zaterdag 14 november 2020

Lezingenofficie 33e zondag door het jaar Liturgia Horarum

Lezingen van het Lezingenofficie

Augustinus leest Paulus, fresco van Benozzo Gozzoli (1420-1497)

Eerste lezing

Over de laatste tijden

Uit het boek van de profeet Joël 2,21-35

Wees niet bang meer, akkers, barst uit in gejubel, want de Heer doet grote daden! Wees niet bang meer, dieren van het veld, want een kleed van groen bedekt de woestijn, de bomen dragen volop vrucht, vijgenboom en wijnstok geven hun rijkdom. En jullie, kinderen van Sion, wees blij en barst uit in gejubel om de Heer, jullie God, want hij geeft regen om je te verkwikken, hij laat de regen overvloedig op je neerdalen, vroege regen en late regen, elk op de juiste tijd. De dorsvloeren liggen weer vol met graan, de perskuipen lopen over van wijn en olie. Ik zal jullie schadeloosstellen voor de oogst van jaren die door al die zwermen sprinkhanen is opgevreten, door mijn grote leger, dat ik op jullie had afgestuurd. Je zult weer volop te eten hebben, meer dan genoeg, en je zult de naam van de Heer, je God, prijzen, want ik heb wonderbaarlijk met jullie gehandeld; nooit zal mijn volk weer te schande gemaakt worden. Dan zullen jullie inzien dat ik in Israëls midden ben, dat alleen ik, de Heer, jullie God ben; nooit zal mijn volk weer te schande gemaakt worden. Daarna zal zich dit voltrekken: Ik zal mijn geest uitgieten over al wat leeft. Jullie zonen en dochters zullen profeteren, oude mensen zullen dromen, en jongeren zullen visioenen zien; zelfs over slaven en slavinnen zal ik in die tijd mijn geest uitgieten. Dan zal ik tekenen geven aan de hemel en op aarde: bloed en vuur en zuilen van rook, de zon verandert in duisternis en de maan in bloed. Dan komt de dag van de Heer, groot en ontzagwekkend. Dan zal ieder die de naam van de Heer aanroept ontkomen: op de Sion, in Jeruzalem, is een toevlucht te vinden, zoals de Heer heeft beloofd; ieder die hij roept zal worden gered.

Tweede lezing

Uit de Verhandelingen over de psalmen van de H. Augustinus, bisschop
(Ps 95, 14. 15: CCL 39, 1351-1353)

Laten wij zijn eerste komst niet weerstaan, om de tweede niet te hoeven vrezen

Dan zullen alle bomen juichen in het woud voor het aanschijn van de Heer, omdat Hij komt, omdat Hij komt om de aarde te richten. Eerst komt Hij, en daarna zal Hij komen. Deze stem klonk als eerste in het Evangelie: Van nu af zult gij de Mensenzoon zien komen op de wolken. Wat wil zeggen: van nu af? Zal de Heer dan later niet komen, als alle volken der aarde zullen weeklagen? Eerst kwam Hij in zijn predikers en vervulde Hij de gehele aarde. Laten wij  zijn eerste komst niet weerstaan, om niet zijn tweede te moeten vrezen.
Wat moeten de christenen dan doen? De wereld gebruiken, niet de wereld dienen. En wat wil dat zeggen? Bezitten alsof men niet bezat. Zo zegt de Apostel: Overigens, broeders, de tijd is kort geworden. Laat daarom zij, die vrouwen hebben, zijn als hadden zij die niet; zij, die wenen, als weenden zij niet; zij die zich verheugen, als waren zij niet verheugd; zij, die kopen, als werden zij geen eigenaar. Kortom, zij die met het aardse omgaan, moeten er niet in opgaan; want de wereld, die zij zien, gaat voorbij. Ik zou willen, dat gij zonder zorg waart. Wie zonder zorg is, wacht rustig tot zijn Heer komt. Want wat is dat voor een liefde tot Christus: vrezen, dat Hij komt? Broeders, schamen wij ons niet? Wij beminnen en vrezen, dat Hij komt? Beminnen wij dan wel zeker? Of beminnen wij meer onze zonden? Laten wij die zonden dus haten en Hem beminnen, die zal komen om de zonden te straffen. Hij zal komen, of wij willen of niet; want niet, omdat Hij nu nog niet komt, zal Hij niet komen. Hij zal komen, maar men weet niet wanneer; en als Hij u bereid vindt, zal het u niet schaden, dat gij niet weet, wanneer Hij komt.
En dan zullen alle bomen juichen in het woud. Eerst komt Hij en daarna zal Hij de aarde richten: Hij zal hen juichend vinden, die bij zijn eerste komst geloofd hebben, dat Hij kwam.
Hij zal de wereld rechtvaardig richten en de volken vonnissen naar de waarheid. Wat is rechtvaardigheid en waarheid? Zijn uitverkorenen zal Hij bij zich verzamelen om te oordelen; maar de overigen zal Hij van elkaar scheiden. De enen zal Hij aan zijn rechterkant plaatsen, de anderen aan zijn linker. Wat zal er dan rechtvaardiger zijn, wat zal meer met de waarheid overeenkomen dan dat zij, die geen barmhartigheid willen beoefenen voordat de rechter kwam, ook geen barmhartigheid van de rechter kunnen verwachten? Maar die barmhartig wilden zijn zullen ook met barmhartigheid geoordeeld worden. Want tot degenen aan zijn rechterhand zal Hij zeggen: Komt , gezegenden van mijn Vader, neemt bezit van het rijk, dat voor u is bereid vanaf de grondvesting der wereld. En Hij rekent hun dan als verdienste de werken van barmhartigheid aan: Want ik had dorst en gij hebt Mij gelaafd, enzovoorts.
Maar wat zal Hij daarentegen diegenen aan de linkerkant verwijten? Dat zij geen bramhartigheid wilden beoefenen. En waarheen zullen zij gaan? Gaat heen in het eeuwig vuur. Dat onheilswoord zal een jammerlijk zuchten bewerken. Maar wat zegt dat anderen psalmwoord? De rechtvaardige blijft voor eeuwig in de herinnering; voor het onheilswoord is hij niet bevreesd. Wat is dat: het onheilswoord? Gaat in het eeuwig vuur, dat bereid is voor de duivel en zijn engelen. Wie zich verheugt doordat hij het goede hoort, zal niet vrezen het kwade te horen.

Of zal de rechter soms niet rechtvaardig zijn, omdat gij onrechtvaardig zijt? Of zal de waarheid niet waarachtig zijn, omdat gij leugenachtig zijt? Maar als gij een barmhartige rechter wilt hebben, wees dan zelf barmhartig voor Hij komt: vergeef als tegen u is misdaan, en geef van hetgeen gij in overvloed hebt. Uit wiens bezit geeft gij anders dan uit het Zijne? Als gij het uwe zoudt geven, zou het een schenking zijn. Nu gij uit zijn bezit weggeeft, is het een uitgave. Want wat hebt gij, dat gij niet ontvangen hebt. Aangename offers aan God zijn deze: Barmhartigheid, nederigheid, schuld bekennen, vrede en liefde. Laten wij deze betonen en zo zullen wij veilig afwachten de komst van de Rechter, die de wereld rechtvaardig zal richten en de volken vonnissen naar de waarheid.