Posts tonen met het label Maria. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Maria. Alle posts tonen

maandag 8 december 2025

8 december Onbevlekte Ontvangenis van Maria, patrones van het bisdom Roermond



 Francisco de Zurbarán: Onbevlekte Ontvangenis, 1628-1630.
Olieverf op linnen, 128 cmx89 cm, Prado, Madrid
De H. Maagd Maria is afgebeeld met de handen biddend gevouwen en omringd door een aantal symbolen uit de litanie van Loreto, die verwijzen naar haar deugden.

"Het hoogfeest van de Onbevlekte Ontvangenis van de heilige Maagd Maria, die waarlijk vol van genade is en de gezegende onder de vrouwen", aldus het Romeinse Martyrologium. "In het vooruitzicht op xde geboorte en de heilzame dood van Gods Zoon bleef zij op het ogenblik zelf van haar ontvangenis door een bijzonder voorrecht van God gevrijwaard van iedere smet van de erfzonde, zoals het door paus Pius IX op deze dag plechtig werd gedefinieerd als een vaststaand dogma op grond van een overgeleverde oudere leer.

Vanaf de eerste tijden van het christendom heeft de Kerk deze waarheid aangevoeld en weldra begon men dit unieke voorrecht te vieren, eerst in het Oosten, later ook in het Westen. Op 8 december 1854 als dogma van het katholiek geloof plechtig afgekondigd, werd deze uitspraak als het ware door Maria zelf bekrachtigd, toen zij vier jaar later te Lourdes op de vraag van Bernadette, wie zij was, antwoordde: "Ik ben de Onbevlekte Ontvangenis".

Eeuwenlang reeds gevierd had deze leer zijn voor- en tegenstanders. Tot de verdedigers van dit voorrecht van Maria wordt ook de beroemde Roermondenaar, Dionysius de Kartuizer (Rijkel, circa 1402-1403 - Roermond, 12 maart 1471), gerekend (Opera omnia VI, Comm. in ps.118, art. 29, aleph). Uitgaande van de stelling, die ook later de H. Alfonsus de Liguori zou onderschrijven:"Door geen der meest bevoorrechte schepselen wordt Maria overtroffen; zelfs is zij onuitsprekelijk meer bevoorrecht dan alle bevoorrechte heiligen, zodat alle waardigheden en genaden, aan hen geschonken, haar in hogere mate zijn toebedeeld".

In het persoonlijk leven van Joannes Augustinus Paredis [1795-1886], eerste bisschop van het 2e bisdom Roermond [1853-heden], heeft de Mariaverering steeds een grote plaats ingenomen. Omdat de verering van Maria van oudsher een vanzelfsprekendheid was, sloot de dogmaverklaring van de Onbevlekte Ontvangenis van de allerheiligste Maagd in 1854 goed aan bij het streven van bisschop Paredis de geloofsinhoud ingebed in talrijke tradities op aansprekende wijze over te dragen. In het jaar, waarin zijn vicariaat tot bisdom verheven werd, wijdde hij Limburg onder deze titel toe aan de Moeder des Heren. Hij bleef dit geloofsgeheim benadrukken en vroeg zijn geestelijken met grote plechtigheid de herdenking ervan te vieren (vgl. J.M. Gijsen, Joannes Augustinus Paredis 1795-1886, bisschop van Roermond en het Limburg van zijn tijd).

Het feest van 8 december is tevens de dies natalis van het priesterseminarie Rolduc. Vandaag is het de 41e verjaardag sinds de herstart  in 1974.

Kerken in het bisdom Roermond onder het patronaat van Onze-Lieve-Vrouw Onbevlekt Ontvangen vindt men o.a. in:
Amstenrade, bouwperiode 1852-1856 (Carl Weber); Venlo, 1911 (Pierre Cuypers); Rijckholt, gebouwd 1882 als dominicaner kloosterkerk en voor buurtbewoners,2009 aan de eredienst onttrokken; Terwinselen, 1921 (Hubert van Groenendael) en te Pey-Echt, in 1859. (Pierre Cuypers). Op 10 december 1861 werd deze kerk ingezegend mgr. Paredis.

In de Orde van het H.Graf stond Maria in hoge eer. In de 12e eeuw werden zeker vijf Mariafeesten gevierd. In een 15e eeuws Antiphonale in gebruik in de priorij in Sint Odiliënberg bij het Getijdengebed staat op folio 286 het feest "In Conceptione B.M.Virginis" vermeld te vieren als "totum duplex", met een octaaf.

De communiteit van Priorij Thabor wijdt zich tweemaal per jaar, namelijk op het Hoogfeest van Maria Boodschap (25 maart) en op het Hoogfeest van Onze-Lieve-Vrouw Onbevlekt Ontvangen (8 december) toe aan de H. Maagd Maria.
De diepe, eeuwenoude devotie tot de H. Maagd in de Orde werd nog versterkt werd door de Verhandelingen van de H. Grignion de Montfort over de devotie tot Onze-Lieve-Vrouw. Eerst aan het begin van de 20e eeuw werd deze toewijding of opdracht in de Priorij in Turnhout ingevoerd en tot op de dag van vandaag wordt deze opdracht als zinvol beleefd.

