Posts tonen met het label Allerheiligen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Allerheiligen. Alle posts tonen
vrijdag 1 november 2024
donderdag 31 oktober 2024
Leven na de dood - Allerheiligen
Van oudsher geloven christenen dat het leven van een mens bij zijn dood niet ophoudt of wordt weggenomen, maar dat het verandert. De gestorvene komt voor God te staan om geoordeeld te worden. Wie goed heeft geleefd wordt beloond, wie slecht heeft geleefd wordt gestraft.
De beloning bestaat in de zogeheten 'zalige aanschouwing Gods'. De straf wordt vaak aangeduid - ook al door Jezus in zijn verhalen - met een "eeuwig vuur", door ons vaak "de hel" genoemd.
De woorden "hemel" en "aanschouwing Gods" enerzijds en anderzijds "hel" en "vuur" zijn beelden. Het is symbooltaal om de dingen van God enigszins voor onze mensenogen op te roepen. Zoals gezegd maakte Jezus daar ook gebruik van, als hij over beloning en straf sprak, bijvoorbeeld in zijn gelijkenissen.
We zouden diezelfde mysteries ook anders kunnen uitleggen. Een christen leeft goed, wanneer wij hij naar Jezus' voorbeeld God navolgt en zijn leven oriënteert op de Heilige Geest. In de praktijk betekent dit dat een gelovige de naastenliefde beoefent. De goeden zijn zij die de ander beminnen zoals zij zichzelf door God bemind weten. Hun beloning bestaat erin dat zij nu inderdaad op hun beurt bemind worden zoals zij anderen hebben bemind.
Gestraft wordt diegene die het aanbod van Gods liefde willens en wetens heeft afgeslagen en er uitdrukkelijk voor heeft gekozen daar juist niet van te leven.
De goeden in het hiernamaals worden in de geloofsgemeenschap aangeduid met het woord "heiligen". De dag dat die schare die niemand tellen kan, wordt gevierd, heet dan ook Allerheiligen.
Overgenomen van heiligen.nl
De beloning bestaat in de zogeheten 'zalige aanschouwing Gods'. De straf wordt vaak aangeduid - ook al door Jezus in zijn verhalen - met een "eeuwig vuur", door ons vaak "de hel" genoemd.
De woorden "hemel" en "aanschouwing Gods" enerzijds en anderzijds "hel" en "vuur" zijn beelden. Het is symbooltaal om de dingen van God enigszins voor onze mensenogen op te roepen. Zoals gezegd maakte Jezus daar ook gebruik van, als hij over beloning en straf sprak, bijvoorbeeld in zijn gelijkenissen.
We zouden diezelfde mysteries ook anders kunnen uitleggen. Een christen leeft goed, wanneer wij hij naar Jezus' voorbeeld God navolgt en zijn leven oriënteert op de Heilige Geest. In de praktijk betekent dit dat een gelovige de naastenliefde beoefent. De goeden zijn zij die de ander beminnen zoals zij zichzelf door God bemind weten. Hun beloning bestaat erin dat zij nu inderdaad op hun beurt bemind worden zoals zij anderen hebben bemind.
Gestraft wordt diegene die het aanbod van Gods liefde willens en wetens heeft afgeslagen en er uitdrukkelijk voor heeft gekozen daar juist niet van te leven.
De goeden in het hiernamaals worden in de geloofsgemeenschap aangeduid met het woord "heiligen". De dag dat die schare die niemand tellen kan, wordt gevierd, heet dan ook Allerheiligen.
Overgenomen van heiligen.nl
Thomas a Kempis November: Allerheiligen- en Allerzielenmaand "Heimwee naar de hemel"
Thomas a Kempis
Heimwee naar de hemel
Het enige diep in hun hart levende verlangen van
de heiligen tijdens hun leven op aarde was zich niet te conformeren aan deze
wereld, maar door verachting van het tijdelijke steeds naar de tegenwoordigheid
van Christus en de gemeenschap van de engelen te streven. Daarom beschouwde de
heilige apostel Paulus, die Christus vurig beminde, al het aardse als niets en
zei uit verlangen naar de hemelse dingen: “Ik verlang heen te gaan om met
Christus te zijn” (Fil 1,23).
