maandag 22 juni 2026
22 juni - Uit een Brief van de heilige Thomas More aan zijn dochter Margaretha, in de gevangenis geschreven.
zaterdag 20 juni 2026
Lezingen H. Mis 12e zondag door het jaar A Weest niet bevreesd voor hen die het lichaam kunnen doden
Jeremia sprak:
“Ik hoor velen fluisteren:
Daar heb je ‘Ontzetting-overal’.
Breng hem aan.
Ja, we brengen hem aan.
Al mijn vrienden willen niets liever
dan mij ten val brengen.
Ze zeggen:
Misschien laat hij zich misleiden;
dan overmeesteren we hem
en kunnen we ons op hem wreken.
De Heer is bij mij als een machtig strijder.
Mijn achtervolgers vallen neer,
ze zullen niet overwinnen.
Ze worden diep beschaamd,
nooit bereiken ze iets.
Hun schande duurt eeuwig,
ze wordt nooit vergeten!.
“Heer van de hemelse machten, die alles rechtvaardig onderzoekt,
die hart en nieren doorgrondt,
laat mij zien hoe Gij U op hen wreekt.
Ik heb immers mijn zaak in uw handen gelegd.
Zingt een lied, een loflied voor de Heer,
want Hij heeft het leven van de arme
uit de macht van de boosdoeners gered.”
Tweede lezing: Rom. 5, 12-15
Broeders en zusters,
Door één mens is de zonde in de wereld gekomen
en met de zonde de dood;
en zo is de dood over alle mensen gekomen,
aangezien allen gezondigd hebben.
Er was immers reeds zonde in de wereld,
vóór de wet er was.
Maar zonde wordt niet aangerekend,
waar geen wet is.
Toch heeft de dood als koning geheerst
in de tijd van Adam tot Mozes,
dus ook over hen,
die zich niet op de wijze van Adam schuldig hadden gemaakt
aan de overtreding van een gebod.
Adam nu is het beeld van Hem, die komen moest.
Maar de genade van God
laat zich niet afmeten naar de misstap van Adam.
De fout van één mens bracht allen de dood,
maar God schonk allen rijke vergoeding
door de grote gave van zijn genade:
de ene mens, Jezus Christus.
Evangelie: Mt. 10, 26-33
Wat Ik u zeg in het duister, spreekt dat uit in het licht, en wat ge u in het oor hoort fluisteren, verkondigt dat van de daken.
In die tijd zei Jezus tot zijn apostelen:
“Weest niet bang voor de mensen.
Niets is bedekt of het zal onthuld,
niets verborgen of het zal bekend worden.
Wat Ik u zeg in het duister, spreekt dat uit in het licht,
en wat ge u in het oor hoort fluisteren,
verkondigt dat van de daken.
Weest niet bevreesd voor hen, die wel het lichaam kunnen doden
maar niet de ziel;
vreest veeleer Hem,
die én ziel én lichaam in het verderf kan storten in de hel.
Verkoopt men niet twee mussen voor een stuiver?
En toch zal buiten de wil van uw Vader
niet één mus op de grond vallen.
Bij u echter is zelfs iedere haar van uw hoofd geteld.
Weest dus niet bevreesd;
gij zijt toch meer waard dan een zwerm mussen.
Ieder die Mij bij de mensen belijdt,
zal ook Ik als de mijne erkennen bij mijn Vader, die in de hemel is.
Maar ieder die Mij zal verloochenen tegenover de mensen,
zal ook Ik verloochenen
tegenover mijn Vader die in de hemel is.”
Lectio divina Lezingendienst 12e zondag door het jaar - Men moet niet alleen met woorden bidden, maar ook met daden.
Uit de verhandeling van de heilige martelaar Cyprianus, bisschop van Carthago (†258), over het gebed des Heren
Men moet niet alleen met woorden bidden, maar ook met daden.
Vindt u het verwonderlijk, geliefde broeders en zusters, dat het onze vader zo kort is? En dan heeft onze Meester ook nog alles wat wij kunnen bidden, in deze korte maar heilzame zinnen samengebracht! De profeet Jesaja heeft hierover al gesproken toen hij, vervuld van de heilige Geest, over de majesteit en de goedheid van God zei: dit is een volmaakt woord dat in het kort alle gerechtigheid bevat; op de gehele aarde zal God dit korte woord tot vervulling brengen (vgl. Jes. 10, 22b. 23). En inderdaad, toen het woord van God in onze Heer Jezus Christus voor alle mensen is gekomen - voor beide geslachten, alle generaties, geleerden en ongeletterden - heeft Hij al zijn leringen en geboden in weinig woorden samengevat, opdat het geheugen van de geloofsleerlingen niet te zeer zou worden belast en zij zouden kunnen leren wat voor een eenvoudig geloof nodig is.