H. John Henry Newman, kerkleraar [1801-1890) Mei-meditaties 7 (2)* Onbevlekte ontvangenis - Mystieke roos.

John Henry Newman [1801-1890)
Meimaand-meditaties 7 (2)*
Onbevlekte ontvangenis - Mystieke roos.

Hoe is Maria de Rosa Mystica geworden, de uitgelezen, keurige, volmaakte bloem van Gods geestelijke schepping? Doordat zij geboren werd, opgroeide en beschut bleef in de mystieke tuin of het paradijs van God. De H.Schrift gebruikt meermalen het beeld van een tuin, als ze wil spreken over de hemel en zijn zalige bewoners. Een tuin is een plek gronds, bestemd voor goede en veelsoortige bomen en planten, voor dingen die aangenaam zijn voor de smaak, of geurig voor de reuk, of schoon voor het oog of nuttig als voedsel. En in geestelijke zin wordt er mee aangeduid het verblijf van de zalige geesten en heilige zielen die er tezamen wonen, zielen die tegelijk de bloemen en de vruchten dragen, die ze door Gods zorgvuldige bewerking hebben voortgebracht, bloemen en vruchten van genade, bloemen schoner en geuriger dan die van welke tuin ook, vruchten heerlijker en voortreffelijker dan ooit door aardse bewerking tot rijpheid kunnen gebracht worden.

Al wat God gemaakt heeft spreekt van zijn Maker; de bergen spreken van zijn eeuwigheid; de zon van zijn grootheid, de winden van zijn almacht. Zo spreken de bloemen en vruchten van zijn heiligheid, en liefde en zijn voorzienigheid. En zoals de bloemen en de vruchten zijn, zo moet ook de plaats zijn waar ze gevonden worden. Met andere woorden, omdat ze gevonden worden in een tuin en daar thuis zijn, bezit ook een tuin schoonheden die van God spreken. Het zou bijvoorbeeld al zeer vreemd zijn als we schone bloemen vinden op een steenrots, of heerlijk fruit in een zandwoestijn. Zoals men dus met bloemen en vruchten in mystieke zin bedoelt: de geven en genaden van de Heilige Geest, zo verstaat men onder een tuin in mystieke zin: een plaats van geestelijke rust, van stilte, van vrede, van verfrissing en genot.

Zo waren onze eerste ouders geplaatst in “een tuin van Eden”, overschaduwd door bomen “prachtig van vorm en met heerlijke vruchten” (Gen 2,8-9), met de levensboom in het midden en een rivier die de tuin bevloeide. Als de Heer vanaf het Kruis tot de boetvaardige misdadiger spreekt, noemt Hij de hemel waarin Hij hem zou opnemen, een Paradijs, of een tuin in Eden. En de H. Johannes spreekt in het Boek der Openbaring over de hemel, het paleis van God als over een tuin of paradijs waarin de boom des levens staat die elke maand zijn vruchten draagt (Openb 22,2).

In zulk een tuin werd de Mystieke Roos, de onbevlekte Maria, beschut en gekweekt om de Moeder van de allerheiligste God te worden, van haar geboorte af tot aan haar verloving met de H. Jozef, een tijdruimte van dertien jaren. Daarvan was zij drie jaren in de armen van haar heilige Moeder Anna, en tien jaar woonde zij in Gods tempel. In die heilige tuin, zoals men zeggen mag, leefde zij verborgen voortdurend besproeid door de dauw van Gods genade, en opgroeiend tot een steeds volmaakter hemelse bloem, totdat zij op het einde van die tijdsruimte geschikt was voor de inwoning van de Allerheiligste. Dat was de uitwerking van de Onbevlekte Ontvangenis. Met uitzondering van haar hebben zelfs de schoonste rozen in Gods paradijs de besmetting ondergaan zodat zij een prooi konden worden van rupsen en sprinkhanen. Allen zonder uitzondering, behalve alleen Maria. Van het begin af was zij volmaakt in haar goedheid en haar schoonheid, en toen eindelijk de engel Gabriel tot haar kwam, bevond hij haar “vol van genade”, omdat wegens haar goed gebruik ervan, de genade in haar was toegenomen van het eerste ogenblik af van haar bestaan.


* De beheerders van Newmans nalatenschap tekenden bij deze meditatie aan dat deze overweging geschreven en gebruikt werd in het jaar 1874, maar het jaar daarop werd geschrapt, en dat Newman toen pas de overweging voor 9 mei heeft geschreven.

maandag 28 juli 2025

Hoe bidden we de Rozenkrans?

