donderdag 29 juli 2021

Liturgia Horarum 30 juli Gedachtenis van de H. Petrus Chrysologus

Voordat Petrus Chrysologus (Grieks: Άγιος πέτρος ο Χρυσόλόγος, Agios Petros Chrysologos) (* rond 380) door paus Suxtus III tot bisschop van Ravenna werd benoemd, was hij diaken van die stad. Als bisschop onderrichte hij de hem toevertrouwde gelovigen door woorden en werken. Hij was een vertrouweling van paus Leo de Grote. Aan zijn welsprekende preken die tot ons zijn gekomen dankt hij de bijnaam Chrysologus (Grieks voor met het gulden woord). Hij overleed rond 450.



Uit de Preken van de heilige Petrus Chrysologus

Over het sacrament van de Menswording

Christus draagt de mens, opdat de mens niet meer zou vallen.

Wanneer de Maagd ontvangt, als Maagd baart, en Maagd blijft, is het niet de gewone gang van zaken, maar een teken; het is niet krachtens de rede, maar een wonder; het is de Schepper, niet de natuurlijke aanleg; het is niet algemeen, maar enig; het is goddelijk en niet menselijk. Dat Christus geboren werd, was geen noodzaak, maar een mogelijkheid; het was een sacrament van goedheid, het herstel van het menselijk heil. Hij die niet door geboorte de mens maakte uit onaangeroerde leem, Hij maakte ook een Mens door geboorte uit een onberoerd lichaam; de handen die genadig de klei namen om ons te vormen, namen ook genadig voor ons heil het vlees aan. Dus wat de Schepper in zijn schepsel, wat God verwezenlijkt in het vlees, strekt het schepsel tot eer, (en) is geen belediging van de Schepper.
Mens, waarom zijt gij zo armzalig, gij die zo kostbaar zijt voor God? Waarom onteert gij uzelf terwijl gij door God zo geëerd wordt? Waarom zoekt gij hoe gij geschapen zijt en onderzoekt gij niet waartoe gij geschapen zijt? Is dat alles, wat gij ziet, niet als een huis van de wereld voor u geschapen? Voor u verdrijft het binnendringende licht de duisternis, voor u is de nacht ingericht, voor u de dag afgebakend; voor u wordt het hemelgewelf bestraald met de uiteenlopende glans van de zon, de maan en de sterren; voor u is de aarde met bloemen, wouden en weiden en vruchten geschilderd; voor u is de wonderschone menigte van levende wezens geschapen, die zich ophoudt in de lucht, op de velden en in het water.

De Schepper bedacht evenwel nog iets wat bijdroeg tot uw eer: in u legde Hij zijn beeld, opdat een zichtbaar beeld de onzichtbare Schepper tegenwoordig zou stellen in de wereld, en aan u gaf Hij de opdracht in de aardse dingen zijn rol te vervullen, opdat het wijde bezit van de wereld geen nadeel zou zijn voor de plaatsvervanger des Heren. Wat God door zijn goddelijke almacht in u bewerkt heeft, heeft Hij goedgunstig in Zichzelf opgenomen, en in de mens heeft Hij Zich werkelijk zichtbaar gemaakt, in wie Hij vroeger gezien wilde worden bij wijze van voorafbeelding; en Hij stond toe dat hij nu het Beeld zelf was, hetwelk Hij vroeger als een gelijkenis had aanvaard.

Christus wordt dus geboren om door zijn geboorte de verdorven natuur te vernieuwen; het kind zijn nam Hij op zich, de eerste opvoeding onderging Hij geduldig, Hij doorliep de (verschillende) leeftijden, om een volmaakte, blijvende leeftijd, die Hijzelf had vastgesteld, opnieuw in te stellen. Hij draagt de mens, opdat de mens niet meer zou vallen; Hij bewerkt dat degene, die Hij aards geschapen had, hemels werd; bezield met een menselijke geest wekt Hij de geest ten leven tot het goddelijke: en zo heft Hij hem geheel en al op naar God, opdat niets in hem achterblijft van wat zonde, dood, vermoeienis, pijn en aards is, door de hulp van Onze Heer Jezus Christus, die met de Vader leeft en heerst in eenheid met de heilige Geest als God nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen. Amen.


(Sermo 148: PL 52,596-598)