zaterdag 14 mei 2016

Overweging op het hoogfeest van Pinksteren



Handelingen 2, 1-11       
Romeinen 8, 8-17
Johannes 14, 15-26

Pinksteren leeft jammer genoeg bij veel mensen, ook christenen, minder en minder. Toch is Pinksteren, goed beschouwd, een uitermate belangrijk feest, want zonder het getuigenis van de leerlingen op die eerste pinksterdag zouden wij helemaal niets gehoord hebben over de boodschap van Jezus noch van al zijn daden. We zouden niets hebben geweten van die wonderbare en heilbrengende gebeurtenissen rond zijn dood en opstanding. Pinksteren is het feest van de Geest, van Gods Geest, de Geest van Jezus. Het feest van spiritualiteit en universaliteit, dat wil zeggen van gegrepenheid en gedrevenheid door de Geest, van een wereldwijde beweging, van katholiciteit dus, want dat is de betekenis van katholiek: over heel de wereld verspreid. Het woord pinksteren is de Nederlandse weergave, zo niet verbastering van het Griekse pentekoste dat vijftig betekent. Op de vijftigste dag na het Joodse Paasfeest wordt het Wekenfeest gevierd. In het boek Leviticus, het boek over Gods heiligheid en over de eisen die daaruit voortvloeien voor mens en dier, in dat boek lezen we in hoofdstuk 23: “Vanaf die dag na de sabbat (bedoeld is Pesach/ Pasen) moeten zeven volle weken worden afgeteld, tot de dag na de zevende sabbat. Vijftig dagen moeten jullie aftellen, en dan moeten jullie de HEER een graanoffer aanbieden uit de nieuwe tarweoogst” (vers 15-16). In de Joodse traditie is het Wekenfeest (zevenmaal zeven!) vooral de gedachtenis geworden aan de dag dat de Eeuwige – zijn Naam zij geprezen – zijn wetgeving aan Mozes op de Sinai openbaarde en met het volk een verbond sloot. Dat ging gepaard met de symbolische omstandigheden van een donkere wolk, teken van Gods aanwezigheid, van donder en bliksem, van vuur en stemgeluid. Zie Exodus 19,16-19. Wanneer God de HEER zijn Tien Woorden, de tien geboden, uitspreekt, wordt dat ingeleid met een laaiend vuur (Deuteronomium 5, 4-5), en ook besloten met de volgende tekst: ”De HEER heeft deze woorden tot u gesproken toen u bij de berg Sinaï bijeen was. Met een geweldig stemgeluid kondigde hij op de berg zijn geboden af, vanuit vuur en dreigend donkere wolken (vers 22 en 23).
Het Pinkstergebeuren van vandaag grijpt duidelijk terug op de openbaring van Sinaï: een luid gedruis, tongen van vuur, en het beginnen te spreken. Rabbi Jochanan zegt hierover: Toen God begon te spreken, splitste zijn stem zich op in zeventig stemmen, in zeventig talen, zodat alle volkeren Gods woorden zouden verstaan. Het Hebreeuwse woord roe’ach heeft een veelzijdig betekenisveld: adem, wind en geest.  Het is de adem die God ons heeft ingeblazen waardoor we levende wezens zijn.  Daarvan getuigt psalm 104 in vers 29: “Ontneem hun de adem en het is met hen gedaan; zend uw adem, en zij worden geschapen”. Het is de wind die optreedt wanneer God onder ons verschijnt; het is zijn geest die ons bezielt en aandrijft. Niet voor niets opent  de H. Schrift met de woorden: “Gods geest zweefde over de watermassa’s (Genesis 1,2), zoals de bijbel ook eindigt met de woorden: De bruid en de Geest zeggen: kom, Heer Jezus, kom!” Openbaring 22,17.
God zelf is onzichtbaar en onbenoembaar; niemand heeft ooit God gezien, getuigt de H. Schrift. Maar ook zijn Geest is ongrijpbaar als de wind. Vandaar dat Jezus zegt: de Geest waait waarheen Hij wil. Maar toch is die Geest in ons aanwezig als een drijvende kracht, als de benzine in een motor. Schitterend hoe Paulus ons leert: Gods Geest die Jezus van de doden heeft opgewekt, is ook in u aanwezig, en zal ook uw sterfelijk lichaam doen verrijzen tot onsterfelijkheid. En elders: ons bidden is maar stamelen; we weten vaak niet wat we tegen God moeten zeggen. Maar dan is het de Geest in ons die ons doet fluisteren: God, mijn Vader, God, onze Vader. En in het evangelie van Matteüs schetst Jezus ons een situatie waarin we van ons geloof zouden moeten getuigen, verantwoording af moeten leggen van ons leerling-zijn van hem. Wanneer dan de woorden ons ontbreken, als we niets zinnigs weten te zeggen als repliek op degenen die ons ondervragen, dan troost Jezus ons met de woorden: Wees maar niet bang! Als je met stomheid geslagen bent, dan is het de Geest die jou de juiste woorden in de mond zal leggen. Dat is ook het opvallende resultaat van de werking van de Geest vandaag:  de leerlingen kruipen uit hun schulp, uit hun veilig samenzijn in het behouden huis ; ze beginnen te spreken en treden naar buiten met hun paasboodschap over de verrezen Heer. Een spreken in talen waarmee een omgekeerd Babelverhaal ontstaat. In Genesis 11 verstaan de mensen elkaar niet meer, ze raken verdeeld en verspreiding zich in verwarring over de aarde. Weg eenheid, weg samenhang. De Geest is ook de Parakleet, Degene die erbij geroepen wordt. Dat wil zeggen dat de Geest ons door Jezus en zijn Vader ter beschikking wordt gesteld als Helper, Vertrooster en als Advocaat/ Pleitbezorger. Hij is onze bijstands-figuur bij uitstek. Op Hem kunnen wij altijd een beroep doen. In alle verwarring leert Hij ons ‘de waarheid’, legt Hij ons de betekenis van Jezus’ woorden uit en bemoedigt Hij ons in moeilijke omstandigheden. In Handelingen 2 komen vertegenwoordigers van ‘alle volken onder de hemel’  in Jeruzalem samen, en hoe verschillend hun moedertaal ook is, allen verstaan het woord van leven en heil dat hier gesproken wordt. Lucas somt daarbij van Noord tot Zuid, van Oost tot west 17 volkeren en groeperingen op, een samenstel van 10 + 7, wat universaliteit symboliseert en verwijst naar de katholiciteit, de wereldwijdheid van Gods kerk, Gods koninkrijk op aarde. [ N.B. het getal tien is de som van 1+2+3+4, de som dus van eenheid en dualiteit, van drie-eenheid en van 2+2 en 2x2 = 4; en het getal 7 is bij uitstek het symbool van volheid en volmaaktheid.]
Ja, wij zijn van nature al 2000 jaar lang een ware Pinkstergemeente, zonder dat we nu, met alle respect voor pinkstergemeenten, met geheven handen elke dag halleluja hoeven te roepen en overdreven blij, blij moeten zijn.   We zijn een gemeenschap die ten nauwste verbonden is met Maria, de  moeder van Jezus, en met de apostelen en de andere leerlingen, die in gebed en volharding bijeen waren, en geraakt door het hemelse Vuur getuigenis aflegden van Gods grote daden. Ik wil eindigen met een strofe uit een Pinkstergedicht:
Jezus blijft bij ons met zijn Geest,
Hij is er niet voor niets geweest!
Laat ons opnieuw beginnen,
de doodsangst overwinnen!
Dat vieren wij op het Pinksterfeest.

Alfons Jaake, pr.