zaterdag 4 juni 2022

Overweging - De H. Geest maakt ons tot een betere uitgave van onszelf. Word wie je bent!



Naast de goddelijke deugden van geloof, hoop en liefde deelt de Heilige Geest ons nog zeven buitengewone gaven mee, mits we ons jegens Hem bereid en ontvankelijk houden. Dán kan Hij ons volledig met zijn kracht vervullen. Zijn genade maakt Hij niet afhankelijk van tijd, plaats, rang of waardigheid van personen. Maar Hij waait waar Hij wil, Hij komt bij wie op Hem wacht. Wie bidt, ontvangt.
De Kerkvaders hebben intensief over de Heilige Geest nagedacht en deze week hebben we dag na dag speciaal kennis kunnen nemen van hun overwegingen. Afgelopen dinsdag hebben we in hoofdstuk 9 (22-23) van het Tractaat over de H. Geest van de H. Basilius de Grote over de vele facetten van de werking van de H. Geest kunnen lezen. Deze lezing zou men zeker nog eens moeten herlezen.
Vandaag willen we aandacht geven aan de Gaven van de H. Geest: het zijn als het ware bovennatuurlijke gewoonten, die onze eigen vermogens of capaciteiten een dermate grote kracht en soepelheid verlenen dat deze snel aan de inspraken van de genade gehoorzamen. Wanneer we proberen te werken aan een bepaalde deugd, dan roeien we geleidelijk,  wanneer we echter met de Gaven van de H. Geest kunnen werken, zeilen we en neemt God Zelf voor ons het initiatief. Hij is het, die ons goddelijke impulsen zendt en bovennatuurlijke inzichten. Ons meewerken bestaat daarbij vooral in onze overgave aan de leiding van de Heilige Geest. En deze leiding is voor ons des te meer zeker als we ons verwijderen van de wereldse geest en ons toeleggen op ingekeerdheid. 
De H. Geest wenst niets anders met goddelijk verlangen dan onze heiligheid. Als we onszelf maar iets meer geweld zouden aandoen dan snelt de heiligmakende Geest ons overal vooruit. Door Hem gedreven en ondersteund, zouden we ook zelf alle mogelijkheden tegemoet moeten snellen die ons naar grotere volmaaktheid en zo naar grotere aangenaamheid aan God, kunnen brengen.
We moeten ons hart en heel ons wezen laten bevrijden van wat werelds is, om een klaarder zicht op tijd een eeuwigheid te ontvangen. Als de H. Geest ons niet draagt vallen we snel terug in onze zwakheid, Hij kan ons helpen zijn genadegaven te gebruiken, ze te bewaren en ons hart te sterken, opdat we niet moe worden te werken aan een betere uitgave van onszelf.
De Heilige Geest deelt ons zijn Gaven mee, opdat wij alle ondeugden en slechte gewoonten die de volmaaktheid in de weg staan kunnen afleggen. Zo leert ons de H. Gregorius de Grote (Lib. 2 Moralia in Job, cap. 26). Hij zegt dat de gave van wijsheid ons is gegeven tegenover de dwaasheid waarmee wij aardse goederen en genietingen aanhangen. De gaven van verstand en van inzicht helpen ons onze onwetendheid in de goddelijke dingen te overwinnen. De gave van raad kan ons grotere duidelijkheid verschaffen opdat wij heilige gedachten, gezonde gevoelens koesteren en goede werken tot stand brengen. De gave van sterkte maakt het mogelijk alle zwakheid, angstigheid, vrees en menselijk opzicht af te leggen. De gave van godsvrucht verzacht de hardheid van ons hart en de gave van ontzag voor God helpt ons onze trots te overwinnen.
Deze zeven Gaven zijn tegelijkertijd wapens, die de H. Geest ons in handen geeft om bekoringen te weerstaan en om de vijandige impulsen die wij in ons dragen en die zich verzetten tegen heiligheid, te kunnen bekampen.

Hoe maken we gebruik van deze hemelse wapens? Afhankelijk van een goed of slecht gebruik van deze wapens overwinnen of verliezen we. Als we de Gaven van de H. Geest op een juiste manier zouden weten te gebruiken dan zouden we niets te duchten hebben van de duisternissen van onze geest, van de verstoktheid van ons hart, van de vrees die ons de moed ontneemt, van ijdel vertrouwen dat tot roekeloosheid aanzet. Al deze hindernissen op de weg naar heiligheid zouden we onder controle kunnen krijgen.
Hoe zouden wij, zwak als we zijn, onze zonden en slechte neigingen kunnen beheersen en deugdzamer leven? Of we ons nu toeleggen op inwendig gebed of bezig zijn met ons dagelijks werk, altijd zijn we aangewezen op de H. Geest. Nogmaals: zijn wijsheid geeft ons smaak voor de bovennatuurlijke waarheden en ieder van ons heeft wel ervaren hoe goed ons dat doet. De gave van verstand geneest ons van blindheid op het terrein van het geloof, die van wetenschap heft ons van de schepselen op naar de Schepper, de vreze des Heren prent ons een diepe eerbied in voor de Majesteit van God. De gave van godsvrucht toont ons God in onze naasten, die zijn evenbeeld zijn. De gave van sterkte moedigt ons aan alles te ondernemen voor de dienst van onze Heer en God. De gave van raad tenslotte, verlicht, als een zon onder de andere gaven, ons bij twijfel, helpt ons de juiste beslissingen te nemen en verhindert dat we verstrikt raken in de listen van duistere geest die zich dikwijls voordoet als een engel van het licht.
Hoe kunnen we de Heilige Geest danken voor zijn liefdevolle bemoeienissen in onze ziel, in ons leven? Hij vraagt ons slechts dat we ons nederig zijn genaden onwaardig achten, dat wij deze met eerbiedige zorg bewaren en er ijverig  gebruik van maken. Dat wij de talenten die Hij ons heeft toevertrouwd niet begraven, maar deze als goede knechten ter ere van God en tot heil van onze ziel inzetten.
Roepen we de H. Geest, de Paracleet, dikwijls aan, en eindigen we met het volgende gebed:
Heilige Geest, breng zelf de werking van Uw gaven in mij tot ontplooiing
en laat niet toe dat ze onvruchtbaar blijven.
Wek mij door Uw impulsen op tot heilige werken.
Hoe machtelozer ik mij daarbij voel,
des te meer vertrouw ik op Uw goedheid.
Wie zal ik vrezen, nu ik U zelf tot beschermer heb? (Ps 26.1)
Wat kan mij ontstellen zolang U mijn licht en mijn heil bent?
Wat ik uit mij zelf niet kan verhoop ik van Uw genade.
U zult mij niets weigeren, wanneer U zelf in mijn ziel wilt wonen.
Kom, Heilige Geest en schenk mij Uw zeven gaven.