Op deze wijze heeft hij in het kort uitgesproken wat het geheim van het eeuwig leven is: ‘Dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enige ware God en Hem die Gij hebt gezonden, Jezus Christus’ (Joh. 17, 3). En zo heeft Hij ook de eerste en grootste geboden uit de wet en de profeten bijeengebracht: ‘Hoor, Israël! De Heer onze God is de enige Heer’ (Mc. 12, 29), en: ‘Gij zult de Heer uw God beminnen met geheel uw hart, geheel uw ziel en geheel uw verstand. Dit is het voornaamste en eerste gebod. Het tweede, daarmee gelijkwaardig: gij zult uw naaste beminnen als uzelf. Aan deze twee geboden hangt heel de wet en de profeten’ (Mt. 22, 37-40); en tenslotte: ‘Alles wat gij wilt dat de mensen voor u doen, doet dat ook voor hen. Dat is de wet en de profeten’ (Mt. 7, 12).
God heeft ons niet alleen met zijn woord maar ook met zijn voorbeeld geleerd hoe te bidden. Hij bad zeer dikwijls, zoals er geschreven staat: ‘Hij trok zich telkens terug in de eenzaamheid om te bidden’ (Lc. 5, 16), en: ‘Hij ging naar het gebergte om te bidden en bracht de nacht door in gebed tot God’ (Lc. 6, 12). Daarmee toonde Hij ons wat ook wij moeten doen.
De Heer bad niet voor zichzelf - wat zou Hij, zondeloze, voor zich moeten vragen? - maar voor onze zonden, zoals Hij tot Petrus heeft gezegd: ‘De satan heeft geëist u te ziften als tarwe. Maar Ik heb voor u gebeden dat uw geloof niet zou bezwijken’ (Lc. 22, 31-32). En later heeft Hij voor alle mensen tot de Vader gebeden: ‘Niet voor hen alleen bid Ik, maar ook voor hen die door hun woord in Mij geloven, opdat zij allen één mogen zijn, zoals Gij, Vader, in Mij en Ik in U: dat ook zij in Ons mogen zijn’ (Joh. 17, 20-21).
Hoe goed en barmhartig is God! Niet alleen verlost Hij ons door zijn bloed, maar Hij bidt bovendien ook voor ons heil. Ziet toch hoezeer Hij verlangt dat, evenals de Vader en de Zoon één zijn, ook wij in hun eenheid blijven.
zondag 7 juni 2026
vrijdag 5 juni 2026
De Aanbidding van het Lam Gods
Het mysterie van de EUCHARISTIE staat deze dagen centraal
Bone pastor, panis vere,
Jesu, nostri miserere:
Tu nos pasce, nos tuere,
Tu nos bona fac videre
In terra viventium.
Goede Herder, ware Brood,
Jezus, ontferm U over ons:
Voed ons, bescherm ons,
laat ons het goede aanschouwen
in het land der levenden.
Uit: de sequentie “Lauda Sion Salvatorem” Thomas van Aquino
De sequentie Lauda Sion Salvatorem en het wereldberoemde altaarstuk “De Aanbidding van het Lam Gods” van de gebroeders Hubert en Jan van Eyck (1432, Baafskathedraal in Gent)
- hier afgebeeld - hebben een diepe theologische, thematische en visuele band. Beide meesterwerken zijn gecreëerd om exact het zelfde mysterie te verheerlijken.
In het altaarstuk staat het geslachtofferde Lam centraal. Eveneens in de sequentie:
Bone Pastor (Goede Herder) en het Panis Vere (Ware Brood). Hij is tegelijk de Herder die zijn kudde voedt én het Lam dat zichzelf opoffert.
zondag 31 mei 2026
Het Mysterie van de Heilige Drieëenheid uitgebeeld door de icoon van Geert Hüsstegen
Vandaag, het hoogfeest van de Heilige Drieëenheid, bidt de Kerk het volgende Collectegebed:
God en Vader,
die door het Woord der waarheid en de Geest van heiliging in de wereld te zenden
uw wonderbaar mysterie aan de mensen bekend hebt gemaakt,
geef dat wij in de belijdenis van het ware geloof, de glorie van de eeuwige Drieëenheid erkennen en de Eenheid in de macht van uw majesteit aanbidden.
