maandag 22 juni 2026

22 juni - Uit een Brief van de heilige Thomas More aan zijn dochter Margaretha, in de gevangenis geschreven.

Uit het Getijdengebed:
22 juni Heilige John Fisher, Bisschop en Thomas More, Martelaren

John Fisher werd in 1469 geboren. Na zijn theologische studies te Cambridge werd hij priester gewijd. Als bisschop van Rochester leidde hij een verstorven leven en toonde zich een goede herder die zijn kudde dikwijls bezocht. Hij schreef verschillende werken tegen de dwalingen van zijn tijd.
Thomas More werd in 1477 geboren en maakte zijn studies te Oxford. Uit zijn huwelijk werden drie dochters en een zoon geboren. Hij bekleedde de post van kanselier aan het koninklijk hof. Bekend zijn zijn geschriften die betrekking hebben op het staatsbestuur en op de verdediging van het katholiek geloof.
Omdat zij zich tegen Hendrik VIII verzet hadden inzake de ontbinding van zijn huwelijk, werden beiden op last van de koning onthoofd. John Fisher op 22 juni 1535, Thomas More op 6 juli daaropvolgend. Tijdens zijn verblijf in de gevangenis werd John Fisher door Paus Paulus III tot kardinaal verheven.

Uit een Brief van de heilige Thomas More aan zijn dochter Margaretha, in de gevangenis geschreven.

(The English Works of Sir Thomas More, Londen 1557, p. 1454)

Met alle hoop en vertrouwen vertrouw ik me geheel aan God toe

Ofschoon ik mij, mijn beste Margaretha, wèl bewust ben dat de slechtheid van mijn voorgaande leven zó is geweest, dat ik volkomen verdien door God te worden verlaten, zal ik toch niet ophouden voortdurend op zijn onmetelijke goedheid te vertrouwen en wel zeer sterk te hopen, dat, zoals tot nu toe zijn allerheiligste genade mij de krachten schonk om alles in de geest gering te schatten, Hij mij ook de goederen, de teruggave van eigendom en het leven zèlf zal schenken, liever dan met een knagend geweten de eed af te leggen; en aan de koning zelf heeft Hij in zijn goedheid ingegeven dat hij mij tot nu toe alleen maar van mijn vrijheid beroofde, waardoor zijne majesteit tenminste zeer zeker in één opzicht de grootste weldaad heeft bewezen aan mij, namelijk vanwege de geestelijke vooruitgang van mijn ziel die ik nu hoop te bereiken, een grotere weldaad dan al die eerbetuigingen en goederen die hij vroeger zo zeer voor mij opstapelde, hetzij God door dezelfde genade ofwel het gemoed van de koning zó zal leiden, dat hij niets zwaarders voor mij bepaalt, òf dat God mij voor altijd die kracht zal geven dat ik de zware dingen, in welke mate die mij ook zullen overkomen, geduldig (sterk en graag) kan dragen.

Wanneer deze dingen door het geduld van mijn kant verbonden zijn met de verdiensten van het zeer bittere lijden van de Heer (dat zeer zeker heel mijn lijdzaamheid in oneindige mate geheel en al terecht te boven gaat), zal Hij de straffen die mij toekomen in het vagevuur milderen, en zal Hij door zijn vrijgevige goddelijke goedheid zelfs iets meer loon in de hemel geven.

De Goedheid van God wantrouwen, mijn beste Margaretha, wil ik niet, hoe gebrekkig en zwak ik me ook voel. Ja, zelfs als ik daarbij schrik en onrust zou bemerken dat ik schijn te zullen vallen, zal ik tòch de heilige Petrus mij voor de geest roepen die bij die ene windvlaag als gevolg van zijn klein geloof begon te zinken en zal ik doen wat hij heeft gedaan. Christus zal ik met aandrang toeroepen: “Heer, red mij!” Want ik vertrouw er op dat Hij zijn hand toesteekt en mij vast zal grijpen en niet zal dulden dat ik onderga.

Ja, als Hij mij nog verder de rol van Petrus toestaat te spelen en mij volkomen op de grond vallen, zweren en vals zweren laat (wat God omwille van zijn barmhartigheid allerverst van mij moge houden en liever voor mij nadeel dan voordeel uit die val zou laten volgen - als het zou gebeuren -) en zèlfs dàn nog vertrouw ik er op dat Hij met ogen vol barmhartigheid op mij zal neerzien zoals Hij genadig neerzag op Petrus en dat Hij mij tenslotte zal oprichten, opdat ik opnieuw de waarheid kan belijden en mijn geweten kan ontlasten; en de straf en de schande van de eerste verloochening zal ik dan moedig dragen.

Tenslotte, mijn Margaretha, weet ik zeer zeker, dat God mij zonder schuld niet in de steek zal laten. Mer alle hoop en vertrouwen dus vertrouw ik me geheel aan Hem toe. Als Hij mij vanwege mijn zonden verloren laat gaan, zal zijn rechtvaardigheid tenminste in mij geprezen worden. Toch hoop ik vast en zeker dat zijn allermildste goedheid mijn ziel veilig zal bewaren, en dat Hij maakt dat zijn barmhartigheid eerder dan zijn rechtvaardigheid in mij bevonden wordt.

Heb dus goede moed, mijn dochter, en wees niet in het minst bekommerd om mij, wat mij ook in deze wereld overkomt. Niets kan mij treffen, wat God niet wil. Wat Hij echter wil, hoe slecht het ons ook toeschijnt, is toch werkelijk het beste.

Saints John Fisher and Thomas More


zaterdag 20 juni 2026

Lezingen H. Mis 12e zondag door het jaar A Weest niet bevreesd voor hen die het lichaam kunnen doden

Eerste lezing: Jer. 20, 10-13
Jeremia sprak:
“Ik hoor velen fluisteren:
Daar heb je ‘Ontzetting-overal’.
Breng hem aan.
Ja, we brengen hem aan.
Al mijn vrienden willen niets liever
dan mij ten val brengen.
Ze zeggen:
Misschien laat hij zich misleiden;
dan overmeesteren we hem
en kunnen we ons op hem wreken.
De Heer is bij mij als een machtig strijder.
Mijn achtervolgers vallen neer,
ze zullen niet overwinnen.
Ze worden diep beschaamd,
nooit bereiken ze iets.
Hun schande duurt eeuwig,
ze wordt nooit vergeten!.

