Posts tonen met het label Pinksteren. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Pinksteren. Alle posts tonen
zondag 24 mei 2026
Veni Sancte Spiritus - Sequentia van Pinksteren
Kom, o Geest des Heren, kom uit het hemels heiligdom, waar Gij staat voor Gods gezicht. Kom der armen troost, daal neer, kom en schenk uw gaven, Heer, kom wees in de harten licht.
Kom o trooster, heil’ge Geest, zachtheid die de ziel geneest, kom verkwikking zoet en mild. Kom o vrede in de strijd, lafenis voor ‘t hart dat lijdt, rust die alle onrust stilt.
Licht dat vol van zegen is, schijn in onze duisternis, neem de harten voor U in. Zonder uw geheime gloed, is er in de mens geen goed, is de ziel niet rein van zin.
Was wat vuil is en onrein, overstroom ons dor domein, heel de ziel die is gewond, maak weer zacht wat is verstard, koester het verkilde hart, leid wie zelf de weg niet vond.
Geef uw gaven zevenvoud ieder die op U vertrouwt, zich geheel op U verlaat. Sta ons met uw liefde bij, dat ons einde zalig zij, geef ons vreugd die niet vergaat.
zaterdag 23 mei 2026
Zalig Pinksteren! - “Per Te sciamus da Patrem” (Door U de Vader mogen kennen)
“Per Te sciamus da Patrem”
Geef dat wij door U de Vader mogen kennen
En de Zoon mogen begrijpen;
En dat wij steeds geloven dat
Gij de Geest zijt van Hen beiden.
De zusters van de Priorij Thabor wensen U een Zalig Pinksteren.
Lezingen H. Mis Pinksteren
Eerste lezing (Hand. 2,1-11)
Uit de Handelingen van de Apostelen.
Toen de dag van Pinksteren aanbrak, waren allen bijeen op dezelfde plaats. Plotseling kwam uit de hemel een gedruis alsof er een hevige wind opstak en heel het huis waar zij gezeten waren, was er vol van. Er verscheen hun iets dat op vuur geleek en dat zich, in tongen verdeeld, op ieder van hen neerzette. Zij werden allen vervuld van de heilige Geest en zij begonnen te spreken in vreemde talen, naargelang de Geest hun te vertolken gaf. Nu woonden er in Jeruzalem Joden, vrome mannen, die afkomstig waren uit alle volkeren onder de hemel. Toen dat geluid ontstond, liepen die te hoop en tot hun verbazing hoorde iedereen hen spreken in zijn taal. Zij waren buiten zichzelf en zeiden vol verwondering: “Maar zijn al die daar spreken dan geen Galileeërs? Hoe komt het dan dat ieder van ons hen hoort spreken in zijn eigen moedertaal? Parten, Meden en Elamieten, bewoners van Mesopotamië, van Judea en Kappadocië, van Pontus en Asia, van Frygië en Pamfylië, Egypte en het gebied van Libië bij Cyrene, de Romeinen die hier verblijven, Joden zowel als proselieten, Kretenzen en Arabieren, wij horen hen in onze eigen taal spreken van Gods grote daden.”
Tweede lezing (1 Kor. 12,3b-7.12-13)
Uit de eerste brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Korinte.
Broeders en zusters, niemand die zegt: “Jezus is vervloekt” staat onder invloed van de geest van God; en niemand kan zeggen: “Jezus is de Heer” tenzij door de heilige Geest. Er zijn verschillende gaven, maar slechts één Geest. Er zijn vele vormen van dienstverlening, maar slechts één Heer. Er zijn allerlei soorten werk, maar er is slechts één God, die alles in allen tot stand brengt. Maar aan ieder van ons wordt de openbaring van de Geest meegedeeld tot welzijn van allen. Het menselijk lichaam vormt met zijn vele ledematen één geheel; alle ledematen, hoe vele ook, maken te zamen één lichaam uit. Zo is het ook met de Christus. Wij allen, Joden en Grieken, slaven en vrijen, zijn immers in de kracht van één en dezelfde Geest door de doop één enkel lichaam geworden en allen werden wij gedrenkt met één Geest.
Evangelie (Joh. 20, 19-23)
In de avond van de eerste dag van de week, toen de deuren van de verblijfplaats der leerlingen gesloten waren uit vrees voor de Joden, kwam Jezus binnen, ging in hun midden staan en zei: “Vrede zij u.” Na dit gezegd te hebben, toonde Hij hun zijn handen en zijn zijde. De leerlingen waren vervuld van vreugde toen zij de Heer zagen. Nogmaals zei Jezus tot hen: “Vrede zij u. Zoals de Vader Mij gezonden heeft, zo zend Ik u.” Na deze worden blies Hij over hen en zei: “Ontvangt de heilige Geest. Als gij iemand zonden vergeeft, dan zijn ze vergeven, en als gij ze niet vergeeft, zijn ze niet vergeven.”
Uit de Handelingen van de Apostelen.
Toen de dag van Pinksteren aanbrak, waren allen bijeen op dezelfde plaats. Plotseling kwam uit de hemel een gedruis alsof er een hevige wind opstak en heel het huis waar zij gezeten waren, was er vol van. Er verscheen hun iets dat op vuur geleek en dat zich, in tongen verdeeld, op ieder van hen neerzette. Zij werden allen vervuld van de heilige Geest en zij begonnen te spreken in vreemde talen, naargelang de Geest hun te vertolken gaf. Nu woonden er in Jeruzalem Joden, vrome mannen, die afkomstig waren uit alle volkeren onder de hemel. Toen dat geluid ontstond, liepen die te hoop en tot hun verbazing hoorde iedereen hen spreken in zijn taal. Zij waren buiten zichzelf en zeiden vol verwondering: “Maar zijn al die daar spreken dan geen Galileeërs? Hoe komt het dan dat ieder van ons hen hoort spreken in zijn eigen moedertaal? Parten, Meden en Elamieten, bewoners van Mesopotamië, van Judea en Kappadocië, van Pontus en Asia, van Frygië en Pamfylië, Egypte en het gebied van Libië bij Cyrene, de Romeinen die hier verblijven, Joden zowel als proselieten, Kretenzen en Arabieren, wij horen hen in onze eigen taal spreken van Gods grote daden.”
Tweede lezing (1 Kor. 12,3b-7.12-13)
Uit de eerste brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Korinte.
