dinsdag 6 augustus 2019

7 augustus H. Cajetanus, priester "Moge Christus door het geloof in onze harten wonen"


Cajetanus werd in 1480 geboren te Vicenza. Hij studeerde rechten in Padua en stichtte, na zijn priesterwijding, te Rome een religieuze gemeenschap (theatijnen genaamd) om het apostolisch leven te bevorderen. Na een leven van gebed en daadwerkelijke naastenliefde stierf hij te Napels in 1547.

Uit een brief van de heilige priester Cajetanus († 1547) aan Elisabet Porto

Moge Christus door het geloof in onze harten wonen.

Ik ben een zondaar en acht mezelf gering, maar ik neem mijn toevlucht tot de beste dienaars van de Heer, opdat zij Christus, de Gezegende, en zijn Moeder voor u zullen bidden. Vergeet echter niet dat alle heiligen samen u niet zo geliefd kunnen maken bij Christus als gij dat zelf kunt doen. Dat is uw taak. Als gij wilt dat Christus u liefheeft en u bijstaat, bemin Hem dan zelf en houd uw wil erop gericht om Hem altijd te behagen. Twijfel er niet aan dat, zelfs als alle heiligen en alle schepselen u in de steek zouden laten, Hij u toch in al uw noden zal bijstaan.
Weet dit zeker: hier op aarde zijn wij vreemdelingen en reizigers: ons vaderland is de hemel. Wie zich in hoogmoed opblaast, dwaalt van de weg af en loopt de dood tegemoet. Gedurende dit leven hier moeten wij het eeuwig leven verwerven. Daartoe zijn we echter alleen niet in staat, want om onze zonden hebben we dat eeuwig leven verloren, maar Jezus Christus heeft het voor ons herwonnen. Daarom moeten wij Hem altijd dankzeggen, Hem beminnen, Hem gehoorzamen en, zoveel we maar kunnen, altijd bij Hem zijn.
Hij gaf ons zichzelf als voedsel: ongelukkig wie zulk een gave miskent. Het is ons gegeven Christus, de zoon van de maagd Maria, te bezitten en we wijzen Hem af. Wee degene die zich er niet om bekommert Hem te ontvangen. Er is één goed, dochter, dat ik mezelf toewens en dat ik voor u afsmeek - maar er is geen ander middel om het te verkrijgen dan dikwijls de maagd Maria erom te bidden - dat zij u met haar verheven Zoon bezoekt. Durf haar zelfs te vragen u haar Zoon te geven, die het ware voedsel voor de ziel is in het allerheiligste Sacrament van het altaar. Graag zal zij u Hem geven en nog liever zal Hij komen om u te sterken, opdat gij veilig voort moogt gaan in dit donkere woud waar veel vijanden ons belagen. Zij blijven echter ver van ons als ze zien op welke hulp wij vertrouwen.
Dochter, ontvang Jezus Christus niet om Hem naar uw hand te zetten. Ik wil dat gij u aan Hem overgeeft en dat Hij u ontvangt, opdat Hij, uw God en Redder, aan u en in u zal doen al wat Hem behaagt. Dat verlang ik, dat vraag ik van u en, voor zover het in mijn bevoegdheid ligt, dat leg ik u op.