“Heer van de hemelse machten, die alles rechtvaardig onderzoekt,
die hart en nieren doorgrondt,
laat mij zien hoe Gij U op hen wreekt.
Ik heb immers mijn zaak in uw handen gelegd.

Zingt een lied, een loflied voor de Heer,
want Hij heeft het leven van de arme
uit de macht van de boosdoeners gered.”

Tweede lezing: Rom. 5, 12-15
Broeders en zusters,
Door één mens is de zonde in de wereld gekomen
en met de zonde de dood;
en zo is de dood over alle mensen gekomen,
aangezien allen gezondigd hebben.
Er was immers reeds zonde in de wereld,
vóór de wet er was.
Maar zonde wordt niet aangerekend,
waar geen wet is.
Toch heeft de dood als koning geheerst
in de tijd van Adam tot Mozes,
dus ook over hen,
die zich niet op de wijze van Adam schuldig hadden gemaakt
aan de overtreding van een gebod.
Adam nu is het beeld van Hem, die komen moest.
Maar de genade van God
laat zich niet afmeten naar de misstap van Adam.
De fout van één mens bracht allen de dood,
maar God schonk allen rijke vergoeding
door de grote gave van zijn genade:
de ene mens, Jezus Christus.

Evangelie: Mt. 10, 26-33
Wat Ik u zeg in het duister, spreekt dat uit in het licht, en wat ge u in het oor hoort fluisteren, verkondigt dat van de daken.
In die tijd zei Jezus tot zijn apostelen:
“Weest niet bang voor de mensen.
Niets is bedekt of het zal onthuld,
niets verborgen of het zal bekend worden.
Wat Ik u zeg in het duister, spreekt dat uit in het licht,
en wat ge u in het oor hoort fluisteren,
verkondigt dat van de daken.
Weest niet bevreesd voor hen, die wel het lichaam kunnen doden
maar niet de ziel;
vreest veeleer Hem,
die én ziel én lichaam in het verderf kan storten in de hel.
Verkoopt men niet twee mussen voor een stuiver?
En toch zal buiten de wil van uw Vader
niet één mus op de grond vallen.
Bij u echter is zelfs iedere haar van uw hoofd geteld.
Weest dus niet bevreesd;
gij zijt toch meer waard dan een zwerm mussen.
Ieder die Mij bij de mensen belijdt,
zal ook Ik als de mijne erkennen bij mijn Vader, die in de hemel is.
Maar ieder die Mij zal verloochenen tegenover de mensen,
zal ook Ik verloochenen
tegenover mijn Vader die in de hemel is.”


Lectio divina Lezingendienst 12e zondag door het jaar - Men moet niet alleen met woorden bidden, maar ook met daden.


Uit de verhandeling van de heilige martelaar Cyprianus, bisschop van Carthago (†258), over het gebed des Heren

Men moet niet alleen met woorden bidden, maar ook met daden.

Vindt u het verwonderlijk, geliefde broeders en zusters, dat het onze vader zo kort is? En dan heeft onze Meester ook nog alles wat wij kunnen bidden, in deze korte maar heilzame zinnen samengebracht! De profeet Jesaja heeft hierover al gesproken toen hij, vervuld van de heilige Geest, over de majesteit en de goedheid van God zei: dit is een volmaakt woord dat in het kort alle gerechtigheid bevat; op de gehele aarde zal God dit korte woord tot vervulling brengen (vgl. Jes. 10, 22b. 23). En inderdaad, toen het woord van God in onze Heer Jezus Christus voor alle mensen is gekomen - voor beide geslachten, alle generaties, geleerden en ongeletterden - heeft Hij al zijn leringen en geboden in weinig woorden samengevat, opdat het geheugen van de geloofsleerlingen niet te zeer zou worden belast en zij zouden kunnen leren wat voor een eenvoudig geloof nodig is.

Op deze wijze heeft hij in het kort uitgesproken wat het geheim van het eeuwig leven is: ‘Dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enige ware God en Hem die Gij hebt gezonden, Jezus Christus’ (Joh. 17, 3). En zo heeft Hij ook de eerste en grootste geboden uit de wet en de profeten bijeengebracht: ‘Hoor, Israël! De Heer onze God is de enige Heer’ (Mc. 12, 29), en: ‘Gij zult de Heer uw God beminnen met geheel uw hart, geheel uw ziel en geheel uw verstand. Dit is het voornaamste en eerste gebod. Het tweede, daarmee gelijkwaardig: gij zult uw naaste beminnen als uzelf. Aan deze twee geboden hangt heel de wet en de profeten’ (Mt. 22, 37-40); en tenslotte: ‘Alles wat gij wilt dat de mensen voor u doen, doet dat ook voor hen. Dat is de wet en de profeten’ (Mt. 7, 12).

God heeft ons niet alleen met zijn woord maar ook met zijn voorbeeld geleerd hoe te bidden. Hij bad zeer dikwijls, zoals er geschreven staat: ‘Hij trok zich telkens terug in de eenzaamheid om te bidden’ (Lc. 5, 16), en: ‘Hij ging naar het gebergte om te bidden en bracht de nacht door in gebed tot God’ (Lc. 6, 12). Daarmee toonde Hij ons wat ook wij moeten doen.

De Heer bad niet voor zichzelf - wat zou Hij, zondeloze, voor zich moeten vragen? - maar voor onze zonden, zoals Hij tot Petrus heeft gezegd: ‘De satan heeft geëist u te ziften als tarwe. Maar Ik heb voor u gebeden dat uw geloof niet zou bezwijken’ (Lc. 22, 31-32). En later heeft Hij voor alle mensen tot de Vader gebeden: ‘Niet voor hen alleen bid Ik, maar ook voor hen die door hun woord in Mij geloven, opdat zij allen één mogen zijn, zoals Gij, Vader, in Mij en Ik in U: dat ook zij in Ons mogen zijn’ (Joh. 17, 20-21).

