1. aan God toewijden, 2. toewijden. Devotus, -a,-um, 1. aan God gewijd, godvruchtig. Herinner u de aanhef van de aan de H. Thomas van Aquino toegeschreven eucharistische hymne Adoro te, devote, latens Deitas – ik aanbid U godvruchtig, verborgen Godheid. Denkt u ook aan de laat-middeleeuwse spiritualiteit (15e eeuw) van de Moderne Devoten, die een innerlijke geestelijke hervorming nastreefden door een nieuwe oriëntatie op Evangelie en goede mystieke literatuur waardoor ook de ‘gemene’ mens goede daden en beschouwing leerde combineren en niet langer van de waan van de dag afhankelijk behoefde te zijn.
Iugiter, een iugum is een juk, waarmee trekdieren twee aan twee worden verbonden. Een iugerum was een Romeinse landmaat en stond gelijk aan wat een span ossen in een juk op één dag ploegde (“morgen”, “bunder”). Iugum is ook de naam van het sterrenbeeld Libra, - Latijn voor “schaal, balans” - dat een balk bevat, een soort juk. Het Romeinse gewicht “pond” heeft nog steeds als afkorting “lbs” = libræ van 327 gram.
Het iugum (juk) was een berucht oud symbool van nederlaag en onderspit. De Romeinen dwongen de overwonnen onder het juk door te gaan, teken dat dezen sub-iugati” waren, onder het juk gebracht, onderworpen.
We horen  iugiter ook in het bekende gebed geschreven door de H. Thomas van Aquino (+ 1274), het collectegebed van Sacramentsdag en tevens gebruikt bij de Zegen met het Allerheiligste: “Heer Jezus Christus, in dit wonderbaar sacrament hebt Gij ons de gedachtenis nagelaten van uw lijden en sterven. Wij bidden U: laat ons de heilige Geheimen van uw Lichaam en Bloed met zo grote eerbied vieren dat wij de genade van uw verlossing voortdurend (iugiter) in ons ervaren.”
Het adiectief  jugis, -e , altijddurend, voortdurend, bestendig, vonden we ook afgelopen week op 7 oktober in de 1e strofe van de hymne “Te gestientem gaudiis” van de Lauden van het Rozenkransfeest: “Te gestientem gaudiis / te sauciam doloribus / te iugi amictam gloria / o Virgo, Mater, pangimus! – U, jubelend van vreugde / U, gewond door smarten / U, bekleed met eeuwige  glorie / U bezingen wij, o Maagd Maria!
Vorige week maandag (Feria II Hebdomadæ II Adventus) was de tekst van antifoon bij het Magnificat: “Ecce Rex venit, Dominus terræ , et ipse auferet iugum captivitatis nostræ”- Zie de Koning komt, Hij die heer is van de aarde, en Hij zal wegnemen het juk van onze ballingschap.
Hostia, æ, f. 1. slachtoffer, offerdier 2. offer 3. offerande, gave 4. hostie 5. H.Hostie (na de Consecratie).
Immolare, avi, atum, (in en mola): het offerdier met offermeel (mola salsa/gezout meel) bestrooien, offeren. Zie de Inleiding.
Perago, egi, actum, heeft betekenissen als 1.ten einde brengen, uitvoeren, voltooien 2. doorbrengen (de tijd), doorleven 3. fungeren, een ambt uitoefenen 4. uiteenzetten, verklaren. Het Latijnse liturgische woordenboek van A. Blaise zegt  dat perago  een voortdurend bewegen of een voortdurende actie kan suggereren. 
Operor, operatus sum, een deponens (verbum in de passieve vorm, maar met actieve betekenis) heeft als basisbetekenis “werken, arbeiden, bezig zijn met”, maar het heeft ook de specifieke religieuze betekenis van “de goden dienen, sacrale riten voltrekken, door middel van offers eer brengen of huldigen“. Hier is operor “werken, werkzaam zijn, uitwerking hebben, actief zijn, verrichten”.  Het Nederlands heeft met dit verbum verwante woorden zoals opera en operatie.
C o m m e n t a a r
Alle katholieken zouden enige notie moeten hebben van het begrip mysterium (μύστηριον - mústêrion). De vroeg christelijke schrijvers beschikten nog niet over een woordenschat om de nieuwe geestelijke realiteiten zo exact mogelijk uit te drukken. In een poging om anderen duidelijk de essentie uit te leggen van hun geloof voegden zij  aan bestaande Griekse en Latijnse concepten nieuwe betekenissen toe. De Grieken, die een lange filosofische traditie hadden en daarmee als het ware een kant en klare voorraad van bruikbare concepten, kwamen met een aantal theologische termen welke Latijnse schrijvers later eenvoudigweg leenden en transcribeerden in het Latijn. Dit is ook het geval met het Latijnse begrip mysterium, dat  het Griekse mysterion weergeeft.
