zaterdag 10 april 2021

Lectio divina lingua latina Liturgia Horarum Dominica in octava Paschæ Nova in Christo creatura


Ad Officium lectionis



Lectio altera

Ex Sermónibus sancti Augustíni epíscopi
(Sermo 8, in octava Paschæ 1. 4: PL 46, 838. 841)
Nova in Christo creatura
Sermo mihi est ad vos, modo nati infántes, párvuli in Christo, nova proles Ecclésiæ, grátia Patris, fecúnditas Matris, germen pium, exámen novéllum, flos nostri honóris et fructus labóris, gáudium et coróna mea, omnes qui statis in Dómino.
Apostólicis verbis vos álloquor: Indúite Dóminum Iesum Christum, et carnis providéntiam ne fecéritis in concupiscéntiis, ut et vita induátis, quem sacraménto induístis. Quotquot enim in Christo baptizáti estis, Christum induístis. Non est Iudæus et Græcus, non est servus neque liber, non est másculus aut fémina: omnes enim vos unum estis in Christo Iesu.
Hoc habet ipsa vis sacraménti: sacraméntum enim est vitæ novæ, quæ in hoc témpore íncipit a remissióne præteritórum ómnium peccatórum, perficiétur autem in resurrectióne mortuórum. Consepúlti enim estis cum Christo per baptísmum in mortem, ut, quemádmodum surréxit Christus a mórtuis, sic et vos in novitáte vitæ ambulétis.
Ambulátis autem nunc per fidem, quámdiu in hoc mortáli córpore peregrinámini a Dómino: sed via vobis certa ipse, ad quem ténditis, factus est Christus Iesus secúndum hóminem, quod pro nobis fíeri dignátus est. Servávit enim multam dulcédinem timéntibus se, apertúrus et perfectúrus eam sperántibus in se, cum id quod nunc in spe accépimus, étiam in re accepérimus.
Hódie dies octávus est nativitátis vestræ; hódie complétur in vobis signáculum fídei, quod apud antíquos patres in circumcisióne carnis fiébat octávo die carnális nativitátis. Unde et ipse Dóminus mortalitáte carnis resurgéndo se exspólians, et non quidem áliud, sed tamen ultra non moritúrum corpus exsúscitans, domínicum diem in sua resurrectióne signávit, qui post diem passiónis eius tértius, in número autem diérum post sábbatum octávus est, idémque primus.
Unde et vos nondum re, sed certa iam spe, quia et huius rei sacraméntum habétis, et pignus Spíritus accepístis, si resurrexístis cum Christo, quæ sursum sunt sápite, ubi Christus est in déxtera Dei sedens; quæ sursum sunt quærite, non quæ super terram. Mórtui enim estis, et vita vestra abscóndita est cum Christo in Deo. Cum Christus apparúerit, vita vestra, tunc et vos cum ipso apparébitis in glória.

Tweede lezing

Uit de Preken van de H. Augustinus, bisschop
Sermo 8, in octava Paschæ I, 4: PL 46, 838. 841

Een nieuwe schepping in Christus

De volgende preek werd gehouden door bisschop Augustinus in zijn bisschopskerk te Hippo op de octaafdag van Pasen, Beloken Pasen.  Het juiste jaar is ons niet bekend. Hij richt zich uitdrukkelijk tot de pas-gedoopten, de neofytes, die deze zondag hun witte klederen aflegden en in hun eigen kleding naar de kerk kwamen. Moederlijk worden ze door de Kerk ontvangen. Deze zal ze voeden met de spijs van de kinderen Gods, de H. Eucharistie. Heel hun leven zal een geestelijke verrijzenis moeten zijn. Als gedoopten en door de Kerk gevoede kinderen zullen zij overwinnen door het geloof. Met gepaste fierheid en vreugde spreekt de H. Augustinus hen toe in de volgende homilie.

Mijn woord richt zich tot u, pas-geboren kinderen, kleinen in Christus, nieuw kroost van de Kerk, genade van de Vader, vruchtbaarheid van de Moeder, vrome spruit, jeugdige schare, bloem van onze eer en vrucht van onze arbeid, mijn vreugde en mijn kroon, gij allen die gegrondvest zijt in de Heer.

Met apostolische woorden spreek ik u toe: Doet aan de Heer Jezus Christus, en onthoud u van vleselijke lusten, opdat ge in het leven Hem aandoet met Wie gij in het sacrament zijt bekleed. Want zij die in Christus gedoopt zijn, hebben zich met Christus bekleed. Er bestaat niet langer onderscheid tussen Jood en Griek, tussen slaaf en vrije, tussen men en vrouw; want allen zijt gij één in Christus Jezus.

Dat bewerkt de kracht van het Sacrament. Het is het sacrament van het nieuwe leven, dat in dit leven begint bij de vergiffenis van aller vroegere zonden, maar dat voltooid zal worden bij de verrijzenis van de doden. Door de Doop in Christus’ dood zijt gij met Hem begraven, opdat, zoals Christus uit de doden is verrezen, zo ook gij een nieuw leven zoudt leiden.

Zolang gij in dit sterfelijk lichaam nog verwijderd leeft van de Heer, wandelt gij nog in het geloof. Christus Jezus zelf als mens is voor u de zekere weg geworden, die naar Hem leidt, wat Hij zich verwaardigd heeft voor ons te worden. Want Hij heeft veel aangenaams weggelegd voor die Hem vrezen.

Hij zal dit openstellen en vervolmaken voor hen, die op Hem hopen, daar wij datgene, war wij nu in hoop ontvangen, ook eens in werkelijkheid zullen ontvangen.

Vandaag is het de octaafdag van uw geboorte, vandaag wordt het zegel van het geloof in u voltooid, dat bij de oude vaders door de besnijdenis in het vlees geschiedde op de achtste dag na de vleselijke geboorte. Vandaar dat de Heer zelf zich bevrijdde van de sterfelijkheid van het vlees, niet door met een ander lichaam te verrijzen maar door zijn eigen Lichaam op te wekken, dat niet meer sterven kon, en zo heeft Hij die dag als de ‘Dag des Heren’ getekend door zijn verrijzenis, die na de dag van zijn lijden de derde dag was, maar in het getal dagen na de sabbath de achtste, en tegelijk ook de eerste van de week.

Daarom ook gij, - nu nog wel niet feitelijk maar reeds met de vaste hoop, omdat gij hiervan een sacrament hebt en gij het onderpand van de Geest ontvangen hebt, - als gij verrezen zijt met Christus, verstaat dan wat boven is, waar Christus zetelt aan de rechterhand Gods; zoekt dan wat daarboven is, niet de dingen op aarde. Want gij zijt gestorven en uw leven is verborgen met Christus in God. Als dan Christus zal verschijnen, uw leven, zult ook gij met Hem verschijnen in heerlijkheid.