Hoe goed en barmhartig is God! Niet alleen verlost Hij ons door zijn bloed, maar Hij bidt bovendien ook voor ons heil. Ziet toch hoezeer Hij verlangt dat, evenals de Vader en de Zoon één zijn, ook wij in hun eenheid blijven.

Introitus Dominica XII per annum : Dominus fortitudo plebis

vrijdag 5 juni 2026

De Aanbidding van het Lam Gods


Het mysterie van de EUCHARISTIE staat deze dagen centraal











Bone pastor, panis vere,
Jesu, nostri miserere:
Tu nos pasce, nos tuere,
Tu nos bona fac videre
In terra viventium.

Goede Herder, ware Brood,
Jezus, ontferm U over ons:
Voed ons, bescherm ons,
laat ons het goede aanschouwen
in het land der levenden.

Uit: de sequentie “Lauda Sion Salvatorem” Thomas van Aquino


De sequentie Lauda Sion Salvatorem en het wereldberoemde altaarstuk “De Aanbidding van het Lam Gods” van de gebroeders Hubert en Jan van Eyck (1432, Baafskathedraal in Gent)
- hier afgebeeld - hebben een diepe theologische, thematische en visuele band. Beide meesterwerken zijn gecreëerd om exact het zelfde mysterie te verheerlijken.

In het altaarstuk staat het geslachtofferde Lam centraal. Eveneens in de sequentie:
Bone Pastor (Goede Herder) en het Panis Vere (Ware Brood). Hij is tegelijk de Herder die zijn kudde voedt én het Lam dat zichzelf opoffert.



zondag 31 mei 2026

Het Mysterie van de Heilige Drieëenheid uitgebeeld door de icoon van Geert Hüsstegen

 Vandaag, het hoogfeest van de Heilige Drieëenheid, bidt de Kerk het volgende Collectegebed:

God en Vader,
die door het Woord der waarheid en de Geest van heiliging in de wereld te zenden
uw wonderbaar mysterie aan de mensen bekend hebt gemaakt,
geef dat wij in de belijdenis van het ware geloof, de glorie van de eeuwige Drieëenheid erkennen en de Eenheid in de macht van uw majesteit aanbidden.

De prachtige icoon van Geert Hüsstegen verzinnebeeldt dit gebed.




















De icoon is gebaseerd op het Bijbelverhaal uit Genesis 18, waarin drie geheimzinnige reizigers (engelen) op bezoek komen bij Abraham en Sara bij de eik van Mamre. In de christelijke traditie wordt dit bezoek gezien als een voorafbeelding van de Heilige Drie-eenheid.
De drie engelen zitten rond een tafel en vormen samen een perfecte, harmonieuze cirkel die symbool staat voor oneindigheid en eenheid.
Aan de voorkant van de tafel is een open ruimte gelaten. Dit nodigt de toeschouwer uit om symbolisch aan te schuiven en deel te nemen aan de goddelijke gemeenschap.
Abraham en Sara op de icoon staan afgebeeld; dit duidt op de wisselwerking tussen de mens en het goddelijke .
De icoon is een directe lofzang op de oosterse gastvrijheid. Abraham en Sara ontvangen drie wildvreemde reizigers met het allerbeste wat ze hebben (een geslacht kalf en vers gebakken brood). De diepere spirituele betekenis hiervan is dat wie openstaat voor de medemens, onbewust God zelf kan ontmoeten. Dit verwijst direct naar de Bijbeltekst uit Hebreeën 13,2: "Houd de gastvrijheid in ere, want zo hebben sommigen zonder het te weten engelen herberg verleend."
Abraham en Sara dragen eten en drinken aan. Dit geeft hen de rol van dienaren. Dit heeft een diepe liturgische betekenis: zij symboliseren de mensheid die de gaven van brood en wijn (en het offer van het kalf) aanbiedt aan God, wat rechtstreeks verwijst naar de voorbereiding van de Eucharistie. Dit wordt weer kernachtig verwoord door

GEBED OVER DE GAVEN in de H. Mis vandaag:

Heilig, [zo] smeken wij [U], Heer, onze God,
door het aanroepen van uw Naam
deze gaven van onze toegewijde dienst,
en maak ons zelf door deze offergaven tot een eeuwige offergave voor U.



zaterdag 30 mei 2026

De Pastoor van Ars over het kruisteken:

In de Naam van de vader, de Zoon en de Heilige Geest…
Voor de duivel is het kruisteken iets verschrikkelijks, omdat wij aan hem ontkomen door het kruisteken . . . Met grote eerbied moeten wij het kruisteken maken. Men begint bij het hoofd waarmee op het Hoofd, de schepping, de Vader wordt gewezen. Dan volgt het hart: de Liefde, het Leven, de Verlossing – de Zoon; tenslotte de schouders: de Kracht – de Heilige Geest. Alles herinnert ons aan het kruis. Wij zijn zelf in de vorm van een kruis geschapen.

Het Kruisteken: In de naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest.


Iedere keer als wij het kruisteken maken, verwijzen wij daardoor naar de grote geheimen van ons geloof: de Heilige Drievuldigheid en het lijden van Christus aan het Kruis voor onze -persoonlijke- verlossing; in die zin is het kruisteken een geloofsbelijdenis. Als wij beseffen waar het kruisteken voor staat, zullen wij dat vanzelf met gepaste eerbied doen.

Christenen hebben vanaf de vroegste tijden het kruisteken gemaakt. Tertullianus (omstreeks 240) schrijft: "Bij het begin en onder het werk, bij het binnenkomen en naar buiten gaan, bij het aankleden, bij het slapen gaan en bij alles wat wij doen, tekenen wij het voorhoofd met het kruisteken".