De prachtige icoon van Geert Hüsstegen verzinnebeeldt dit gebed.
De icoon is gebaseerd op het Bijbelverhaal uit Genesis 18, waarin drie geheimzinnige reizigers (engelen) op bezoek komen bij Abraham en Sara bij de eik van Mamre. In de christelijke traditie wordt dit bezoek gezien als een voorafbeelding van de Heilige Drie-eenheid.
De drie engelen zitten rond een tafel en vormen samen een perfecte, harmonieuze cirkel die symbool staat voor oneindigheid en eenheid.
Aan de voorkant van de tafel is een open ruimte gelaten. Dit nodigt de toeschouwer uit om symbolisch aan te schuiven en deel te nemen aan de goddelijke gemeenschap.
Abraham en Sara op de icoon staan afgebeeld; dit duidt op de wisselwerking tussen de mens en het goddelijke .
De icoon is een directe lofzang op de oosterse gastvrijheid. Abraham en Sara ontvangen drie wildvreemde reizigers met het allerbeste wat ze hebben (een geslacht kalf en vers gebakken brood). De diepere spirituele betekenis hiervan is dat wie openstaat voor de medemens, onbewust God zelf kan ontmoeten. Dit verwijst direct naar de Bijbeltekst uit Hebreeën 13,2: "Houd de gastvrijheid in ere, want zo hebben sommigen zonder het te weten engelen herberg verleend."
Abraham en Sara dragen eten en drinken aan. Dit geeft hen de rol van dienaren. Dit heeft een diepe liturgische betekenis: zij symboliseren de mensheid die de gaven van brood en wijn (en het offer van het kalf) aanbiedt aan God, wat rechtstreeks verwijst naar de voorbereiding van de Eucharistie. Dit wordt weer kernachtig verwoord door
GEBED OVER DE GAVEN in de H. Mis vandaag:
Heilig, [zo] smeken wij [U], Heer, onze God,
door het aanroepen van uw Naam
deze gaven van onze toegewijde dienst,
en maak ons zelf door deze offergaven tot een eeuwige offergave voor U.
zaterdag 30 mei 2026
De Pastoor van Ars over het kruisteken:
Voor de duivel is het kruisteken iets verschrikkelijks, omdat wij aan hem ontkomen door het kruisteken . . . Met grote eerbied moeten wij het kruisteken maken. Men begint bij het hoofd waarmee op het Hoofd, de schepping, de Vader wordt gewezen. Dan volgt het hart: de Liefde, het Leven, de Verlossing – de Zoon; tenslotte de schouders: de Kracht – de Heilige Geest. Alles herinnert ons aan het kruis. Wij zijn zelf in de vorm van een kruis geschapen.
Het Kruisteken: In de naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest.
Christenen hebben vanaf de vroegste tijden het kruisteken gemaakt. Tertullianus (omstreeks 240) schrijft: "Bij het begin en onder het werk, bij het binnenkomen en naar buiten gaan, bij het aankleden, bij het slapen gaan en bij alles wat wij doen, tekenen wij het voorhoofd met het kruisteken".
In de lezingendienst van het feest van Kruisverheffing (14 september)is een preek opgenomen van de H. Andreas, bisschop van Kreta (overleden 740), waarin onder meer vermeld: "Was er geen kruis, dan was Christus niet gekruisigd. Bestond er geen kruis, dan was het leven niet aan het kruishout genageld. Was dat niet gebeurd, dan was er uit de zijde van Christus niet de bron van onsterfelijkheid opgeweld, bloed en water die de wereld reinigen, de oorkonde van onze zondigheid was niet verscheurd, wij hadden de vrijheid niet gekregen, niet van het levenshout mogen genieten, het paradijs was niet opengesteld. Was er geen kruis geweest, dan was de dood niet neergeslagen, de hel niet van zijn wapens beroofd".
Collectegebed Eerste zondag na Pinksteren - Heilige Drieëenheid - "In macht en majesteit te aanbidden"
Collectegebed Eerste zondag na Pinksteren
Heilige Drieëenheid
Vandaag belijden we ons vast geloof in de leer van de H. Drieëenheid, het vaste fundament van de christelijke waarheid en het meest geheimnisvolle van alle dogma’s.