Broeders en zusters, niemand die zegt: “Jezus is vervloekt” staat onder invloed van de geest van God; en niemand kan zeggen: “Jezus is de Heer” tenzij door de heilige Geest. Er zijn verschillende gaven, maar slechts één Geest. Er zijn vele vormen van dienstverlening, maar slechts één Heer. Er zijn allerlei soorten werk, maar er is slechts één God, die alles in allen tot stand brengt. Maar aan ieder van ons wordt de openbaring van de Geest meegedeeld tot welzijn van allen. Het menselijk lichaam vormt met zijn vele ledematen één geheel; alle ledematen, hoe vele ook, maken te zamen één lichaam uit. Zo is het ook met de Christus. Wij allen, Joden en Grieken, slaven en vrijen, zijn immers in de kracht van één en dezelfde Geest door de doop één enkel lichaam geworden en allen werden wij gedrenkt met één Geest.
Evangelie (Joh. 20, 19-23)
In de avond van de eerste dag van de week, toen de deuren van de verblijfplaats der leerlingen gesloten waren uit vrees voor de Joden, kwam Jezus binnen, ging in hun midden staan en zei: “Vrede zij u.” Na dit gezegd te hebben, toonde Hij hun zijn handen en zijn zijde. De leerlingen waren vervuld van vreugde toen zij de Heer zagen. Nogmaals zei Jezus tot hen: “Vrede zij u. Zoals de Vader Mij gezonden heeft, zo zend Ik u.” Na deze worden blies Hij over hen en zei: “Ontvangt de heilige Geest. Als gij iemand zonden vergeeft, dan zijn ze vergeven, en als gij ze niet vergeeft, zijn ze niet vergeven.”
zondag 8 juni 2025
woensdag 8 juni 2022
Donderdag na Pinksteren - Feest van Onze Heer Jezus Christus, eeuwige Hogepriester
Uit de Encycliek "Mediator Dei" van paus Pius XII (AAS 39 [1947], 552-553)
Christus, priester en slachtoffer
Christus is ongetwijfeld priester, maar priester voor ons, niet voor zichzelf, want Hij brengt in naam van heel het menselijk geslacht de gebeden en de godsdienstige gevoelens bij de eeuwige Vader. Christus is tegelijk slachtoffer, maar voor ons, want Hij neemt zelf de plaats in van de zondige mens. Welnu, het woord van de Apostel "laat diezelfde gezindheid in u heersen, welke ook in Christus Jezus was" vraagt van alle christenen dat zij, voor zover het in het vermogen van de mens ligt, blijk geven van die gesteltenis waarmee ook de geest van de goddelijke Verlosser vervuld was, toen Hij zichzelf ten offer bracht; zij dienen namelijk hun geest nederig te onderwerpen en aan Gods hoogste majesteit aanbidding, eer, lof en dank te brengen. Dit woord van de Apostel vraagt verder van hen, dat zij op de een of andere wijze de staat van slachtoffer aannemen, zichzelf verloochenen naar de voorschriften van het Evangelie, uit eigen beweging en vrijwillig de boetvaardigheid beoefenen, en dat eenieder zijn zonden verafschuwt en uitboet. Kortom, het vraagt dat wij allen samen met Christus een mystieke kruisdood sterven, zodat wij ons het woord van Paulus eigen kunnen maken: "Met Christus ben ik gekruisigd" (Gal. 2, 19).
zaterdag 4 juni 2022
Overweging - De H. Geest maakt ons tot een betere uitgave van onszelf. Word wie je bent!
Naast de goddelijke deugden van geloof, hoop en liefde deelt
de Heilige Geest ons nog zeven buitengewone gaven mee, mits we ons jegens Hem
bereid en ontvankelijk houden. Dán kan Hij ons volledig met zijn kracht
vervullen. Zijn genade maakt Hij niet afhankelijk van tijd, plaats, rang of
waardigheid van personen. Maar Hij waait waar Hij wil, Hij komt bij wie op Hem
wacht. Wie bidt, ontvangt.
De Kerkvaders hebben intensief over de Heilige Geest
nagedacht en deze week hebben we dag na dag speciaal kennis kunnen nemen van
hun overwegingen. Afgelopen dinsdag hebben we in hoofdstuk 9 (22-23) van het
Tractaat over de H. Geest van de H. Basilius de Grote over de vele facetten van
de werking van de H. Geest kunnen lezen. Deze lezing zou men zeker nog eens
moeten herlezen.
Vandaag willen we aandacht geven aan de Gaven van de H.
Geest: het zijn als het ware bovennatuurlijke gewoonten, die onze eigen
vermogens of capaciteiten een dermate grote kracht en soepelheid verlenen dat
deze snel aan de inspraken van de genade gehoorzamen. Wanneer we proberen te
werken aan een bepaalde deugd, dan roeien we geleidelijk, wanneer we echter met de Gaven van de H.
Geest kunnen werken, zeilen we en neemt God Zelf voor ons het initiatief. Hij
is het, die ons goddelijke impulsen zendt en bovennatuurlijke inzichten. Ons
meewerken bestaat daarbij vooral in onze overgave aan de leiding van de Heilige
Geest. En deze leiding is voor ons des te meer zeker als we ons verwijderen van
de wereldse geest en ons toeleggen op ingekeerdheid.
De H. Geest wenst niets anders met goddelijk verlangen dan
onze heiligheid. Als we onszelf maar iets meer geweld zouden aandoen dan snelt
de heiligmakende Geest ons overal vooruit. Door Hem gedreven en ondersteund,
zouden we ook zelf alle mogelijkheden tegemoet moeten snellen die ons naar
grotere volmaaktheid en zo naar grotere aangenaamheid aan God, kunnen brengen.
We moeten ons hart en heel ons wezen laten bevrijden van wat
werelds is, om een klaarder zicht op tijd een eeuwigheid te ontvangen. Als de
H. Geest ons niet draagt vallen we snel terug in onze zwakheid, Hij kan ons
helpen zijn genadegaven te gebruiken, ze te bewaren en ons hart te sterken,
opdat we niet moe worden te werken aan een betere uitgave van onszelf.
De Heilige Geest deelt ons zijn Gaven mee, opdat wij alle
ondeugden en slechte gewoonten die de volmaaktheid in de weg staan kunnen
afleggen. Zo leert ons de H. Gregorius de Grote (Lib. 2 Moralia in Job, cap. 26). Hij zegt dat de gave van wijsheid ons is
gegeven tegenover de dwaasheid waarmee wij aardse goederen en genietingen
aanhangen. De gaven van verstand en van inzicht helpen ons onze onwetendheid in
de goddelijke dingen te overwinnen. De gave van raad kan ons grotere
duidelijkheid verschaffen opdat wij heilige gedachten, gezonde gevoelens
koesteren en goede werken tot stand brengen. De gave van sterkte maakt het
mogelijk alle zwakheid, angstigheid, vrees en menselijk opzicht af te leggen.