In de lezingendienst van het feest van Kruisverheffing (14 september)is een preek opgenomen van de H. Andreas, bisschop van Kreta (overleden 740), waarin onder meer vermeld: "Was er geen kruis, dan was Christus niet gekruisigd. Bestond er geen kruis, dan was het leven niet aan het kruishout genageld. Was dat niet gebeurd, dan was er uit de zijde van Christus niet de bron van onsterfelijkheid opgeweld, bloed en water die de wereld reinigen, de oorkonde van onze zondigheid was niet verscheurd, wij hadden de vrijheid niet gekregen, niet van het levenshout mogen genieten, het paradijs was niet opengesteld. Was er geen kruis geweest, dan was de dood niet neergeslagen, de hel niet van zijn wapens beroofd".

Collectegebed Eerste zondag na Pinksteren - Heilige Drieëenheid - "In macht en majesteit te aanbidden"



Collectegebed Eerste zondag na Pinksteren

Heilige Drieëenheid

Vandaag belijden we ons vast geloof in de leer van de H. Drieëenheid, het vaste fundament van de christelijke waarheid en het meest geheimnisvolle van alle dogma’s.

Binnen de cyclus van het kerkelijk jaar heeft dit feest een passende plaats: na de Hemelvaart van de Zoon naar de Vader, de Komst van de H.Geest met Pinksteren en de zondag daarna de H. Drieëenheid. Toen de Apostelen met Pinksteren de H. Geest hadden ontvangen, begonnen zij te prediken en te dopen, volgens het bevel, dat Christus hun had gegeven, toen Hij tot hen sprak: “Gaat dan en onderwijst alle volken, en doopt hen in de Naam van de Vader, en de Zoon en de Heilige Geest, en leert hen onderhouden alles wat Ik u bevolen heb” (Mt 28,19). Het feest van de H. Drievuldigheid volgt dus heel logisch onmiddellijk op het Pinksterfeest.

God de Vader heeft ons door de Zoon geschapen die ons heeft verlost en ons juist door de openbaring van de Vader en diens liefde, voor onszelf duidelijk heeft gemaakt (cf Gaudium et Spes, 220). God de Heilige Geest heiligt ons in Christus’ Kerk zodat wij mogen delen in het trinitaire leven van Vader, Zoon en Heilige Geest, nu en in de toekomst.

Collectegebed

Latijn (Missale Romanum 1970)

Deus Pater, qui, Verbum veritatis et Spiritum sanctificationis mittens in mundum,
admirabile mysterium tuum hominibus declarasti,
da nobis, in confessione verae fidei,
aeternae gloriam Trinitatis agnoscere,
et Unitatem adorare in potentia maiestatis.


Nederlands Altaarmissaal - 1979
God onze Vader,
Gij hebt het Woord der waarheid en de Geest die heilig maakt, in de wereld gezonden om aan de mensen het verheven mysterie van uw Godheid te openbaren.
Geef dat wij het ware geloof belijden door de glorie van de eeuwige Drievuldigheid te erkennen en door haar eenheid in macht en majesteit te aanbidden.

Meer letterlijke vertaling
God en Vader, die door het Woord der waarheid en de Geest van heiliging in de wereld te zenden uw wonderbaar mysterie aan de mensen bekend hebt gemaakt,
geef dat wij in de belijdenis van het ware geloof, de glorie van de eeuwige Drieëenheid erkennen en de Eenheid in de macht van uw majesteit aanbidden.

L i t u r g i s c h e  a n t e c e d e n t e n
In de vroege Kerk was er geen aparte dag voor de Allerheiligste Drieëenheid, maar ter bestrijding van de ariaanse ketterij kwamen er geloofsbelijdenissen en ook een officieformulier voor de zondag met cantica, responsories, een prefatie en hymnen. In het Sacramentarium Gregorianum Vetus (9e eeuw) staan gebeden en een prefatie van de H. Drieëenheid. In 920 stelde bisschop Stephanus van Luik een afzonderlijk feest in ter ere van de H. Drieëenheid en paus Johannes XXII (+ 1334) breidde dit feest uit tot de universele Kerk, te vieren op de 1e zondag na Pinksteren. Deze dag werd verhoogd tot de waardigheid van een feest 1e klas door paus Pius X (+ 1914). In de Novus Ordo kreeg het de rang van sollemnitas.

Het collectegebed is een centonisatie – een mettertijd steeds verder uitgebreide verfraaiing – van divers materiaal: tekstfragmenten uit de collecte van het Romeinse Missaal 1962 en van elders, en mogelijk een nieuwe compositie. De opmerkelijke formulering admirabile mysterium werd reeds gebruikt om de leer over de H. Drieëenheid uit te drukken in de Gesta collationis Carthaginiensis habitæ inter Catholicos et Donatistas… de verhandelingen van het Concilie van juni 411 te Carthago waaraan katholieke en Donatistische bisschoppen deelnamen. Sint Augustinus van Hippo (+ 430) speelde een belangrijke rol bij deze conferentie. Dit en de formulering confessio veræ fidei suggereren dat deze oratie, ofschoon een nieuwe compositie, wezenlijk is gebaseerd op Augustinus’ werk De Trinitate, het eerste grote tractaat op het terrein van de systematische theologie in het Latijn, en dat verrast niet.

In het collectegebed treedt allereerst de directe anaklese van God als Vader in het oog, in een betrekkelijke lange bijzin gevolgd door een memoreren van twee fundamentele heilsfeiten waarin de Vader zijn heilswil openbaart en voltrekt. Het “tribue nobis” of een “quæsumus” dat men zou kunnen verwachten in de oratie als opmaat naar de eigenlijke vraag ontbreekt hier. De eigenlijke tweeledige bede omvat –direct verbonden met de belijdenis van het ware geloof – de erkenning en aanbidding van de Drieëne God in zijn macht en majesteit.

Er weerklinken voorts echo’s van de openbaringen (epiphanieën) van de H. Drieëenheid zoals die zijn beschreven in de H. Schrift: bij het doopsel van Jezus door Johannes in de Jordaan toen de H. Geest als een duif verscheen en de stem van de Vader werd gehoord (cf Lc 3) en toen Jezus van gedaante veranderde voor de ogen van Petrus, Johannes en Jacobus (cf Mt 17). God “maakte bekend, openbaarde, manifesteerde, toonde, verkondigde in het openbaar” (declarasti, een verkorte vorm van declaravisti, van declaro) het wonderbaarlijk mysterie (admirabile mysterium) dat Hij is Drie in Eén, een Drieëenheid van goddelijke Personen, God de Vader, God het Woord van Waarheid, God de Geest van heiliging, één ondeelbare God.