Tertullianus (+ rond 250) vertaalde het Griekse mysterion naar het voorbeeld van het Latijnse sacramentum. Sacramentum heeft zijn oorsprong in sacer, welke een religieuze implicatie heeft (sacerdos, priester in het Latijn en sacraal, Godgewijd, heilig, in onze taal) In juridisch teksten betekende sacramentum een verbond of een inititatie bekrachtigd door een eed. Deze vorm van sacramentum is terug te voeren op de opname in de militaire dienst, en de eed gezworen door de soldaat. Sacramentum kreeg uiteindelijk twee betekenissen. De eerste had de betekenis van het Doopsel, als de eed en de geloofsbelijdenis, afgelegd door de catechumenen wanneer  zij werden gedoopt en opgenomen in de Kerk. Ten tweede refereerde het naar de inhoud van het geloof dat beleden werd door middel van de mysteriën van onze verlossing, de betekenis van de woorden en daden van Christus uitgelegd in een liturgische context, de liturgische feesten zelf, en de riten voor de opname in de Kerk (Doopsel, Vormsel en Eucharistie). De H. Augustinus (+430) gebruikte de term sacramentum ook voor het huwelijk, het opleggen van de handen bij de wijding, het zalven van de zieken en de vergeving van boetelingen. In oude liturgische gebeden verwijst sacramentum niet alleen naar het sacrament van de H. Eucharistie, maar ook naar boetetijden zoals de Veertigdagentijd met de disciplines van vasten en boete. Boeteoefeningen zijn, wanneer uitgevoerd door een gelovige met de juiste instelling, een mysterieuze bevestiging van het sacrale verbond tussen Christus en ons.
Wij moeten weten en horen wat de Kerk wil dat wij bidden en bemediteren, net zoals wij lucht nodig hebben om te kunnen ademen en voedsel om te eten.
De oratie van vandaag was, zoals we hierboven konden lezen, een van de vele die gebruikt werden om mensen aan te sporen om te vasten gedurende de zevende maand. We hebben oude preken over deze september-vastentijd (de zogenaamde “Quatertemperdagen” die na de liturgische hervorming door Vaticanum II niet meer op de Romeinse kalender werden genoteerd), net zoals over de Advent, de vastentijd van de “tiende maand”. (De tijd werd toentertijd op een andere manier berekend, omdat de kalender geleidelijk veranderde en er maanden bijkwamen). 
We hebben, bijvoorbeeld, de wijze preken van de H. Leo I, paus, (+460), bijgenaamd de Grote, over de Advent als vastentijd. “Wat kan meer reddend zijn voor ons dan het vasten, door welk gebruik we dichter bij God komen, en standvastig kunnen zijn tegenover de duivel en de valsheden waartegen we moeten strijden. Want vasten was altijd het voedsel van de deugden. Door de onthouding worden de gedachten zuiver, de beslissingen juist en de raadgevingen heilzaam. En door vrijwillig lijden ver-sterft het vlees de ongeordende verlangens, en neemt de geest sterk toe in geestelijke wijsheid en goede deugd. Maar omdat de redding van onze zielen niet alleen afhangt van het vasten, moeten we dit aanvullen met het geven van aalmoezen aan de armen onder ons. Laten we alles wat we graag doen, omvormen tot deugd. Laat hetgeen waarvan wij ons onthouden het diner zijn voor de armen”.
”Een andere grote heilige die ook hamerde op het geven van aalmoezen tijdens de Advent  was de H. Basilius van Caesarea (+379), ook bijgenaamd de Grote. “Het gebod is duidelijk: de hongerige man sterft momenteel, de naakte man bevriest momenteel,  de persoon met schulden wordt momenteel geslagen - en u wilt wachten tot morgen?” In de oude Kerk, was het onthouden van de goede dingen in het leven nauw verbonden met het doen van goede werken voor de armen, waaronder vooral het geven van aalmoezen. Dat gold toen, dat geldt vandaag voor ons niet minder.