De gave van godsvrucht verzacht de hardheid van ons hart en de gave van ontzag
voor God helpt ons onze trots te overwinnen.
Deze zeven Gaven
zijn tegelijkertijd wapens, die de H. Geest ons in handen geeft om bekoringen
te weerstaan en om de vijandige impulsen die wij in ons dragen en die zich
verzetten tegen heiligheid, te kunnen bekampen.
Hoe maken we
gebruik van deze hemelse wapens? Afhankelijk van een goed of slecht gebruik van
deze wapens overwinnen of verliezen we. Als we de Gaven van de H. Geest op een
juiste manier zouden weten te gebruiken dan zouden we niets te duchten hebben
van de duisternissen van onze geest, van de verstoktheid van ons hart, van de
vrees die ons de moed ontneemt, van ijdel vertrouwen dat tot roekeloosheid
aanzet. Al deze hindernissen op de weg naar heiligheid zouden we onder controle
kunnen krijgen.
Hoe zouden
wij, zwak als we zijn, onze zonden en slechte neigingen kunnen beheersen en
deugdzamer leven? Of we ons nu toeleggen op inwendig gebed of bezig zijn met
ons dagelijks werk, altijd zijn we aangewezen op de H. Geest. Nogmaals: zijn
wijsheid geeft ons smaak voor de bovennatuurlijke waarheden en ieder van ons
heeft wel ervaren hoe goed ons dat doet. De gave van verstand geneest ons van
blindheid op het terrein van het geloof, die van wetenschap heft ons van de
schepselen op naar de Schepper, de vreze des Heren prent ons een diepe eerbied
in voor de Majesteit van God. De gave van godsvrucht toont ons God in onze
naasten, die zijn evenbeeld zijn. De gave van sterkte moedigt ons aan alles te
ondernemen voor de dienst van onze Heer en God. De gave van raad tenslotte,
verlicht, als een zon onder de andere gaven, ons bij twijfel, helpt ons de
juiste beslissingen te nemen en verhindert dat we verstrikt raken in de listen
van duistere geest die zich dikwijls voordoet als een engel van het licht.
Hoe kunnen
we de Heilige Geest danken voor zijn liefdevolle bemoeienissen in onze ziel, in
ons leven? Hij vraagt ons slechts dat we ons nederig zijn genaden onwaardig
achten, dat wij deze met eerbiedige zorg bewaren en er ijverig gebruik van maken. Dat wij de talenten die
Hij ons heeft toevertrouwd niet begraven, maar deze als goede knechten ter ere
van God en tot heil van onze ziel inzetten.
Roepen we de
H. Geest, de Paracleet, dikwijls aan, en eindigen we met het volgende gebed:
Heilige Geest, breng zelf de werking
van Uw gaven in mij tot ontplooiing
en laat niet toe dat ze onvruchtbaar
blijven.
Wek mij door Uw impulsen op tot
heilige werken.
Hoe machtelozer ik mij daarbij voel,
des te meer vertrouw ik op Uw
goedheid.
Wie zal ik vrezen, nu ik U zelf tot
beschermer heb? (Ps 26.1)
Wat kan mij ontstellen zolang U mijn
licht en mijn heil bent?
Wat ik uit mij zelf niet kan verhoop
ik van Uw genade.
U zult mij niets weigeren, wanneer U
zelf in mijn ziel wilt wonen.
Kom, Heilige
Geest en schenk mij Uw zeven gaven.
Prefatie van Pinksteren
Heilige Vader, machtige
eeuwige God, om recht te doen aan uw heerlijkheid, om heil en genezing te
vinden zullen wij U danken, altijd en overal.
Aan hen die door de
gemeenschap met uw Zoon uw kinderen zijn geworden, hebt Gij op deze dag de
Heilige Geest geschonken om het Paasmysterie te voltooien.
Hij was met uw Kerk op het
eerste Pinksterfeest: alle volken heeft Hij de ware God doen kennen, alle talen
heeft Hij één gemaakt in de belijdenis van hetzelfde geloof.
Vreugde om het Paasfeest
vervult ons, mensen die op aarde wonen, vreugde vervult de Engelen in de hemel,
de machten en de Krachten die U loven, die U dit lied toejuichen zonder einde:
Sanctus,
Sanctus, Sanctus!
Lectio divina lingua latina Liturgia Horarum Dominica Pentecostes Missio Spiritus Sancti De zending van de heilige Geest.
Ad officium lectionis
Tweede lezing
Uit de verhandeling van de heilige Ireneüs, bisschop van Lyon († ca. 202), ‘Tegen de ketterijen’
De zending van de heilige Geest.
Met de volgende woorden gaf de Heer aan zijn leerlingen de macht om mensen te doen herboren worden in God: ‘Gaat dus en maakt alle volkeren tot mijn leerlingen en doopt hen in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest’ (Mt. 28, 19).
God had immers via de profeten beloofd deze heilige Geest in de jongste tijden uit te storten over slaven en slavinnen, opdat zij zouden profeteren. Daarom ook daalde de heilige Geest neer op Gods Zoon, die de zoon van een mens was geworden; in Hem raakte de heilige Geest gewend in het menselijk geslacht te wonen, onder de mensen te rusten en te verblijven in het schepsel van God; hierdoor kon de heilige Geest in hen de wil van de Vader vervullen en het oude leven van hen vernieuwen tot het nieuwe leven van Christus (vgl. Rom. 7, 6; Ef. 4, 22-23).
Lucas zegt dat deze heilige Geest na de hemelvaart van de Heer met Pinksteren op de leerlingen is neergedaald; Hij heeft de macht om alle volkeren binnen te leiden in het leven en in de geheimen van het Nieuwe Testament. Vandaar ook dat de leerlingen eensgezind in alle talen een loflied ter ere van God zongen. Zo gebeurde het dat de heilige Geest de meest uiteenlopende stammen tot eenheid bracht en dat de eerstelingen die geofferd werden aan de Vader uit alle volkeren kwamen.