Waarachtig christelijk geloof (vera fides) veronderstelt noodzakelijkerwijs dat wij erkennen (agnoscere – “ons eigen maken, bekendmaken, toestaan, toelaten, toegeven dat iets iemands eigendom is, erkennen, herkennen, accepteren, toegeven te zijn) dat God is Drie-Een, Eén God met één goddelijke natuur, in een volmaakte eenheid van drie verschillende Goddelijke Personen. Mensen kunnen door zelf te redeneren bij deze waarheid uitkomen, zoals Neoplatoonse filosofen in het klassieke Griekenland. Maar alleen door de genade van het geloof kunnen wij dit mysterie belijden (confiteor) op authentiek christelijke wijze. Hoe redeneringen en intellect ook trachten deze Waarheid te benaderen, de Openbaring en de genade van het geloof zijn noodzakelijk om de rede aan te vullen.

In het collectegebed aanbidden wij de gloria Trinitatis, de maiestas Unitatis. Zij bezitten “kracht/macht” (potentia). Het concept maiestas is in de geschriften van de Latijnse Vaders verweven met het begrip gloria. Bij vroege Latijnse Vader zoals de H. Hilarius van Poitiers (+368), de H. Ambrosius (+ 397) en in vroege liturgische teksten betekenen maiestas /gloria veel meer dan eenvoudig “schittering”, “glans”, “faam”, “éclat”. De Latijnse liturgische begrippen gloria en maiestas zijn gerelateerd aan het bijbels Griekse doxa en het Hebreeuwse kabod.

“Glorie” en “majesteit” drukken vanuit menselijk perspectief de erkenning van God als God uit en wijzen ook op die machtige goddelijke karakteristiek die God met ons wil delen en waardoor Hij ons wil omvormen. “Glorie” en “majesteit” roepen in onze liturgische gebeden gezien deze eschatologische, onvoorstelbare betekenis de Laatste Werkelijkheid op.

De glorierijke heerlijkheid waartoe God ons omvormt en waarin wij in de hemel ten volle mogen delen is voorafgebeeld in de ontmoetingen van Mozes met God, toen Hij in de wolk (Hebreeuws: shekina) op de Tent van samenkomst neerdaalde. Na deze ontmoetingen schitterde het gelaat van Mozes zó stralend als de zon, dat hij de glans met een sluier moest bedekken.

Laten we met ontzag en eerbied uitzien naar de gave die ons wacht, als we tenminste sterven als vrienden van God. We zullen niet langer zien in een wazige spiegel en tastend zoeken naar God, maar zullen dan oog in oog staan (cf 1Kor 13,12) met het Mysterie van de H. Drieëenheid, Vader, Zoon en Heilige Geest.

Moge de Heilige Drieëenheid ons, anticiperend, alle genade geven reeds nu te mogen delen in de goddelijke glorie. Moge deze band van liefde en waarheid met de Drieëne God ook te herkennen zijn in de manier waarop we met onze naasten omgaan en in de huiver waarmee we de Drieëne God mogen en moeten aanbidden.

Prefatie Hoogfeest H. Drieëenheid zondag na Pinksteren

Heilige Vader, machtige eeuwige God,
om recht te doen aan uw heerlijkheid,
om heil en genezing te vinden,
zullen wij U danken, altijd en overal.

Met uw veelgeliefde Zoon en met de Heilige Geest
zijt Gij één God en onze enige Heer.
Wat wij weten en geloven van U, Vader,
dat weten en geloven wij ook van uw Zoon en van de Heilige Geest.
En wij belijden dat Gij God zijt,
eeuwig, waarachtig en trouw,
Gij, drie Personen, even goddelijk voor ons en even groot,
o heilige Drieëenheid,
Gij één van hart, één God die wij aanbidden.
En ook de Engelen aanbidden U,
de Cherubs voor uw troon, de Serafijnen,
zij roepen dag aan dag,
als uit één mond:

Sanctus, Sanctus, Sanctus!

zondag 24 mei 2026

Veni Sancte Spiritus - Sequentia van Pinksteren



Kom, o Geest des Heren, kom uit het hemels heiligdom, waar Gij staat voor Gods gezicht. Kom der armen troost, daal neer, kom en schenk uw gaven, Heer, kom wees in de harten licht.

Kom o trooster, heil’ge Geest, zachtheid die de ziel geneest, kom verkwikking zoet en mild. Kom o vrede in de strijd, lafenis voor ‘t hart dat lijdt, rust die alle onrust stilt.

Licht dat vol van zegen is, schijn in onze duisternis, neem de harten voor U in. Zonder uw geheime gloed, is er in de mens geen goed, is de ziel niet rein van zin.

Was wat vuil is en onrein, overstroom ons dor domein, heel de ziel die is gewond, maak weer zacht wat is verstard, koester het verkilde hart, leid wie zelf de weg niet vond.

Geef uw gaven zevenvoud ieder die op U vertrouwt, zich geheel op U verlaat. Sta ons met uw liefde bij, dat ons einde zalig zij, geef ons vreugd die niet vergaat.

Veni Sancte Spiritus (Pentecost, Sequence)

zaterdag 23 mei 2026

Uitnodiging Sacramentsprocessie Sint Odiliënberg op zondag 7 juni 2026

 


De Sacramentsprocessie trekt Deo volente ook dit jaar door Sint Odiliënberg (wellicht via een wat andere route dan andere jaren vanwege wegwerkzaamheden).

Iedereen, jong en oud, is welkom om te getuigen dat God letterlijk aanwezig is in onze leefwereld, om God de eer te geven die Hem toekomt en om Gods zegen over dorp en deelnemers af te smeken.
In de geconsacreerde Hostie, het Heilig Sacrament, is Jezus Christus Zelf onder de gedaante van brood aanwezig. De priester draagt de Hostie in de monstrans zichtbaar mee in de processie.

