Posts tonen met het label Thomas a Kempis. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Thomas a Kempis. Alle posts tonen

zaterdag 14 juni 2025

Liturgia Horarum H. Lidwina "Wanneer in mijn hart de zorgen mij drukken, dan beurt uw vertroosting mij op"

Uit het leven van de maagd Lidwina door Thomas van Kempen († 1471)

Tijdens haar langdurig lijden ontving zij in rijke mate goddelijke vertroosting.

‘Wanneer in mijn hart de zorgen mij drukken, dan beurt uw vertroosting mij op’ (Ps. 94 (93), 19). Deze uitspraak van de heilige Schrift is op ondubbelzinnige wijze letterlijk door God vervuld in deze heilige maagd, in Lidewiges (Lidwina), die Hij eerst met allerlei lichamelijk en geestelijk lijden overstelpte om haar te louteren, maar die Hij later te midden van haar vele pijnen en kwalen bezocht om haar telkens weer te vertroosten en te verblijden.
Toen er ongeveer drie of vier jaren voorbij waren sinds het begin van haar ziekte, was zij nog ongeduldig onder Gods kastijding en nog niet uit eigen beweging onderworpen aan God, door wie toch niets op aarde zonder reden geschiedt. Wanneer zij haar vriendinnen die haar kwamen bezoeken, gezond en vrolijk zag, terwijl zij zelf zwaar ziek was, verlangde zij er meer naar samen met de anderen gezond te zijn van lijf en leden, dan innerlijk gelukkig te zijn door de deugd van geduld. En omdat zij nog geen smaak had in het geestelijke en niet wist wat God het meest behaagde, klaagde zij soms en treurde zij vaak over haar lijden. Dan weende zij zulke bittere tranen dat zij door niemand getroost wilde worden.
Toen nu haar biechtvader, de heer Johannes Pot, die gewoon was haar tweemaal per jaar de heilige communie te brengen, haar kwam bezoeken, trachtte hij met zijn troostende woorden haar te bewegen voortaan haar tranen te bedwingen en haar droefheid te matigen. Daarom gaf hij haar de goede raad zich welbewust aan Gods wil over te geven en zich toe te leggen op de overweging van het lijden des Heren, en hij verzekerde haar dat zij hierdoor gemakkelijk goede troost zou ontvangen. Zij vroeg de priester dus hoe zij deze vrome oefening moest verrichten en leerde van hem een methode voor deze heilzame overweging. Maar toen zij er niet onmiddellijk baat bij vond - want zij proefde niet terstond honing uit de rots of wonderbaar brood - voelde zij tegenzin opkomen en wierp zij als bittere alsem weg, wat zij in haar hart had opgenomen maar wat nog niet diep was geworteld.
Toen evenwel deze priester er sterker op aandrong en haar krachtiger aanspoorde zich geweld aan te doen om door te gaan met wat zij begonnen was en haar tegenzin te overwinnen, liet zij zich door die goede raadgevingen leiden en gaf zij gewillig gehoor aan hetgeen haar biechtvader haar zei. Nadat zij zich tenslotte met grote inspanning de goede gewoonte had eigen gemaakt over God te mediteren, schonk dit haar na verloop van tijd zoveel troost dat zij gaarne verklaarde zich volmaakt te willen verloochenen. Want als zij door het bidden van één Weesgegroet haar algehele genezing zou kunnen verkrijgen, zou zij dit toch niet doen of wensen.
Ongetwijfeld was deze verandering te danken aan de Allerhoogste zelf die zijn hand naar de behoeftige uitstak en haar, tijdens haar langdurig lijden, ’s nachts vertroostte op haar ziekbed. Want aangetrokken en verlokt door de verborgen zoetheid van ’s Heren lijden, overwoog zij dag en nacht op gezette tijden het lijdensverhaal in zeven gedeelten, overeenkomstig het getal van de kerkelijke getijden. Hierin vond zij het verborgen manna, en zij werd met vreugde over zoveel zoetheid vervuld. En het was alsof niet zijzelf, maar Christus - wiens lijden zij overwoog - verdroeg wat zij tot dan toe zelf had geleden. Toen kon zij, door de Geest onderwezen, uit eigen ervaring met de profeet Jesaja zeggen: ‘Waarlijk, Gij zijt een verborgen God’ (Jes. 45, 15) en luide zijn woorden herhalen: ‘Iedere nacht verlang ik naar U; ik hunker naar U met heel mijn ziel. Voor U waak ik vanaf de vroege morgen’ (Jes. 26, 9).

donderdag 31 oktober 2024

Thomas a Kempis November: Allerheiligen- en Allerzielenmaand "Heimwee naar de hemel"

Thomas a Kempis

Heimwee naar de hemel

Het  enige diep in hun hart levende verlangen van de heiligen tijdens hun leven op aarde was zich niet te conformeren aan deze wereld, maar door verachting van het tijdelijke steeds naar de tegenwoordigheid van Christus en de gemeenschap van de engelen te streven. Daarom beschouwde de heilige apostel Paulus, die Christus vurig beminde, al het aardse als niets en zei uit verlangen naar de hemelse dingen: “Ik verlang heen te gaan om met Christus te zijn” (Fil 1,23).