De rozenkrans is een gebedssnoer. Tijdens het bidden worden de zogeheten Blijde, Droevige en Glorievolle Geheimen en Geheimen van het Licht overwogen, een korte samenvatting van het levensverhaal van Jezus en Maria. De rozenkrans dankt zijn ontstaan aan het herhalend gebed, dat we bij de oude Egyptische kluizenaars aantreffen. Dit herhalend gebed leeft nog steeds in de oosterse kerken (het zogenaamde Jezusgebed), maar ook in andere godsdiensten zoals het hindoeisme, boeddhisme en de islam. Door de herhaling van een gebed, ontstaat rust ter verdieping van hetgeen uitgesproken wordt en overweging van de gedachten die het oproept. Daarnaast wordt Maria uitgenodigd om mee te bidden, in het gebed tot God de Vader. In feite bidden we dus samen met Maria de rozenkrans.

Gebedssnoer
De rozenkrans is een gebedssnoer met oorspronkelijk vijftien maal tien kralen, telkens afgewisseld door een grotere kraal. Aan dit snoer werd ter ere van Maria bij elke kraal een weesgegroet, dus in totaal 150 weesgegroeten gebeden. De grotere kraal betrof het Onze Vader.
De tegenwoordig gebruikelijke en in de volksmond genoemde 'rozenkrans' is feitelijk het zogeheten 'rozenhoedje'. De naam is ontleend aan het hoedje van rozen dat als een kroontje of onder een kroontje vaak bij Maria en andere heilige maagden werd afgebeeld. Dit 'rozenhoedje' is een derde deel van de eigenlijke rozenkrans. Het snoer telt vijfmaal tien kralen met daartussen vijf grotere. Met dit snoer worden niet 150 weesgegroetjes gebeden, maar 'slechts' vijftig.

Hoe bid je de rozenkrans?

1. Maak een kruisteken en bid de geloofsbelijdenis.
2. Bid het Eer aan de Vader…; daarna een Onze Vader
3. Bij elk van de 3 pareltjes bid je :Wees gegroet..
4. Eer aan de Vader…Noem het eerste geheim. + Onze Vader…
5. Bid tien maal een Wees gegroet en sluit af met het Eer aan de Vader…
6.Noem het tweede geheim. + Onze Vader…
7. Bid tien maal een Wees gegroet en sluit af met het Eer aan de Vader…
8. Noem het derde geheim. + Onze Vader..
9. Bid tien maal een Wees gegroet en sluit af met het Eer aan de Vader…
10. Noem het vierde geheim. + Onze Vader..
11. Bid tien maal een Wees gegroet en sluit af met het Eer aan de Vader…
12. Noem het vijfde geheim. + Onze Vader…
13. Bid tien maal een Wees gegroet en sluit af met het Eer aan de Vader…
14. Sluit af met het kruisteken.

Tekst van de elementen:

De geloofsbelijdenis: Ik geloof in God de Almachtige Vader, Schepper van hemel en aarde. En in Jezus Christus, Zijn enige Zoon, onze Heer, Die ontvangen is van de Heilige Geest, geboren uit de Maagd Maria, Die geleden heeft onder Pontius Pilatus, is gekruisigd, gestorven en begraven, Die nedergedaald is ter helle, de derde dag verrezen uit de doden, Die opgestegen is ten Hemel, zit aan de rechterhand van God de Almachtige Vader, Van daar zal Hij komen oordelen de levenden en de doden. Ik geloof in de Heilige Geest; De heilige katholieke Kerk, de gemeenschap van de Heiligen; De vergeving van de zonden ;De verrijzenis van het lichaam; Het eeuwig leven. Amen.

Eer aan de Vader: Eer aan de Vader en de Zoon en de Heilige Geest, zoals het was in het begin, en nu, en altijd, en in de eeuwen der eeuwen, Amen

Onze Vader: Onze Vader Die in de Hemelen zijt, geheiligd zij Uw Naam. Uw Rijk kome,
Uw Wil geschiede op aarde als in de Hemel.Geef ons heden ons dagelijks brood en vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven aan onze schuldenaren. En leid ons niet in bekoring, maar verlos ons van het kwade. Amen.

Latijn: Pater noster, qui es in caelis, Sanctificetur nomen tuum. Adveniat regnum tuum.
Fiat voluntas tua, Sicut in caelo et in terra.
Panem nostrum quotidianum da nobis hodie, Et dimitte nobis debita nostra,
Sicut et nos dimittimus debitoribus nostris. Et ne nos inducas in tentationem:
Sed libera nos a malo. Amen

Wees gegroet: Wees gegroet Maria, vol van genade. De Heer is met U. Gezegend zijt Gij boven alle vrouwen, en gezegend is de vrucht van Uw lichaam, Jezus. Heilige Maria, Moeder Gods, bid voor ons, arme zondaars, nu en in het uur van onze dood. Amen

Latijn: Ave Maria, gratia plena, Dominus tecum. Benedicta tu in mulieribus,
et benedictus Fructus ventris tui, Iesus.
Sancta Maria, Mater Dei, ora pro nobis peccatoribus, nunc et in hora mortis nostrae. Amen.