De Heer beloofde dat Hij de Trooster zou sturen opdat deze ons zou voorbereiden op de ontmoeting met God. Zoals immers zonder vocht uit droge tarwe niet één deeg kan ontstaan en niet één brood, zo konden wij met zijn allen niet één worden in Jezus Christus zonder het water dat uit de hemel komt. En zoals de droge aarde, wanneer ze geen vocht opneemt, geen vrucht draagt, zo zouden wij, die aanvankelijk slechts bestonden uit dor hout, het leven nooit vruchtbaar kunnen maken zonder de gave van de regen van boven.
Immers, zoals ons lichaam de eenheid die leidt tot onbevlektheid heeft verkregen door het waterbad van het doopsel, zo heeft onze ziel haar door de heilige Geest gekregen.
De Geest van God is over de Heer neergedaald, ‘de Geest van wijsheid en inzicht, de Geest van raad en sterkte, de Geest van kennis en ontzag voor de Heer, de Geest van vrees voor de Heer’ (vgl. Jes. 11, 2-3). De Heer heeft de Geest op zijn beurt aan de kerk gegeven. Vanuit de hemel vanwaar volgens de Heer ook ‘de duivel als een bliksemstraal is gevallen’ (Lc. 10, 18), heeft Hij de Trooster over de hele aarde uitgezonden. Daarom is de dauw van God voor ons noodzakelijk, zodat wij niet verbranden en niet onvruchtbaar worden en ook dáár een Helper hebben waar wij een aanklager hebben. Met die bedoeling heeft de Heer de mens, die aan Hem behoort, toevertrouwd aan de heilige Geest, de mens, die in de handen van rovers was gevallen, maar over wie Hij zelf zich ontfermd had en wiens wonden Hij verbonden had. Hij gaf hem twee koninklijke munten, zodat wij die door de Geest het beeld en het opschrift van de Vader en de Zoon hebben ontvangen, het muntstuk dat ons is toevertrouwd rente laten opbrengen om het in veelvoud aan de Heer terug te betalen.
Lectio altera
Ex Tractátu sancti Irenæi epíscopi Advérsus hæreses (Lib. 3, 17, 1-3: SCh 34, 302-306)
Uit de verhandeling van de heilige Ireneüs, bisschop van Lyon († ca. 202), ‘Tegen de ketterijen’
De zending van de heilige Geest.
Met de volgende woorden gaf de Heer aan zijn leerlingen de macht om mensen te doen herboren worden in God: ‘Gaat dus en maakt alle volkeren tot mijn leerlingen en doopt hen in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest’ (Mt. 28, 19).
God had immers via de profeten beloofd deze heilige Geest in de jongste tijden uit te storten over slaven en slavinnen, opdat zij zouden profeteren. Daarom ook daalde de heilige Geest neer op Gods Zoon, die de zoon van een mens was geworden; in Hem raakte de heilige Geest gewend in het menselijk geslacht te wonen, onder de mensen te rusten en te verblijven in het schepsel van God; hierdoor kon de heilige Geest in hen de wil van de Vader vervullen en het oude leven van hen vernieuwen tot het nieuwe leven van Christus (vgl. Rom. 7, 6; Ef. 4, 22-23).
Lucas zegt dat deze heilige Geest na de hemelvaart van de Heer met Pinksteren op de leerlingen is neergedaald; Hij heeft de macht om alle volkeren binnen te leiden in het leven en in de geheimen van het Nieuwe Testament. Vandaar ook dat de leerlingen eensgezind in alle talen een loflied ter ere van God zongen. Zo gebeurde het dat de heilige Geest de meest uiteenlopende stammen tot eenheid bracht en dat de eerstelingen die geofferd werden aan de Vader uit alle volkeren kwamen.
De Heer beloofde dat Hij de Trooster zou sturen opdat deze ons zou voorbereiden op de ontmoeting met God. Zoals immers zonder vocht uit droge tarwe niet één deeg kan ontstaan en niet één brood, zo konden wij met zijn allen niet één worden in Jezus Christus zonder het water dat uit de hemel komt. En zoals de droge aarde, wanneer ze geen vocht opneemt, geen vrucht draagt, zo zouden wij, die aanvankelijk slechts bestonden uit dor hout, het leven nooit vruchtbaar kunnen maken zonder de gave van de regen van boven.
Immers, zoals ons lichaam de eenheid die leidt tot onbevlektheid heeft verkregen door het waterbad van het doopsel, zo heeft onze ziel haar door de heilige Geest gekregen.
De Geest van God is over de Heer neergedaald, ‘de Geest van wijsheid en inzicht, de Geest van raad en sterkte, de Geest van kennis en ontzag voor de Heer, de Geest van vrees voor de Heer’ (vgl. Jes. 11, 2-3). De Heer heeft de Geest op zijn beurt aan de kerk gegeven. Vanuit de hemel vanwaar volgens de Heer ook ‘de duivel als een bliksemstraal is gevallen’ (Lc. 10, 18), heeft Hij de Trooster over de hele aarde uitgezonden. Daarom is de dauw van God voor ons noodzakelijk, zodat wij niet verbranden en niet onvruchtbaar worden en ook dáár een Helper hebben waar wij een aanklager hebben. Met die bedoeling heeft de Heer de mens, die aan Hem behoort, toevertrouwd aan de heilige Geest, de mens, die in de handen van rovers was gevallen, maar over wie Hij zelf zich ontfermd had en wiens wonden Hij verbonden had. Hij gaf hem twee koninklijke munten, zodat wij die door de Geest het beeld en het opschrift van de Vader en de Zoon hebben ontvangen, het muntstuk dat ons is toevertrouwd rente laten opbrengen om het in veelvoud aan de Heer terug te betalen.
Fotoreportage Pinksteren Priorij Thabor tijdens coronapandemie 2020
| versierde kloosterkapel |
![]() |
| eerste Vespers (zaterdag) |
versierde sacramentskapel
![]() |
| refter met Pinkstercompositie |
![]() |
| statio voor processie zondagmorgen |
Collectegebed Hoogfeest van Pinksteren- “Kom met uw Geest in de harten van alle gelovigen”
LATIJN (1970 Missale Romanum):
Deus, qui sacramento festivitatis hodiernae
universam Ecclesiam tuam
in omni gente et natione sanctificas,
in totam mundi latitudinem Spiritus Sancti dona defunde,
et, quod inter ipsa evangelicae praedicationis exordia
operata est divina dignatio,
nunc quoque per credentium corda perfunde.
NEDERLANDS
ALTAARMISSAAL – 1979
God,
door het mysterie van dit feest
heiligt
Gij heel uw Kerk onder alle volken en talen.