Niet alle mensen zullen dit wensen, maar alleen degenen die naar de volmaaktheid streven en kunnen zeggen: “Ons vaderland is in de hemel” (Fil 3,20). Weinigen worden er gevonden die zich zo hebben losgemaakt van de wereld dat zij met heel hun wezen naar de eeuwige dingen haken en niet naar tijdelijke rijkdom en naar eer vragen. Die in liefde voor Christus zijn ontvlamd, zich in armoede en zelfverachting verheugen en in deemoed hun gemoed verootmoedigen en zichzelf nauwkeurig onderzoeken vanwege kleine nalatigheden, die de nooddruft van het leven matig en dankbaar genieten en zich hier met weinig tevreden stellen, verachten op rechtschapen wijze de wereld en zijn vrienden van Christus. Zij ijlen naar het vaderland, zijn bereid te sterven om haastig tot bij Christus te komen, omdat er niets meer in deze wereld te vinden is dat hun waarachtig gelukkig zou kunnen maken.

Gelukkig is de ziel die zo’n verlangen in zich draagt en dagelijks in geloof en vertrouwen het ene verlangen bij het  andere voegt en Christus blijft bidden en aanroepen dat voor haar de hemelpoort wordt geopend en zij het Rijk van God mag binnengaan dat allen die geloven is beloofd.

O gelukzalig vaderland, waar eeuwige vreugde woont, bestendige vrede, klare kennis van God, volmaakte liefde en eeuwige zaligheid! Eén dag daar is beter dan duizendmaal duizend hier; want daar is geen gebrek, hier echter groot leed, zelden vrede en onvolmaakte kennis. Wat kunnen wij, armen, weten van de eeuwige gelukzaligheid? Wat vermogen sterfelijke mensen te begrijpen van de ware eeuwigheid en het eeuwige leven, zolang het, zoals de H. Schrift zegt, met een donkere wolk bedekt, voor ons verborgen is? Daarom past het dat een naar God verlangende, maar nog door de duisternis van deze wereld omhulde ziel, naar de vreugde van het eeuwige leven verzucht. Richt dus zonder onderbreken de ogen van uw geest op de gemeenschap van het hemelse vaderland, waar Christus heerst in de heerlijkheid van de Vader in alle eeuwigheid. Amen.  

maandag 25 juli 2022

25 juli 1471 - Sint Jacobsdag: Sterfdag Thomas van Kempen

25 juli 1471 - Sint Jacobsdag: Sterfdag Thomas van Kempen

* Geboren tussen eind 1379 en midden 1380 in Kempen am Niederrhein in Noordrijn-Westfalen
†  25 juli in het klooster Sint Agnietenberg, Zwolle

“Eodem anno in festo sancti Iacobi maioris post completorium obiit prædilectus frater noster Thomas Hemerken de Kempis natus, civitatis diœcesis Coloniensis, anno ætatis suæ xcii et investitionis suæ lxiii, anno autem sacerdotii sui lviii”.

In ditzelfde jaar [1471] stierf op het feest van de heilige Jacobus de Meerdere na de Completen onze zeer geliefde broeder Thomas Hemerken, geboortig uit Kempen, een stadje in het bisdom Keulen, in zijn 91e levensjaar, het 63e jaar van zijn inkleding, in het 58e jaar van zijn priesterschap.

Zo begint het bericht van het overlijden van Thomas van Kempen, opgetekend in het “Chronicon Montis S. Agnetis”, de Kroniek van de Sint Agnietenberg, een werk waarmee hij enkele weken voor zijn dood nog bezig was. Zijn naam werd het meest bekend door zijn meesterwerk De Imitatione Christi – (Over) de Navolging van Christus, (1420). Aan de kroniek van zijn klooster heeft hij heel zijn leven als kloosterling gewerkt. Een andere hand zou zijn overlijden boekstaven.

Thomas Hemerken kwam in 1392 naar Deventer om daar te worden opgenomen in het convict (1) van de Broeders van het Gemene Leven dat geleid werd door Heer Florens Radewijns. Hier stond hij mede aan de wieg van de Moderne Devotie, een laat middeleeuwse spirituele vernieuwingsbeweging, gedragen door de Broeders en Zusters van het Gemene (Gemeenschappelijk] leven binnen de Rooms-Katholieke Kerk met als inspirator Meester Geert Grote (1340-1384) uit Deventer.

De Moderne Devotie beoogde een grotere verinnerlijking op kerkelijk en maatschappelijk gebied waarbij het beleven van het kloosterlijke ideaal samen moest gaan met het verrichten van werken van barmhartigheid.

In 1399 trad hij in het een jaar eerder gestichte klooster van de Augustijner kanunniken op de Sint Agnietenberg bij Zwolle in; zijn oudere broer Johannes was hem daarheen voorgegaan.  Hij ontving de kloosternaam Donatus en in 1407 legde hij de kloostergeloften af, waarna in  1414 de priesterwijding volgde.

