zondag 24 november 2024
Conventsmis Priorij Thabor: Preek op de 34e en laatste zondag van de Tijd door het jaar 2018 - Hij zal komen oordelen levenden en doden.
maandag 25 december 2023
Kerstwens Kanunnikessen van het H. Graf Priorij Thabor
Zalig Kerstfeest!
woensdag 27 april 2022
De heilige Petrus Canisius [1521-1597] over de kloostergeloften 1 de waarde van de kloostergeloften
De heilige Petrus Canisius [1521-1597] over de kloostergeloften 2
zaterdag 29 januari 2022
Waarom bidden wij in het Latijn ?- 1 Omdat wij daardoor zijn verbonden met honderden miljoen gelovigen in bijna 2 millennia en ontelbare plaatsen.
Het Latijn is universeel in die zin dat wij daardoor zijn verbonden met andere gelovigen, los van de beperkingen van onze eigen tijd en plaats. Een volledig Latijnse H. Mis is in Nederland exact gelijk aan die bijvoorbeeld iedere zondagochtend in de Sint Pieter in Rome plaats vindt. Vanaf vroege christentijden werd voorts al over de gehele (bekende) wereld de liturgie in het Latijn gevierd. Die universaliteit geeft ons een bijzondere verbondenheid met al die andere gelovigen die op dezelfde manier als wij hetzelfde geloof hebben beleden en gevierd, ook al doen zij dat op andere plaatsen en deden zij dat (en zullen zij dat doen) in andere tijden van de geschiedenis van de wereld en de Kerk.
Dat het Latijn een dode taal is, kan ook positief worden geïnterpreteerd; het Latijn namelijk is in de lading van zijn woorden onveranderlijk en geeft daardoor een nauw omschreven weergave van onze geloofsinhoud. In een moderne, levende taal kan de lading van begrippen geleidelijk verandering ondergaan en uitslijten; werd bijvoorbeeld vroeger het woord 'communiceren' alleen gebruikt voor het te communie gaan in de H. Eucharistie, dat is de daadwerkelijke vereniging met Christus, nu gebruiken wij dat woord voor iedere manier waarop wij met elkaar in contact treden; het woord is geseculariseerd, dat wil zeggen in de wereld, in het gewone leven opgenomen waardoor de oorspronkelijke betekenis op de achtergrond geraakt is. Theologisch geeft het Latijn een waarborg voor onveranderlijke geloofswaarheid; daarom worden ook alle liturgische teksten in volkstalen ontleend aan de Latijnse basistekst Zo bewaren wij de band met de Ene, Heilige, Katholieke en Apostolische Kerk, het mystiek Lichaam van Christus op aarde.
Liturgische taal in het algemeen wijkt af van ons gewone spraakgebruik. Toen in de Anglicaanse Kerk het zogenaamde 'Book of Common Prayer' de basis van het gebedsleven en de liturgische viering werd, was het Engels dat daarin door de samensteller/schrijver Thomas Cramner gebruikt werd, geen 'colloquial speech' -de taal van de straat, van de boodschappen, de gewone woordenwisselingen en ruzies-, maar een verheven woordgebruik dat aan de vierende gemeenschap duidelijk maakte: "Let op, hier richten wij ons op de hogere waarden in ons bestaan, de diepere werkelijkheid, waarbij wij ons willen vrijmaken voor de daadwerkelijke ontmoeting met de Allerhoogste". Of het Latijn echt zo dood is, valt trouwens ook nog te betwijfelen; in Rome worden voortdurend door de stichting Latinitas nieuwe woorden ontwikkeld voor moderne begrippen, die worden gebruikt in kerkelijke documenten, de stripboeken van Asterix en Obelix zijn in het Latijn vertaald, en in Finland is een radiozender die onder meer nieuwsberichten in het Latijn uitzendt.
zondag 23 januari 2022
Franciscus van Sales - "Wáár we ons ook bevinden, kunnen en moeten we ons op de volmaaktheid toeleggen!”