Niet alle mensen
zullen dit wensen, maar alleen degenen die naar de volmaaktheid streven en
kunnen zeggen: “Ons vaderland is in de hemel” (Fil 3,20). Weinigen worden er gevonden die zich zo hebben
losgemaakt van de wereld dat zij met heel hun wezen naar de eeuwige dingen
haken en niet naar tijdelijke rijkdom en naar eer vragen. Die in liefde voor
Christus zijn ontvlamd, zich in armoede en zelfverachting verheugen en in
deemoed hun gemoed verootmoedigen en zichzelf nauwkeurig onderzoeken vanwege
kleine nalatigheden, die de nooddruft van het leven matig en dankbaar genieten
en zich hier met weinig tevreden stellen, verachten op rechtschapen wijze de
wereld en zijn vrienden van Christus. Zij ijlen naar het vaderland, zijn bereid
te sterven om haastig tot bij Christus te komen, omdat er niets meer in deze
wereld te vinden is dat hun waarachtig gelukkig zou kunnen maken.
Gelukkig is de
ziel die zo’n verlangen in zich draagt en dagelijks in geloof en vertrouwen het
ene verlangen bij het andere voegt en
Christus blijft bidden en aanroepen dat voor haar de hemelpoort wordt geopend
en zij het Rijk van God mag binnengaan dat allen die geloven is beloofd.
O gelukzalig
vaderland, waar eeuwige vreugde woont, bestendige vrede, klare kennis van God,
volmaakte liefde en eeuwige zaligheid! Eén dag daar is beter dan duizendmaal
duizend hier; want daar is geen gebrek, hier echter groot leed, zelden vrede en
onvolmaakte kennis. Wat kunnen wij, armen, weten van de eeuwige gelukzaligheid?
Wat vermogen sterfelijke mensen te begrijpen van de ware eeuwigheid en het
eeuwige leven, zolang het, zoals de H. Schrift zegt, met een donkere wolk
bedekt, voor ons verborgen is? Daarom past het dat een naar God verlangende,
maar nog door de duisternis van deze wereld omhulde ziel, naar de vreugde van
het eeuwige leven verzucht. Richt dus zonder onderbreken de ogen van uw geest
op de gemeenschap van het hemelse vaderland, waar Christus heerst in de
heerlijkheid van de Vader in alle eeuwigheid. Amen.
maandag 1 november 2021
Allerheiligen: de paradox van het christendom.
Het Evangelie van het hoogfeest van
Allerheiligen bracht ons opnieuw de grote paradox van het christendom onder
ogen. In de Zaligsprekingen noemt Jezus de voorwaarden die leiden tot het
eeuwige leven: wanneer men arm is, wanneer men treurt, wanneer men hongert en
dorst naar de gerechtigheid, als men omwille van de gerechtigheid wordt
vervolgd en tenslotte wanneer men omwille van Jezus wordt beschimpt, vervolgd
en op alle mogelijke wijzen wordt belasterd: dán is men zalig te prijzen.
Eigenlijk begrijpelijk dat christenen
telkens steeds weer tegen de bekoring moeten vechten om onder deze
onaangenaamheden uit te komen en desondanks christen te zijn. We zien dan ook hoe veel mensen die het
eigenlijk goed menen een “aangepast christendom” zoeken.
Maar dat is duidelijk niet wat
Christus bedoelt. Moeilijkheden heeft Hij ons aangezegd, zelfoverwinning,
ontbering, ja, vervolging. Wil de Heer de zwakkeren daarmee afschrikken? Is het
christendom een godsdienst voor sterken en dapperen?
Nee, niet alleen voor de sterkeren en ook niet alleen voor de
zwakkeren.
Christus heeft op het Kruis beide
armen uitgestrekt, om allen tot Zich te trekken, de groten en de kleinen, de
rijken en de armen – alle mensen.
Allen kunnen en moeten heilig worden, dat is de achtergrond van
Allerheiligen.
Met het oog op de ontelbaar velen die
in de hemel zijn, van wie slechts een klein aantal zalig- en heilig verklaard
werd, heeft de Kerk deze geweldig grote gemeenschap een beetje gestructureerd:
de martelaren (zij waren het die in de vroege Kerk alleen als heiligen werden
vereerd), de belijders of geloofsgetuigen, de maagden, de heilige mannen en
vrouwen van elke kleur en – sinds paus Johannes-Paulus II – ook de kinderen.
Door hem werden de kinderen van de verschijningen van Fatima, Francesco en Jacinta,
zalig- en heilig verklaard ook al waren enkele al te strenge theologen van
mening dat een kind niet heilig zou kunnen zijn!
Maar zegt de Heer niet: “Als jullie niet worden als kinderen,
kunnen jullie het Rijk der hemelen niet binnengaan” (Mt 18,2)?
Bij heiligverklaringen speelt, zoals
ook op andere terreinen van de Kerk het menselijke aspect ontegenzeggelijk een
rol. Het komt daarbij helaas ook er op aan – en de vraag is of dat
werkelijk moet - dat de kandidaat op
aarde zoiets als een lobby heeft, namelijk mensen of liever instanties die zich
sterk maken voor de heiligverklaring. Naar verhouding zijn veel bisschoppen en
religieuzen gecanoniseerd. Recente zalig- en heiligverklaringen van leken –
zoals van ouders, politici, koningen en zakenlieden - die de christelijke
volmaaktheid hebben beoefend door een heilig leven midden in de wereld tonen aan dat heiligheid niet exclusief aan
bepaalde groepen in de Kerk is voorbehouden.
