woensdag 9 maart 2022

Lectio divina lingua latina Liturgia Horarum Hebdomadæ I Quadragesimæ feria IV Circumcisio cordis. De besnijdenis van het hart.

Ad Officium lectionis

Lectio altera
E Demonstratiónibus Aphraátis epíscopi
(Dem. 11, De circumcisione, 11-12: PS 1, 498-503)
Circumcisio cordis
Lex atque fœdus omníno fuére mutáta. Primum enim Deus pactum Adæ mutávit, et áliud impósuit Noe; áliud étiam Abrahæ, quod mutávit ut novum Móysi daret. Cumque mosáicum fœdus non observarétur, áliud dedit in generatióne última pactum, deínceps non immutándum. Adæ enim legem statúerat ut de árbore vitæ non coméderet, Noe arcum in núbibus, Abrahæ iam propter fidem elécto dedit póstea circumcisiónem, notam ac signáculum pósteris. Móyses agnum paschæ hábuit, propitiatiónem pro pópulo.
Omnia autem hæc fœdera erant áliud ab álio divérsa. Porro circumcísio, quam probat illórum fœderum dator, ea est, de qua dixit Ieremías: Circumcídite præpútium cordis vestri. Quod si firmum fuit pactum, quod constítuit Abrahæ Deus, firmum étiam et fidéle istud est, nec póterit legem ultra pónere, sive ab iis qui extra legem sunt, sive a subiéctis legis inítium ducéntem.
Nam legem Móysi dedit cum observántiis et præcéptis suis, et, cum eam non servárent, legem et præcépta eius írrita fecit; promísit se testaméntum novum datúrum, quod dixit a prióre divérsum fore, licet unus sit dator ambórum. Atque hoc est testaméntum, quod se pollícitus est datúrum: Omnes cognóscent me a mínimo ex eis usque ad máximum eórum. Et in hoc testaménto non est ultra circumcísio carnis et signum pópuli.
Pro certo scimus, caríssime, Deum in váriis generatiónibus constituísse leges, quæ donec ei plácuit in usu fuérunt, et póstmodum antiquátæ sunt, quemádmodum Apóstolus ait quod in multis similitudínibus olim súbstitit regnum Dei in síngulis tempóribus.
Porro verax est Deus noster, et præcépta eius fidelíssima; et fœdus quodcúmque in témpore suo firmum et verum comprobátum est, et qui circumcísi sunt corde vivunt atque íterum circumcidúntur super Iordánem verum, qui est baptísmus remissiónis peccatórum.
Iesus, fílius Nun, pópulum secúndo circumcídit cultro lapídeo, quando Iordánem tránsiit ipse cum pópulo suo; Iesus salvátor noster secúndo circumcídit circumcisióne cordis gentes, quæ in eum credidérunt, et baptísmo ablútæ sunt, et circumcísæ sunt gládio quod est verbum eius, penetrabílius omni gládio ancípiti.
Iesus, fílius Nun, pópulum ad terram promissiónis transmísit; Iesus salvátor noster terram vitæ promísit ómnibus, qui verum Iordánem transíerint, et credíderint, et præpútio cordis sui fúerint circumcísi.
Beáti ígitur qui in cordis præpútio sunt circumcísi, et ex aquis renáti sunt circumcisiónis secúndæ; isti hereditátem accípient cum Abraham, duce fidéli ac patre ómnium géntium, quóniam ei fides sua ad iustítiam reputáta est.
Tweede lezing

Uit de Tractaten van Aphraätes, bisschop

De besnijdenis van het hart

De Wet en het Verbond zijn geheel gewijzigd geworden. Het eerst heeft God het verbond met Adam veranderd en met Noë een ander gesloten. Een ander was ook dat met Abraham, dat Hij veranderde om Mozes een nieuw te geven. En toen het Mozaïsch Verbond niet onderhouden werd, sloot Hij een ander Verbond met het laatste geslacht, dat voortaan onveranderd bleef. Voor Adam had Hij als wet gemaakt niet van de boom des levens te eten, voor Noë plaatste Hij de regenboog in de wolken, verder gaf Hij aan Abraham als uitverkorene om zijn geloof daarna de besnijdenis, een teken en een zegel voor zijn nakomelingen. Mozes had het Paaslam, de verzoening voor het volk.

Dit waren alle onderling verschillende verbonden. De besnijdenis nu, die de goedkeuring heeft van de Gever van die verbonden, is die waarvan Jeremias zegt: Besnijdt uw hart. Als het verbond, dat God met Abraham sloot, hecht was,  was dit ook hecht en trouw, en kon er geen andere wet meer komen noch van de kant van hen, die buiten de wet stonden noch een nieuwe door hen, voor wie de wet gold.

Want Hij gaf aan Mozes een wet met zijn voorschriften en geboden, en toen die wet niet onderhouden werd, schafte Hij ze af en beloofde een nieuw verbond te sluiten, dat volgens zijn woord van het eerste zou verschillen, hoewel beide dezelfde Wetgever hadden. En dit is het verbond, dat Hij beloofde te zullen sluiten: Allen zullen Mij kennen, van de geringste tot de grootste onder hen. In dit Verbond bestaat niet meer de besnijdenis van het vlees en het merkteken van het volk.

Wij weten zeer goed, mijn dierbaren,  dat God in verschillende geslachten wetten heeft gemaakt, die in gebruik bleven zolang Hij wilde, en daarna verouderd zijn, zoals de Apostel zegt, dat God vroeger op verschillende tijden en in veel verwante gevallen het rijk Gods heeft gevestigd.

Verder is onze God waarachtig en diens voorschriften zijn allerbetrouwbaarst. En elk verbond was oor zijn eigen tijd hecht en waar gebleken, en die besneden zijn van hart, leven en worden opnieuw besneden boven de ware Jordaan, dat is: het Doopsel tot vergeving van de zonden.

Josüe, de zoon van Nun, liet het volk ten tweede male besnijden met een stenen mes, toen hij met zijn volk de Jordaan overtrok. Jezus, onze Verlosser, besneed de volken, die in Hem geloofden, opnieuw met de besnijdenis van het hart. Zij werden afgewassen in het Doopsel en besneden met het zwaard, dat is zijn woord, doordringender dan elk tweesnijdend zwaard.

Josüe, de zoon van Nun, bracht het volk naar het beloofde land. Jezus, onze Zaligmaker, beloofde het land des levens aan allen,  die de ware Jordaan zullen overtrekken en geloven en besneden zullen worden door de besnijdenis van het hart.

Zalig daarom, die in het hart besneden zijn en vanuit de wateren van de tweede besnijdenis herboren zijn. Dezen zullen de erfenis ontvangen met Abraham, de trouwe leider en vader van alle volken, omdat zijn geloof hem tot gerechtigheid werd aangerekend.