Sint Franciscus van Sales:
“Ubicumque locorum sumus, ad vitam perfectam aspirare et debemus et possumus!”
"Wáár we ons ook bevinden, kunnen en moeten we ons op de volmaaktheid toeleggen!”
Uit de Inleiding tot het godvruchtig leven van de H.Franciscus van Sales (Dl 1, hfdst. 3)
vrijdag 21 januari 2022
21 januari H. AGNES “Virgo permansit et martyrium obtulit” Zij bleef maagd en werd martelares
(Ex Tract. S. Ambrosii ep. De viriginibus” Lib. I, c.7-9; PL [ed. 1845] 190-191)
Binnen de Congregatie van Windesheim voortgekomen uit de geestelijke vernieuwingsbeweging van de Moderne Devotie was zij een geliefde heilige.
“In 1395 werd Agnes patrones van een huis van de broeders van de Moderne Devotie, dat al in 1384 was opgericht op de zogenoemde Nemelerberg nabij Zwolle; zowel het huis als de locatie stonden sindsdien bekend als “Agnietenberg” (mons sanctæ Agnetis). Uit de door Thomas van Kempen (+1471) geschreven kroniek van dit broederhuis en van het regulierenklooster dat hier in 1398 voor in de plaats kwam en tot 1561 zou blijven bestaan’, wordt duidelijk dat aan Agnes zowel een belangrijke liturgische gedachtenis als een bijzondere devotie als voorspreekster toekwam”. (1)
(1) Uit: Charles Caspers, Sint Agnes als katalysator. Een jonge Romeinse martelares vertelt over de spiritualiteit van de zusters van Diepenveen. Trajecta 11(2002)I,18-40, p.23
zondag 16 januari 2022
H. Antonius Abt over de hoofddeugden van de monnik I
woensdag 22 december 2021
Donaties Priorij Thabor & ANBI Wij zijn U zeer dankbaar als U aan ons denkt! Dag in dag uit bidden wij voor en namens U! Ook ons klooster ziet tijdens pandemie de inkomsten teruglopen.
Donaties
Instellingen met een ANBI status zijn vermeld in het ANBI-register. Met het Programma ANBI opzoeken kunt u de registratie van de REGULIERE KANUNNIKESSEN VAN HET H. GRAF (CRSS) PRIORIJ THABOR met vestigingsplaats Sint Odiliënberg (gemeente Roerdalen) vinden onder kenmerk: RSIN 822571389.
vrijdag 10 december 2021
Kloosterleven: statio houden - even nadenken waar je mee bezig bent - stilhouden om het hart te zuiveren
![]() |
| foto van de statio in een klooster van het Heilig Graf Wij doen het iedere dag minstens acht keer |
Binnen de traditie van het monastieke leven is het begrip en de praktijk van het ‘statio houden’ eveneens bekend. In de praktijk is dit het moment tussen andere momenten, of pauze tussen bepaalde tijden van de dagorde. Het is een soort mini-transitio, een moment van stilte bij het overgaan van het ene naar het andere onderdeel van de dagorde. Een communiteit houdt bijvoorbeeld statio wanneer men een gebedsuur heeft beëindigd, de kerk, kapel of bidplaats verlaat en zich in stilte “hergroepeert” alvorens bijvoorbeeld de refter te betreden, of ook komt men in de statio bijeen na het luiden van de klok om geordend het koor voor Getijdengebed of H.Mis te betreden. Het is een intentioneel te benutten moment, waarin men zich bewust vrijmaakt en voorbereidt op de volgende geestelijke oefening en God vraagt om het hart te zuiveren “ab omnibus vanis, perversis et alienis cogitationibus” – van alle ijdele, perverse en vreemde gedachten - en bidt om geest en verstand te verlichten en het gevoel te ontvlammen. Met deze gedachten kan rust in het nu-moment samengaan.