Introitus: Gaudete in Domino semper - zondag III in Adventu

maandag 8 december 2025

8 december Onbevlekte Ontvangenis van Maria, patrones van het bisdom Roermond



 Francisco de Zurbarán: Onbevlekte Ontvangenis, 1628-1630.
Olieverf op linnen, 128 cmx89 cm, Prado, Madrid
De H. Maagd Maria is afgebeeld met de handen biddend gevouwen en omringd door een aantal symbolen uit de litanie van Loreto, die verwijzen naar haar deugden.

"Het hoogfeest van de Onbevlekte Ontvangenis van de heilige Maagd Maria, die waarlijk vol van genade is en de gezegende onder de vrouwen", aldus het Romeinse Martyrologium. "In het vooruitzicht op xde geboorte en de heilzame dood van Gods Zoon bleef zij op het ogenblik zelf van haar ontvangenis door een bijzonder voorrecht van God gevrijwaard van iedere smet van de erfzonde, zoals het door paus Pius IX op deze dag plechtig werd gedefinieerd als een vaststaand dogma op grond van een overgeleverde oudere leer.

Vanaf de eerste tijden van het christendom heeft de Kerk deze waarheid aangevoeld en weldra begon men dit unieke voorrecht te vieren, eerst in het Oosten, later ook in het Westen. Op 8 december 1854 als dogma van het katholiek geloof plechtig afgekondigd, werd deze uitspraak als het ware door Maria zelf bekrachtigd, toen zij vier jaar later te Lourdes op de vraag van Bernadette, wie zij was, antwoordde: "Ik ben de Onbevlekte Ontvangenis".

Eeuwenlang reeds gevierd had deze leer zijn voor- en tegenstanders. Tot de verdedigers van dit voorrecht van Maria wordt ook de beroemde Roermondenaar, Dionysius de Kartuizer (Rijkel, circa 1402-1403 - Roermond, 12 maart 1471), gerekend (Opera omnia VI, Comm. in ps.118, art. 29, aleph). Uitgaande van de stelling, die ook later de H. Alfonsus de Liguori zou onderschrijven:"Door geen der meest bevoorrechte schepselen wordt Maria overtroffen; zelfs is zij onuitsprekelijk meer bevoorrecht dan alle bevoorrechte heiligen, zodat alle waardigheden en genaden, aan hen geschonken, haar in hogere mate zijn toebedeeld".

In het persoonlijk leven van Joannes Augustinus Paredis [1795-1886], eerste bisschop van het 2e bisdom Roermond [1853-heden], heeft de Mariaverering steeds een grote plaats ingenomen. Omdat de verering van Maria van oudsher een vanzelfsprekendheid was, sloot de dogmaverklaring van de Onbevlekte Ontvangenis van de allerheiligste Maagd in 1854 goed aan bij het streven van bisschop Paredis de geloofsinhoud ingebed in talrijke tradities op aansprekende wijze over te dragen. In het jaar, waarin zijn vicariaat tot bisdom verheven werd, wijdde hij Limburg onder deze titel toe aan de Moeder des Heren. Hij bleef dit geloofsgeheim benadrukken en vroeg zijn geestelijken met grote plechtigheid de herdenking ervan te vieren (vgl. J.M. Gijsen, Joannes Augustinus Paredis 1795-1886, bisschop van Roermond en het Limburg van zijn tijd).

Het feest van 8 december is tevens de dies natalis van het priesterseminarie Rolduc. Vandaag is het de 41e verjaardag sinds de herstart  in 1974.

Kerken in het bisdom Roermond onder het patronaat van Onze-Lieve-Vrouw Onbevlekt Ontvangen vindt men o.a. in:
Amstenrade, bouwperiode 1852-1856 (Carl Weber); Venlo, 1911 (Pierre Cuypers); Rijckholt, gebouwd 1882 als dominicaner kloosterkerk en voor buurtbewoners,2009 aan de eredienst onttrokken; Terwinselen, 1921 (Hubert van Groenendael) en te Pey-Echt, in 1859. (Pierre Cuypers). Op 10 december 1861 werd deze kerk ingezegend mgr. Paredis.

In de Orde van het H.Graf stond Maria in hoge eer. In de 12e eeuw werden zeker vijf Mariafeesten gevierd. In een 15e eeuws Antiphonale in gebruik in de priorij in Sint Odiliënberg bij het Getijdengebed staat op folio 286 het feest "In Conceptione B.M.Virginis" vermeld te vieren als "totum duplex", met een octaaf.

De communiteit van Priorij Thabor wijdt zich tweemaal per jaar, namelijk op het Hoogfeest van Maria Boodschap (25 maart) en op het Hoogfeest van Onze-Lieve-Vrouw Onbevlekt Ontvangen (8 december) toe aan de H. Maagd Maria.
De diepe, eeuwenoude devotie tot de H. Maagd in de Orde werd nog versterkt werd door de Verhandelingen van de H. Grignion de Montfort over de devotie tot Onze-Lieve-Vrouw. Eerst aan het begin van de 20e eeuw werd deze toewijding of opdracht in de Priorij in Turnhout ingevoerd en tot op de dag van vandaag wordt deze opdracht als zinvol beleefd.