Posts tonen met het label Sint Hieronymus. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Sint Hieronymus. Alle posts tonen

woensdag 29 september 2021

St. Jerome - short movie



St. Jerome, who was born Eusebius Hieronymous Sophronius, was the most learned of the Fathers of the Western Church. He was born about the year 342 at Stridonius, a small town at the head of the Adriatic, near the episcopal city of Aquileia. His father, a Christian, took care that his son was well instructed at home, then sent him to Rome, where the young man's teachers were the famous pagan grammarian Donatus and Victorinus, a Christian rhetorician. Jerome's native tongue was the Illyrian dialect, but at Rome, he became fluent in Latin and Greek, and read the literatures of those languages with great pleasure. His aptitude for oratory was such that he may have considered law as a career. He acquired many worldly ideas, made little effort to check his pleasure-loving instincts, and lost much of the piety that had been instilled in him at home. Yet in spite of the pagan and hedonistic influences around him, Jerome was baptized by Pope Liberius in 360. He tells us that "it was my custom on Sundays to visit, with friends of my own age and tastes, the tombs of the martyrs and Apostles, going down into those subterranean galleries whose walls on both sides preserve the relics of the dead." Here he enjoyed deciphering the inscriptions. 

Benedictus XVI over H. Hiëronymus "het Woord van God in de Heilige Schrift leren lief te hebben"

Uit een toespraak van Benedictus XVI tijdens de algemene audiënties over de Kerkvaders in 2007

"Het woord van God in de H. Schrift leren liefhebben"

(…) Na de dood van paus Damasus, verliet Hiëronymus Rome in 385 en ondernam een pelgrimstocht, eerst naar het Heilig Land, de stilzwijgende getuige van het aardse leven van Christus, en vervolgens naar Egypte, het voorkeursland van veel monniken (vgl. Contra Rufinum 3,22; Ep. 108,6-14). In 386 verbleef hij in Bethlehem waar door de vrijgevigheid van de Romeinse adellijke Paula een klooster voor mannen, een voor vrouwen en een gasthuis voor de pelgrims naar het heilige Land werden opgericht, “vanuit de gedachte dat Jozef en Maria geen plaats in de herberg gevonden hadden” (Ep. 108, 14).
Hij bleef in Bethlehem tot aan zijn dood en ontplooide daar een geweldige activiteit: hij schreef commentaren bij het Woord van God, verdedigde het geloof door zich krachtig te verzetten tegen diverse ketterijen, spoorde de monniken aan tot volmaaktheid, onderrichtte de klassieke en christelijke cultuur aan jonge leerlingen, en ontving met het hart van een herder de pelgrims die het Heilig Land bezochten. Hij stierf in zijn cel, dicht bij de Geboortegrot, op 30 september 419/420.

