zaterdag 9 juli 2022

Lectio divina lingua latina Liturgia Horarum Ad Officium lectionis Dominica XV annum Catechesis rituum ante baptismum. De catechumenenriten vóór het Doopsel




Lectio altera

Incipit Tractátus sancti Ambrósii epíscopi De mystériis
 (Nn. 1-7: SCh 25 bis, 156-158)
Tweede lezing

Begin van het tractaat over ‘De Mysteriën’ van de H. Ambrosius, bisschop
(Nn. 1-7: SCh 25 bis, 156-158)

De catechumenenriten vóór het Doopsel

Wij hebben onze dagelijkse beschouwing gehouden over de zedenwet, toen wij u lazen over de geschiedenis van de aartsvaders of over de voorschriften in het Boek der Spreuken. Hierdoor gevormd en onderricht moet gij u eraan gewennen de wegen van de vaderen in te slaan en die te bewandelen, en aan de goddelijke uitspraken te gehoorzamen, waardoor gij, hernieuwd door het Doopsel, die levenswijze zoudt aannemen, die past aan gereinigden.
Nu maant ons de tijd om de mysteriën te bespreken en het wezen zelf van de sacramenten. Als wij gemeend hadden dit vóór het Doopsel aan niet-dopelingen bekend te moeten maken, dan zouden wij eerder voor verraders dan voor leraren zijn gehouden. Verder meent men soms, dat het beter is, dat het licht van de mysteriën zich beter zelf aan die onwetenden kan meedelen, dan dat er een verklaring aan vooraf gaat.

Opent derhalve uw oren, en neemt de goede geur van het eeuwig leven in u op, door u ingeademd met de gave van de sacramenten. Wij zullen nu verklaren, wat wij bedoelen met de woorden Effetha, dat is: word geopend, die wij gebruiken bij de viering van het mysterie van de opening der oren. Eenieder namelijk die tot de genadebron wil naderen, moet weten wat hem bevraagd wordt, en moet in zijn gedachten hebben, wat hij moet antwoorden. Dit mysterie voltrok ook Christus, zoals wij in het Evangelie lezen bij de genezing van de doofstomme.

Daarna is voor u het Heilige der heiligen geopend, bent gij het heiligdom van de wedergeboorte binnengegaan. Herinner u wat men u heeft gevraagd, bedenk wat ge hebt geantwoord. Ge hebt verzaakt aan de duivel en aan zijn werken, aan de wereld en de weelde ervan en aan de geneugten. Uw woord wordt bewaard, niet in een graf van doden, maar in dat van de levenden.

Daar hebt ge de leviet, de priester en de bisschop gezien, Let niet op hun uiterlijke gestalte, maar beschouw de genade van hun bediening. Ge hebt daar in tegenwoordigheid van engelen gesproken, zoals er geschreven staat: Waarachtig, de lippen van de priester bewaren de wijsheid; uit zijn mond vraagt ge de wet, want hij is een engel van de almachtige Heer. Daar kan men niet bedriegen, niet ontkennen; een engel is het, die het Rijk van Christus en het eeuwig leven aankondigt. Niet om zijn uiterlijk moet ge hem hoogachten, maar om zijn ambt. Beschouw wat hij u geschonken heeft; heb aandacht voor zijn bediening en erken ook zijn stand.

Gij zijt dan binnengetreden om uw tegenstander (de duivel) onder de ogen te zien, aan wie ge verondersteld wordt openlijk te verzaken. Ge keert u daarom naar het Oosten; want wie aan de duivel verzaakt, keert zich tot Christus en ziet Hem in het gelaat.