Laat
de gaven van de Heilige Geest overal
op
aarde neerdalen: kom met uw Geest
in
het hart van uw gelovigen,
zoals
Gij hebt gedaan bij het begin
van
de verkondiging van het Evangelie.
MEER LETTERLIJKE
VERTALING:
God, door de
viering van het geheimenis
van het Hoogfeest
van vandaag,
heiligt Gij heel
uw Kerk en heel uw Volk in alle naties ter wereld,
en laat Gij Uw
gaven van de Heilige Geest
in de harten van
allen die in U geloven, neerdalen,
zoals uw Liefde dit in
het begin van uw Kerk bewerkt heeft.
De tekst van het
gebed in de versie hiervoor aangehaald, opgenomen in het Romeins Altaarmissaal
van 1970, is in deze vorm aangetroffen in tientallen codices daterend van de
zesde tot de zestiende eeuw. De tekst staat ook in de bekende Sacramentaria
Veronese en Gelasianum. Het is een compacte tekst die om zorgvuldige
bestudering vraagt om tot een aanvaardbare vertaling te komen.
“Sacramentum” wordt
in het Grieks vertaald met “mysterion”. “Operata est” kan worden benaderd vanuit
het deponens operor en vanuit het actieve opero. In beide gevallen betekent het “(be)werken”.
“Defunde” en
“perfunde” zijn qua klank met elkaar verbonden. Die klankovereenstemming is een
sleutel voor de vertaling van deze niet eenvoudige collecte. “Defundo” betekent
"gieten over, uitgieten" terwijl “perfundo” iets bewerkelijker
begieten is, dus betekent "overgieten, bevochtigen, bedauwen,
besprenkelen". Maar het kan ook betekenen "onderdompelen, verwennen"
en ook "(door)drenken, bezielen". In de oratie heeft deze woordkeuze
betrekking op de doordrenking met genade zoals vocht, dauw, stromend water dat
in de natuur doen. Dit water doet weer denken aan ons doopsel, in de naam van
de Drieëne God. Ook doet het denken aan het prachtige gezang “Rorate caeli
desuper et nubes pluant iustum": Gij, hemelen, dauwt van boven neer en
gij, wolken, regent de Gerechte: laat de aarde geopend worden en de Verlosser ontspruiten".
“Dignatio” betekent
"een waardig achten, eerbied, hoogachting; waardigheid, eer,
reputatie." Volgens sommige woordenboeken betekent het ook “gunst, genade
van God”, kortom een begrip om in overdrachteiljke zin de tanden in te zetten
en te (her) overwegen.
“Exordium”
betekent "een begin, de inleiding" en het is in de retorica ook een
technische begrip voor de introductie of het voorwoord van een gesproken of
geschreven stuk of toespraak. Dit woord brengt het beeld naar voren van de zelfkant,
dat gedeelte aan de rand van geweven stof, dat op zo'n manier gevlochten is dat
de rest van het weefsel niet uit elkaar valt. Het brengt ook de welsprekendheid naar voren van het gebed. Toen de Heilige Geest uitgestort
werd over de Apostelen trokken zij uit en begonnen in het openbaar onder de
volkeren van alle naties te prediken. De Heilige Geest begon op dit eerste
Pinksteren plotseling in de welsprekendheid van de Apostelen een hechte
zelfkant te weven die door de eeuwen heen de stabiele zoom zou verschaffen aan
de constructie van de Kerk tot in onze eigen dagen toe, waarmee de Kerk bij elkaar
wordt gehouden. Er kunnen van tijd tot tijd scheuren en gaten ontstaan, en
schisma's, maar de constructie houdt het in de hoofdzaak en valt niet uiteen.
Eenheid en samenhang
zijn sleutel‑begrippen van deze collecte. De Heilige Geest heeft de jonge Kerk
samen geweven door de prediking van de Apostelen. De Heilige Geest houdt ons verbonden
door deze zelfde prediking van de Apostelen. De Heilige Geest schiep eenheid
onder verschillende volkeren en naties in die tijd en doet dat tot op de dag van
vandaag. De Heilige Geest schept eenheid in het volk dat Hij verenigde
in éen Lichaam, toen en doet dat ook nu. Eenheid in de Heilige Geest is universeel en continu: eenheid die altijd en overal geldt.
De aanwezigheid
van de Heilige Geest in de Kerk garandeert onze eenheid en continuïteit over de
grenzen en eeuwen. De Heilige Geest geeft de Kerk het grondbeginsel van haar
leven door het storten van bovennatuurlijk leven in het Lichaam van Christus. De
Heilige Geest bezielt en doordrenkt, kleurt en doordringt de schering en inslag van de Kerk en doorstroomt Haar. Onze harten,
waarvoor wij in de collecte vragen "bezield" te worden door de gaven van de Heilige Geest, zijn op een bepaalde manier microcosmen van de Kerk,
zelfs van het Heilig Hart van de Kerk.
Wij geloven in de
Ene, Heilige, Katholieke en Apostolische Kerk en dat hebben christenen in hun
Credo (geloofsbelijdenis) beleden vanaf de vroegste christentijden tot op de
dag van vandaag en voor die Waarheid met een hoofdletter hebben ook christenen
hun leven gegeven, vanaf de vroegste christentijden tot op de dag van vandaag.
Bidden wij bijzonder op het feest van Pinksteren dat de Heilige Geest mag neerdalen in de harten van alle gelovigen en daarmee ook in de Kerk, het mystiek Lichaam, waarvan
Christus zelf het hoofd is.
Reeks “Oratio super munera - Gebed over de gaven” Pinksteren Moge de Heilige Geest ons de volle waarheid ontsluiten
Christus ontvangt brood en
wijn voor de H. Eucharistie
Moge
de Heilige Geest ons de volle waarheid ontsluiten
I n l e i d i n g
Het
gebed over de gaven van Pinksteren smeekt de H. Geest ons te verlichten om het
offer van Christus, steeds opnieuw geactualiseerd in de H. Mis, beter te
begrijpen. In het Evangelie legt Christus zelf ons de betekenis van de komst
van de H. Geest uit:
“Nog
veel heb Ik u te zeggen, maar gij kunt het nu niet verdragen. Wanneer Hij
echter komt, de Geest der waarheid, zal Hij u tot de volle waarheid brengen;
Hij zal niet uit zichzelf spreken, maar spreken al wat Hij hoort en u de
komende dingen aankondigen. Hij zal Mij verheerlijken, omdat Hij aan u zal
verkondigen wat Hij van Mij ontvangen heeft. Ik zei dat Hij aan u zal
verkondigen wat Hij van Mij ontvangen heeft, omdat al wat de Vader heeft het
mijne is” (Joh. 16, 12-15).