In de priorijen van de Orde van het Heilig Graf is eeuwenlang het liturgisch gebruik bewaard van het houden van processies en staties naar het voorbeeld van de H. Grafkerk in Jeruzalem. Ter herinnering aan de oude statieplaatsen van het Heilig Land en om de woorden en werken van Jezus Christus te gedenken die Hij op deze plaatsen heeft verricht alsook de uitmuntende deugden die Hij er beoefend heeft, werden deze statieplaatsen voorgesteld in de kloosterpanden. Deze statieplaatsen zijn: het Heilig Graf, het Dal van Josaphat, Betlehem, Bethanië, de Calvarieberg, de Berg Sion, de Berg van Olijven, de Berg Thabor, de Tempel Gods. Elke zondag en op de hoogfeesten bezocht de communiteit in processie een van deze plaatsen om er het mysterie van de dag te bezingen en te bemediteren, volgens de aanduidingen in het Processionale. In het formulier van de gezangen voor elke zondag door het jaar,was altijd een commemoratie of hymne opgenomen met betrekking tot de Verrijzenis. Binnen de Orde van het H. Graf werd de tijd tussen Pinksteren en de Advent immers als een verlengde Paastijd gevierd, iedere zondag was in feite een klein Pasen. Afgesloten werd de processie met een van de vier oude Maria-antifonen waarna men zich naar het koor begaf om de Terts te zingen, waarna de Conventsmis volgde. Zo doen wij het nog altijd!
maandag 22 november 2021
Uit de Brief van de heilige paus Clemens I
vrijdag 19 november 2021
Overweging: Eerbied voor het huis van God - gericht zijn op God en tegelijk een uitdrukking van Hem zijn!
Domus mea domus orationis vocabitur / Mijn huis zal een huis van gebed worden genoemd - zo luidt de eerste antifoon van de Lauden in het Officie van Kerkwijding (Commune dedicationis ecclesiæ [CDE] ), een tekst uit Jes 56, 7 die door Jezus bij de tempelreiniging wordt geciteerd (Mt 21, 13).
Andere teksten uit hetzelfde getijdenformulier werken dit thema nader uit, zoals:
Qui habitant in domo tua, Domine, in perpetuum laudabunt te / Zij die wonen in uw huis, Heer, zullen U eeuwig loven (Ps 83, 5; Responsorium 2 CDE).
Benedictus es, Domine, in templo sancto tuo / Gezegend zijt Gij, Heer in uw heilige tempel (Dan 3, 53; Ant 2 Lauden CDE).
Domum tuam, Domine, decet sanctitudo, in longitudinem dierum / Uw, huis, Heer, zij heilig in lengte van dagen (Ps 92 (93), 5; Ant. bij de Sext CDE).
God die “woont in het ongenaakbare licht” (1 Tim 6, 16) heeft als Mens onder de mensen willen wonen: “Verbum caro factum est et habitavit in nobis” (Jo 1, 14) bidden wij driemaal daags in het Angelusgebed.
Hij openbaarde dit verlangen aan de aartsvader Jacob die na een nachtelijk visioen uitriep: “Waarlijk, Jahweh is op deze plaats en ik wist het niet. Ontzagwekkend is deze plaats! Dit kan niet anders zijn dan het huis van God en de poort van de hemel” (cf Gen 28, 16-17). En ook aan Mozes, toen Hij hem riep vanuit de brandende doornstruik: “Kom niet dichterbij, Mozes, want de plaats waar gij staat is heilige grond” (cf Ex 3, 4).
Onderweg naar het beloofde land verscheen de heerlijkheid van Jahweh boven de verbondstent, waar de Ark stond en waar alleen Mozes zich met Jahweh mocht onderhouden.
Salomon bouwde op aanwijzing van Jahwe de eerste tempel in Jeruzalem, als huis voor Jahweh waaraan Jahweh de belofte verbond te midden van de Israëlieten te blijven wonen en Zijn volk niet te verlaten, mits het volk Zijn geboden, wetten en voorschriften zou onderhouden en er naar leven 1 Kon 6, 12-13.
