woensdag 4 mei 2022

Lectio divina lingua latina Liturgia Horarum Hebdomada II Temporis Paschalis Feria V Eucharistia, arrha resurrectionis- De Eucharistie, onderpand van onze Verrijzenis.



Ad Officium lectionis


Lectio altera

Ex Tractátu sancti Irenæi epíscopi Advérsus hæreses
(Lib. 5, 2, 2-3: SCh 153, 30-38)

Tweede lezing

Uit het Tractaat ‘Tegen de ketters’ van de H. Irenæus, bisschop
(Lib. 5, 2, 2-3: SCh 153, 30-38)
De Eucharistie, onderpand van onze Verrijzenis

Als het vlees bij de verrijzenis niet wordt gered, heeft ook de Heer ons niet verlost door zijn Bloed en is de kelk van de Eucharistie niet de gemeenschap met zijn Bloed, noch het Brood dat wij breken de gemeenschap met zijn Lichaam. Want bloed kan alleen maar bestaan door aderen en vlees en de rest van de menselijke substantie. Daarin werd het Woord Gods Mens en verloste Hij ons met zijn Bloed, zoals zijn Apostel zegt: In Wie wij verlossing hebben door zijn Bloed, de vergiffenis der zonden.

En omdat wij zijn ledematen zijn en door zijn schepsel worden gevoed – zelf toch geeft Hij ons zijn schepsel door zijn zon te doen opgaan en het te laten regenen zoals Hij wil – heeft Hij die kelk, die uit zijn schepsel (wijn) is genomen, zijn Bloed genoemd, waarmee Hij ons bloed versterkt, en heeft Hij met nadruk gezegd, dat het brood, dat uit zijn schepsel (graan) genomen is, zijn Lichaam is, waardoor ons lichaam wordt versterkt.
Wanneer dan de gemengde kelk en het brood, dat gemaakt is, het Woord van God ontvangt en de Eucharistie van het Bloed en het Lichaam van Christus wordt, waardoor de substantie van ons vlees versterkt wordt en haar bestaan behoudt – hoe kan men dan zeggen, dat ons vlees niet in staat is de gave Gods, het eeuwig leven te ontvangen, dat gevoed wordt door het Lichaam en Bloed van Christus, en dat een lidmaat van Hem is?

Zoals ook de H. Paulus zegt in zijn Brief aan de Ephesiërs: Omdat wij ledematen zijn van zijn lichaam, van zijn vlees en zijn gebeente; hij zegt dit niet van een geestelijk en onzichtbaar mens – want een geest heeft geen vlees en beenderen – maar van e samenstelling van een werkelijk mens, die bestaat uit vlees en spieren en beenderen, en die gevoed wordt door de kelk, die zijn Bloed is, en door het Brood, dat zijn Lichaam is.

En zoals het hout van de wijnstok, in de aarde geplant, op zijn tijd vrucht draagt, en de tarwekorrel, die in de aarde valt en zich ontbindt, tot een meervoud oprijst door de kracht van Gods Geest, ie alles behoudt, wat daarna door zijn wijsheid ten nutte wordt voor de mens, en door de opneming van Gods Woord tot Eucharistie wordt, die het Lichaam en Bloed van Christus is – zó zullen ook onze lichamen, door die Eucharistie gevoed, in de aarde neergelegd en erin ontbonden, te zijner tijd verrijzen doordat het Woord van God hun de verrijzenis geeft, tot glorie van God de Vader, die de sterfelijke natuur met onsterfelijkheid omkleedt, en aan het bederfelijke om niet de onbederfelijkheid schenkt, omdat Gods kracht in de zwakheid volmaakt tot zijn recht komt.