maandag 12 juli 2021

Lectio divina lingua latina Liturgia Horarum Ad Officium lectionis Hebdomada XV per annum feria III Omnia in figura contingebant illis. Alles kwam tot hen in voorafbeelding.




Lectio altera
Ex Tractátu sancti Ambrósii epíscopi De mystériis
(Nn. 12-16. 19: SCh 25bis, 162-164)

Tweede lezing

Uit het tractaat over ‘De Mysteriën’, van de H. Ambrosius, bisschop
 (Nn. 12-16. 19: SCh 25bis, 162-164)

Alles kwam tot hen in voorafbeelding

De Apostel leert u: dat onze vaderen allen onder de wolk zijn geweest en allen door de zee zijn getrokken, en dat allen door de wolk en de zee in Mozes zijn gedoopt. Ook Mozes zelf zegt in zijn zegelied: Gij zondt uw Geest uit en de zee golfde over hen heen. Ge ziet, dat bij die doortocht van de Hebreeën reeds toen een voorafbeelding van het Doopsel gegeven werd, waarbij de Egyptenaar omkwam en de Hebreeër werd gered. Wat anders wordt ons iedere dag in dit sacrament geleerd, dan dat de schuld in het water wordt verdronken en dat de dwaling wordt uitgewist, maar dat de vroomheid en de onschuld onverlet door het water trekken?

Ge hoort, dat onze vaderen onder de wolk waren, en onder een gezegende wolk, die de gloed van de vleselijke hartstochten verkoelde, een gezegende wolk: deze overschaduwt hen, die door de Heilige Geest worden bezocht. Hij kwam ook over de Maagd Maria, en de kracht van de Allerhoogste overschaduwde haar, toen zij de Verlosser baarde voor het menselijke geslacht. En dát wonder, dat door Mozes gebeurde, had een zinnebeeldige betekenis. Als dus de Geest slechts vooraf beeldend tegenwoordig was, kan er van een werkelijke tegenwoordigheid geen sprake zijn, overeenkomstig de verzekering, welke U de Schrift geeft: De wet door Mozes gegeven, de genade echter en de waarheid door Jezus Christus.

In Mara was een bittere bron: Mozes wierp er een stuk hout in en het werd zoet water. Want het water zonder de prediking van het kruis des Heren is van geen nut voor het toekomstige heil; maar als het, gewijd door het mysterie van het kruis, tot een heilzaam water is geworden, dient het tot een geestelijk bad en een heilzame drank. Zoals dan Mozes, dit is, de profeet, een hout wierp in de bron, zo ook mengt de priester de prediking van het kruis des Heren in die bron, en dat water wordt tot een zoete bron van genade.

Geloof daarom niet enkel de ogen van uw lichaam: beter wordt gezien, wat niet wordt gezien, want het eerste is tijdelijk, het laatste eeuwig. Beter wordt aanschouwd, wat niet met ogen wordt gezien, maar wat met de ziel en de geest wordt bevat.

Tenslotte moet de lezing van de Boeken der Koningen u onderrichten, Naäman was een Syriër en melaats en kon door niemand genezen worden. Toen zei een meisje uit diegenen die gevangen waren genomen, dat er in Israël een profeet was, die hem van zijn melaatsheid kon genezen. De Schrift zegt, dat Naäman goud en zilver bij zich nam en naar de koning van Israël ging. Toen deze de reden hoorde van zijn komst, scheurde hij zijn kleren zeggend, dat het meer een beproeving was, omdat van hem iets gevraagd werd, wat niet in zijn koninklijke macht lag. Maar Eliseüs liet de koning weten, dat hij de Syriër naar hem moest sturen, opdat deze tot de bevinding zou komen, dat er een God in Israël was. Toen de Syriër gekomen was, beval de profeet hem zich zevenmaal in de rivier de Jordaan onder te dompelen. Toen begon Näaman bij zichzelf na te gaan, dat de rivieren in zijn eigen land betere wateren bezaten, waarin hij zich dikwijls gebaad had zonder van zijn melaatsheid genezen te zijn; daardoor op een dwaalspoor gebracht wilde hij niet aan het bevel van de profeet gehoorzamen. Maar door de raad en de overredingen van zijn dienaren bewilligde hij in het door de profeet geëiste, dompelde zich in het water en werd terstond gereinigd. Onmiddellijk begreep hij, dat de reiniging van de mens niet van het water komt, maar van de genade.

Deze twijfelde voor hij genezen werd; maar gij zijt reeds genezen, en moogt daarom niet meer twijfelen.