Christus is gekomen, de Hogepriester van het waarachtige heil. De tent van zijn priesterschap is groter dan de vorige; zij is niet gemaakt door mensenhand en behoort niet tot onze geschapen wereld (cf Heb 9, 11).
De H. Kerk, door Christus gegrondvest op de rots, die Petrus is, viert haar liturgie, met name de H. Eucharistie op geëigende tijden en plaatsen. De plaats, dit grote Mysterie waardig, is gewoonlijk het kerkgebouw, het huis van God, waar de gelovigen in gemeenschap samenkomen.
Sanctificavit Dominus tabernaculum suum: hæc est domus Dei, in qua invocetur nomen eius, de qua scriptum est: Erit nomen meum ibi, dicit Dominus / De Heer heeft zijn woontent geheiligd. Dit is het huis van God, waar zijn Naam wordt aangeroepen, waarvan geschreven staat: mijn Naam zal daar wonen, zegt de Heer (Ant. ad Magnificat ad II Vespers CDE).
Heiligheid behoort tot het huis van God. De pausen Johannes-Paulus II en Benedictus XVI hebben in verschillende documenten met betrekking tot de H. Eucharistie helder uiteengezet wat dit van de gelovigen vraagt.
Als wij over het heil van onze ziel dieper nadenken, dan zien wij dat wij een werkelijke, levende tempel van God zijn. God woont niet alleen in wat door mensenhand gemaakt is (vgl. Hand. 7, 48) en evenmin in een huis van hout of steen, maar Hij woont vooral in een ziel die naar Gods beeld gemaakt en door de hand van de Kunstenaar zelf geschapen is. Zo heeft immers de heilige apostel Paulus gezegd: ‘De tempel van God is heilig, en die tempel zijt gij’ (1 Kor 3, 17).
(Uit Preek 229 H. Cæsarius, bisschop van Arles (+ 542), CCL 104, 906 in Getijdenboek , 9 nov., Kerkwijding van de basiliek van Lateranen.
Het intreden in een klooster is in feite een binnengaan in het Huis van God. Het binnengaan in dit huis heeft een materieel én een geestelijk aspect. Hieraan gaat vooraf een zich persoonlijk uit de wereld terugtrekken met de intentie zich aan te sluiten bij de communiteit, waarvan de zusters, één van ziel en één van hart op weg zijn naar het hemelse Jeruzalem, naar God. Dit is een smalle en moeilijke weg, een pad waarop men zich moet toeleggen op heiligheid, vallen en opstaan met het vaste voornemen, beeld van God te worden.
Vele concrete hulpmiddelen staan ons daarbij ter beschikking:
• het bewaren van de stilte en de stilzwijgendheid
• het bewaren van een waardige religieuze houding
• voorkomendheid. Voorkomendheid is een religieuze grondhouding. De liefde voorkomt! “Ik heb u een voorbeeld gegeven” (Jo 13,15), zegt Jezus. Het gaat er om in kleine zaken trouw en attent te zijn: zo steunen wij en stichten elkaar.
Deze praktische hulpmiddelen zijn alleen doeltreffend als zij gedragen worden door onze innerlijke gesteldheid, ons gericht zijn op God en onze wens tegelijk van Hem een uitdrukking zijn.
Het overwegen van de Naam van Jezus bewerkt vrede en vreugde in onze ziel.
Laten wij in hart en geheugen niet alleen de liefde voor de Naam van Jezus bewaren, maar ook de vrees en huiver die daarmee samengaan. Sluit die eerbiedige vrees, dit authentieke ontzag, voor Hem "die groter is dan ons hart en alles weet" (1 Joh, 3-17) niet uit.
Laat het licht van goede gedachten en goede werken in ons oplichten, zodat God verheerlijkt wordt.
Zó wil God onze ziel binnengaan, zoals Hij zelf heeft beloofd: Ik zal onder hen wonen en met hen omgaan.