Zijn literaire voorbereiding en zijn brede eruditie maakten Hiëronymus de herziening en vertaling mogelijk van veel bijbelse teksten: een kostbaar werk voor de Latijnse Kerk en voor de westerse cultuur. Op basis van de oorspronkelijke teksten in het Grieks en in het Hebreeuws en dankzij de vergelijking met eerdere vertalingen, verwezenlijkte hij de herziening van de vier Evangelies in de Latijnse taal, vervolgens van het Psalmenboek en van een groot deel van het Oude Testament. Rekening houdend met de oorspronkelijke Hebreeuwse en Griekse tekst, met de Septuagint, de klassieke Griekse vertaling van het Oude Testament die teruggaat op de voorchristelijke tijd, en met eerdere Latijnse vertalingen, kon Hiëronymus, bijgestaan door andere medewerkers, een betere vertaling leveren: deze vormt de zogenaamde  “Vulgaat” , de “officiële” tekst van de Latijnse Kerk, die als zodanig erkend is op het Concilie van Trente, en die, na de recente herziening de “officiële” tekst van de Latijnstalige Kerk blijft.
Wat kunnen wij van onze kant leren van Hiëronymus? Mij lijkt vooral dit: het Woord van God in de Heilige Schrift liefhebben. Hiëronymus zegt: “De Schriften niet kennen, is Christus niet kennen”, daarom is het belangrijk dat iedere christen in contact en in persoonlijk gesprek leeft met het Woord van God, dat ons in de H. Schrift is gegeven.
Dit gesprek van ons met de Schrift moet altijd twee dimensies hebben: van de ene kant moet het een werkelijk persoonlijk gesprek zijn, want God spreekt met ieder van ons door de H. Schrift en heeft voor ieder een boodschap. Wij moeten de Schrift niet lezen als een Woord uit het verleden, maar als het Woord van God die zich ook tot ons richt en wij moeten trachten te begrijpen wat de Heer ons wil zeggen. Maar om niet tot individualisme te hervallen, moeten wij voor ogen houden dat het Woord van God ons juist geschonken is om gemeenschap op te bouwen, om ons in de waarheid te verenigen  op onze weg naar God. Hoewel het dus altijd een persoonlijk Woord is, is het ook een Woord dat gemeenschap opbouwt, dat de Kerk opbouwt. Daarom moeten wij het lezen in gemeenschap met de levende Kerk.

Een bevoorrechte plaats voor het lezen en beluisteren van het Woord van God is de liturgie. Doordat we daarin het Woord vieren en het Lichaam van Christus sacramenteel tegenwoordig stellen, actualiseren we het Woord in ons leven en maken we dat het onder ons aanwezig is. Nooit mogen we vergeten dat het Woord van God de tijden overstijgt. De menselijke opvattingen komen en gaan. Wat vandaag de dag allermodernst is, zal morgen het alleroudst zijn. Het Woord van God is daarentegen Woord van eeuwig leven, draagt de eeuwigheid in zich wat voor altijd geldt. Door het Woord van God in ons te dragen, dragen wij in ons het eeuwige, het eeuwig leven.

En zo sluit ik af met een woord van de heilige Hiëronymus aan de heilige Paulinus van Nola. Daarin drukt de grote exegeet juist deze werkelijkheid uit, dat wij namelijk in het Woord van God de eeuwigheid, het eeuwig leven ontvangen. De heilige Hiëronymus zegt: “Laten we trachten op aarde die waarheden te leren waarvan de geldigheid ook in de hemel voortduurt” (Ep. 53,10).

Pope Francis' Apostolic Letter on Sacred Scripture and St. Jerome - "Scripturae Sacrae Affectus" - "an ever deeper understanding of the Christian mystery." FULL TEXT

In this regard, I often think of the experience a young person can have today entering a bookshop in his or her city, or visiting an Internet site, to look for the section on religious books. In most cases, this section, when it exists, is not only marginal but poorly stocked with works of substance. Looking at those bookshelves or webpages, it is difficult for a young person to understand how the quest of religious truth can be a passionate adventure that unites heart and mind; how the thirst for God has inflamed great minds throughout the centuries up to the present time; how growth in the spiritual life has influenced theologians and philosophers, artists and poets, historians and scientists. One of the problems we face today, not only in religion, is illiteracy: the hermeneutic skills that make us credible interpreters and translators of our own cultural tradition are in short supply. I would like to pose a challenge to young people in particular: begin exploring your heritage. Christianity makes you heirs of an unsurpassed cultural patrimony of which you must take ownership. Be passionate about this history which is yours. Dare to fix your gaze on the young Jerome who, like the merchant in Jesus’ parable, sold all that he had in order to buy the “pearl of great price” (Mt 13:46).

volledige tekst van dit prachtige document


1600e verjaardag van de dood van de H. Hieronymus - "The God who speaks"

 


Scripture is at the centre of everything the Church does. The word of God shapes our prayer and worship. 