En daarmee komen we terug bij de vraag: wat moet men doen om
heilig te worden?
In de Bergrede zegt Jezus duidelijk
dat men overal heiligheid, dat is volmaaktheid in het eigen leven kan
nastreven. Niet alleen in het klooster, maar ook in de wereld. Maar wel steeds
met de toevoeging: de wereld is door God goed geschapen, maar door de zonde van
de mensen aangeslagen. Dat is de reden waarom christenen zich meestal – zo niet
altijd! – dwars tegenover de wereld moeten opstellen. Actief wanneer het kwaad
aan de kaak gesteld moet worden of waar mogelijk bestreden, passief door
onrecht te verdragen. Maar wel altijd in gemeenschap met Christus.
Heilig worden is Christus navolgen.
Het beroemde boekje Navolging van Christus van Thomas a Kempis draagt in de
originele uitgave de titel “Imitatio
Christi”, dus Christus nadoen, doen wat Christus heeft gedaan.
Daartoe is God immers Mens geworden,
zodat iedereen kan zien hoe men heilig, ja zelfs goddelijk kan worden.
Maar blijven we de heiligen toch niet
als heel bijzondere mensen beschouwen en denken we dat ideaal toch niet te
bereiken? We zijn immers geen martelaren, geen kerkleraren, geen
ordesstichters.
De heiligen worden ons door de Kerk
onder ogen gebracht opdat wij hun voorspraak vragen maar hen ook navolgen. De
zo even genoemde categorieën kunnen de meesten van ons natuurlijk niet
navolgen.
Maar er is perspectief: boven al die
heiligen die we deels bewonderen deels helemaal niet kunnen navolgen – want
welke vrouw van tegenwoordig zou het leven van de H. Jeanne d’Arc kunnen
navolgen? – zien we de grootste Heiligen die wij wèl kunnen navolgen.
De grootste Heiligen zijn immers,
naast Jezus Zelf, Maria en Jozef. Het was zeker de Wil van God dat de Zoon van
God als Mens van zijn drieëndertig jaar op aarde , alleen al dertig jaar in een
door en door normaal, eenvoudig milieu zou leven. Aan Maria en Jozef zien we
duidelijk wat het betekent in het leven van alledag, in de kleine dingen, in
het werk heiligheid, ja grote heiligheid te vinden.
Dat dit dikwijls bij ieders
verschillend karakter niet gemakkelijk is? Nu, het leven is ook anders niet
altijd gemakkelijk.
Geen christen zonder kruis, maar
christenen weten waar het kruis goed voor is.
In de Bergrede somt Christus niet
alleen het menselijk onaangename op. Hij belooft eerder en tegelijkertijd het
hoogste geluk : het land bezitten, kinderen van God worden genoemd, ja God Zelf
zien!
Er is nog een troost: als het in dit
leven op aarde niet is gelukt, kan het streven naar heiligheid in het andere
leven worden voltooid.
De zielen in het vagevuur kunnen
zichzelf niet helpen. Wij kunnen echter hun zware weg voor hen verlichten door
gebed en het H.Misoffer. Maar zij op hun beurt kunnen ons helpen. Daarom heeft
de Kerk steeds aanbevolen voor de overledenen te bidden en tegelijkertijd hen
te vragen voor ons ten beste te willen spreken.
De gemeenschap van de heiligen is wonderbaar!
Boven alles en allen Maria, Koningin van alle Heiligen, die de
Moeder van allen is.
Allerheiligen "de volheid van geluk, die God uitstort in de harten van hen die zich daartoe bereid houden"
Onze lofzang op Allerheiligen geldt de barmhartigheid en
onuitputtelijke goedheid van God. Hij heeft de Heiligen zijn wegen tot het Leven
bekend gemaakt en hen vervuld met de heerlijke aanschouwing van zijn Gelaat, zo
luidt een van de antifonen van het Lezingenofficie
op deze dag. In de Brief aan de Romeinen zegt de H. Paulus: “Want die Hij
tevoren heeft gekend, heeft Hij ook tevoren bestemd tot gelijkvormigheid met
het Beeld van zijn Zoon (…), die Hij heeft voorbestemd , heeft Hij ook
geroepen. Die Hij riep, heeft Hij gerechtvaardigd, en die Hij rechtvaardigde heeft
Hij verheerlijkt” (cf Rom 8, 29-30).