Vandaag
met Pinksteren spreken alle gebedsteksten, van de H. Mis maar ook van de
getijden over de werking van de H. Geest niet alleen in de Kerk, het mystiek
Lichaam van Christus, maar ook in ieder van ons afzonderlijk. In de Latijnse
tekst van de oratio super munera van vandaag valt direct het gebruik van het woord
“arcanum” ( vertaald: “geheim”, in dit geval “heilig geheim”) op. “Mysterium
Fidei”- dit is het geheim van het Geloof- zegt de priester in de H. Mis na de
consecratie – het gebed waarin de instelling van H. Eucharistie wordt herdacht èn tegenwoordig gesteld. Rationeel is dat
niet te bevatten, maar ook de moderne mens ontkomt er niet aan zich af en toe
af te vragen , of “er niet meer tussen hemel en aarde is dan een mens kan
bevatten”- “There are more things in heaven and earth, Horatio, than are dreamt
of in your philosophy”, schrijft Shakespeare in Hamlet.
Het
Geheim van het Geloof vieren we iedere keer opnieuw in de H. Mis. De Heilige Geest helpt ons dat beter te begrijpen – niet om het te
doorgronden want daarvoor is het geheim, te groot en te diep. Er zijn zaken van
het verstand, van cognitieve geloofskennis en geheugen, maar er zijn ook zaken
van het hart en van de ziel die wij ons niet eigen kunnen maken, maar waaraan wij af en toe kunnen raken – die aanrakingen zijn niet ons ongestoord bezit
maar worden ons gegeven als genadegave van de Heilige Geest – soms even!
T e k s t
Missale Romanum – 1970
Præsta, quæsumus, Domine,
ut, secundum
promissionem Filii tui,
Spiritus Sanctus huius nobis sacrificii copiosius
revelet arcanum,
et
omnem propitius reseret veritatem.
Altaarmissaal
Nederlandse Kerkprovincie – 1979
Heer,
wij bidden U,
dat
de belofte van uw Zoon vervuld mag worden :
Laat
de Heilige Geest ons het geheim van dit Offer beter doen kennen
en
ons de volle waarheid ontsluiten.
Werkvertaling
Geef, vragen
wij [U], Heer,
dat
overeenkomstig / volgens de belofte van uw Zoon,
de Heilige
Geest ons het geheim van dit Offer overvloediger onthult/ontsluiert,
en [ons] genadiger de volle waarheid ontsluit.
L i t u r g i s c h e a n t e c e d e n t e n
De tekst
van deze oratio is een nieuwe compositie voor het Romeinse Missaaal 1970, op
onderdelen refererend aan het Sacramentarium Bergomense, Bibl. di S. Alessandro
in Colonna, de Bergamo, XIe eeuw.
(Zie: E. Moeller, J.M. Clément en B.
Coppieters ’t Wallant, Corpus Orationum, VII, P-Q, Brepols, Turnhout 1995, p. XI
(Sources).
S t r u c t u u r a
n a l y s e e n s t i j l f i g u r e n
De
oratio super munera is samengesteld uit één enkele zin, opgebouwd uit een
openingszin, - met adres, prædicaat in de imperativusvorm, afgezwakt door de
losse werkwoordsvorm quæsumus – gevolgd door een finale/doelaanwijzende resp.
consecutieve/gevolghebbende bijzin in de
coniunctivusvorm, afhankelijk van het voegwoord ut, welke bijzin in twee
zelfstandige delen uiteenvalt die
verbonden zijn door de coniunctie et. De bijzin ut wordt onderbroken door een
tussenzin met een bijwoordelijk karakter, die informatie geeft over de
hoedanigheid van hetgeen aangeduid wordt door de prædicaten revelet en reseret,
die inhoudelijk aan elkaar verwant zijn (hoe wordt geopenbaard, hoe wordt
ontsloten).
De
vrij krachteloze vertaling uit het Altaarmissaal roept als het ware om een
werkvertaling die nauw verbonden blijft met hetgeen er staat in het Latijn.
Ad 1
1. Præsta, quæsumus, Domine,
2a. ut, 3. secundum promissionem Filii tui,
Spiritus Sanctus huius nobis sacrificii copiosius
revelet arcanum,
2b.
et omnem propitius reseret veritatem.
Præsta,
quæsumus, Domine, verleen/schenk, vragen wij [U], Heer, openingszin van de
oratie met de imperativusvorm præsta van præstare als prædicaat, die zich richt
tot de Heer, Domine, anaklese in de vocativusvorm. Zoals dikwijls het geval is
worden imperativusvormen aan de spits van de oratie, zoals ook hier, gemilderd
door de losse werkwoordsvorm quæsumus, vragen/bidden wij [U].
Ad 2a
ut, […] Spiritus … arcanum.
Finale/consecutieve
bijzin met het prædicaat revelet (3e pers. enkelv. præsentis activi
van het verbum revelare in de coniunctivusvorm afhankelijk van het voegwoord ut
(coniunctivus optativus).
Spiritus
Sanctus, de Heilige Geest – subject van het revelet in twee congruerende
nominativusvormen met klank-/eindrijm op –us en alliteratie van de beginletter
s.
Arcanum
huius sacrificii, het geheim van dit Offer – object van het prædicaat revelet,
bestaande uit de accusativusvorm arcanum (van het substantivum arcanum, -i n.)
vergezeld van twee congruerende genitivusvormen huius [nobis] sacrificium die
de accusativusvorm arcanum nader toelichten (genitivus explicativus). De bij
elkaar horende genitivi huius en sacrificii zijn uiteengeplaatst:
de stijlfiguur hyperbaton.
Nobis,
voor ons – bijwoordelijke bepaling in de dativusvorm van het pronomen personale
nos: dativus commodi (van voordeel).
Copiosius,
overvloediger – bijwoordelijke bepaling bij het prædicaat revelet; copiosius is
de vergrotende trap (comparativus) neutrum van de adiectivumvorm copiosus adverbiaal gebruikt. De comparativusvorm kan verklaard
worden vanuit de gedachte dat de H. Geest op grond van de belofte van de Zoon
voor ons het verborgen geheim van dit Eucharistische Offer in meer
heilsdimensies mag ontsluieren dan zonder de belofte het geval zou zijn
geweest.