Thomas bekleedde meerdere malen het ambt van prior en tegelijkertijd dat van novicenmeester. Hij geldt als vertegenwoordiger bij uitstek van de Moderne Devotie en stelde uitstekende geschriften samen, waaronder de thans nog altijd bekende reeds genoemde “Navolging van Christus”, een werk dat uit vier Boeken bestaat met als thematiek middels verzaking aan de wereld en toekering tot God te leven naar het voorbeeld van Christus. Talrijke teksten wijzen hierop zoals het volgende citaat uit Boek II, hfdst 1, nrs. 1,3-4,7,9-10: “Het koninkrijk Gods is in u (Lc 17,20,21), zegt de Heer. Keer terug met heel uw hart tot God, en laat  deze armzalige wereld voor wat ze is en uw ziel zal rust vinden. Want het Rijk Gods is vrede en vreugde in de heilige Geest (Rom 14,17), dat niet gegeven wordt aan goddelozen. Christus zal tot u komen en u zijn vertroosting laten ervaren, als gij Hem tenminste binnen in u een waardige woonplaats hebt bereid. Daarom trouwe Christusvriend, maak voor deze Bruidegom uw hart gereed, zodat hij zich gewaardigt tot u te komen en in u te wonen. Maak dus plaats voor Christus. Als ge Christus bezit, zijt ge rijk en is u dat voldoende. Hijzelf zal voor u zorgen en u getrouw in alles bijstaan, zodat het voor u niet nodig is op mensen te vertrouwen”. (Vertaling B. Naaykens).

Hij stelde verder bijna 40 ascetisch en spirituele geschriften samen die als vormende literatuur grote verbreiding vonden in kloosters en wereld. 

Al zijn werken werden – dankzij de nieuwe techniek van de boekdrukkunst - nog in de 15e eeuw wijd verspreid; tussen 1601 en 1759 werden zijn volledige werken negen keer gedrukt.

Spoedig na Thomas’ dood werd zijn biografie geschreven, in 1672 werd zijn gebeente naar Zwolle overgebracht en rustte daar in de Sint Michaëlskerk tot 1965, het jaar waarin deze kerk werd gesloopt en ook het specifieke Thomas a Kempis-grafmonument (1895) van F.W. Mengelberg verloren ging. Zijn relieken gingen vervolgens naar de nieuwe Sint-Michaëlkerk en na sluiting van deze kerk naar de Basiliek van Onze-Lieve-Vrouw-ten-Hemelopnemening.

Meerdere malen werd de zaligverklaring ingeleid, maar niet voltooid.

De nieuwe kroniekschrijver vervolgt:
Hic in iuvenili ætate fuit auditor domini Florentii in Daventria, et ab eo directus est ad fratrem suum germanum, tunc temporis priorem montis sanctæ Agnetis, anno ætatis suæ xx, a quo post sex annos probationis suæ investitutus est“.

Hij [Thomas] was in zijn jeugd toehoorder (leerling) van Heer Florens in Deventer en werd door hem op twintigjarige leeftijd naar zijn broer gestuurd, die toen prior was op de Sint Agnietenberg. Door hem werd hij na zes proefjaren ingekleed.

Thomas kreeg dus ruimschoots de tijd om zich te oefenen in het canonieke kloosterleven alvorens hij tot het noviciaat werd toegelaten.

Et sustinuit ab exordio monasterii magnam penuriam, temptationes et labores.
Scripsit autem Bibliam nostram totaliter et alios multos libros pro domo et pro pretio. Insuper composuit varios tractatulos ad ædificationem iuvenum in plano et simplici stilo, sed prægrandes in sententia et operis efficacia“.

Vanaf het begin van het klooster verdroeg hij grote ontberingen, beproevingen en de lasten van zware arbeid. Hij kopieerde echter ook onze Bijbel volledig en schreef veel andere boeken ten behoeve van het huis en voor de verkoop. Bovendien stelde hij verschillende tractaatjes samen tot stichting van de jongeren in een klare en eenvoudige stijl, groots echter qua strekking en effect.

Reliekschrijn in de basiliek van O.L.Vrouw-ten-Hemelopneming,  Zwolle




“Fuit etiam multum amorosus in passione Domini et mire consolativus temptatis et tribulatis. Tandem circa senium suum vexatus hydropisi in cruribus obdormivit in Domino, sepultus est in ambitu oriental ad latus fratris Petri Herbort”.

Voor het lijden van de Heer koesterde hij een zeer innige liefde en wist hen die bekoord en gekweld werden op een bewonderenswaardige wijze te troosten. In zijn ouderdom leed hij aan waterzucht in zijn botten en overleed tenslotte in de Heer. Hij werd begraven in de oostelijke kruisgang, naast broeder Petrus Herbort.

1)   Convict: (uit het Latijn: samenleving) huis waar priesterstudenten en priesters samenwonen zonder aan een kloosterregel te zijn gebonden.

zondag 2 januari 2022

Thomas a Kempis - Mijn enig heil, niet naar de letter, maar naar de geest

THOMAS A KEMPIS OVER HET GEVEN VAN DE HEILBRENGENDE NAAM JEZUS

Ik zegen U en zeg U dank, Heer Jezus Christus, omdat U een nieuwe, heilbrengende en aanbiddelijke Naam gegeven werd, die Jezus luidde. Deze werd het eerst door de engel toevertrouwd aan de oren van de zalige Maagd Maria. Later werd hij aan Josef in de slaap geopenbaard. Maar op deze dag is hij U gegeven door uw ouders.