Gebed  van Fatima:  O mijn Jezus, vergeef ons onze zonden, behoed ons voor het vuur van de hel, breng alle zielen naar de Hemel, vooral diegenen die uw barmhartigheid het meeste nodig hebben

De Geheimen van de Rozenkrans
Tijdens het rozenkransgebed wordt één van de delen van de zogeheten Geheimen van de Rozenkrans overwogen. Dit is een korte samenvatting van het levensverhaal van Jezus en Maria, ontleend aan de evangeliën. Elk deel bestaat uit vijf overwegingen.
De delen bestonden tot vorig jaar uit de Blijde, Droevige en Glorievolle Geheimen. Het was paus Johannes-Paulus II z.g. die eind 2002 in de eerdergenoemde apostolische brief aan de reeds bestaande 15 geheimen van de rozenkrans vijf 'geheimen van het Licht' toevoegde, een toevoeging die sinds eeuwen niet had plaatsgevonden. Hierdoor zijn de opeenvolgende geheimen meer een "samenvatting van het evangelie" geworden en hebben zij een duidelijker Bijbels fundament gekregen.

Hieronder een overzicht van alle geheimen, met de voorkeurdag waarop deze overwogen kunnen worden.

Intenties
Bij elk tientje of hele rozenkrans kan men een zogenaamde intentie naar voren brengen. Voor uzelf, een zieke, speciale gelegenheid, voor meer geloof, noem maar op.

De blijde geheimen (maandag en zaterdag)
1. De engel Gabriel brengt de blijde boodschap aan Maria.
2. Maria bezoekt haar nicht Elisabeth.
3. Jezus wordt geboren in de stal van Bethlehem.
4. Jezus wordt in de tempel aan God opgedragen.
5. Jezus wordt in de tempel teruggevonden.
Klik op onderstaande afbeelding
voor rozenkransuitleg voor kinderen

De geheimen van het Licht (donderdag)
1. Jezus wordt gedoopt in de Jordaan.
2. Jezus openbaart zichzelf op de bruiloft van Kana.
3. Jezus verkondigt het Rijk Gods en roept op tot bekering.
4. Jezus verandert van gedaante op de berg Tabor.
5. Jezus stelt de eucharistie in bij het Laatste Avondmaal.

De droevige geheimen (dinsdag en vrijdag)
1. Jezus bidt in doodsangst tot Zijn hemelse Vader.
2. Jezus wordt gegeseld.
3. Jezus wordt met doornen gekroond.
4. Jezus draagt Zijn kruis naar de Calvarieberg.
5. Jezus sterft aan het kruis.

De glorievolle geheimen (zondag en woensdag)
1. Jezus verrijst uit de doden.
2. Jezus stijgt op ten hemel.
3. De heilige Geest daalt neer over de apostelen.
4. Maria wordt in de hemel opgenomen.
5. Maria wordt in de hemel gekroond.

Oktober Rozenkransmaand
Reeds in de Middeleeuwen werd de rozenkrans gebeden in kloosters. Het was met name de H. Dominicus van Caleruega (1170-1221), stichter van de Dominicanen, die dit gebed bevorderde, nadat Maria aan hem verschenen was. In de 14de en de 15de eeuw raakte het rozenkransgebed ook buiten de kloosters bij leken bekend. Met name door toedoen van de dominicanen, de jezuïeten en de rozenkransbroederschappen, waarvan de meest bekende in 1475 te Keulen werd opgericht en vandaar over de hele wereld verspreid.
Dat de oktobermaand de rozenkransmaand is heeft te maken met het feit dat in de katholieke kerk jaarlijks op 7 oktober het feest van O.L.V. van de Rozenkrans gevierd wordt. Het was de dominicaner paus Pius V die dit feest instelde ter nagedachtenis aan de overwinning op de Turkse vloot bij Lepanto op die datum in 1571.

Wij bidden iedere dag de rozenkrans na de sext om 12.00 uur

dinsdag 25 maart 2025

Introitus Zondag Advent IV en Maria Boodschap Rorate Caeli (Gregoriaans)


