Tria sunt munera
pretiosa,
quæ obtulerunt magi Domino in die illa,
et habent in se divina mysteria (1):
in auro, ut ostendatur regis potentia;
in ture sacerdotem magnum considera;
et in myrrha dominicum sepulturam.
Salutis
nostræ auctorem magi venerati sunt in cunabulis,
et de
thesauris suis mysticas ei munerum species obtulerunt.
Drie
kostbare geschenken
boden de Wijzen de Heer op die dag aan,
welke in zichzelf goddelijke symbolen bevatten:
in het goud worde de macht van de Koning getoond;
beschouw in de wierook de verheven Priester
en in de mirre de begrafenis van de Heer.
De Wijzen hebben de Bewerker van ons heil in [de
kribbe als] zijn wieg aanbeden
en uit hun schatten boden zij Hem geschenken aan
van een mystiek karakter.
(1)
Het
begrip “mysterium”betekent, zoals dikwijls bij de Vaders, ook symbool. Zie: A. Blaise, Le vocabulaire latin des principaux thèmes liturgiques.
Ouvrage revu par Dom Antoine Dumas osb. Brepols, Turnhout, 1966, § 183 p. 316-317.