O zoete Naam, boven elke naam in de hemel en op aarde gezegend. Uw lof, o Jezus, reikt als uw Naam tot aan de grenzen der aarde. Van de opgang tot de ondergang van de zon zij uw Naam geprezen en van nu af tot in eeuwigheid verheerlijkt naar zijn volle grootheid. Van eeuwigheid werd deze allerheiligste en eerbiedwaardige Naam voor U door de Vader bestemd, maar in de tijd aan de mensen bekend gemaakt. Want onder de hemel is geen andere Naam aan de mensen gegeven, waardoor wij zalig moeten worden. Daarom buige zich terecht voor U iedere knie in de hemel, op aarde en onder de aarde, en iedere tong belijde, dat Gij zijt Jezus Christus, ons heil en onze verlossing. O allerdierbaarste Jezus, hoe heerlijk is uw Naam over heel de aarde. Want verheerlijkt is uw Naam boven de naam van Salomon en boven alle koningen, die vóór hem geweest zijn en die na hem zullen heersen. Daarom zullen alle vorsten der aarde U huldigen. En alle volken en tongen zullen U dienen, omdat Gij zijt de Heer onze God, Koning en Heiland van alle christenen.

O verrukkelijke heilbrengende Naam Jezus, die alle kwaal geneest, de geest verlicht en de harten ontvlamt; die droefheid verdrijft, toorn stilt, vrede en eendracht schenkt, de liefde voedt en in kwelling vreugde schenkt.

Deze hoogst beminnenswaardige Naam werd van de hemel uit door een engel op aarde gebracht, door de apostelen als een blijde boodschap verkondigd over heel de wereld. Voor deze Naam hebben martelaren geleden. Die Naam hebben belijders met luide stem geleraard, die Naam hebben heilige maagden vurig liefgehad. Die Naam prijzen en bezingen grijsaards en kinderen en duizenden en nog eens duizenden gelovigen verkozen de dood boven de verloochening van de honingzoete Naam Jezus.

Deze heilbrengende Naam wordt thans door koningen en vorsten aanbeden, door priesters en leraren verkondigd. Die Naam wordt bijzonder vereerd en bemind door allen, die in Christus geloven, die met verzaking aan de wereld en duivel in Jezus’ Naam op verlossing hopen. Want Jezus is het heil en de schutse van al de zijnen, in wier ziel geloof en liefde wonen.

O allerdierbaarste Jezus. Mijn enig heil, niet naar de letter, maar naar de geest. Laat die Naam daar gegrift staan en eeuwig blijven ingeprent zó diep, dat voor-, noch tegenspoed mij ooit van uw liefde kunnen vervreemden. Wees Gij mij een sterke Toren tegen de vijand, een Trooster in droefheid en een Raadsman bij twijfels. Wees mij een Redder in benauwdheid, een helpende hand, zo ik vallen mocht, een Leermeester in alles, wat eerbaar is en een Gids, die mij van dwaalwegen terugroept. Wees mij door zoveel gevaren van bekoringen een trouwe Leidsman naar het hemels vaderland.

vrijdag 24 december 2021

Kerstmeditatie Thomas a Kempis: "in het zalige vertrouwen dat de mens door Uw genade opnieuw is geboren".

THOMAS A KEMPIS

MEDITATIE OVER DE GEBOORTE EN DE ARMOEDE VAN DE HEER JEZUS

Ik aanbid en breng U dank, Heer Jezus Christus, Enige Zoon van de Vader, vóór alle tijden geboren. Door onuitsprekelijk medelijden bewogen hebt Gij U verwaardigd geboren te worden in een vuile stal, en uit liefde voor de heilige armoede te worden neergelegd in een nauwe voederbak.

Ik prijs U, allerbeminnelijkste Jezus, voor uw luisterrijke oorsprong, voor uw glorierijke geboorte uit de zuivere Maagd Maria; voor uw armoede en voor uw nederigheid te willen liggen in zo'n arme en gemene kribbe. Wie zou kunnen mediteren over de gedachte van de allerhoogste God, die zich omwille van ons zo vernederde? O, welke dank is het menselijke geslacht Hem verschuldigd die om het te verlossen verkoos te liggen in een nauwe voederbak!

O oneindige tederheid, o  beminnelijkheid bovenmate, o zoetste liefde   God geboren als een hulpeloos kind, gewikkeld in lelijke windsels, liggend in een nauwe voederbak, met rauwe beesten om Hem heen!

O nederigheid die de menselijke gedachten te boven gaat, dat de Heer van alle heren Zich niet te goed acht om dienaar te worden van zijn eigen dienaren!

Maar, o mijn Heer en mijn God, het scheen U te gering toe mijn Schepper en ook mijn Vader te zijn: Gij achtte het zelfs niet beneden Uw waardigheid mijn Broeder te worden, en Vlees geworden van mijn vlees, in volle waarheid mijn natuur aan te nemen, behalve de zondigheid.

O Geboorte, buiten de loop van de natuur, triomferend over de natuurlijke orde van onze geboorten en uit goddelijke kracht de tranen verzachtend welke wij storten opdat door uw geboorte onze natuur mag worden hersteld!

O hoe aanbiddelijk en hoe lieflijk was uw Geboorte, o zoetste Jezus, Kind van de roemrijke Maagd, die door uw Geboorte uit de schoot van uw hoogverheven Moeder Maria, de geboorte van alle mensen herstelt, onze menselijke staat vernieuwt, onze veroordeling opheft en de handtekening van de tegen ons gerichte schuldbrief uitwist; en wel zó als iemand die klaagt geboren te zijn uit de stam van Adam, zich mag verheugen in uw zuivere Geboorte en in het zalige vertrouwen dat hij door Uw genade opnieuw is geboren.