Met deze bondige woorden spreekt
de apostel Paulus over die wonderbare stroom van leven, die volheid van geluk, die God uitstort in de harten
van hen die zich daartoe bereid houden. God alleen is de laatste waarborg voor
onze voltooiing als mens. Slechts door zijn goedheid en door de verdiensten van
zijn enige Zoon heeft Hij de christenen gekozen om heilig en smetteloos te zijn
voor Hem; in liefde heeft Hij hen voorbestemd zijn kinderen te worden en om de
heerlijkheid van zijn genade (cf Ef
1, 4-5) aan hen te tonen. In Jezus Christus, die wezenlijk het Beeld van God
is, hebben de christenen de mogelijkheid ontvangen hun waardigheid en
heerlijkheid, die door de zonde verloren gingen, terug te winnen. Christus is
immers de Eerstgeborene onder vele broeders (1 Kor 15, 20). Degenen die door God zijn uitverkoren, zijn alle gedoopten
die omwille van hun geloof zijn gerechtvaardigd en met de genade van God hebben
meegewerkt. “Deus tentavit illos en invenit eos dignos se”, God heeft hen
beproefd en hen Hem waardig bevonden” zingen we in de 2e antifoon
van de Vespers van deze dag.
In trouw hebben de Heiligen de
roepstem van God beantwoord en ernst gemaakt met het woord van Christus: “Als
iemand Mij wil volgen, verloochene hij zichzelf, neme hij zijn kruis op zich en
kome mij achterna” (Mt 16, 24). Alle Heiligen
legden zich toe op zelfverloochening, versterving van hun eigen wil en
eigenliefde, maar ook waren zij onverzoenlijk tegenover de zonde. De trouw aan
het Kruis hebben zij dagelijks bewezen door taai geduld, door standvastigheid
in de bekoring en door hun onwrikbare moed waarmee zij duivels en wereldse
begeerlijkheden weerstonden.
Maar hoe hoog steeg hun lied van
liefde wanneer zij met dezelfde trouw hun leven overgaven tot in de bloedige
dood. Als mens gelijkvormig met de gekruisigde Christus waren zij in het mysterie van het Offer van
Christus de gekruisigde ledematen. In hen
stond Christus opnieuw voor zijn rechters, in hen onderging Christus opnieuw het over Hem gevelde vonnis, in hen werd Christus geslagen, door wilde
dieren verscheurd, in zee geworpen, door vlammen verteerd; in hún ketenen stierf de Verlosser van de
wereld, verhongerde en kromp Hij ineen onder de zweepslagen van de dwangarbeid
in de uithoeken van het Romeinse Rijk, stierf Hij verlaten in het rotsgraf van
de Mamertijnse kerker. Zo geldt voor al
deze getuigen voor Christus het woord uit de Romeinenbrief: “Die Hij tevoren
heeft gekend, heeft Hij ook tevoren bestemd het evenbeeld van zijn Zoon te
zijn” (cf Rom 8, 29).
Hebben wij ook niet hetzelfde doel, aan Christus gelijkvormig te
worden? Heeft Hij ons ook niet allen in
het H. Doopsel met onze naam geroepen het kruis op onze schouders te nemen en
Hem na te volgen? Laten we onszelf onderzoeken hoe het staat met onze
dienstbaarheid jegens Christus, gekruisigd en verrezen. Versterven we de lust
van onze ogen, de zinnelijkheid van het vlees en de hoogmoed?
Gaan we werkelijk de strijd aan met onze zondige begeerten
en neigingen? Welke kruisen hebben we tot nu toe gedragen? Op welk principe van
het Evangelie hebben we ons leven georiënteerd? Kunnen we met de apostel Paulus
zeggen: “Ik leef, maar niet ik, Christus leeft in mij?”
Het loon dat God zijn Heiligen te
genieten geeft is groot. Zij zijn in de hemel en delen in de heerlijkheid van
Jezus Christus. “Wie Mij eert, die zal ook Ik eren!” (1 Kon 2,30). De teksten van het Mis- en Officieformulier van
vandaag jubelen het uit en Prefatie I van de Heiligen zegt kernachtig: ”Gij
wordt geprezen in uw Heiligen: als Gij hun verdiensten bekroont, bekroont Gij
uw eigen gaven. In hun leven schenkt Gij ons een voorbeeld, in hun gemeenschap
een band en in hun voorspraak een steun”.
Geëerd heeft de Heer zijn Heiligen reeds tijdens hun leven: door een
glimp van hun innerlijke grootheid te laten oplichten door hun bescheiden
voorkomen heen, door hun handen de kracht van het wonder te geven, middels hun
woorden de mensen tot God te trekken.