The Bible shows us how to understand the world, how we are called to live and relate to each other.‘Everyone should carry a small Bible or pocket edition of the Gospels and should find at least a few minutes every day to read the word of God.’ (Pope Francis, 2014)

2020 is the 10th anniversary of Verbum Domini – Pope Benedict XVI’s Apostolic Exhortation on ‘The Word of the Lord’ and 

the 1,600 anniversary of St Jerome’s death. 

These dates have inspired the Catholic Bishops’ Conference of England & Wales, in partnership with Bible Society, to launch this exciting initiative ‘The God who Speaks’.

Saint Jerome recalls that we can never read Scripture simply on our own. We come up against too many closed doors and we slip too easily into error. The Bible was written by the People of God for the People of God, under the inspiration of the Holy Spirit. Only in this communion with the People of God can we truly enter as a “we” into the heart of the truth that God himself wishes to convey to us.[89] Jerome, for whom “ignorance of the Scriptures is ignorance of Christ”,[90] states that the ecclesial dimension of biblical interpretation is not a requirement imposed from without: the Book is the very voice of the pilgrim People of God, and only within the faith of this People are we, so to speak, attuned to understand sacred Scripture. An authentic interpretation of the Bible must always be in harmony with the faith of the Catholic Church. He thus wrote to a priest: “Remain firmly attached to the traditional doctrine that you have been taught, so that you may exhort according to sound doctrine and confound those who contradict it”. Verbum |Domini [91]

zie voor nog veel meer informatie de website voor dit jubileumjaar van de bisschoppenconferentie van Engeland en Wales

30 september: de heilige Hieronymus


Martyrologium Romanum

30 september: de heilige Hieronymus


De gedachtenis van de heilige Hieronymus [347-420], priester en kerkleraar, die in Dalmatië werd geboren; te Rome maakte hij zich een volledige vorming in de letteren eigen, welke hij ook op voortreffelijke wijze beoefende, en daar werd hij ook gedoopt. Gegrepen door het ideaal van het contemplatieve leven, koos hij vervolgens voor een ascetische levenswijze, reisde naar het oosten en werd priester gewijd. Na zijn terugkeer te Rome werd hij secretaris van paus Damasus, maar hij vestigde zich daarna te Bethlehem in Juda, waar hij de eenzaamheid van het monnikenleven zocht en zich ontwikkelde tot een uitnemend geleerde in het vertalen en verklaren van de Heilige Schrift. Op bewonderenswaardige wijze zette hij zich in voor de Kerk en haar talrijke noden. Op hoge leeftijd ging hij ten slotte de eeuwige rust binnen.

Lectio divina 30 september H. Hieronymus - De heilige Schrift niet kennen, is Christus niet kennen.

Uit het commentaar van de heilige priester Hiëronymus († 420) op de profeet Jesaja

De heilige Schrift niet kennen, is Christus niet kennen.