Dank breng ik aan uw onverdiende en roemrijke Geboorte, Jezus Christus, enige Zoon van God. Door U immers hebben wij toegang gekregen tot de genade, waarin wij bevestigd zijn en waardoor wij vertrouwen op de heerlijke hoop van de kinderen Gods, ons vanuit de hemel beloofd. Gij die het onderpand van onze verlossing en de eeuwige hoop van alle mensen zijt, tot U, die ons tevoren al gezocht hebt toen wij U nog niet kenden, tot U nemen wij, nietswaardige zondaars, onze toevlucht.

donderdag 2 december 2021

2 december - sterfdag Jan van Ruusbroec


Thomas a Kempis over de dood van Johannes Ruusbroec, de eerste prior van Groenendaal, klooster van reguliere kanunniken van Sint Augustinus in het zoniënwoud bij Brussel.
Johannes Ruusbroec [1293-1381] is een van de grootste mystici van de zuidelijke Nederlanden. Hij ervoer op een uitzonderlijke manier Gods tegenwoordigheid. En hij was in staat om zijn kennis van het goddelijk mysterie aan anderen mee te delen. Deze uitzonderlijk mystieke roeping werd door zijn directe omgeving algemeen erkend en gerespecteerd. Zijn invloed verspreidde zich snel over Europa, talrijke machtige en edele personen kwamen hem in Groenendaal opzoeken, klerken zowel als meesters en doctors in de theologie. Kort na zijn dood kreegt hij de bijnaam 'admirabilis' ("de wonderbare").
Ruusbroec was ook de inspirator van Meester Geert Grote [1340-1384], de initiatiefnemer voor de grote 15e eeuwse geestelijke vernieuwingsbeweging van de Moderne Devotie -  voor de oprichting en organisatie van het klooster Windesheim voor reguliere kanunniken.

De hervormer van de H.Graforde in de Nederlanden Jan van Abroek [Bree ca 1440- Hoogcruts 1510] groeide op in de vernieuwingssfeer van de Moderne Devotie en gaf ons Kanunnikessen van het H. Graf de idealen van deze geestelijke beweging door.

Uit de Kroniek van Thomas van Kempen

(hoofdstuk II dat geen betrekking heeft op het klooster Sint Agnietenberg, het klooster waar Thomas praktisch zijn hele leven verbleef, maar dat hij wel wilde boekstaven)

In het jaar 1381 stierf op 2 december, de octaafdag van Sint-Catharina, in Brabant [1] de eerbiedwaardige en hoogst devote pater Johannes Ruusbroec. Hij was de eerste prior van het klooster Groenendaal bij Brussel, dat behoorde tot de orde van de reguliere kanunniken. Hij was 87 jaar oud en werd begraven, naar het noorden gekeerd, in het koor voor het hoogaltaar. [2] Als 60-jarige nam hij in voornoemde plaats samen met de allereersten het kloosterkleed aan. Met Gods hulp vervulde hij 64 jaar lang het priesterambt. De gewijde en uitmuntende leer die hij verkondigde, lichtte overal op in het Duitse land, waar zij wijd en zijd verspreid raakte. Hem zocht meester Geert Grote persoonlijk op, in gezelschap van de rector van de Zwolse school, meester Johannes. [3] Zijn werken beschouwde hij als vergelijkbaar met die van de grootste kerkleraren. Tal van zeer devote en van diep inzicht getuigende boeken in de volkstaal [4] deed Ruusbroec met scherpzinnigheid het licht zien. En de gave van hemelse liefelijkheid die hij van God ontvangen had, strooide hij met grote vrijgevigheid uit over allen in de Kerk die hem nabij waren en die na hem zouden komen. Elf boeken zijn het, die hij, zowel in het klooster als vóór zijn intrede, tot groot voordeel heeft geschreven; en opdat dit aantal niet een onvolkomen getal zou zijn, wordt het door een boek met brieven tot twaalf aangevuld.

[1] Met Brabant wordt in het algemeen het hele Zuid-Nederlandse Bourgondische gebied aangeduid, het voormalige hertogdom Brabant.
[2] Dat wil zeggen: met het hoofd naar de linkerzijmuur van de kerk.
[3] Johannes Cele namelijk.
[4] Het zogenaamde Middelnederlands, vroeger ook wel Diets genoemd.

Thomas van Kempen [1380-1471], het jaar vóór het sterfjaar van Ruusbroec geboren, heeft Ruusbroec noch Geert Grote gekend. De bewondering en de genegenheid voor Ruusbroec van Geert Grote en de kringen van zijn volgelingen heeft de jonge broeder Thomas al vroeg meegekregen in het Agnietenbergklooster zodat hij Ruusbroec “de gave van hemelse lieflijkheid” kon toeschrijven. Die hemelse gave dichter bij de mensen brengen verstond Ruusbroec; Titus Brandsma [1881-1942], hoogleraar in de Middelnederlandse mystiek en zelf mysticus heeft dit concept in zijn colleges verder uitgewerkt.