Ad 2b
2ab. ut, […] 2b. et omnem propitius reseret veritatem.
Het
tweede deel van de ut-bijzin, is door het nevenschikkende et en het prædicaat
reseret (3e pers. enkelv. præsentis activi in de coniunctivusvorm
van het verbum openen, ontgrendelen, onthullen, eveneens van het voegwoord ut
afhankelijk en is synoniem met revelet (r. 2a). Revelet en reseret bevatten
alliteratie van begin- en eindletters en klankrijm op e.
Subject
van het prædicaat reseret is Sanctus Spiritus van r. 2a.
Object
van het prædicaat: omnem veritatem in twee congruerende accusativusvormen in
een tweede hyperbaton uiteengeplaatst.
De
dativus commodi nobis kan ook bij het prædicaat reseret in gedachte worden
aangevuld.
Propitius: prædicatieve bepaling bij het verbum reseret. Propitius
(van pro en peto): genegen, genadig, gunstig. Hier in de
comparativus en in het neutrum zoals de praedicatieve bepaling dat vraagt.
Copiosius
en propitius bevatten eindrijm op –iu en
alliteratie van de eindletter –s.
V o c a b u l a r i u m
Arcanus,
-a, -um, adiect., gesloten, vergrendeld, en vandaar stil, stilzwijgend en in
uitgebreide zin: geheimzinnig, geheim, vooral van godsdienstige plechtigheden
(ex. arcana sacra, geheime plechtigheden, d.i. slechts voor ingewijden toegankelijk).
Arcanum, -i, (meestal in de pluralis): geheimenis, geheim.
‘Arcanum
divinæ sapientiæ’, het geheim van de goddelijke wijsheid - zijn de beginwoorden
van de encycliek over het christelijk huwelijk die paus Leo XIII op 10.2.1880
uitvaardigde.
In contrast met iets dat
geheim is, mysterieus vergrendeld en verborgen, bevat de oratie het verbum resero.
Hier zou verwarring kunnen ontstaan. In onze woordenboeken vinden we resero, resevi van de 3e conjugatie dat betekent
opnieuw zaaien, - planten, - poten en ook resero,
-avi, -atum van de 1e conjugatie met betekenissen als 1.
ontgrendelen, openen 2. openbaren, onthullen. Met dit laatste verbum hebben we
vandaag te doen. Tijdens de Heilige Mis en de actualisering van het Offer van
Christus opent God voor ons iets dat lang geleden door onze zonden werd
dichtgeslagen en vergrendeld: de deur van de hemel.
Revelare,
-avi, -atum, 1,: 1. blootleggen, onthullen (letterl.: het velum, de sluier
verwijderen), 2. openbaren, mededelen 3. pass.: aan het licht komen. Enkele
voorbeelden uit de liturgie: secreta
cælestia revelare, hemelse geheimen openbaren; qui investigabiles divitias (cf Ef 3, 8) Cordis tui beatæ Margaritæ Mariæ virgini mirabiliter revelasti, die
de onnaspeurlijke rijkdommen van Uw Hart
aan de heilige Margaretha Maria, maagd, hebt geopenbaard (collectegebd 17
okt.); en uit het Sacramentarium Leonianum 1281, waar gesproken wordt over Sint
Jan, Evangelist: qui ab Unigenito tuo sic
familiariter est dilectus et immensæ gratiæ revelationibus inspiratus, ut omnem
transgrediens creaturam excelsa mente conspiceret et evangelica voce proferret,
quia “In principio erat Verbum…” die door Uw Eniggeboren Zoon zo
vertrouwelijk werd bemind en geïnspireerd door openbaringen van niet te meten
genade, zodat hij heel de schepping overstijgend schouwde met zijn tot God
verheven geest en met de stem van zijn evangelie verkondigde: “In het begin was
het Woord..
Velum, -i,
etymologisch verwijzend naar het verbum veho, betekent: hetgeen
zich beweegt, en heeft aldus volgende betekenissen: 1. zeil, meestal pluralis: vela dare in altum
(Livius), uitzeilen, de zee opzeilen; velis remisque: met alle macht (met
zeilen en roeiriemen); pandere vela orationis, de loop van de redevoering
volgen 2. Het zeil meer als bedekking: voorhang, gordijn, hulsel, doek, voile,
sluier (bij vrouwelijke religieuzen heet de ritus van de oplegging van de
sluier of sluiername: velatio (Augustinus).
Tot de paramenten nodig voor het H. Misoffer behoort
het kelkvelum, dat de kelk met toebehoren op credenstafel bedekt. Het
schoudervelum wordt gebruikt bij de zegen met het allerheiligste Sacrament.
Verwante substantiva: velamen, inis,: kleed,
bedekking, omhulsel, gewaad; velamentum, -i,: deksel, bedeksel , omhulsel.
G e t u i g e n i s
v a n d e V a d e r s
H.
Cyrillus van Jeruzalem:
De
nadering van de Heilige Geest is rustig en zacht, aangenaam en geurig is het
Hem te gevoelen; zijn juk is zeer licht. Schitterende stralen van licht en
kennis gaan aan zijn komst vooraf. Hij komt met het hart van de waarlijk echte
voogd. Want Hij komt om te redden, te genezen, te onderrichten, te vermanen, te
versterken, te troosten en de geest te verlichten, op de eerste plaats van hem,
door wie Hij wordt aanvaard, daarna ook van anderen door hem.
En
zoals hij, die eerst in duisternis verkeerde, maar, toen daarna plotseling de
zon zichtbaar werd, met het oog van zijn lichaam het licht opvangt en dan, wat
hij eerst niet zag, hu helder waarneemt, zo ook wordt hij die de gave van de
Heilige Geest waardig wordt gekeurd, in zijn ziel verlicht, en ziet dan boven
het menselijke verheven wat hij eerst niet kende.”
(Cat. 16, De Spiritu Sancto 1,16: PG 33, 939-942)
H. Basilius de Grote:
“Zoals heldere en doorzichtige voorwerpen,
als zij worden bestraald, zelf bovenmate schitterend worden en nog een glans
naar buiten uitstralen, zo worden ook de zielen, die de Geest in zich dragen en
door de Geest verlicht worden elf geestelijk en brengen de genade over op
anderen.
Vandaar de kennis van toekomstige dingen,
het inzicht in mysteries, het begrijpen van het verborgene, de verscheidenheid
in gaven, hemelse gesprekken en de reidans met de engelen. Vandaar ook een
nooit eindigende vreugde, vandaar de volharding in de liefde Gods, vandaar de
gelijkenis met God en het meest verhevene dat men verlangen kan, vandaar dat
gij wordt als god”.