Ik geef wat ik schuldig ben, gehoorzaam aan de voorschriften van Christus, die zegt: ‘Onderzoekt de Schriften’ (Joh. 5, 39), en: ‘Zoekt en gij zult vinden’ (Mt. 7, 7) om niet het andere woord te horen: ‘Gij vergist u, omdat gij noch de Schrift noch Gods macht kent’ (Mt. 22, 29). Want als Christus volgens de apostel Paulus ‘Gods kracht en Gods wijsheid’ (1 Kor. 1, 24) is, zal ook hij die de heilige Schrift niet kent, Gods kracht en Gods wijsheid niet kennen. De heilige Schrift niet kennen, is Christus niet kennen.
Daarom zal ik de huisvader navolgen die uit zijn schat nieuw en oud te voorschijn haalt (vgl. Mt. 13, 52); en ook de bruid die in het Hooglied zegt: ‘Jonge vruchten en oude: ik spaarde ze voor u, mijn beminde’ (Hoogl. 7, 14). En zo ga ik Jesaja uitleggen om hem niet alleen als profeet, maar ook als evangelist en apostel voor te stellen. Want hij zegt over zichzelf en de overige evangelisten: ‘Hoe welkom zijn de voeten van de vreugdeboden die de vrede komen melden en het goede nieuws brengen’ (Jes. 52, 7). En tot hem spreekt God als tot een apostel: ‘Wie zal Ik zenden en wie zal gaan in onze Naam?’ En hij antwoordde: ‘Hier ben ik, zend mij’ (Jes. 6, 8).
Men mene niet dat ik de onderwerpen van dit boek kort wil samenvatten, omdat dit gedeelte van de heilige Schrift alle mysteries van de Heer bevat. Hij wordt verkondigd als de Emmanuël, geboren uit de Maagd, als bewerker van schitterende daden en tekenen, als gestorven en begraven en verrezen uit de doden en als de Verlosser van alle volken. Wat zou ik hier gaan spreken over menselijke wetenschappen? Immers, al wat er in de heilige Schrift aan heiligs staat opgetekend, al wat de menselijke taal kan voortbrengen en wat het verstand kan bevatten, ligt in dit boek van de profeet opgesloten. Over de mysteries erin getuigt de schrijver zelf: ‘Elk visioen is voor u als de tekst van een verzegeld boek: geeft men het aan iemand die kan lezen met het verzoek: lees dit eens, dan zal hij zeggen: dat kan ik niet, het is verzegeld. Geeft men het aan iemand die niet kan lezen, met het verzoek: lees dit eens, dan zegt hij: ik kan niet lezen’ (Jes. 29, 11-12).
Als dit iemand niet veel zegt, laat hij dan eens luisteren naar dit andere woord van de apostel Paulus: ‘Wat de profeten betreft: twee of drie mogen het woord voeren en de overigen moeten het beoordelen. Wanneer een ander, die nog gezeten is, een openbaring krijgt, moet de eerste zwijgen’ (1 Kor. 14, 29 -30). Maar hoe kunnen zij zwijgen, daar het in de macht van de Geest ligt, die door de profeten spreekt, om ofwel te zwijgen ofwel te spreken? Want als zij begrepen wat zij zeiden, is alles vol wijsheid en verstand. Er kwam ook geen luchtstroom, door de stem bewogen, tot hun oren. Maar God sprak in de geest van zijn profeten, volgens hetgeen een andere profeet zegt: ‘De engel die in mij sprak’ (Zach. 1, 9), en: ‘Hij heeft de Geest van zijn Zoon in ons hart gezonden die roept: Abba, Vader!’ (Gal. 4, 6), en: ‘Ik zal luisteren naar hetgeen de Heer God in mij spreekt’ (Ps. 85 (84), 9 - LXX).

30 september Gedachtenis van de H. Hiëronymus "Een voorbeeld van “amor Verbi Dei” = de liefde voor het Woord van God".