Binnen de cyclus van het kerkelijk jaar heeft dit feest een passende plaats: na de Hemelvaart van de Zoon naar de Vader, de Komst van de H.Geest met Pinksteren en de zondag daarna de H. Drieëenheid. Toen de Apostelen met Pinksteren de H. Geest hadden ontvangen, begonnen zij te prediken en te dopen, volgens het bevel, dat Christus hun had gegeven, toen Hij tot hen sprak: “Gaat dan en onderwijst alle volken, en doopt hen in de Naam van de Vader, en de Zoon en de Heilige Geest, en leert hen onderhouden alles wat Ik u bevolen heb” (Mt 28,19). Het feest van de H. Drievuldigheid volgt dus heel logisch onmiddellijk op het Pinksterfeest.
God de Vader heeft ons door de Zoon geschapen die ons heeft verlost en ons juist door de openbaring van de Vader en diens liefde, voor onszelf duidelijk heeft gemaakt (cf Gaudium et Spes, 220). God de Heilige Geest heiligt ons in Christus’ Kerk zodat wij mogen delen in het trinitaire leven van Vader, Zoon en Heilige Geest, nu en in de toekomst.
Collectegebed
Latijn (Missale Romanum 1970)
Deus Pater, qui, Verbum veritatis et Spiritum sanctificationis mittens in mundum,
admirabile mysterium tuum hominibus declarasti,
da nobis, in confessione verae fidei,
aeternae gloriam Trinitatis agnoscere,
et Unitatem adorare in potentia maiestatis.
Nederlands Altaarmissaal - 1979
God onze Vader,
Gij hebt het Woord der waarheid en de Geest die heilig maakt, in de wereld gezonden om aan de mensen het verheven mysterie van uw Godheid te openbaren.
Geef dat wij het ware geloof belijden door de glorie van de eeuwige Drievuldigheid te erkennen en door haar eenheid in macht en majesteit te aanbidden.
Meer letterlijke vertaling
God en Vader, die door het Woord der waarheid en de Geest van heiliging in de wereld te zenden uw wonderbaar mysterie aan de mensen bekend hebt gemaakt,
geef dat wij in de belijdenis van het ware geloof, de glorie van de eeuwige Drieëenheid erkennen en de Eenheid in de macht van uw majesteit aanbidden.
L i t u r g i s c h e a n t e c e d e n t e n
In de vroege Kerk was er geen aparte dag voor de Allerheiligste Drieëenheid, maar ter bestrijding van de ariaanse ketterij kwamen er geloofsbelijdenissen en ook een officieformulier voor de zondag met cantica, responsories, een prefatie en hymnen. In het Sacramentarium Gregorianum Vetus (9e eeuw) staan gebeden en een prefatie van de H. Drieëenheid. In 920 stelde bisschop Stephanus van Luik een afzonderlijk feest in ter ere van de H. Drieëenheid en paus Johannes XXII (+ 1334) breidde dit feest uit tot de universele Kerk, te vieren op de 1e zondag na Pinksteren. Deze dag werd verhoogd tot de waardigheid van een feest 1e klas door paus Pius X (+ 1914). In de Novus Ordo kreeg het de rang van sollemnitas.
Het collectegebed is een centonisatie – een mettertijd steeds verder uitgebreide verfraaiing – van divers materiaal: tekstfragmenten uit de collecte van het Romeinse Missaal 1962 en van elders, en mogelijk een nieuwe compositie. De opmerkelijke formulering admirabile mysterium werd reeds gebruikt om de leer over de H. Drieëenheid uit te drukken in de Gesta collationis Carthaginiensis habitæ inter Catholicos et Donatistas… de verhandelingen van het Concilie van juni 411 te Carthago waaraan katholieke en Donatistische bisschoppen deelnamen. Sint Augustinus van Hippo (+ 430) speelde een belangrijke rol bij deze conferentie. Dit en de formulering confessio veræ fidei suggereren dat deze oratie, ofschoon een nieuwe compositie, wezenlijk is gebaseerd op Augustinus’ werk De Trinitate, het eerste grote tractaat op het terrein van de systematische theologie in het Latijn, en dat verrast niet.
