woensdag 8 juni 2016

Liturgia Horarum- Onze levensloop moet gekenmerkt worden door geloof en gerechtigheid.


Uit de brief van de heilige martelaar Polycarpus, bisschop van Smyrna († ca. 156), aan de christenen van Filippi

Onze levensloop moet gekenmerkt worden door geloof en gerechtigheid.
Ik verzoek u allen dringend te gehoorzamen aan het woord van de gerechtigheid en te volharden in het geduld dat u met eigen ogen hebt aanschouwd, niet alleen bij de gelukzalige Ignatius, Zosimus en Rufus, maar ook bij anderen uit uw midden en bij Paulus zelf en de overige apostelen. Weest ervan overtuigd dat hun loopbaan niet vergeefs is geweest (vgl. Gal. 2, 1), maar gekenmerkt werd door hun geloof en gerechtigheid. Neemt het van mij aan: nu zijn zij op de plaats die hun toekomt bij de Heer, met wie zij geleden hebben. Zij hebben deze wereld niet liefgehad (vgl. 2 Tim. 4, 10), maar zij hebben Hem bemind die voor ons gestorven is en die voor ons is opgewekt door God.
Houdt u dus hieraan en volgt het voorbeeld van de Heer. Staat vast en onwankelbaar in het geloof; hebt elkaar lief als broeders en zusters, blijft één in de waarheid, weest voorkomend en verdraagzaam zoals de Heer en minacht niemand. Wanneer u goed kunt doen, stelt het dan niet uit, want ‘de aalmoes redt van de dood’ (Tobit 12, 9). Weest allen aan elkaar onderdanig en ‘leidt onder de heidenen een voorbeeldig leven’ (1 Petr. 2, 12), opdat uw goede werken u tot eer strekken en de Heer niet om u bespot wordt. ‘Wee degene door wie de naam van de Heer bespot wordt’(Jes. 52, 5). Leert aan allen uw levenskunst, want gij zijt nuchter en waakzaam.
Het gedrag van Valens vervult mij met droefheid; hij is enige tijd als presbyter of oudste in uw midden geweest, maar nu miskent hij grotelijks de taak die hem was toevertrouwd. Ik waarschuw u dan ook: houdt u verre van geldzucht, weest rein en oprecht. Onthoudt u van alle kwaad. Hoe zou iemand die zichzelf op dit punt niet meester kan zijn, dit aan een ander kunnen voorhouden? Als iemand zich niet verre houdt van geldzucht, wordt hij bezoedeld door afgoderij en zal hij geoordeeld worden met de heidenen die het oordeel van de Heer niet kennnen. Of weten wij niet dat de heiligen de wereld zullen oordelen, zoals Paulus leert? (vgl. 1 Kor. 6, 2).
Iets dergelijks heb ik echter bij u niet waargenomen, zo iets heb ik niet gehoord van u, onder wie de heilige Paulus heeft gewerkt; u wordt met ere vermeld in het begin van zijn brief. Over u spreekt hij met lof in alle gemeenten die destijds als enige onze Heer en God kenden; wij kenden Hem toen nog niet.
Ik ben dus, geliefden, erg bedroefd over Valens en zijn vrouw. Moge God hen tot oprechte inkeer brengen. En wat u betreft: neemt in deze zaak een gematigd standpunt in. Behandelt zulke mensen niet als vijanden, maar roept hen als lijdende en afgedwaalde leden terug, opdat heel uw lichaam behouden blijft. Want als u dit doet, bouwt u uzelf op.