De inleiding van het missaal vertelt ons dat hij omstreeks het jaar 340 werd geboren in  Dalmatië, het tegenwoordige Kroatië. Hij ging in Rome studeren en werd er ook gedoopt. Hij ging terug naar het Midden-Oosten om er als kluizenaar te leven. Eenmaal priester gewijd ging hij terug naar Rome en werd secretaris van paus Damasus die hem verzocht de heilige Schrift in het Latijn te vertalen, en reeds bestaande Latijnse weergave te verbeteren en te stroomlijnen. Deze vertaling staat bekend als de Vulgata – dat betekent: de onder het volk verspreide – en wordt tot op de dag van vandaag nog steeds, zij het in gecorrigeerde vorm, in onze Kerk uitgegeven, gelezen en voorgelezen in de liturgie. Hierna bracht hij de rest van zijn leven door in Bethlehem. Daar  maakte hij zich op nog andere wijze voor de Kerk bijzonder verdienstelijk, namelijk door zijn vele theologische werken en bijbelcommentaren. Hij stierf in het jaar 420.
Voor mij als jonge theologant en monnik was hij een voorbeeld van “amor Verbi Dei” = de liefde voor het Woord van God. In de hymne van de lauden vielen mij de woorden op “scrutanda studuit”, in navolging van Jezus’woorden: “Scrutamini Scripturas” Johannes 5,39. Al onderzoekend, al navorsend bestudeerde hij de heilige teksten. Je zou kunnen zeggen: hij pluisde ze na, hij kroop erdoor heen om zo de verborgen schatten van de bijbel bloot te leggen. Je zou hem kunnen vergelijken met een mijnwerker, met een grondonderzoeker die schachten graaft om kostbare ertsen en metalen naar boven te halen. Ik legde dan ook meteen verband met de lectio brevis van deze ochtend, genomen uit Jeremia 15 vers 16: “Telkens als ik uw woorden hoorde, nam ik ze als voedsel tot mij. Uw woorden gaven mij een diepe vreugde”. Het symbolische opeten en verwerken van Gods woorden komen nog plastischer terug in die andere grote profeet van de ballingschap, namelijk Ezechiël die getuigt: “De stem zei tegen mij: Mensenkind, eet op wat je wordt voorgehouden, eet deze rol op en ga naar de Israëlieten om te profeteren. Ik opende mijn mond en kreeg de boekrol te eten, en de stem zei: Mensenkind, vul je maag en je buik met deze rol die ik je geef. Ik at de rol op, hij was zo zoet als honing” Ezechiël 3, 1-3.  En via Jeremia en Ezechiël kom ik tot het boek Openbaring waar Johannes ons vertelt: “Toen hoorde ik opnieuw die stem uit de hemel. Hij zei tegen mij: Haal de geopende boekrol die de engel  in zijn hand heeft. Ik ging naar de engel toe en vroeg om het boekje. Hij reikte mij het aan en zei: Eet het op. Het zal branden in je maag, maar in je mond zo zoet zijn als honing. Ik pakte het boekje aan en at het op. Het smaakte zoet als honing, maar nadat ik het opgegeten had, brandde het in mijn maag” Openbaring 10, 8-10.
Wanneer we van tijd tot tijd psalm 19 bidden en ook psalm 119, dan horen we de volgende teksten in onze oren klinken: “Uw woorden zijn begeerlijker dan goud, dan fijn goud in overvloed, en zoeter dan honing, dan honing vers uit de raat (19,11). En ook: “Goed voor mij is de wet uit uw mond, beter dan een schat aan goud en zilver”.  En nog: “Hoe zoet zijn uw woorden voor mijn gehemelte, zoeter dan honing voor mijn mond” psalm 119 vers 72 en 103. De woorden van de Schrift moeten gekauwd, vermalen en doorgeslikt worden. Ze moeten door heel ons lijf gaan om verwerkt te worden en  om de sensaties op te doen van zoet en zuur, van versterkend en troostend ,van heerlijk en soms ook bitter. Omstanders zeiden van Jezus’ uitspraken:  “Dit zijn harde woorden, wie kan daarnaar luisteren?” Maar Simon Petrus zei:  “U spreekt woorden die eeuwig leven geven” Johannes 6 vers 60 en 68. Daarom wil ik besluiten met die lapidaire uitspraak van Hiëronymus uit de lectio altera van hedenochtend: “Ignoratio Scripturarum ignoratio Christi est”, wat betekent: het niet kennen van de Schriften staat gelijk met het niet kennen van Christus”.  Voor ons nu een aansporing om de woorden van de Schrift dagelijks in te drinken, ze te maken tot ons “voedsel uit de hemel”. Amen.
Alfons Jaakke pr. 

donderdag 1 juli 2021

Lectio divina lingua latina Liturgia Horarum Ad Officium lectionis Hebdomada XIII per annum feria V H. Hieronymus Ik zal gaan naar de plaats van de wonderbare tent