In het collectegebed treedt allereerst de directe anaklese van God als Vader in het oog, in een betrekkelijke lange bijzin gevolgd door een memoreren van twee fundamentele heilsfeiten waarin de Vader zijn heilswil openbaart en voltrekt. Het “tribue nobis” of een “quæsumus” dat men zou kunnen verwachten in de oratie als opmaat naar de eigenlijke vraag ontbreekt hier. De eigenlijke tweeledige bede omvat –direct verbonden met de belijdenis van het ware geloof – de erkenning en aanbidding van de Drieëne God in zijn macht en majesteit.
Er weerklinken voorts echo’s van de openbaringen (epiphanieën) van de H. Drieëenheid zoals die zijn beschreven in de H. Schrift: bij het doopsel van Jezus door Johannes in de Jordaan toen de H. Geest als een duif verscheen en de stem van de Vader werd gehoord (cf Lc 3) en toen Jezus van gedaante veranderde voor de ogen van Petrus, Johannes en Jacobus (cf Mt 17). God “maakte bekend, openbaarde, manifesteerde, toonde, verkondigde in het openbaar” (declarasti, een verkorte vorm van declaravisti, van declaro) het wonderbaarlijk mysterie (admirabile mysterium) dat Hij is Drie in Eén, een Drieëenheid van goddelijke Personen, God de Vader, God het Woord van Waarheid, God de Geest van heiliging, één ondeelbare God.
Waarachtig christelijk geloof (vera fides) veronderstelt noodzakelijkerwijs dat wij erkennen (agnoscere – “ons eigen maken, bekendmaken, toestaan, toelaten, toegeven dat iets iemands eigendom is, erkennen, herkennen, accepteren, toegeven te zijn) dat God is Drie-Een, Eén God met één goddelijke natuur, in een volmaakte eenheid van drie verschillende Goddelijke Personen. Mensen kunnen door zelf te redeneren bij deze waarheid uitkomen, zoals Neoplatoonse filosofen in het klassieke Griekenland. Maar alleen door de genade van het geloof kunnen wij dit mysterie belijden (confiteor) op authentiek christelijke wijze. Hoe redeneringen en intellect ook trachten deze Waarheid te benaderen, de Openbaring en de genade van het geloof zijn noodzakelijk om de rede aan te vullen.
In het collectegebed aanbidden wij de gloria Trinitatis, de maiestas Unitatis. Zij bezitten “kracht/macht” (potentia). Het concept maiestas is in de geschriften van de Latijnse Vaders verweven met het begrip gloria. Bij vroege Latijnse Vader zoals de H. Hilarius van Poitiers (+368), de H. Ambrosius (+ 397) en in vroege liturgische teksten betekenen maiestas /gloria veel meer dan eenvoudig “schittering”, “glans”, “faam”, “éclat”. De Latijnse liturgische begrippen gloria en maiestas zijn gerelateerd aan het bijbels Griekse doxa en het Hebreeuwse kabod.
“Glorie” en “majesteit” drukken vanuit menselijk perspectief de erkenning van God als God uit en wijzen ook op die machtige goddelijke karakteristiek die God met ons wil delen en waardoor Hij ons wil omvormen. “Glorie” en “majesteit” roepen in onze liturgische gebeden gezien deze eschatologische, onvoorstelbare betekenis de Laatste Werkelijkheid op.
De glorierijke heerlijkheid waartoe God ons omvormt en waarin wij in de hemel ten volle mogen delen is voorafgebeeld in de ontmoetingen van Mozes met God, toen Hij in de wolk (Hebreeuws: shekina) op de Tent van samenkomst neerdaalde. Na deze ontmoetingen schitterde het gelaat van Mozes zó stralend als de zon, dat hij de glans met een sluier moest bedekken.
Moge de Heilige Drieëenheid ons, anticiperend, alle genade geven reeds nu te mogen delen in de goddelijke glorie. Moge deze band van liefde en waarheid met de Drieëne God ook te herkennen zijn in de manier waarop we met onze naasten omgaan en in de huiver waarmee we de Drieëne God mogen en moeten aanbidden.
Prefatie Hoogfeest H. Drieëenheid zondag na Pinksteren
zondag 24 mei 2026
Veni Sancte Spiritus - Sequentia van Pinksteren
Kom, o Geest des Heren, kom uit het hemels heiligdom, waar Gij staat voor Gods gezicht. Kom der armen troost, daal neer, kom en schenk uw gaven, Heer, kom wees in de harten licht.