En na hun dood door de verering van hun beelden en relieken.
De hoogste eer ontvangen de
Heiligen echter in de hemel waar Christus Zelf hun overvloedig loon is. Hij zal
bij hen wonen, zij zullen zijn volk zijn.
Hoe dit geluk is heeft geen oog gezien, geen oor gehoord en is nooit in
het hart van de mens opgekomen. Want het gaat om de aanschouwing van de
stralende heerlijkheid en liefde van de goddelijke Wezenheid, de H. Drieënheid
in al haar volmaaktheden.
Vragen wij God, die groot en
wonderbaar in zijn Heiligen is (Ps 67,36) ook ons zijn almachtige
barmhartigheid waardig te keuren, ook al zijn wij nog ver van de navolging van Christus’
Kruis verwijderd.
Hij geve ons dat wij de dingen van deze wereld met nuchtere
ogen betrachten en niet vergeten dat wij uit stof zijn genomen.
Wij hopen en bidden, gedragen
door die menigte geloofsgetuigen onverschrokken de strijd te kunnen aangaan die
ons te wachten staat, om met hen de nooit verwelkende krans van de heerlijkheid
te ontvangen.
Dat vragen wij op de voorspraak van de H. Maagd Maria, de
Heilige Aartsengel Michael, de heilige Apostelen Petrus en Paulus en alle Heiligen,
door Christus, onze Heer.
Een zalig hoogfeest!
De heiligen, onze voorsprekers (Thomas a Kempis) Sluit vriendschap met heiligen
1. Sluit vriendschap met de heiligen
Verzuim niet de voorspraak van de heiligen, die met Christus in de hemel heersen, voortdurend aan te houden; want zoals je ziet, leef je in het dal der tranen en verkeer je dagelijks tussen vreemden en vijanden en ben je nog ver verwijderd van God in een vreemd land. Beijver je dus zolang je als pelgrim onderweg bent vriendschap te onderhouden met de heiligen en de vrienden van God alsook je bijzondere aan hen te binden, terwijl je de omgang en het spreken met mensen die je geen geestelijk voordeel brengen beter kunt vermijden. De voorspraak van een heilige is beter voor je dan een bezoek van op de wereld georiënteerde vrienden. Christus zal je meer in de stilte vertroosten dan lange gesprekken van vrienden met veel gelach dat bij de maaltijd kunnen doen. Hij die rechtvaardig wil leven bezit een innerlijke vreugde die een zinnelijk ingesteld mens die op het aardse uit is, niet begrijpt. Als je armoede en eenvoud bemint, zal Jezus dikwijls bij je zijn met de heilige Engelen en zal je onzichtbaar en innerlijk met een woord vreugde brengen. Zalig, die zijn genoegen niet bij de mensen zoekt, maar in godgewijde lezing/ lectio divina en aandachtig gebed. Zo kan hij vroom leven en vreugde vinden in hemelse dingen zoals ook de heiligen hebben gedaan, voor wie de zichtbare dingen niets betekenden.
2. Organiseer je leven naar hun voorbeeld
Iedereen is gesteld op zijns gelijken: een consciëntieus ingestelde persoonlijkheid zoekt een ander consciëntieuze persoonlijkheid, een bescheiden mens een bescheiden mens, een heilige een heilige, een ongedurige een ongedurige, een uitgelaten persoon een andere uitgelaten persoon. Verlang je te heersen met de heiligen in de hemel, zo zul je om Godswil veel lijden en je op aarde met de heiligen verootmoedigen; want het is van weinig nut dat je de heiligen met de mond eert, maar hen in je doen weerstreeft. Wil je God en de heiligen aangenaam zijn, beheers dan je zintuigen, breek je eigen wil, trek ten strijde tegen lasterpraat, span je in deugdzaam te leven, overweeg de levens van de heiligen, verdiep je in hun onderrichtingen, opdat je met de heiligen heilig kunt worden, en van hen hulp ontvangt, door hen onderricht, verhoord en gekroond wordt. IJverig naar de hemel verlangen is hen aangenaam, ook het berouwen van je zonden, de beheersing van de tong, het vaste voornemen je te beteren, het verlangen naar vooruitgang, geduld bij droefheid en dankzegging voor ontvangen weldaden.