Liturgia Horarum 25 maart Maria Boodschap

Liturgia horarum 25 maart
Uit een brief van de heilige paus Leo de Grote († 461)
Het sacrament van onze verzoening.
Gods majesteit heeft onze nietswaardigheid aangenomen, zijn kracht onze zwakheid, zijn eeuwigheid onze sterfelijkheid. En om de schuld te delgen die op ons menselijk bestaan drukt, heeft de onkwetsbare natuur zich verenigd met onze aan lijden onderworpen natuur. Dit heeft tot gevolg gehad dat één en dezelfde Middelaar tussen God en de mensen, de mens Jezus Christus, enerzijds wel, maar anderzijds niet kon sterven, hetgeen aan onze genezing ten goede kwam.
De ware God is aldus geboren in de ongeschonden en volmaakte natuur van een ware mens, volledig in het bezit van het zijne, volledig in het bezit van het onze.
Het onze noemen wij wat de Schepper vanaf het begin in ons geschapen heeft en wat Hij heeft aangenomen om te herstellen. Het kwaad dat de bedrieger heeft aangericht en de bedrogen mens heeft toegelaten, heeft geen invloed gehad op de Verlosser. Ook al heeft Hij willen delen in de zwakheden van de mensen, daarom heeft Hij nog geen aandeel aan onze zonden gehad. Hij heeft het bestaan van een slaaf op zich genomen zonder de smet van de zonde. Hij heeft het menselijke verrijkt, zonder het goddelijke te verarmen. Want die ontlediging waardoor de Onzichtbare zich zichtbaar heeft getoond en de Schepper en Heer van alle dingen een sterveling heeft willen worden, was een neerbuigen uit barmhartigheid en niet een verlies van macht. Daarom is Hij die in goddelijke majesteit de mens heeft geschapen, dezelfde als Hij die het bestaan van een slaaf op zich heeft genomen en mens is geworden.
De Zoon van God treedt dus deze wereld, ver beneden Hem, binnen, Hij daalt af van zijn troon in de hemel, maar Hij doet geen afstand van zijn heerlijkheid bij de Vader. Hij werd voortgebracht in een nieuwe orde, door een nieuwe geboorte.
In een nieuwe orde: want van nature onzichtbaar, is Hij bij ons zichtbaar geworden; hoewel ongrijpbaar, wilde Hij tastbaar worden; Hij die vóór alle tijden bestaat, begon in de tijd te zijn. De Heer van het heelal nam het bestaan van een slaaf op zich, terwijl Hij zijn onmetelijke majesteit verhulde. God die niet lijden kan, heeft het niet beneden zijn waardigheid geacht een mens te worden die lijden kan; Hij die onsterfelijk is, heeft zich willen onderwerpen aan de wetten van de dood.
Want Hij die waarlijk God is, is ook waarlijk mens en in deze eenheid is volstrekt geen bedrog; menselijke kleinheid en goddelijke grootheid gaan hier samen.
Want zoals God niet veranderd wordt door zijn barmhartigheid, zo gaat de mens niet ten onder door die waardigheid. In onderlinge verbondenheid doen beide naturen elk afzonderlijk datgene wat haar eigen is: het Woord doet wat eigen is aan het Woord, en het vlees doet wat eigen is aan het vlees.
Van deze beiden schittert het een door wonderen, het ander bezwijkt onder het aangedane leed. En zoals het Woord zijn gelijkheid aan de Vader niet verliest, zo verliest het vlees het eigene van ons mens-zijn niet.
Steeds weer moet er gezegd worden: één en dezelfde is waarachtig de Zoon van God en waarachtig Zoon van de mens. Hij is God omdat ‘in het begin het Woord was, en het Woord bij God was en het Woord God was’, Hij is mens omdat ‘het Woord is vlees geworden en onder ons heeft gewoond’ (Joh. l, 1.14).


(Epist. 28 ad Flavianum, 3-4:PL 54, 763-767)

John Henry Newman [1801-1890] Mei-meditaties 16 – Maria Boodschap: Moeder van de Zaligmaker

John Henry Newman [1801-1890]
Mei-meditaties 16 – Maria Boodschap:
Moeder van de Zaligmaker