De passage uit de Kroniek van Thomas a Kempis werd met vriendelijke toestemming overgenomen uit: U.de Kruijf+, H.Kummer en F.Pereboom+ (red.), Een klooster ontsloten. De kroniek van Sint-Agnietenberg bij Zwolle door Thomas van Kempen in vertaling en met commentaar. Stichting IJsselacademie, Kampen, 2000, blz. 129.

maandag 1 november 2021

De heiligen, onze voorsprekers (Thomas a Kempis) Sluit vriendschap met heiligen

1. Sluit vriendschap met de heiligen
Verzuim niet de voorspraak van de heiligen, die met Christus in de hemel heersen, voortdurend aan te houden; want zoals je ziet, leef je in het dal der tranen en verkeer je  dagelijks tussen vreemden en vijanden en ben je nog ver verwijderd van God in een vreemd land. Beijver je dus zolang je als pelgrim onderweg bent vriendschap te onderhouden met de heiligen en de vrienden van God alsook je bijzondere aan hen te binden, terwijl je de omgang en het spreken met mensen die je geen geestelijk voordeel brengen beter kunt vermijden. De voorspraak van een heilige is beter voor je dan een bezoek van op de wereld georiënteerde vrienden. Christus zal je meer in de stilte vertroosten dan lange gesprekken van vrienden met veel gelach dat bij de maaltijd kunnen doen. Hij die rechtvaardig wil leven bezit een innerlijke vreugde die een zinnelijk ingesteld mens die op het aardse uit is, niet begrijpt. Als je armoede en eenvoud bemint, zal Jezus dikwijls bij je zijn met de heilige Engelen en zal je onzichtbaar en innerlijk met een woord vreugde brengen. Zalig, die zijn genoegen niet bij de mensen zoekt, maar in godgewijde lezing/ lectio divina en aandachtig gebed. Zo kan hij vroom leven en vreugde vinden in hemelse dingen zoals ook de heiligen hebben gedaan, voor wie de zichtbare dingen niets betekenden.

2. Organiseer je leven naar hun voorbeeld
Iedereen is gesteld op zijns gelijken: een consciëntieus ingestelde persoonlijkheid zoekt een ander consciëntieuze persoonlijkheid, een bescheiden mens een bescheiden mens, een heilige een heilige, een ongedurige een ongedurige, een uitgelaten persoon een andere uitgelaten persoon. Verlang je te heersen met de heiligen in de hemel, zo zul je om Godswil veel lijden en je op aarde met de heiligen verootmoedigen; want het is van weinig nut dat je de heiligen met de mond eert, maar hen in je doen weerstreeft. Wil je God en de heiligen aangenaam zijn, beheers dan je zintuigen, breek je eigen wil, trek ten strijde tegen lasterpraat, span je in deugdzaam te leven, overweeg de levens van de heiligen, verdiep je in hun onderrichtingen, opdat je met de heiligen heilig kunt worden, en van hen hulp ontvangt, door hen onderricht, verhoord en gekroond wordt. IJverig naar de hemel verlangen is hen aangenaam, ook het berouwen van je zonden, de beheersing van de tong, het vaste voornemen je te beteren, het verlangen naar vooruitgang, geduld bij droefheid en dankzegging voor ontvangen weldaden.

Welluidend gezang is de heiligen aangenaam, opgewektheid bij het waken, lof- en psalmgezang, belijdenis van zonden/je zonden biechten en gebed om vergeving, het meevieren van de heilige Mis, het vergieten van godsvruchtige tranen bij het gebed en het volmaakt onderhouden van de kloosterregel. Wie lui is en nalaat goede werken te doen, verliest de genade van aandachtige toeleg, is God niet aangenaam, noch bij de Engelen geliefd, maar staat God en alle heiligen tegen. Want wie uit God is, hoort God woord, leest en schrijft graag Gods woord, waakt, bidt en werkt graag, doorstaat graag kritiek, zwijgt en dient God in vreugde. Hij vertoeft graag in de kerk of in zijn cel om spoedig deze of gene heilige aan te roepen en op de knieën om genade te smeken teneinde zijn fantasieën te overwinnen, te weerstaan aan aanvechtingen waardoor hij wordt belaagd, opdat hij door de voorspraak van de heiligen in vrome en goede gesteltenis mag blijven alsmede na de doorstane strijd in dit leven de woning van de eeuwige rust mag bereiken waar alle heiligen met Christus gelukzalig heersen.

3. Vertrouw op hun voorspraak
Het gebed tot de heiligen dat tot hun eer vanuit een goede mening geschiedt zal immers niet tevergeefs zijn. Zij, die zo ijverig voor hun vijanden hebben gebeden toen zij door hun tegenstanders werden gekweld, hoe meer ijverig zullen zij nu voor hun vereerders ten beste spreken opdat deze zich bij hen mogen voegen in de hemelse vreugde. Zij weten immers van hen dat zij zich dagelijks beijveren om God te dienen en onder zuchten en tranen moeite doen het eeuwige leven te verwerven. Heb dus een groot vertrouwen! Roep de heiligen aan! Net als wij waren zij sterfelijke en zondige mensen die zich met vele fouten zagen behept en in aanvechtingen verstrikt. Maar door de genade van God daarvan bevrijd en gerechtvaardigd, danken zij nu Christus, die hen uit zoveel kwaad heeft gered.

Uit Thomas a Kempis "De disciplina claustralium"

zondag 29 augustus 2021

Lectio divina lingua latina Liturgia Horarum Ad Officium lectionis Hebdomada XXII per annum feria II Thomas a Kempis. Ego docui prophetas meos. Ik heb mijn profeten onderwezen.