(Ex Tractatu De
Spiritu Sancto, 9, 23: PG 32, 110)
H. Hilarius, bisschop.
Wat
nu de taak is van de Geest in ons, kunnen wij vernemen in de woorden van de
Heer zelf. Hij zegt immers: Nog veel heb Ik u te zeggen, maar gij kunt het nu
niet verdragen. Want het is goed voor u, dat Ik heenga; als Ik ga, zal Ik de
Helper tot u zenden.
En
elders: Ik zal de Vader bidden en Hij
zal u een andere Helper geven, om voor altijd bij u te blijven, de Geest der
waarheid. Hij zal u tot de volle waarheid brengen: want Hij zal niet uit
Zichzelf spreken, maar spreken al wat Hij hoort en u de komende dingen
aankondigen. Hij zal Mij verheerlijken, omdat Hij van het Mijne in ontvangst
zal nemen.
Dit
is op verschillende plaatsen in de Schrift gezegd om ons te doen begrijpen.
Daarin ligt de wil van de Gever en de betekenis en de aard van het geschenk
uitgedrukt. En omdat onze zwakheid noch de Vader noch de Zoon kan omvatten, zal
de gave van de Heilige Geest, door een soort band van middelaarschap, ons
geloof verlichten.
(Ex Tractatu De Trinitate, Lib. 2, 1. 35: PL 10, 73-75)
H. Augustinus
Begin van Sermo 229A, gehouden te Hippo
410-412, op Paaszondag.
Na de woorddienst en de wegzending van
de niet-gedoopte aanwezigen richt de bisschop zich voornamelijk tot de
pasgedoopte christenen, die nu de gehele Mis zullen bijwonen.
”U
die tot een nieuw leven bent herboren en daarom ‘kinderen’ (infantes) wordt
genoemd, u vooral die dit nu te zien krijgt,
moet nu goed luisteren, want wij gaan u vertellen – zoals we hadden
beloofd, wat dit te betekenen heeft. […]
Wat
u op de tafel van de Heer ziet [brood en wijn], bent u ook gewend, voor wat de
uiterlijke aanblik van de dingen betreft, op uw eigen tafels te zien. De
aanblik is dezelfde, maar de kracht is niet dezelfde. Zo bent ook u immers
dezelfde mensen die u vroeger was: u bent niet met nieuwe gezichten hier bij
ons gekomen. En toch bent u nieuwe mensen: de oude bent u in uw lichamelijke
gestalte, de nieuwe bent u door de heiligende genade, zoals ook dit hier nieuw
is. Zeker, op het ogenblik is het nog wat u ziet: brood en wijn. Daar komt dan
de heiliging (Noot: de term consecratio
bestond al wel, maar werd nog niet algemeen gebruikt) bij, waardoor het brood
het Lichaam, de wijn het Bloed van Christus zal zijn. Dat wordt teweeggebracht
door de Naam van Christus, teweeggebracht door de genade van Christus. Daardoor
is er dan hetzelfde te zien wat er tevoren gezien werd en is de uitwerking toch
niet gebleven dat zij was. Want wanneer
men het tevoren had gegeten, had het de buik gevuld; wanneer het nu wordt
gegeten, wordt men er geestelijk door opgebouwd”.
Passage
uit Sermo 232, gehouden in de paasweek over de Verrijzenis van Christus volgens
Sint Lucas, waarin Augustinus een toespeling maakt op de heilige Eucharistie.
De disciplina arcana legde hem in tegenwoordigheid van de catechumenen een
zekere reserve op.
“7.
Hoort nu verder, mijn geliefden, over het grote geheim, dat wij kennen. Hij
liep met hen [ de twee leerlingen op weg naar Emmaüs], Hij wordt gastvrij
onthaald. Hij breekt het brood en Hij wordt herkend. Laten wij niet zeggen dat
wij Christus niet kennen: wij kennen Hem als wij geloven. ‘Wij kennen Hem als
wij geloven” is te zwak: wij hebben
Hem als wij geloven. Zij hadden Christus aan hun tafel, maar wij hebben Hem
binnen in ons hart. HHet is
meer, Christus in zijn hart te hebben, dan in zijn huis. Want ons hart is toch
inniger met ons verbonden, dan in zijn huis. Waaraan moet een gelovige Hem dus
kennen? De gelovige weet het, wie echter
nog catechumeen is, weet het niet. Maar niemand mag de deur voor hem
sluiten en verhinderen dat hij het ook weet”.
C o m m e n t a a
r
Alle
mysteriegodsdiensten (dus ook de niet-christelijke), kenden een “geheimhouding”
voor niet-ingewijden: disciplina arcani. Als beweegreden voor de heidense
disciplina arcani gold de vrees voor het bekend worden aan buitenstaanders van
de cultus der stamgoden waardoor men hun bescherming kon verliezen. Later, bij
uitbreiding van de mysteriegodsdiensten buiten het stamverband werd het motief
van de disciplina arcani meer algemeen de huiver voor het goddelijke die tot
zwijgen noopt. Ook met de pedagogische overweging dat hetgeen verborgen wordt
gehouden des te gretiger en beter wordt opgenomen. Men wilde het mysterie niet
prijsgeven aan de nieuwsgierigheid van niet-ingewijden.
Bij de Joden verwees eveneens het begrip
arcum naar een sacrale cultus of gereserveerde sacrale plaats. In de Vulgaat
geeft bijvoorbeeld Exodus 7, 11 een beschrijving van het speciale heiligdom van
God en van Zijn als een schat bewaarde en gekoesterde plaats Jeruzalem (Ez 7,
22).
Binnen de christelijke traditie omvat de
disciplina arcani het wezenlijke van de inwijdingsrituelen: H. Doopsel, H.
Vormsel en H. Eucharistie. Het verzwijgen van het Symbolum en het Onze Vader was een eerste arcanum uit de
liturgische traditie. Het Symbolum
omdat het de samenvatting van de geloofsleer was en het Onze Vader het gebed van de gelovigen bij uitstek.
De inleiding in de disciplina arcani geschiedde
in de laatste periode van het catechumenaat. In de week na de opname van de
geloofsleerlingen in de Kerk handelde de inleiding in de disciplina arcani
speciaal over de H. Eucharistie.
Abonneren op:
Posts (Atom)


