Hier zoals in onze overweging van gisteren moeten wij begrijpen wat bedoeld wordt als we de Heer Zaligmaker noemen, om dan te kunnen begrijpen waarom die naam genoemd wordt tot het vormen van een der titels die in de Litanie voor Maria gebruikt worden.
De bijzondere naam waaronder de Heer vóór zijn komst bekend was, zagen wij gisteren, was die van Messias of Christus. Zó was Hij bekend aan de Joden. Maar toen Hij zich werkelijk op aarde vertoonde, werd Hij bekend onder drie nieuwe titels: De Zoon van God, de Mensenzoon, en de Zaligmaker. De eerste drukte zijn goddelijke Natuur uit, de tweede zijn menselijke Natuur, de derde zijn persoonlijke functie. De engel die aan Maria verscheen noemde Hem de Zoon van God; de engel die aan Sint Jozef verscheen noemde Hem Jezus, welke naam in onze taal Zaligmaker betekent; ook de engelen die aan de herders verschenen noemden Hem Zaligmaker (Lc 2,11). Maar Hij zelf noemde zich in het bijzonder de Mensenzoon.
Niet alleen engelen noemen Hem Zaligmaker, maar ook de twee grootsten onder de apostelen, de H.Petrus en de H.Paulus in hun eerste preken. De H.Petrus zegt dat Hij is “Leidsman en Zaligmaker” (Hand 5, 31), en de H.Paulus: “onze Zaligmaker Jezus Christus” (Tit 3, 6). En zowel de apostelen als de engelen geven ons de reden op waarom Hij aldus genoemd wordt – omdat Hij ons namelijk verlost heeft uit de macht van de boze geest en uit de schuld en de ellende van onze zonden. Zo zegt de engel tot Sint Jozef: “Gij zult Hem Jesus noemen, want Hij zal zijn volk verlossen van hun zonden” (Mt 1, 21); en de H.Petrus: “God heeft Hem verheven als Leidsman en Zaligmaker om aan Israël bekering te schenken en vergiffenis van zonden” (Hand 5, 21) En van zichzelf zegt Hij: “De Mensenzoon is komen redden was verloren was” (Mt 18, 11).
Laat ons nu nagaan hoe dit onze gedachten over Maria raakt. Het redden van slaven uit de macht van de vijand beduidt een strijd. Omdat de Heer Verlosser, Zaligmaker was, was Hij strijder. Hij kon de gevangenen niet verlossen zonder strijd, zonder persoonlijk te lijden. Wie zijn het nu die een bijzondere afschuw hebben van oorlogen? Een heidens dichter antwoordt. “Oorlogen”, zegt Hij, “worden verafschuwd door Moeders” (Horatius, Od. 1,1,24). Moeders zijn het die vooral te lijden hebben tijdens een oorlog. Ze mogen trots zijn op de eer die haar kinderen verdienen; maar die trots neemt geen stukje weg van de langdurige pijn, de onrust, de spanning, de verlatenheid en de angst, die de moeder van een soldaat ondervindt. Zo ging het ook met Maria. Dertig jaren was zij gezegend geweest met de voortdurende aanwezigheid van haar Zoon – zij had Hem zelfs aan haar onderdanig. Maar het ogenblik brak aan waarop de strijd waarvoor Hij op aarde was gekomen, Hem opeiste. Hij was immers gekomen, niet slechts om de Zoon van Maria te zijn, maar om de Zaligmaker van de mens te  worden; en daarom ging Hij eindelijk van haar scheiden. Toen ondervond zij wat het zeggen wil de moeder van een soldaat te zijn. Hij ging van haar weg; zij zag Hem niet meer; zij trachtte tevergeefs in zijn nabijheid te komen. Jaren lang had Hij in haar armen geleefd, en daarna minstens in haar woning; - Maar nu, volgens zijn eigen woorden “had de Mensenzoon niets meer om er zijn hoofd op neer te leggen” (Mt 8,20). En toen, na enkele jaren, hoorde zij van zijn gevangenneming, zijn zogenaamd proces, van zijn passie. Eindelijk wist zij toen in zijn nabijheid te komen – Wanneer en waar? – Op weg naar Calvarië, en toen Hij aan het kruis hing. En eindelijk kreeg zij Hem weer in haar ramen; ja, maar slechts toen Hij dood was. Het is waar, dat Hij opstond van de doden; maar daardoor kreeg zij Hem nog niet terug, want Hij steeg op ten hemel, en zij kon Hem daar nog niet terstond volgen. Neen, zij bleef nog vele jaren op aarde, onder de zorg, weliswaar, van zijn dierbaarste apostel, de H. Johannes. Maar wat was zelfs de heiligste man in vergelijking met haar eigen Zoon, die tegelijk de Zoon van God was?

O heilige Maria, Moeder van onze Zaligmaker, wij zijn in onze overwegingen nu plotseling overgegaan van de Blijde naar de Droevige Geheimen, van de Boodschap van de Engel Gabriel naar de Zeven Smarten. Daarover zullen dan de volgende overwegingen gaan, die wij over u houden.

woensdag 1 januari 2025

John Henry Newman [1801-1890] Mei-meditaties 14 – Maria Boodschap: Moeder van de Schepper


John Henry Newman [1801-1890]
Mei-meditaties 14 – Maria Boodschap:
Moeder van de Schepper

Dit is een titel die wij meer dan alle andere zouden geacht hebben onmogelijk te zijn voor een schepsel. Op het eerste gezicht zouden we geneigd zijn te zeggen dat al onze hoofdgedachten over de Schepper en het schepsel, over de Eeuwige en het tijdelijke, over de uit-zich-bestaande en de afhankelijke, daardoor in verwarring worden gebracht; maar bij nadere overweging zullen wij inzien dat wij die titel aan Maria niet kunnen weigeren zonder te ontkennen de goddelijke Incarnatie, d.w.z. de grote en fundamentele waarheid van de openbaring dat God is mens geworden.

En dit werd reeds ingezien in de eerste tijden van de Kerk. Van het begin af waren de Christenen gewoon de Heilige Maagd “Moeder van God” te noemen, omdat zij inzagen dat het onmogelijk was haar die titel te weigeren zonder de woorden van Sint Jan te ontkennen “Het Woord (dat is Gods Zoon) is vlees geworden” (Jo 1,14).
En niet lang daarna zag men in dat het nodig was die waarheid door de stem van een Algemeen Concilie af te kondigen. Want tengevolge van de tegenzin die de mens heeft voor een mysterie, kwam de dwaling op dat de Heer niet werkelijk God was doch mens, enkel maar hierin van ons verschillend, dat God in Hem woonde, zoals God in alle goede mensen woont, alleen in hogere mate.
Zoals de heilige Geest woonde in engelen en profeten, als in een soort tempel, of ook zoals de Heer nu nog woont in het tabernakel van onze kerken. Toen zagen de bisschoppen en de gelovigen in dat er geen ander middel was om de verspreiding van deze valse, slechte leer te verhinderen dan door uitdrukkelijk te verklaren en als geloofswaarheid af te kondigen dat Maria de Moeder was niet slechts van de mens, maar van God. En sedertdien is de titel van Maria als Moeder van God in de Kerk wat men noemt een dogma geworden, een geloofsartikel.