Welluidend gezang is de heiligen aangenaam, opgewektheid bij het waken, lof- en psalmgezang, belijdenis van zonden/je zonden biechten en gebed om vergeving, het meevieren van de heilige Mis, het vergieten van godsvruchtige tranen bij het gebed en het volmaakt onderhouden van de kloosterregel. Wie lui is en nalaat goede werken te doen, verliest de genade van aandachtige toeleg, is God niet aangenaam, noch bij de Engelen geliefd, maar staat God en alle heiligen tegen. Want wie uit God is, hoort God woord, leest en schrijft graag Gods woord, waakt, bidt en werkt graag, doorstaat graag kritiek, zwijgt en dient God in vreugde. Hij vertoeft graag in de kerk of in zijn cel om spoedig deze of gene heilige aan te roepen en op de knieën om genade te smeken teneinde zijn fantasieën te overwinnen, te weerstaan aan aanvechtingen waardoor hij wordt belaagd, opdat hij door de voorspraak van de heiligen in vrome en goede gesteltenis mag blijven alsmede na de doorstane strijd in dit leven de woning van de eeuwige rust mag bereiken waar alle heiligen met Christus gelukzalig heersen.
3. Vertrouw op hun voorspraak
Het gebed tot de heiligen dat tot hun eer vanuit een goede mening geschiedt zal immers niet tevergeefs zijn. Zij, die zo ijverig voor hun vijanden hebben gebeden toen zij door hun tegenstanders werden gekweld, hoe meer ijverig zullen zij nu voor hun vereerders ten beste spreken opdat deze zich bij hen mogen voegen in de hemelse vreugde. Zij weten immers van hen dat zij zich dagelijks beijveren om God te dienen en onder zuchten en tranen moeite doen het eeuwige leven te verwerven. Heb dus een groot vertrouwen! Roep de heiligen aan! Net als wij waren zij sterfelijke en zondige mensen die zich met vele fouten zagen behept en in aanvechtingen verstrikt. Maar door de genade van God daarvan bevrijd en gerechtvaardigd, danken zij nu Christus, die hen uit zoveel kwaad heeft gered.
Uit Thomas a Kempis "De disciplina claustralium"
Verzuim niet de voorspraak van de heiligen, die met Christus in de hemel heersen, voortdurend aan te houden; want zoals je ziet, leef je in het dal der tranen en verkeer je dagelijks tussen vreemden en vijanden en ben je nog ver verwijderd van God in een vreemd land. Beijver je dus zolang je als pelgrim onderweg bent vriendschap te onderhouden met de heiligen en de vrienden van God alsook je bijzondere aan hen te binden, terwijl je de omgang en het spreken met mensen die je geen geestelijk voordeel brengen beter kunt vermijden. De voorspraak van een heilige is beter voor je dan een bezoek van op de wereld georiënteerde vrienden. Christus zal je meer in de stilte vertroosten dan lange gesprekken van vrienden met veel gelach dat bij de maaltijd kunnen doen. Hij die rechtvaardig wil leven bezit een innerlijke vreugde die een zinnelijk ingesteld mens die op het aardse uit is, niet begrijpt. Als je armoede en eenvoud bemint, zal Jezus dikwijls bij je zijn met de heilige Engelen en zal je onzichtbaar en innerlijk met een woord vreugde brengen. Zalig, die zijn genoegen niet bij de mensen zoekt, maar in godgewijde lezing/ lectio divina en aandachtig gebed. Zo kan hij vroom leven en vreugde vinden in hemelse dingen zoals ook de heiligen hebben gedaan, voor wie de zichtbare dingen niets betekenden.
2. Organiseer je leven naar hun voorbeeld
Iedereen is gesteld op zijns gelijken: een consciëntieus ingestelde persoonlijkheid zoekt een ander consciëntieuze persoonlijkheid, een bescheiden mens een bescheiden mens, een heilige een heilige, een ongedurige een ongedurige, een uitgelaten persoon een andere uitgelaten persoon. Verlang je te heersen met de heiligen in de hemel, zo zul je om Godswil veel lijden en je op aarde met de heiligen verootmoedigen; want het is van weinig nut dat je de heiligen met de mond eert, maar hen in je doen weerstreeft. Wil je God en de heiligen aangenaam zijn, beheers dan je zintuigen, breek je eigen wil, trek ten strijde tegen lasterpraat, span je in deugdzaam te leven, overweeg de levens van de heiligen, verdiep je in hun onderrichtingen, opdat je met de heiligen heilig kunt worden, en van hen hulp ontvangt, door hen onderricht, verhoord en gekroond wordt. IJverig naar de hemel verlangen is hen aangenaam, ook het berouwen van je zonden, de beheersing van de tong, het vaste voornemen je te beteren, het verlangen naar vooruitgang, geduld bij droefheid en dankzegging voor ontvangen weldaden.