  

 Lectio altera

E Libro De imitatióne Christi
(Lib. 3, 3)

Tweede lezing

Uit ‘De Navolging van Christus’ van Thomas a Kempis
(Lib. 3, 3)

Ik heb mijn profeten onderwezen

Luister, mijn zoon, naar mijn woorden, alleraangenaamste woorden, die alle wetenschap en filosofen en wijzen van deze wereld overtreffen. Mijn woorden zijn geest en leven, en kunnen niet beoordeeld worden naar menselijke maatstaf.
Ze mogen niet neergehaald worden tot een ijdel genoegen, maar moeten in stilte worden aanhoord en met alle nederigheid en grote liefde worden opgenomen.
En ik zei: Gelukkig de man, Heer, die Gij onderricht en die Gij leert uw wet: hoe hij gelaten moet zijn in dagen van rampspoed, en niet verlaten wordt op aarde.

Ik, zegt de Heer, heb van den beginne af de profeten onderwezen en Ik houd niet op tot allen te spreken, maar velen zijn doof voor mijn stem en verhard.
Velen luisteren liever naar de wereld dan naar God; zij volgen gemakkelijker de begeerten van het vlees dan Gods welbehagen.
De wereld belooft het tijdelijk en geringe en ze wordt met grote begerigheid gediend. Ik beloof het hoogste en het eeuwige, en toch verkoelen de harten van de stervelingen.

Wie dient en gehoorzaamt Mij met zoveel zorg in alles, als men de wereld dient met haar meesters?
Schaam u daarom, luie en klaagzieke knecht, omdat die anderen meer bereid worden bevonden tot hun verderf dan gij tot het leven.
Zij verheugen zich meer in de ijdelheid dan gij in de waarheid.

Toch worden zij niet zelden in hun verwachtingen bedrogen, maar mijn belofte bedriegt niemand en zendt hem niet ledig heen, die op Mij vertrouwt.
Wat Ik beloofd heb, zal Ik geven; wat Ik gezegd heb, zal Ik vervullen, als men maar ten einde toe trouw blijft in mijn liefde.
Ik ben de beloner van al het goede en de krachtige beproever van alle vromen.

Schrijf mijn woorden in uw hart en overdenk ze zorgvuldig; want ten tijde van de beproeving hebt gij ze zeer nodig.
Wat gij niet begrijpt, wanneer ge het leest, zult ge begrijpen op de dag der bezoeking.
Ik ben gewoon mijn uitverkorenen op twee manieren te bezoeken, namelijk met beproeving en met troost.

En twee lessen geef Ik hun iedere dag: en waarbij Ik hun gebreken berisp, een andere waarbij Ik hen aanspoor hun deugden te doen toenemen.
Wie mijn woorden heeft en deze veracht, heeft reeds iemand, die hem veroordeelt op de laatste dag.

donderdag 1 juli 2021

Thomas a Kempis en vrouwelijke religieuzen


Thomas van Kempen (*Kempen 1379/1380 - +Zwolle  25 juli 1471), Augustijner kanunnik van Windesheim, is voor vrouwelijke religieuzen geen onbekende naam. Als men over hem hoort spreken of lezen wordt men onmiddellijk aan zijn diepe innerlijk herinnerd. Alsof hij de binnenkant van de mensen kon doorschouwen, zo schetst hij in zijn geschriften het beeld van de naar Gods Beeld geschapen mens en tegelijk van de mens getekend door het menselijk tekort.

Thomas van Kempen is jarenlang novicenmeester geweest en heeft zijn lessen en instructies opgeschreven. We weten uit de “Navolging” dat hij met een grote zekerheid slechts over wezenlijke zaken spreekt waarop het bij iedereen aankomt, wil men gelukkig worden.
Zijn taal is eenvoudig, nuchter, pakkend en transparant. Tot op de dag van vandaag zijn zijn woorden van algemeen geldende betekenis.

Thomas van Kempis behoort tot de belangrijkste vertegenwoordigers van de laatmiddeleeuwse vernieuwings-beweging, de Moderne Devotie. Deze werd in gang gezet door Geert Grote (1340-1384).

woensdag 2 december 2020

Thomas a Kempis over de dood van Johannes Ruusbroec


2 december

In de bisdommen Antwerpen, Brugge en Mechelen-Brussel

Johannes Ruusbroec [1293-1381], regulier kanunnik en mysticus


             
Thomas a Kempis over de dood van Johannes Ruusbroec, de eerste prior van Groenendaal, klooster van reguliere kanunniken van Sint Augustinus bij Brussel.

Inleiding
Johannes Ruusbroec werd geboren te Ruisbroek bij Brussel in 1293. Hij was kapelaan van de Sint-Goeclele te Brussel en stichtte op 50-jarige leeftijd een klooster van reguliere kanunniken van de heilige Augustinus te Groenendaal. Op deze plaats, in de ongerepte stilte van het Zoniënwoud,  schreef hij zijn beroemde mystieke werken. is een van de grootste mystici van de zuidelijke Nederlanden. Hij ervoer op een uitzonderlijke manier Gods tegenwoordigheid. En hij was in staat om zijn kennis van het goddelijk mysterie aan anderen mee te delen. Deze uitzonderlijk mystieke roeping werd door zijn directe omgeving algemeen erkend en gerespecteerd. Zijn invloed verspreidde zich snel over Europa, talrijke machtige en edele personen kwamen hem in Groenendaal opzoeken, klerken zowel als meesters en doctors in de theologie. Hij stierf er op 2 december 1381. Kort na zijn dood kreeg hij de bijnaam 'admirabilis' ("de Wonderbare").