Maar dit voert ons tot een meer algemene beschouwing van het onderwerp. Is deze titel aan Maria gegeven meer verwonderlijk dan de leer dat God, zonder op te houden God te zijn, mens werd? Is het een groter mysterie dat Maria Moeder van God was door dat God mens werd? En toch is dit laatste, zoals gezegd, een grondwaarheid van de openbaring, waarvoor, de hele H. Schrift door, Profeten, Evangelisten en Apostelen getuigen. En wat kan er troostender en vreugdevoller zijn dan de wonderbare beloften die volgen uit de waarheid dat Maria Moeder van God is? – het grote wonder, namelijk, dat wij de broeders worden van onze God, dat wij allen, als wij goed leven en sterven in Gods genade, hiernamaals door onze mensgeworden God zullen gebracht worden naar de plaats waar de engelen wonen; dat ons lichaam zal opgewekt worden uit het stof en ten hemel gevoerd; dat wij werkelijk verenigd zullen worden met god; dat wij deelgenoot zullen worden van de goddelijke natuur; dat elk van ons met ziel en lichaam zal gestort worden in die afgrond van glorie om de Almachtige; dat wij Hem zullen zien en zijn gelukzaligheid zullen delen, volgens de tekst: “Wie de wil van mijn Vader volbrengt, die in de hemelen is, hij is mijn broeder en zuster en moeder” (Mt 12, 50).

zondag 8 december 2024

8 december - Maria - een kunstwerk, waarin God het mysterie van ons christelijk leven onthult.


Maria is te zien als een kunstwerk, waarin God het mysterie van ons christelijk leven onthult. Maria is een voorbeeld waarin het geloof duidelijk tot uiting komt.

God heeft de mens geschapen naar zijn beeld, maar bij mensen wordt dit beeld vaak verwrongen door het kwaad, bij sommigen wordt zijn beeld zelfs onherkenbaar. Bij Maria evenwel niet. Zij is een volmaakte weergave van Gods plan met de mens. Zij is een perfect beeld van Gods heerlijkheid in de mens.

Daarom zijn er mensen die haar graag heerlijk als de maan noemen.

De ruimtevaarders hebben ons verteld dat de maan donker is. Zij geeft aan ons het licht verder dat zij zelf niet bezit. Zij weerkaatst en verzacht het licht van de zon. Zij geeft verder wat zij zelf ontvangt, maar zelf niet bezit.

Dat is ook het mysterie van Maria. Zij is altijd verwijzing. Zij is een gewoon mens ( geschapen door God, net zoals wij ), maar, opgenomen in Gods liefde, weerkaatst zij, op een wonderbare manier, Gods genadegaven.

´Want Hij omgezien naar de geringheid van zijn dienstmaagd en Hij heeft grote dingen aan haar gedaan´. Zij is begenadigd. Zij geeft verder wat zij ontvangt, maar wat zij zelf niet heeft. Zij verwijst naar God. Maria is openheid voor Hem. Zij heeft Gods liefde helemaal in zich opgenomen. Zoals kristal in honderd facetten het licht weerkaatst, zo weerkaatst zij het licht van God voor ons.

In wezen zijn mensen, schepselen die onaf zijn, donker gesteente, zoals de maan, die geen licht van zichzelf heeft. Maar als wij ons openstellen voor de liefde van God, dan worden wij opgenomen in zijn licht en kunnen wij de zachte glans van zijn liefde verder doen stralen naar anderen. Wij kunnen licht van zijn licht worden.

Het mysterie van Maria bestaat niet in wat zij zelf gedaan en gepresteerd heeft, maar in wat zij van God ontvangen heeft en verder meedeelt aan mensen. Gods liefde heeft haar gemaakt tot wat zij is : vol van genade, goedheid en liefde. 

Zo is ook voor ons de maatstaf van het leven niet wat wij zelf presteren en doen, maar of wij datgene wat wij ontvangen hebben, doorgeven aan anderen.

Maria blijft voor ons een teken : wat God in haar tot voltooiing heeft gebracht, dat wil Hij ook in óns tot stand brengen. In haar leven heeft God uitgebeeld wat Hij met ons allemaal voorheeft. Haar lichtschijn verheldert de donkere weg van het leven, waarlangs wij de liefdevolle God kunnen vinden.

Laten wij in dankbare bewondering stilstaan bij dit kunstwerk van God , dat zo duidelijk Gods liefde voor ons openbaart.

donderdag 10 oktober 2024

10 oktober OLV Sterre der Zee (bisdom Roermond)

De titel ‘Sterre der Zee’ is een zeer oude eretitel voor Maria, afkomstig van de H. Hiëronymus, de kerkvader die de Latijnse Vulgaatvertaling van de Bijbel bezorgde. Op zoek naar de betekenis van de naam ‘Maria’, Mirjam in het Hebreeuws, las hij de naam als een combinatie van de twee Hebreeuwse woorden mar ‘druppel’, en jam ‘zee’, dus ‘druppel van de zee’, in het Latijn stilla maris. ‘Stilla maris’ werd al snel verbasterd tot stella maris, ‘sterre der zee’, en als zodanig kwam deze titel terecht in de Litanie van Maria. De Mariatitel Stella Maris komt dus eigenlijk voort uit een leesfout.