Kom o trooster, heil’ge Geest, zachtheid die de ziel geneest, kom verkwikking zoet en mild. Kom o vrede in de strijd, lafenis voor ‘t hart dat lijdt, rust die alle onrust stilt.
Licht dat vol van zegen is, schijn in onze duisternis, neem de harten voor U in. Zonder uw geheime gloed, is er in de mens geen goed, is de ziel niet rein van zin.
Was wat vuil is en onrein, overstroom ons dor domein, heel de ziel die is gewond, maak weer zacht wat is verstard, koester het verkilde hart, leid wie zelf de weg niet vond.
Geef uw gaven zevenvoud ieder die op U vertrouwt, zich geheel op U verlaat. Sta ons met uw liefde bij, dat ons einde zalig zij, geef ons vreugd die niet vergaat.
zaterdag 23 mei 2026
Uitnodiging Sacramentsprocessie Sint Odiliënberg op zondag 7 juni 2026
De Sacramentsprocessie trekt Deo volente ook dit jaar door Sint Odiliënberg (wellicht via een wat andere route dan andere jaren vanwege wegwerkzaamheden).
Iedereen, jong en oud, is welkom om te getuigen dat God letterlijk aanwezig is in onze leefwereld, om God de eer te geven die Hem toekomt en om Gods zegen over dorp en deelnemers af te smeken.
In de geconsacreerde Hostie, het Heilig Sacrament, is Jezus Christus Zelf onder de gedaante van brood aanwezig. De priester draagt de Hostie in de monstrans zichtbaar mee in de processie.
U kunt deelnemen:
door gewoon aan te sluiten of, zo u wilt, deelnemen aan een van de groepen. Ook jonge kinderen, de allerkleinsten als engeltjes bij de 'engelbewaarder', Eerste Communicanten, vormelingen of anderen zijn bij deze uitgenodigd.
Contact:
tel. 0475 53 2074
e-mail: inlichtingen@priorijthabor.nl
Zalig Pinksteren! - “Per Te sciamus da Patrem” (Door U de Vader mogen kennen)
Lezingen H. Mis Pinksteren
Uit de Handelingen van de Apostelen.
Toen de dag van Pinksteren aanbrak, waren allen bijeen op dezelfde plaats. Plotseling kwam uit de hemel een gedruis alsof er een hevige wind opstak en heel het huis waar zij gezeten waren, was er vol van. Er verscheen hun iets dat op vuur geleek en dat zich, in tongen verdeeld, op ieder van hen neerzette. Zij werden allen vervuld van de heilige Geest en zij begonnen te spreken in vreemde talen, naargelang de Geest hun te vertolken gaf. Nu woonden er in Jeruzalem Joden, vrome mannen, die afkomstig waren uit alle volkeren onder de hemel. Toen dat geluid ontstond, liepen die te hoop en tot hun verbazing hoorde iedereen hen spreken in zijn taal. Zij waren buiten zichzelf en zeiden vol verwondering: “Maar zijn al die daar spreken dan geen Galileeërs? Hoe komt het dan dat ieder van ons hen hoort spreken in zijn eigen moedertaal? Parten, Meden en Elamieten, bewoners van Mesopotamië, van Judea en Kappadocië, van Pontus en Asia, van Frygië en Pamfylië, Egypte en het gebied van Libië bij Cyrene, de Romeinen die hier verblijven, Joden zowel als proselieten, Kretenzen en Arabieren, wij horen hen in onze eigen taal spreken van Gods grote daden.”
Tweede lezing (1 Kor. 12,3b-7.12-13)
Uit de eerste brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Korinte.
Broeders en zusters, niemand die zegt: “Jezus is vervloekt” staat onder invloed van de geest van God; en niemand kan zeggen: “Jezus is de Heer” tenzij door de heilige Geest. Er zijn verschillende gaven, maar slechts één Geest. Er zijn vele vormen van dienstverlening, maar slechts één Heer. Er zijn allerlei soorten werk, maar er is slechts één God, die alles in allen tot stand brengt. Maar aan ieder van ons wordt de openbaring van de Geest meegedeeld tot welzijn van allen. Het menselijk lichaam vormt met zijn vele ledematen één geheel; alle ledematen, hoe vele ook, maken te zamen één lichaam uit. Zo is het ook met de Christus. Wij allen, Joden en Grieken, slaven en vrijen, zijn immers in de kracht van één en dezelfde Geest door de doop één enkel lichaam geworden en allen werden wij gedrenkt met één Geest.
