zondag 26 december 2021

27 december Feest van de H. Johannes, apostel en evangelist


S. Joannes, Evangelista. Een van de drie Thaborapostelen,
hier de beginwoorden van de Proloog van zijn evangelie
“In principio erat Verbum”- In het begin was het Woord,
schrijvend.
Opvallend attribuut is de adelaar, daarover later meer.
Glas-in-lood, Joep Nicolas, (gesigneerd J.N.)
Basiliek HH. Wiro, Plechelmus en Otgerus te Sint Odiliënberg

Uit de commentaren op de eerste Brief van de H. Johannes van de H. Augustinus, bisschop

Verschenen is het Leven zelf in het vlees

Hetgeen was vanaf het begin, wat wij hebben gehoord en met eigen ogen gezien, en wat onze handen hebben aangeraakt van het Woord des levens. Wie zou in staat zijn met zijn handen het Woord aan te raken, als er niet gezegd was: Het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond?
Maar dat Woord, dat vlees werd om met handen aangeraakt te worden, begon vlees te worden uit de Maagd Maria, maar toen begon het Woord niet, want, zegt Johannes: Het bestond vanaf het begin. Ziet of zijn Brief soms niet zijn Evangelie bevestigt, waarin ge zojuist gehoord hebt : In het begin was het Woord en het Woord was bij God.
Misschien zal iemand de woorden over het Woord des Levens opvatten als een spreekwijze over Christus maar dan zonder zijn Lichaam, dat met de handen werd aangeraakt. Maar zie dan wat er volgt: En het leven zelf heeft zich geopenbaard. Christus is dus het Woord des Levens.
En vanwaar ging die openbaring van het leven uit? Want het goddelijk leven was vanaf het begin, maar had zich nog niet aan de mensen geopenbaard: wel was het aan de engelen geopenbaard, die het aanschouwden en voor hen was het als het brood, waarmee zij zich voedden. Maar wat zegt de Schrift? De mens at het Brood der engelen?
Het Leven zelf heeft zich dus in het vlees geopenbaard; Het heeft zich zó geopenbaard, opdat, wat alleen met het hart kon worden gezien, ook met de ogen zou worden waargenomen, om de harten te genezen. Want het Woord wordt alleen met het hart gezien: maar het vlees wordt ook met de lichamelijke ogen gezien. Er bestond een middel van waaruit wij het Woord zouden kunnen zien: het Woord werd vléés; dit zouden wij kunnen zien en zo werd in ons het middel geschapen van waaruit wij het Woord konden zien.
En, zegt Johannes, wij zijn getuigen en verkondigen u het eeuwig Leven, dat bij de Vader was en aan ons is verschenen, dat is: Het is onder ons verschenen; wat duidelijker gezegd zou kunnen worden met: Het is áán ons verschenen.
Wat wij dus gezien en gehoord hebben, dát verkondigen wij u. Weest aandachtig, mijne geliefden. Wat wij dus gezien en gehoord hebben, dát verkondigen wij u. Zij zagen de Heer zelf tegenwoordig in het vlees; zij hoorden de woorden uit de mond van de Heer en hebben het ons verkondigd. Ook wij hebben dus gehoord maar niet gezien.
Zijn wij daarom minder gelukkig dan zij, die gezien en gehoord hebben? Want waarom wordt er dan aan toegevoegd: Opdat ook gij gemeenschap met ons moogt hebben? Zij hebben gezien, wij hebben niet gezien en toch zijn wij met hen in gemeenschap, omdat wij hetzelfde geloof bezitten.
En onze gemeenschap zij met God de Vader en met Jezus Christus, zijn Zoon. En deze dingen, zegt Johannes, schrijven wij u, opdat uw vreugde volkomen zij. Een volkomen vreugde, wordt er gezegd: in de gemeenschappelijke omgang in de liefde, in de eenheid.

(Tract. in Joh. 1, 1. 3: PL 35, 1978. 1980)