U kunt deelnemen:
door gewoon aan te sluiten of, zo u wilt, deelnemen aan een van de groepen. 
Ook jonge kinderen, de allerkleinsten als engeltjes bij de 'engelbewaarder', Eerste Communicanten, vormelingen of anderen zijn bij deze uitgenodigd.

Contact:

tel. 0475 53 2074

e-mail: inlichtingen@priorijthabor.nl



Zalig Pinksteren! - “Per Te sciamus da Patrem” (Door U de Vader mogen kennen)




“Per Te sciamus da Patrem”

Geef dat wij door U de Vader mogen kennen
En de Zoon mogen begrijpen;
En dat wij steeds geloven dat
Gij de Geest zijt van Hen beiden.

De zusters van de Priorij Thabor wensen U een Zalig Pinksteren.

Lezingen H. Mis Pinksteren

Eerste lezing (Hand. 2,1-11)
Uit de Handelingen van de Apostelen.
Toen de dag van Pinksteren aanbrak, waren allen bijeen op dezelfde plaats. Plotseling kwam uit de hemel een gedruis alsof er een hevige wind opstak en heel het huis waar zij gezeten waren, was er vol van. Er verscheen hun iets dat op vuur geleek en dat zich, in tongen verdeeld, op ieder van hen neerzette. Zij werden allen vervuld van de heilige Geest en zij begonnen te spreken in vreemde talen, naargelang de Geest hun te vertolken gaf. Nu woonden er in Jeruzalem Joden, vrome mannen, die afkomstig waren uit alle volkeren onder de hemel. Toen dat geluid ontstond, liepen die te hoop en tot hun verbazing hoorde iedereen hen spreken in zijn taal. Zij waren buiten zichzelf en zeiden vol verwondering: “Maar zijn al die daar spreken dan geen Galileeërs? Hoe komt het dan dat ieder van ons hen hoort spreken in zijn eigen moedertaal? Parten, Meden en Elamieten, bewoners van Mesopotamië, van Judea en Kappadocië, van Pontus en Asia, van Frygië en Pamfylië, Egypte en het gebied van Libië bij Cyrene, de Romeinen die hier verblijven, Joden zowel als proselieten, Kretenzen en Arabieren, wij horen hen in onze eigen taal spreken van Gods grote daden.”

Tweede lezing (1 Kor. 12,3b-7.12-13)
Uit de eerste brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Korinte.
Broeders en zusters, niemand die zegt: “Jezus is vervloekt” staat onder invloed van de geest van God; en niemand kan zeggen: “Jezus is de Heer” tenzij door de heilige Geest. Er zijn verschillende gaven, maar slechts één Geest. Er zijn vele vormen van dienstverlening, maar slechts één Heer. Er zijn allerlei soorten werk, maar er is slechts één God, die alles in allen tot stand brengt. Maar aan ieder van ons wordt de openbaring van de Geest meegedeeld tot welzijn van allen. Het menselijk lichaam vormt met zijn vele ledematen één geheel; alle ledematen, hoe vele ook, maken te zamen één lichaam uit. Zo is het ook met de Christus. Wij allen, Joden en Grieken, slaven en vrijen, zijn immers in de kracht van één en dezelfde Geest door de doop één enkel lichaam geworden en allen werden wij gedrenkt met één Geest.

Evangelie (Joh. 20, 19-23)
In de avond van de eerste dag van de week, toen de deuren van de verblijfplaats der leerlingen gesloten waren uit vrees voor de Joden, kwam Jezus binnen, ging in hun midden staan en zei: “Vrede zij u.” Na dit gezegd te hebben, toonde Hij hun zijn handen en zijn zijde. De leerlingen waren vervuld van vreugde toen zij de Heer zagen. Nogmaals zei Jezus tot hen: “Vrede zij u. Zoals de Vader Mij gezonden heeft, zo zend Ik u.” Na deze worden blies Hij over hen en zei: “Ontvangt de heilige Geest. Als gij iemand zonden vergeeft, dan zijn ze vergeven, en als gij ze niet vergeeft, zijn ze niet vergeven.”


donderdag 14 mei 2026

We bidden tussen Hemelvaart en Pinksteren dagelijks het gebed van de Pinksternoveen - "Kom, heilige Geest!"


De Pinksternoveen is het kerkelijk gebed om de werking van de Heilige Geest, af te smeken gedurende de negendaagse periode tussen Hemelvaart en Pinksteren. De noveen ter ere van de Heilige Geest is het oudste van alle novenen. De Heer zelf stelde het in toen Hij zijn apostelen terug zond naar Jeruzalem om daar te wachten op de komst van de Heilige Geest op het eerste Pinksteren. Het begint daags na Hemelvaart en eindigt op Pinksteren.  Gericht tot de derde persoon van de Heilige Drievuldigheid, is het een krachtig smeekgebed om de zeven gaven van de Heilige Geest . 

De zeven gaven van de Heilige Geest zijn: wijsheid, inzicht, raad, sterkte, kennis, vroomheid en ontzag voor God. In hun volheid behoren ze toe aan Christus, de Zoon van David. Ze voltooien de deugden van hen die ze ontvangen en brengen die tot volmaaktheid. Ze maken de gelovigen volgzaam om onverwijld te gehoorzamen aan de goddelijke ingevingen. 

Het morele leven van de Christenen wordt ondersteund door de gaven van de Heilige Geest. Dit zijn permanente gesteltenissen die de mens gehoorzaam maken om de ingevingen van de Heilige Geest te volgen.

Uw geest, die goedertieren is, geleide mij op effen paden” (Ps. 143, 10). Allen die zich laten leiden door de Geest van God, zijn kinderen van God (...). Maar als wij kinderen zijn, dan ook erfgenamen, en wel erfgenamen van God, tezam met Christus (Rom. 8, 14.17). 
Zie ook CKK 1830 en 1831

Wij bidden dagelijks:

Kom, Heilige Geest,
vervul de harten van uw gelovigen
en ontsteek in hen het vuur van uw liefde.
Zend uw Geest uit
en alles zal herschapen worden;
en Gij zult het aanschijn van de aarde vernieuwen.