Ruusbroec was ook de inspirator van Meester Geert Grote [1340-1384], de initiatiefnemer voor de grote 15e eeuwse geestelijke vernieuwingsbeweging van de Moderne Devotie -  voor de oprichting en organisatie van het klooster Windesheim voor reguliere kanunniken. Bij zijn herhaalde, soms maandenlange bezoeken aan Groenendaal was Geert Grote onder de charme van Ruusbroec’s rustige levensopvatting gekomen. Op zijn sterfbed gaf Geert Grote dan de volgende aanwijzingen:
“Ik bid en smeek u allen, dat gij na mijn dood een klooster zoudt oprichten, waarin de oudste en stichtendste broeders tot het priesterschap verheven worden… waar het gemene leven blijft onderhouden… Dit nieuwe klooster moet niet zijn als een kartuize, want hoe heilig en Gode toegewijd de kartuizers ook leven, toch zijn zij te radicaal van de wereld gescheiden om de vromen van buiten vrije toegang te verlenen. Zelfs moet gij niet de regel van de Cisterciënsers aannemen:want die is zeer streng en, voor onze tijd en de menselijke zwakheid van velen, zwaar om te onderhouden. Maar gij moet de Orde van de Reguliere Kanunniken van het klooster te Groenendaal, van mijn allerliefste en zeer eerwaarde vader, aannemen : die dienen onder een meer menselijke regel die haast voor allen, die in het klooster krijgsdienst voor God willen verrichten, uiterst geschikt is en die trouwens niet veel verschilt van de levensregel, die gij tot nog toe hebt onderhouden”. Diegenen die Geert Grote
“zijn allerliefste vaders” noemt, de stichters van Groenendaal hebben met hun geestelijke bezieler, Ruusbroec, die eenvoud en goedheid, die gematigdheid en mildheid uitstraalt, waarnaar Grote bij zijn levenseinde, zo’n heimwee had. Het blijft Ruusbroec’s grootste aantrekkelijkheid, dat door zijn door zijn diepste leringen de eenvoud van de goede prior en zijn menselijkheid blijft bekoren.

De hervormer van de H.Graforde in de Nederlanden Jan van Abroek [Bree ca 1440- Hoogcruts 1510] groeide op in de vernieuwingssfeer van de Moderne Devotie en gaf ons Kanunnikessen van het H. Graf de idealen van deze geestelijke beweging door.

Uit de Kroniek van Thomas van Kempen

(hoofdstuk II dat geen betrekking heeft op het klooster Sint Agnietenberg, het klooster waar Thomas praktisch zijn hele leven verbleef, maar dat hij wel wilde boekstaven)

In het jaar 1381 stierf op 2 december, de octaafdag van Sint-Catharina, in Brabant [1] de eerbiedwaardige en hoogst devote pater Johannes Ruusbroec. Hij was de eerste prior van het klooster Groenendaal bij Brussel, dat behoorde tot de orde van de reguliere kanunniken. Hij was 87 jaar oud en werd begraven, naar het noorden gekeerd, in het koor voor het hoogaltaar. [2] Als 60-jarige nam hij in voornoemde plaats samen met de allereersten het kloosterkleed aan. Met Gods hulp vervulde hij 64 jaar lang het priesterambt. De gewijde en uitmuntende leer die hij verkondigde, lichtte overal op in het Duitse land, waar zij wijd en zijd verspreid raakte. Hem zocht meester Geert Grote persoonlijk op, in gezelschap van de rector van de Zwolse school, meester Johannes. [3] Zijn werken beschouwde hij als vergelijkbaar met die van de grootste kerkleraren. Tal van zeer devote en van diep inzicht getuigende boeken in de volkstaal [4] deed Ruusbroec met scherpzinnigheid het licht zien. En de gave van hemelse liefelijkheid die hij van God ontvangen had, strooide hij met grote vrijgevigheid uit over allen in de Kerk die hem nabij waren en die na hem zouden komen. Elf boeken zijn het, die hij, zowel in het klooster als vóór zijn intrede, tot groot voordeel heeft geschreven; en opdat dit aantal niet een onvolkomen getal zou zijn, wordt het door een boek met brieven tot twaalf aangevuld.

[1] Met Brabant wordt in het algemeen het hele Zuid-Nederlandse Bourgondische gebied aangeduid, het voormalige hertogdom Brabant.
[2] Dat wil zeggen: met het hoofd naar de linkerzijmuur van de kerk.
[3] Johannes Cele namelijk.
[4] Het zogenaamde Middelnederlands, vroeger ook wel Diets genoemd.

Thomas van Kempen [1380-1471], het jaar vóór het sterfjaar van Ruusbroec geboren, heeft Ruusbroec noch Geert Grote gekend. De bewondering en de genegenheid voor Ruusbroec van Geert Grote en de kringen van zijn volgelingen heeft de jonge broeder Thomas al vroeg meegekregen in het Agnietenbergklooster zodat hij Ruusbroec “de gave van hemelse lieflijkheid” kon toeschrijven. Die hemelse gave dichter bij de mensen brengen verstond Ruusbroec; Titus Brandsma [1881-1942], hoogleraar in de Middelnederlandse mystiek en zelf mysticus heeft dit concept in zijn colleges uitgewerkt.

Onder dank met toestemming overgenomen uit: U. de Kruijf +, J. Kummer en F. Pereoom +, Een klooster ontsloten. De kroniek van Sint-Agnietenberg bij Zwolle door Thomas van Kempen. In vertaling en met commentaar. Uitgave van Stichting Ijsselacademie, Kampen, 2000, p. 129