maandag 16 november 2020

Lectio divina lingua latina Liturgia Horarum Hebdomada XXXIII per annum Feria II Qui vicerit, a morte secunda non lædetur. Wie overwint, zal van de tweede dood geen schade lijden.


   Ad Officium lectionis



Plaatje

Lectio altera

Ex Tractátu sancti Fulgéntii Ruspénsis epíscopi De remissióne
(Liber 2, 11, 2 — 12, 1. 3-4: CCL 91 A, 693-695)
Tweede lezing

Uit het tractaat over ‘De vergiffenis der zonden’ van de H. Fulgentius van Ruspe, bisschop
(Liber 2, 11, 2 — 12, 1. 3-4: CCL 91 A, 693-695)

Wie overwint, zal van de tweede dood geen schade lijden

Plotseling, in een oogwenk, bij de laatste bazuin, want zodra de bazuin zal weerklinken zullen de doden verrijzen in onvergankelijkheid, en wij, wij zullen van gedaante veranderen.  Als Paulus zegt ‘wij’, toont hij aan, dat zij deel zullen hebben aan de toekomstige verandering, die in deze tijd met hem en zijn gezellen zich verenigd voelen de kerkelijke verbondenheid van een deugdzaam leven. En als hij ons wil leren, wat voor een verandering dat zal zijn, zegt hij: Want dit vergankelijke moet met onvergankelijkheid worden bekleed en dit sterfelijke met onsterfelijkheid. Opdat dus bij die uitverkorenen daarna de verandering zal volgen van de rechtvaardige beloning, gaat er eerst die verandering aan vooraf van een genadevolle mildheid.

Aan hen dan ook, die in dit leven van slecht naar goed veranderd zijn, wordt de vergelding beloofd van de toekomstige verandering.

Deze laatste geschiedt in hen door genade, zoals de eerste door rechtvaardiging, waardoor men geestelijk verrijst. Die verandering begint door een goddelijke gave. En na de verrijzenis in het lichaam, waardoor de verandering der rechtvaardigen wordt voltooid, wordt die volmaakte verheerlijking in alle eeuwigheid niet meer veranderd. Want daartoe verandert hen eerst de genade van de rechtvaardiging, daarna die van de verheerlijking, opdat die verheerlijking zelf in hen onveranderlijk en eeuwig zou blijven voortbestaan.

Want hier worden zij veranderd door een eerste verrijzenis, waardoor zij verlicht worden, opdat zij zich zouden bekeren. Daardoor worden zij namelijk overgebracht van de dood naar het leven: van de ongerechtigheid naar de gerechtigheid, van het ongeloof naar het geloof, van hun slechte daden naar een heilige levenswandel. Zo heeft de tweede dood geen macht over hen. Over deze zegt de Apostel: Zalig die deel heeft aan de eerste opstanding. Over hen heeft de tweede dood geen macht. In hetzelfde Boek wordt weer gezegd: Wie overwint, zal van de tweede dood geen schade lijden. Zoals dus de eerste verrijzenis plaats vindt bij de bekering des harten, zo vindt de tweede dood plaats in de eeuwige foltering.

Al wie niet veroordeeld wil worden met de eeuwige straf van de tweede dood, moet zich haasten deel te krijgen aan die eerste verrijzenis. Want zij, die zich in het tegenwoordige leven bekeerd hebben uit vrees voor God en overgaan van het slechte naar het goede leven, gaan van de dood over naar het leven en veranderen ook later van de schande naar de glorie.