Welluidend gezang is de heiligen aangenaam, opgewektheid bij het waken, lof- en psalmgezang, belijdenis van zonden/je zonden biechten en gebed om vergeving, het meevieren van de heilige Mis, het vergieten van godsvruchtige tranen bij het gebed en het volmaakt onderhouden van de kloosterregel. Wie lui is en nalaat goede werken te doen, verliest de genade van aandachtige toeleg, is God niet aangenaam, noch bij de Engelen geliefd, maar staat God en alle heiligen tegen. Want wie uit God is, hoort God woord, leest en schrijft graag Gods woord, waakt, bidt en werkt graag, doorstaat graag kritiek, zwijgt en dient God in vreugde. Hij vertoeft graag in de kerk of in zijn cel om spoedig deze of gene heilige aan te roepen en op de knieën om genade te smeken teneinde zijn fantasieën te overwinnen, te weerstaan aan aanvechtingen waardoor hij wordt belaagd, opdat hij door de voorspraak van de heiligen in vrome en goede gesteltenis mag blijven alsmede na de doorstane strijd in dit leven de woning van de eeuwige rust mag bereiken waar alle heiligen met Christus gelukzalig heersen.
3. Vertrouw op hun voorspraak
Het gebed tot de heiligen dat tot hun eer vanuit een goede mening geschiedt zal immers niet tevergeefs zijn. Zij, die zo ijverig voor hun vijanden hebben gebeden toen zij door hun tegenstanders werden gekweld, hoe meer ijverig zullen zij nu voor hun vereerders ten beste spreken opdat deze zich bij hen mogen voegen in de hemelse vreugde. Zij weten immers van hen dat zij zich dagelijks beijveren om God te dienen en onder zuchten en tranen moeite doen het eeuwige leven te verwerven. Heb dus een groot vertrouwen! Roep de heiligen aan! Net als wij waren zij sterfelijke en zondige mensen die zich met vele fouten zagen behept en in aanvechtingen verstrikt. Maar door de genade van God daarvan bevrijd en gerechtvaardigd, danken zij nu Christus, die hen uit zoveel kwaad heeft gered.
Uit Thomas a Kempis "De disciplina claustralium"
Allerheiligen – Prefatie "Daarheen zijn wij als pelgrims onderweg"
Uit de Prefatie
van de Misliturgie
Nobis enim hodie civitatem tuam tribuis celebrare, quæ mater nostra est,
cælestisque Ierusalem, ubi iam te in æternum fratrum nostrorum corona
collaudat. Ad quam peregrini, per fidem accedentes, alacriter festinamus,
congaudentes de Ecclesiæ sublimium glorificatione membrorum, qua simul
fragilitati nostræ adiumenta et exempla concedes.
Et ideo, cum ipsorum Angelorumque frequentia, una te magnificamus,
laudis voice clamantes: Sanctus, Sanctus, Sanctus…
Want vandaag vieren wij het
feest van uw eigen Stad. Zij is onze moeder, het hemelse Jeruzalem. Daar klinkt
al uit een kring van onze broeders in eeuwigheid uw lof. Daarheen zijn wij als
pelgrims onderweg. Geleid door het geloof spoeden wij ons voort, vol vreugde om
de verheerlijking van deze kinderen der Kerk, in wie Gij ons, zwakke mensen,
een steun en voorbeeld schenkt.
Daarom, met de ontelbare
menigte van Engelen en Heiligen, roemen wij uw grote daden en zingen U toe vol vreugde:
Heilig, Heilig, Heilig…
Allerheiligen collectegebed – Justorum animae in manu Dei sunt De zielen van de rechtvaardigen zijn in Gods Hand
Omnipotens sempiterne Deus,
qui nos omnium Sanctorum tuorum merita sub una
tribuisti celebritate venerari:
quaesumus;
ut desideratam nobis tuae propitiationis abundantiam,
multiplicatis intercessoribus, largiaris.
Per Dominum nostrum Jesum Christum, Filium tuum:
Qui tecum vivit et regnat in unitate Spiritus Sancti
Deus:
per omnia saecula saeculorum.
Amen.
Almachtige eeuwige God,
Gij laat ons vandaag de verdiensten van al uw Heiligen
in één plechtige viering gedenken.
Wij bidden U:
Schenk ons uw overvloedige barmhartigheid, waarnaar
wij verangend uitzien, omdat een ontelbare menigte voor ons ten beste spreekt.
Door onze Heer Jezus Christus uw Zoon,
Die met U leeft en heerste in de eenheid van de
Heilige Geest, God,
door de eeuwen der eeuwen.
Amen.
