Verbum Dei caro factum
omnes salvat et universa recapitulat
in gloriam Trinitatis
Terwijl de Kerk de wereld helpt
en van die wereld veel ontvangt, streeft zij naar dit ene, namelijk dat het
Rijk van God moge komen en het heil van de gehele mensheid werkelijkheid mag
worden. Maar alle goeds dat het volk van God in de tijd van zijn aardse tocht
aan de mensheid kan verschaffen, komt hieruit voort dat de Kerk het ‘universeel
sacrament van het heil is’ [Vgl. Lumen
Gentium 48] , dat het geheim van de liefde van God voor de mens tegelijk
manifesteert en realiseert.
Het Woord van God,
waardoor alles is gemaakt, is zelf mens geworden, zodat Het als de volmaakte
Mens allen kon redden en alles in zich recapituleren tot glorie van de
Drieëenheid. De Heer is het doel van de mensengeschiedenis, het punt waarnaar
alle verlangens van de geschiedenis en de beschaving convergeren, het centrum
van de mensheid, de vreugde van alle harten en de vervulling van hun verlangens
[Vgl. Toespr. Paulus VI 3.2.1965].
Hij is het die de
Vader van de doden deed opstaan, verhief en aan zijn rechterhand deed
plaatsnemen, Hem aanstellend tot Rechter over levenden en doden. In zijn Geest
zijn wij tot leven gewekt en verenigd en zijn wij op weg naar die voleinding
van de geschiedenis van de mensheid, welke volledig met het plan van zijn
liefde overeenstemt: ‘Alles in Christus herstellen wat in de hemel en op aarde
is’ [Ef 1,10].
De Heer zelf zegt:
‘Zie, Ik kom spoedig en mijn loon breng Ik mee, om ieder te vergelden naar zijn
werk. Ik ben de Alpha en de Omega, de Eerste en de Laatste , de Oorsprong en
het Einde’ [Apoc 22,12-13].
[Gaudium et spes,
45]