zaterdag 28 mei 2016

H. Petrus Canisius [1521-1597]: Vijftien voorrechten der H. Maagd


Haar vijfde voorrecht is haar wonderlijke Opdracht: toen zij n.l. pas drie jaar oud, zichzelf in de Tempel opdroeg. Daar heeft zij allen tot stichting gestrekt; en immer getoond: dat ze God was toegewijd en heilig in alles, voortgaand van deugd tot deugd.
  
Haar zesde voorrecht is: haar buitengewone maagdelijkheid. Maria’s ongereptheid naar ziel en lichaam was volmaakter dan die van andere maagden. De H. Maagd, zij alléén de Maagd der maagden, was de éérste die aan de miskenning der maagdelijkheid een einde heeft gesteld: door de maagdelijkheid lief te hebben en tot haar deel te verkiezen met de bezegeling van een gelofte.
Alle maagden worden door háár overtroffen in zuiverheid, en ze overtreft allen ook door vruchtbaarheid: want in niet één enkele maagd buiten háár, werd deze met de zuiverheid verbonden aangetroffen!

Ook overtreft zij allen door haar invloed: door haar voorbeeld immers heeft zij als het ware andere maagden te voorschijn geroepen en tot haar navolging aangespoord: “Achter haar worden maagden tot den Koning geleid.” Zij is de Maagd zonder weerga, die maagd was vóór,  tijdens en ná haar baren!