Lectio altera

Homilía sancti Hierónymi presbýteri in Psalmum quadragésimum primum ad neóphytos (CCL 78, 542-544)


Tweede lezing

Homilie van de H. Hieronymus, priester, op psalm 41, tot de nieuw-gedoopten
(CCL 78, 542-544)

Ik zal gaan naar de plaats van de wonderbare tent

Zoals een hert smacht naar de bronnen der wateren, zo smacht mijn ziel naar U, o God. Zoals dus die herten verlangen naar de waterbronnen, zo verlangen ook onze herten, - die, toen zij uit Egypte en de wereld wegtrokken, de Pharao hebben gedood in zijn wateren en heel zijn leger in het doopwater hebben omgebracht -, na het doden van de duivel naar de bronnen van de Kerk, de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.

Over de Vader als Bron wordt in Jeremia gezegd Mij hebben zij durven verlaten, Mij, de Bron van levende wateren: om zich gebarste putten te slaan, die geen water kunnen houden. En over de Zoon leven wij ergens: Zij hebben de Bron der Wijsheid verlaten. En over de Heilige Geest wordt naar voren gebracht: Wie drinkt van het water, dat Ik hem zal geven zal, in hem zal een bron ontspringen van levend water ten eeuwige leven; de Evangelist zegt, dat dit woord van de Verlosser sloeg op de Heilige Geest. Hieruit wordt overduidelijk bewezen, dat de drie bronnen in de Kerk het mysterie beduiden van de Drieëenheid.

Naar deze bronnen verlangt de ziel van de gelovige, de ziel ook van de gedoopte, en zij zegt: Mijn ziel dorstte naar God, de levende Bron. Want de ziel wilde God niet alleen maar lichtelijk even zien, maar verlangde naar Hem met heel haar hart en dorstte naar Hem met alle vurigheid. Vóór zij de Doop ontvingen spraken zij onder elkaar en zeiden: Wanneer mag ik komen en verschijnen voor het aanschijn van mijn God? Zie, nu is vervuld, wat zij verlangden: zij kwamen en stonden voor Gods aanschijn; zij verschenen voor het altaar en voor het mysterie van de Verlosser.

Toegelaten tot het Lichaam van Christus en herboren in de bron des levens zeggen zij nu vol vertrouwen: Ik zal gaan naar de plaats van de wonderbare tent tot het Huis van God. Dat Huis van God is de Kerk, dát is die wonderbare tent: omdat daarin woont de stem van de gejubel en van lofgezang, de juichtoon van de tafelgasten.

Gij, die u nu met Christus hebt bekleed en onze leiding volg, en die door het woord Gods, als visjes door de haak, u ontworsteld hebt uit de maalstoom van deze wereld, zegt daarom: In ons is de natuur der dingen veranderd. Want vissen, die uit de zee zijn opgehaald, sterven: maar ons hebben de Apostelen zó uit de zee van deze wereld als vissen opgehaald, dat wij van doden levenden zijn geworden. Zolang wij in de wereld waren, verbleven onze ogen in de diepte en ons leven in een modderpoel; maar nu wij uit de golven zijn gered, beginnen wij de Zon te zien, beginnen wij het ware Licht te aanschouwen, en in de ontroering van onze overgrote vreugde zeggen wij tot onze ziel: Vertrouw op God, want ik zal Hem, het heil van mijn aangezicht en mijn God, steeds prijzen.


donderdag 10 december 2020

11 december H. Damasus lectio altera Sint Augustinus Wij vereren de martelaren uit liefde en verbondenheid.




Damasus werd rond het jaar 305 in Spanje geboren. Hij maakte deel uit van de Romeinse clerus, toen hij in 366 tot bisschop van de kerk van Rome werd gewijd. In de rampzalige jaren van kerkelijke verdeeldheid door scheuring en dwaalleer riep hij verscheidene synoden bijeen. Hij bevorderde de verering van de martelaren en stelde zelf hun grafschriften op. Hij stierf in 384.