Laat ons bidden:
God, Gij hebt de harten van uw gelovigen
door de verlichting van de Heilige Geest onderwezen;
geef, dat wij door die Heilige Geest
de ware wijsheid mogen bezitten
en ons altijd over zijn vertroosting verblijden.

Door Christus onze Heer.
Amen.

Collectegebed Hoogfeest Hemelvaart - De Hemelvaart van Christus, uw Zoon, is ook onze verheffing


Collectegebed Hoogfeest Hemelvaart - De Hemelvaart van Christus, uw Zoon, is ook onze verheffing

Fac nos, omnipotens Deus, sanctis exsultare gaudiis, et pia gratiarum actione lætari, quia Christi Filii tui ascensio est nostra provectio, et quo processit gloria capitis, eo spes vocatur et corporis.

Almachtige God, laat ons juichen en blij zijn, vol dankbaarheid, omdat de hemelvaart van Christus, uw Zoon, ook onze verheffing is. Zijn glorie bij U is onze hoop, want wij vormen één lichaam met Hem die ons Hoofd is: Jezus Christus onze Heer.

Poging tot meer letterlijke vertaling
Laat ons, almachtige God, van heilige vreugde juichen, en vreugde gevoelen in vrome dankbaarheid, omdat de Hemelvaart van Christus, uw Zoon, ook onze verheffing is: en waarheen de glorie van het Hoofd (Christus) is voorgegaan, daarheen wordt ook de hoop van het Lichaam (de Kerk) geroepen.

Volgens de kalender van de Nederlandse kerkprovincie vieren wij de Hemelvaart van onze Heer op de veertigste dag na Pasen. Elders is ook wel besloten Hemelvaart te vieren op de zevende zondag van Pasen vanuit het motief dat dan meer mensen het mysterie van de Hemelvaart des Heren in de kerk kunnen vieren. Vanaf de vierde eeuw is het feest op de veertigste dag, dus op donderdag, gevierd.

L i t u r g i s c h e   a n t e c e d e n t e n
Dit gebed is een nieuwe tekst geschreven voor de Novus Ordo uit 1969 van Paulus VI. De belangrijkste bron voor de tekst is een preek van paus Leo de Grote (461), Sermo 73,4:

Quia igitur Christi ascensio, nostra provectio est, et quo praecessit gloria capitis, eo spes vocatur et corporis, dignis, dilectissimi, exultemus gaudiis et pia gratiarum actione laetemur.

De woorden “gratias agere” betekenen “dank zeggen”. “Dank U” is in het Latijn: gratias tibi ago. De verbinding met het begrip “Eucharistie” is duidelijk. In liturgisch verband betekent “actio” vaak “het liturgische doen” , "de liturgieviering", en zelfs de kern van de Heilige Mis, het Eucharistisch Gebed. “Provectio “ betekent “verheffing”, “bevordering”, "overstijging".

De woorden "Hoofd" en "Lichaam" zijn met hoofdletters geschreven omdat Leo de Grote daarmee doelt op Christus als Hoofd en op de Kerk als het Lichaam van Christus.

Op 1 juni 444 preekte Leo de Grote in sermo 73,4:

"Het was voorwaar een grote, onbeschrijfelijke bron van vreugde toen, ten aanschouwen van de hemelse schare, het mensdom is opgevaren boven de waardigheid van alle hemelse wezens, de engelenschaar en de rangen van de Aartsengelen. In zijn Hemelvaart oversteeg Hij de andere rangen totdat Hij werd ontvangen bij de zetel van de eeuwige Vader, en verbonden op de Glorietroon in die Ene, waarin de Vader samengaat met de Zoon”.

Paus Leo de Grote (geïnspireerd door St. Augustinus – 325) preekte op 17 mei 445
(in sermo 74, 3):

"[Ons katholieke] geloof], versterkt door de Hemelvaart van de Heer en versterkt door de gaven van de Heilige Geest, is niet bang van ketenen, gevangenis, ballingschap, honger, vuur, of verscheurd te worden door wilde dieren, noch van hevig lijden door wreedheid van vervolgers.  Over de hele wereld, hebben niet alleen mannen maar ook vrouwen, niet alleen onvolwassen jongens maar ook kwetsbare maagden geleden voor dit geloof en zelfs hun bloed vergoten.  Dit geloof heeft demonen verdreven, van ziekten genezen en doden doen opstaan".

We weten vanuit ons katholieke geloof,  “dat niet wordt aangenomen, wat niet reeds was verlost” (H. Gregorius van Nazianze d 389/90).

Onze menselijke natuur, lichaam en ziel, werd door de Zoon opgenomen in een onverbrekelijke band met Zijn goddelijke Natuur. Toen Christus uit het graf opstond, werd onze menselijke natuur verheven.  Toen Christus naar de hemel is opgevaren, zijn ook wij opgevaren. In Christus Jezus zetelt onze menselijke natuur nu aan de rechterhand van de Vader. 

Zijn hemelvaart destijds is nu onze grote hoop.  Onze hoop is reeds vervuld, maar nog niet ten volle. 


Die hoop draagt ons bij de beproevingen in dit leven.

Met dank aan en toestemming van Father Zuhlsdorf 

maandag 11 mei 2026

HOMILIE OP HET HOOGFEEST VAN DE HH. WIRO, PLECHELMUS EN OTGERUS

 

HOMILIE OP HET HOOGFEEST VAN DE 

HH. WIRO, PLECHELMUS EN OTGERUS

Kerkpatronen van de basiliek in Sint Odiliënberg (8 mei 2026)


Br. Thijs Ketelaars, abt van de Adelbertabdij te Egmond

















Ter voorbereiding van het hoogfeest van vandaag las ik twee bijdragen van professor Linssen over de geschiedenis van de patroonheiligen Wiro, Plechelmus en Otgerus. En ondanks alle geleerdheid en speurzin van de professor is de conclusie na dertig pagina’s dat er historisch eigenlijk niets met zekerheid te zeggen valt.