In de Middeleeuwen was deze eretitel van Maria zeer geliefd. Wij danken er onder andere de mooie gregoriaanse hymne Ave Maris Stella aan. De benaming ‘Sterre der Zee’ werd voor het genadebeeld van de Franciscanen echter pas  voor het eerst in 1701 gebruikt, en wel ter herinnering aan een wonder dat in 1684 plaatsgehad zou hebben. Een edelman zou op zee in een storm terecht zijn gekomen, en zou de belofte gedaan hebben, als hij het gevaar zou overleven, een altaar te stichten voor het Mariabeeld van de Franciscanen van Maastricht.Toen hij de storm had overleefd, en behouden was thuisgekomen, kwam hij zijn belofte na, en liet in de Franciscanenkerk een altaar bouwen waar het Mariabeeld een plaats op kreeg. Dit zou de aanleiding zijn geweest om het Mariabeeld voortaan ‘Sterre der Zee’ te noemen.


In 1796 werden door de toenmalige Franse overheid alle kerkelijke instellingen en kloosters opgeheven, en hun goederen in beslag genomen. Op 31 maart 1804 werd het beeld, met toestemming van de Franciscanen, door bisschop Zaepffel van Luik toegewezen aan de Sint-Nicolaasparochie (de voorloper van de Onze Lieve Vrouw). En zo komt het dat het beeld van Onze Lieve Vrouw “Sterre der Zee” nog altijd in de Onze Lieve Vrouwekerk van Maastricht staat. Daar stond het opgesteld in het noordertransept, op de plaats van het huidige Sint-Jozefaltaar. In 1903 werd het beeld overgebracht naar de Mérode-kapel, waar het zich nog altijd bevindt.

Zie geschiedenis van het beeld OLV Sterre der zee 


God, Gij hebt de heilige maagd Maria, de moeder van uw Zoon, als de sterre der zee doen flonkeren en haar als een bescherming aan ons gegeven te midden van de hooggaande golven van deze tijd. Wij vragen U: bevrijd ons van de gevaren naar lichaam en ziel en laat ons met haar hulp en onder haar leiding de poort van de eeuwige zaligheid bereiken.

Bezoek van de Sterre der Zee aan Sint Odiliënberg - 1953


In de periode 1932-1960 maakte het beeld van O.L.Vrouw Sterre der Zee, Patrones van Maastricht, een rondtocht door het Bisdom Roermond. Dit was een initiatief van mgr. Gulielmus Lemmens, die bekend stond als zeer mariaal en die na zijn aantreden als bisschop ‘Limburg’ en het bisdom Roermond aan Maria toewijdde. Zijn wapenspreuk luidde: Stella duce – Onder leiding van de Ster, waarmee hij verwees naar de “Stella maris”, Maria, Sterre der Zee.Van 30 augustus tot 18 oktober 1953 viel de eer te beurt aan het dekenaat Roermond; de start vond plaats in Sint Odiliënberg van 30 augustus - 1 september van dat jaar.

Bij deze gelegenheid werd een herinneringsprentje uitgegeven voorzien van een gebed tot de “Sterre der Zee” waaraan een aflaat van 100 dagen was verbonden.

Gebed tot de “Sterre der Zee”

O Maria, “Sterre der Zee”, zie mij hier neergeknield
voor Uw genadetroon, waar reeds ontelbare minnaren
van Uw Moederhart, de grootste gunsten door U
hebben ontvangen; waar Gij voor de bedroefden
troost, voor de noodlijdenden hulp, voor de zieken
genezing, voor de zondaars vergiffenis verkrijgt.
O liefste Moeder, ik kom thans tot U met het grootste
vertrouwen. De menigvuldige wonderen, die hier op
Uw voorspraak geschied zijn, vervullen mij,
ellendige, met de zoetste hoop, dat Gij, Moeder van
barmhartigheid, ook mijn bede zult verhoren.
Ja, ik smeek en bid U, o zoetste Moeder, o genaderijke
“Sterre der Zee”, laat mij van hier niet weggaan
zonder verhoord te zijn. Gij kunt mij helpen,
Gij zijt immers de machtigste na God; Gij wilt mij
helpen, omdat Gij zo vol liefde zijt voor al Uw
kinderen. Herinner U, o goedertierenste Maagd, dat
het nooit gehoord is dat iemand die vertrouwvol
tot U zijn toevlucht nam, door U verlaten is; zou
ik dan de eerste ongelukkige zijn, die Gij onverhoord
van U liet heengaan? Neen, neen, o goede Moeder,
op deze heilige plaats zult Gij, door Uw alvermogende
voorspraak, mij hulp in mijn nood en troost in mijn
lijden verwerven. Amen.



Foto’s: de processie met de replica van het beeld
Op het Kerkplein op weg naar de parochiekerk en
De Mariakapel boven op de kerkberg.