Het pontificaat van Damasus kenmerkte zich vooral door een versterking van de pauselijke macht, en de zoektocht naar een theologisch argument voor deze macht. Dat vond hij onder andere in Mattheus 16:18, waar staat: "En ik zeg U dit: Gij zijt Petrus, de steenrots, en op deze steenrots zal ik mijn Kerk bouwen." Damasus was de eerste die de term "apostolische stoel" gebruikte. Hij beklemtoonde dat hij in zijn ambt de opvolger van Petrus was en sprak herhaaldelijk over de kerk als de apostolische stoel (sedes apostolica). Hiermee stelde hij de kerk van Rome boven andere kerken. Om de band met Petrus en Paulus te onderstrepen, liet hij hun graven en kerken rijkelijk versieren.

In de laatste jaren van zijn pausschap werd Damasus geassisteerd door Sint-Hiëronymus, die hij aanzette tot het maken van de Vulgaat, de Bijbelvertaling in het volkslatijn van zijn tijd. Ook is hij verantwoordelijk voor de versiering van kerken en het verfraaien van liturgische handelingen.

Lectio altera

Uit de verhandeling van de heilige Augustinus, bisschop van Hippo († 430), tegen Faustus

Wij vereren de martelaren uit liefde en verbondenheid.

Het christelijke volk komt tijdens godsdienstige plechtigheden in groten getale samen rondom de gedachteniskapellen van de martelaren. Christenen doen dat om elkaar aan te sporen tot navolging van de martelaren, om zich te verenigen met hun verdiensten en door hun gebeden geholpen te worden. Maar nooit richten wij voor een martelaar een altaar op, zelfs niet in een gedachteniskapel.
Immers welke priester die aan het altaar staat waar de lichamen van heiligen begraven zijn, heeft ooit gezegd: ‘Wij offeren u, Petrus of Paulus of Cyprianus?’ Wat wij offeren, offeren wij aan God die de martelaren gekroond heeft en we doen dit in de gedachteniskapellen van hen die gekroond zijn. Deze plaatsen manen ons aan tot een nog groter verlangen om de liefde aan te wakkeren én voor hen die we kunnen navolgen én voor Hem die ons daarin helpt.
We vereren de martelaren dus uit liefde en verbondenheid. We doen dat ook in dit leven met de heilige godsmannen van wie het hart bereid is om hetzelfde lijden te doorstaan voor de waarheid van het evangelie. Maar de martelaren eren we met grotere toewijding en zekerheid, want zij hebben de strijd gewonnen. We vieren hen, die als overwinnaars reeds in zaligheid leven, met meer lof en meer vertrouwen dan hen die hier beneden nog moeten strijden.
Maar we bewijzen de martelaren niet de eredienst die ‘godsdienst’ genoemd wordt, want deze is een verplichting die we alleen aan de godheid verschuldigd zijn. Alleen God vereren we aldus en leren we aldus vereren. Welnu, bij deze eredienst hoort de aanbieding van een offer.
Daarom spreken we van afgodendienst als iemand deze eredienst verricht voor afgoden. In geen geval brengen we zulke offers of zeggen we dat ze gebracht moeten worden aan een martelaar, aan een heilige of aan een engel. Wie tot zo’n dwaling vervalt, moet aangepakt worden volgens de gezonde leer, zodat hij zich betert of er zich voor hoedt.
De heiligen zelf, die slechts mensen zijn, willen zo’n verering niet, want ze weten dat dit God alleen toekomt. Men kan dit zien in het geval van Paulus en Barnabas. De mensen van Lystra waren buiten zichzelf door de wonderen die de apostelen verricht hadden. Ze wilden hun daarom offers opdragen zoals aan goden. Beide mannen scheurden echter hun kleren en verklaarden op overtuigende wijze dat ze geen goden waren en dat ze dit dus niet mochten doen.
Dat we onderrichten is één zaak, dat we verdragen een andere. Dat men de opdracht krijgt te onderrichten is één zaak, dat men onderricht krijgt om iets te verbeteren een andere. Zolang we het niet kunnen verbeteren, zijn we gedwongen het te verdragen.