Om die leegte in te vullen heeft de traditie zwerfstenen uit het verleden opgeraapt en daarmee verhalen gecreëerd. Zo horen wij over bisschop Balderik van Utrecht die in het jaar 966 door een visioen de vindplaats kreeg aangewezen van relieken, waaronder die van Wiro, Plechelmus en Otgerus. Mogelijk zijn ze al kort daarna hier in Berg in het reliekengraf geplaatst. Zo werden ze bewakers van deze plek, en bevestigden met hun aanwezigheid ook de rechten van de bisschop van Utrecht hier.

De traditie verhaalt dat het Schotse peregrini, rondtrekkende monniken waren, zonder vaste woonplaats en dat Wiro en Plechelmus bisschoppen zouden zijn geweest en Otgerus diaken. Misschien waren het tijdgenoten van Willibrord en Adelbert of waren ze zelfs nog voor hen naar deze streken gekomen. Eén ding is zeker, de eeuwen door zij de namen bewaard gebleven van de drie rondtrekkende boden van het evangelie Dat mag op zich al een wonder heten. Dat doet vermoeden dat ze een indruk hebben gemaakt en mensen door hen zijn geraakt. Dat wij over hun persoonlijk leven, hun uiterlijk en hun daden niets of nauwelijks iets weten kan teleurstellen, maar je zou het ook kunnen lezen als een heel evangelisch getuigenis. In onze tijd wordt door artiesten om het hardst geschreeuwd om in de publiciteit te komen, maar dat past niet bij de ware evangelieverkondigers. Die horen immers niet zichzelf op de voorgrond te plaatsen, integendeel, zij dienen in woord en daad getuigen te zijn van de verrezen Heer, die niet eigen eer en aanzien heeft gezocht, maar beeld en gelijkenis is geweest van de Vader, die ons leven wil geven en wel in overvloed. En in dat voetspoor zijn onze patroonheiligen Jezus gevolgd.

Maar wie toch verlegen zit om een duidelijker profiel, wordt door de liturgie van deze feestdag op zijn wenken bediend. De lezingen van deze dag tekenen immers een beeld van de authentieke getuige van het evangelie. Wiro, Plechelmus en Otgerus hebben die teksten zelf vele malen gehoord en gelezen en zij hebben er hun roeping in herkend.

De eerste lezing uit het boek Jezus Sirach spreekt de lof van vrome mannen die met hun leven getuigenis hebben afgelegd van Gods verbond met ons mensen. Hun wijsheid is niet vergeten en wij zijn er nog steeds dankbaar voor en hun namen worden nog steeds met ere vermeld. Zij hebben er zelf niet mee staan pronken, maar door hun zorg voor mensen en hun getuigenis van Gods liefde voor heel de schepping zijn zij geen naamloze en kleurloze figuren geweest, maar mensen met en eigen naam en gezicht, mensen die het evangelie van de vrede handen en voeten hebben gegeven en een uitnodigend gezicht. Zij verkondigden een blijde boodschap.

In de tweede lezing hoorden wij de woorden die Paulus bij zijn afscheid tot de oudsten heeft gesproken. Hij wijst niet alleen de oudsten op hun verantwoordelijkheid in Gods gemeente, maar wij horen er ook de zorg en liefde, de onvermoeide inzet van de apostel in klinken. Boodschapper van het evangelie is geen parttime betrekking, maar een leven dat zich geeft van de vroege morgen tot de late avond. Dat is geen pleidooi voor een burn-out, maar het laat zien dat een apostel geen functionaris is maar een leven dat het gaat om een manier van zíjn. Met heel je wezen, met al je gaven van hoofd en hart de kerk dienen, opdat Christus in ons geboren wordt. Dat is geen mensen werk, maar werk van de Geest, maar het kan niet zonder de beschikbaarheid en de inzet van ons mensen. In de laatste regel van de apostellezing hoorden wij hoe Paulus met hen allen neerknielt en bidt. Een mooier beeld van apostolaat is moeilijker voorstelbaar. Het leven van een apostel begint met bidden en eindigt met bidden voor en met wie aan hem zijn toevertrouwd.

Tot slot het evangelie. Daar ontmoeten wij Jezus zelfs als de goede herder. Allen die geroepen worden om het evangelie te verkondigen, zullen  zich aan deze Herder moeten spiegelen en in Zijn voetstappen moeten treden. Opvallend is dat die tekst begint met te zeggen wat een goede herder niet is. Hij is geen huurling, geen wolf en geen rover. Die hebben allemaal geen hart voor de schapen, maar zijn hoe dan ook, uit op eigen voordeel en gewin. Voordat wij de goede herder kunnen volgen, dienen wij dus korte metten te maken met een houding die eigen voordeel en eigen glorie in het vaandel heeft staan. Dat is een houding die haaks staat op Jezus’ gaan en staan.

Na die negatieve beschrijving volgt dan het positief getekende portret van de goede herder. En daar valt op dat Jezus begint met het opnoemen van een aantal activiteiten, maar, als ik het zo zeggen mag, met een liefdesverklaring: ‘Ik ken de Mijnen en de Mijnen kennen Mij.’ Herder zijn zoals Jezus, dat is allereerst een relatie hebben met alle schapen die je zijn toevertrouwd. Dan kun je een gemeenschap opbouwen waar herder en schapen weten wat ze aan elkaar hebben. Zoals wij de namen kennen van Wiro, Plechelmus en Otgerus, zo kent Jezus al zijn schapen bij name. Ieder met een eigen gezicht en een eigen naam, met een eigen verhaal en vader Benedictus zou zeggen, elk ook met zijn eigen tempo.

Wij vieren vandaag drie herders die door de Heer zijn geroepen om in Zijn voetstappen te treden en wij zijn dankbaar dat zij daar met inzet van heel hun leven ja op hebben gezegd. Laat hun voorbeeld ons er toe aanzetten op de plak waar wij staan eenzelfde herderlijke zorg te tonen voor wie aan ons zijn toevertrouwd.

Amen