Evangelie (Joh. 20, 19-23)
In de avond van de eerste dag van de week, toen de deuren van de verblijfplaats der leerlingen gesloten waren uit vrees voor de Joden, kwam Jezus binnen, ging in hun midden staan en zei: “Vrede zij u.” Na dit gezegd te hebben, toonde Hij hun zijn handen en zijn zijde. De leerlingen waren vervuld van vreugde toen zij de Heer zagen. Nogmaals zei Jezus tot hen: “Vrede zij u. Zoals de Vader Mij gezonden heeft, zo zend Ik u.” Na deze worden blies Hij over hen en zei: “Ontvangt de heilige Geest. Als gij iemand zonden vergeeft, dan zijn ze vergeven, en als gij ze niet vergeeft, zijn ze niet vergeven.”
donderdag 14 mei 2026
We bidden tussen Hemelvaart en Pinksteren dagelijks het gebed van de Pinksternoveen - "Kom, heilige Geest!"
De Pinksternoveen is het kerkelijk gebed om de werking van de Heilige Geest, af te smeken gedurende de negendaagse periode tussen Hemelvaart en Pinksteren. De noveen ter ere van de Heilige Geest is het oudste van alle novenen. De Heer zelf stelde het in toen Hij zijn apostelen terug zond naar Jeruzalem om daar te wachten op de komst van de Heilige Geest op het eerste Pinksteren. Het begint daags na Hemelvaart en eindigt op Pinksteren. Gericht tot de derde persoon van de Heilige Drievuldigheid, is het een krachtig smeekgebed om de zeven gaven van de Heilige Geest .
Collectegebed Hoogfeest Hemelvaart - De Hemelvaart van Christus, uw Zoon, is ook onze verheffing
Met dank aan en toestemming van Father Zuhlsdorf
maandag 11 mei 2026
HOMILIE OP HET HOOGFEEST VAN DE HH. WIRO, PLECHELMUS EN OTGERUS
HOMILIE OP HET HOOGFEEST VAN DE
HH. WIRO, PLECHELMUS EN OTGERUS
Kerkpatronen van de basiliek in Sint Odiliënberg (8 mei 2026)
Ter voorbereiding van het hoogfeest van vandaag las ik twee
bijdragen van professor Linssen over de geschiedenis van de patroonheiligen
Wiro, Plechelmus en Otgerus. En ondanks alle geleerdheid en speurzin van de
professor is de conclusie na dertig pagina’s dat er historisch eigenlijk niets
met zekerheid te zeggen valt.
Om die leegte in te vullen heeft de traditie zwerfstenen uit
het verleden opgeraapt en daarmee verhalen gecreëerd. Zo horen wij over
bisschop Balderik van Utrecht die in het jaar 966 door een visioen de
vindplaats kreeg aangewezen van relieken, waaronder die van Wiro, Plechelmus en
Otgerus. Mogelijk zijn ze al kort daarna hier in Berg in het reliekengraf geplaatst.
Zo werden ze bewakers van deze plek, en bevestigden met hun aanwezigheid ook de
rechten van de bisschop van Utrecht hier.
De traditie verhaalt dat het Schotse peregrini,
rondtrekkende monniken waren, zonder vaste woonplaats en dat Wiro en Plechelmus
bisschoppen zouden zijn geweest en Otgerus diaken. Misschien waren het
tijdgenoten van Willibrord en Adelbert of waren ze zelfs nog voor hen naar deze
streken gekomen. Eén ding is zeker, de eeuwen door zij de namen bewaard
gebleven van de drie rondtrekkende boden van het evangelie Dat mag op zich al
een wonder heten. Dat doet vermoeden dat ze een indruk hebben gemaakt en mensen
door hen zijn geraakt. Dat wij over hun persoonlijk leven, hun uiterlijk en hun
daden niets of nauwelijks iets weten kan teleurstellen, maar je zou het ook
kunnen lezen als een heel evangelisch getuigenis. In onze tijd wordt door
artiesten om het hardst geschreeuwd om in de publiciteit te komen, maar dat
past niet bij de ware evangelieverkondigers. Die horen immers niet zichzelf op
de voorgrond te plaatsen, integendeel, zij dienen in woord en daad getuigen te
zijn van de verrezen Heer, die niet eigen eer en aanzien heeft gezocht, maar
beeld en gelijkenis is geweest van de Vader, die ons leven wil geven en wel in
overvloed. En in dat voetspoor zijn onze patroonheiligen Jezus gevolgd.