dinsdag 29 september 2020

St. Jerome - short movie



St. Jerome, who was born Eusebius Hieronymous Sophronius, was the most learned of the Fathers of the Western Church. He was born about the year 342 at Stridonius, a small town at the head of the Adriatic, near the episcopal city of Aquileia. His father, a Christian, took care that his son was well instructed at home, then sent him to Rome, where the young man's teachers were the famous pagan grammarian Donatus and Victorinus, a Christian rhetorician. Jerome's native tongue was the Illyrian dialect, but at Rome he became fluent in Latin and Greek, and read the literatures of those languages with great pleasure. His aptitude for oratory was such that he may have considered law as a career. He acquired many worldly ideas, made little effort to check his pleasure-loving instincts, and lost much of the piety that had been instilled in him at home. Yet in spite of the pagan and hedonistic influences around him, Jerome was baptized by Pope Liberius in 360. He tells us that "it was my custom on Sundays to visit, with friends of my own age and tastes, the tombs of the martyrs and Apostles, going down into those subterranean galleries whose walls on both sides preserve the relics of the dead." Here he enjoyed deciphering the inscriptions.

Saint Jérôme - documentaire (Frans)

Marcella van Rome en Sint Hieronymus - wordt in de refter voorgelezen bij de maaltijden (2029)

Marcella (ca. 335-410) was een Romeinse aristocrate die, jong weduwe geworden, zich geheel wijdde aan studie van de christelijke geschriften, gebed en armenzorg. Hieronymus (ca. 340-420, vertaler van de bijbel in het Latijn, de Vulgaat) bewonderde haar hogelijk om haar intelligentie en geleerdheid, haar inzet voor een juist begrip van de bijbel, haar leidersgaven (ze stichtte en leidde in Rome een studieus convict voor vrouwen) en haar kritische zin (ook hem onthield ze haar kritiek niet). Hun warme intellectuele vriendschap viel niet bij iedereen goed. Zijn verdediging bestaat in de toen ongehoorde visie dat ook de vrouw naar Gods beeld geschapen is en dat ze vaak gelijkwaardig is aan de man. Van zijn twee hier opgenomen brieven aan een leerlinge van Marcella handelt de eerste over de hoge waarde van de vrouw, welke die van de man soms overtreft. De tweede beschrijft het leven van de inmiddels overleden Marcella. De vertaling is toegesneden op lezers van nu: korte zinnen. De oorspronkelijke Latijnse tekst is ook opgenomen.

vrijdag 30 september 2016

30 september - H. Hieronymus, priester en kerkleraar

Hiëronymus werd omstreeks 340 te Stridon in Dalmatië geboren. Tijdens zijn studie te Rome werd hij aldaar gedoopt. In zijn verlangen naar een ascetisch leven trok hij naar het Oosten waar hij zich als kluizenaar vestigde. Als priester naar Rome teruggekeerd, werd hij secretaris van paus Damasus en begon hij de heilige Schrift in het Latijn te vertalen. Tevens bevorderde hij het religieuze leven. De rest van zijn leven bracht hij in Betlehem door, waar hij zich op bijzondere wijze voor de kerk verdienstelijk maakte door het schrijven van vele theologische werken, vooral bijbelcommentaren. Hij stierf in 420 te Betlehem.

God, Gij hebt de heilige priester Hiëronymus een levendige liefde voor de Schrift gegeven. Wij vragen dat uw volk de weg vindt naar de tafel van uw goddelijk Woord en daar ontdekt hoe al wat leeft bij U begint.