Maar wie toch verlegen zit om een duidelijker profiel, wordt
door de liturgie van deze feestdag op zijn wenken bediend. De lezingen van deze
dag tekenen immers een beeld van de authentieke getuige van het evangelie.
Wiro, Plechelmus en Otgerus hebben die teksten zelf vele malen gehoord en
gelezen en zij hebben er hun roeping in herkend.
De eerste lezing uit het boek Jezus Sirach spreekt de lof
van vrome mannen die met hun leven getuigenis hebben afgelegd van Gods verbond
met ons mensen. Hun wijsheid is niet vergeten en wij zijn er nog steeds
dankbaar voor en hun namen worden nog steeds met ere vermeld. Zij hebben er
zelf niet mee staan pronken, maar door hun zorg voor mensen en hun getuigenis
van Gods liefde voor heel de schepping zijn zij geen naamloze en kleurloze
figuren geweest, maar mensen met en eigen naam en gezicht, mensen die het evangelie
van de vrede handen en voeten hebben gegeven en een uitnodigend gezicht. Zij
verkondigden een blijde boodschap.
In de tweede lezing hoorden wij de woorden die Paulus bij
zijn afscheid tot de oudsten heeft gesproken. Hij wijst niet alleen de oudsten
op hun verantwoordelijkheid in Gods gemeente, maar wij horen er ook de zorg en
liefde, de onvermoeide inzet van de apostel in klinken. Boodschapper van het
evangelie is geen parttime betrekking, maar een leven dat zich geeft van de
vroege morgen tot de late avond. Dat is geen pleidooi voor een burn-out, maar
het laat zien dat een apostel geen functionaris is maar een leven dat het gaat
om een manier van zíjn. Met heel je wezen, met al je gaven van hoofd en hart de
kerk dienen, opdat Christus in ons geboren wordt. Dat is geen mensen werk, maar
werk van de Geest, maar het kan niet zonder de beschikbaarheid en de inzet van
ons mensen. In de laatste regel van de apostellezing hoorden wij hoe Paulus met
hen allen neerknielt en bidt. Een mooier beeld van apostolaat is moeilijker
voorstelbaar. Het leven van een apostel begint met bidden en eindigt met bidden
voor en met wie aan hem zijn toevertrouwd.
Tot slot het evangelie. Daar ontmoeten wij Jezus zelfs als
de goede herder. Allen die geroepen worden om het evangelie te verkondigen,
zullen zich aan deze Herder moeten
spiegelen en in Zijn voetstappen moeten treden. Opvallend is dat die tekst
begint met te zeggen wat een goede herder niet is. Hij is geen huurling, geen
wolf en geen rover. Die hebben allemaal geen hart voor de schapen, maar zijn
hoe dan ook, uit op eigen voordeel en gewin. Voordat wij de goede herder kunnen
volgen, dienen wij dus korte metten te maken met een houding die eigen voordeel
en eigen glorie in het vaandel heeft staan. Dat is een houding die haaks staat
op Jezus’ gaan en staan.
Na die negatieve beschrijving volgt dan het positief
getekende portret van de goede herder. En daar valt op dat Jezus begint met het
opnoemen van een aantal activiteiten, maar, als ik het zo zeggen mag, met een
liefdesverklaring: ‘Ik ken de Mijnen en de Mijnen kennen Mij.’ Herder zijn
zoals Jezus, dat is allereerst een relatie hebben met alle schapen die je zijn
toevertrouwd. Dan kun je een gemeenschap opbouwen waar herder en schapen weten
wat ze aan elkaar hebben. Zoals wij de namen kennen van Wiro, Plechelmus en
Otgerus, zo kent Jezus al zijn schapen bij name. Ieder met een eigen gezicht en
een eigen naam, met een eigen verhaal en vader Benedictus zou zeggen, elk ook
met zijn eigen tempo.
Wij vieren vandaag drie herders die door de Heer zijn
geroepen om in Zijn voetstappen te treden en wij zijn dankbaar dat zij daar met
inzet van heel hun leven ja op hebben gezegd. Laat hun voorbeeld ons er toe
aanzetten op de plak waar wij staan eenzelfde herderlijke zorg te tonen voor
wie aan ons zijn toevertrouwd.
Amen



