Collectegebed
Misformulier Hoogfeest van Allerheiligen
Hoogfeest van Allerheiligen Liturgia Horarum
Uit de Preken van de H. Bernardus, abt
Laten
wij ons haasten naar onze broeders, die op ons wachten
Waarom dus onze lof aan de
heiligen, waarom onze verheerlijking van hen, waarom dit plechtig feest van
ons? Waarvoor onze aardse hulde aan hen, die volgens de waarachtige belofte van
de Zoon door de hemelse Vader zelf worden geëerd? Waarvoor onze lofreden voor
hen? Onze lof hebben de heiligen niet nodig en met onze toewijding worden zij
niet gelukkiger. Het is duidelijk, dat het vieren van hun gedachtenis in ons
belang is, niet in het hunne. Ik beken tenminste, dat ik door die herinnering
een hevig verlangen in mij voel ontbranden.
Want dit is wel het eerste
verlangen, dat door het gedenken van de heiligen in ons wordt opgewekt en meer
en meer versterkt, namelijk: dat wij hun zo begeerlijk gezelschap zouden mogen
genieten en verdienen zouden medeburgers en medebewoners te zijn van die zalige
geesten, opgenomen te worden in de kring van de patriarchen, onder de groep van
de profeten, in de hoogste kring van de apostelen, in de ontelbare legers van
de martelaren, in de vereniging van de belijders en in de koren van de maagden,
ja, tenslotte, opgenomen te worden in de gemeenschap van alle heiligen en ons
met hen te verheugen. Die Kerk van de eerstelingen wacht op ons, en wij
verwaarlozen hen. De heiligen verlangen naar ons, en wij achten dat voor niets.
De rechtvaardigen verwachten ons, en wij doen alsof wij daar geen kennis van
hebben.
Laten wij eindelijk eens
wakker worden, broeders; laten wij verrijzen met Christus, zoeken wat boven is,
en smaken wat boven is. Laten wij verlangen naar hen, die naar ons verlangen,
laten wij ons haasten naar hen, die ons opwachten en hen, die op ons wachten,
met onze gebeden van te voren voor ons winnen. Wij moeten niet alleen verlangen
naar het gezelschap van de heiligen, maar ook naar hun geluk, zodat, als wij
naar hun gezelschap verlangen, wij ook met de vurigste begeerte verlangen deel
te hebben aan hun glorie. Want dit is geen verwerpelijk streven, en het
verlangen naar die glorie is in geen enkel opzicht gevaarlijk.
Dit nu is het tweede
verlangen, dat in ons brandt bij het gedenken van de heiligen, namelijk: dat,
zoals Christus aan hen openbaar is geworden, Hij dit ook voor ons moge worden,
die ons leven is; en dat ook wij met Hem in zijn glorie mogen verschijnen. Maar
moge ons Hoofd intussen ons niet worden voorgesteld zoals Hij nu is, maar zoals
Hij voor ons eens geworden is, niet dus met glorie gekroond maar met de doornen
omkranst van onze zonden. Het lidmaat moest zich schamen verheerlijkt te zijn
onder een gekroond Hoofd, omdat elk purperkleed dat lidmaat niet tot eer zou
strekken maar tot bespotting. Als Christus komt en zijn dood niet verder
verkondigd zal worden, zal het moment aangebroken zijn, dat wij weten, dat ook
wij zelf gestorven zijn en ons leven verborgen is met hem. Het glorievolle
Hoofd zal verschijnen en met Hem zullen ook zijn verheerlijkte ledematen
schitteren, wanneer Hij namelijk het lichaam van onze nietigheid zal omvormen
tot gelijkvormigheid met de glorie van het Hoofd, dat Hij zelf is.
Laten wij dus naar die
glorie met volle en veilige inzet inzet streven. Zoals het ons ongetwijfeld is
toegestaan daarop te hopen en te verzuchten naar dat grote geluk, kunnen wij
ook met volle recht de voorspraak vragen van de heiligen, dat zij ons door hun
bemiddeling mogen schenken, wat wij zelf niet vermogen te verkrijgen.
(Sermo 2: Opera omnia, Edit. Cisterc. 5
[1968], 364-368)
Lezingen H. Mis Allerheiligen - 1 november - Omdat wij Hem zullen zien zoals Hij is
Eerste lezing (Apok. 7, 2-4.9-14)
Uit de Openbaring van de heilige apostel Johannes.
Ik, Johannes, zag een andere engel opstijgen
an de opgang der zon
met het zegel van de levende God.
En hij riep met luide stem tot de vier engelen
aan wie macht gegeven was
schade toe te brengen aan de aarde en de zee:
“Brengt geen schade toe aan de aarde,
noch aan de zee, noch aan de bomen,
voordat wij de dienstknechten van onze God
met het zegel op hun voorhoofd getekend hebben.”
En ik vernam het aantal getekenden:
honderdvierenveertigduizend waren er
uit alle stammen van de kinderen van Israël.
Daarna zag ik een grote menigte, die niemand tellen kon,
uit alle rassen en stammen en volken en talen.
Zij stonden voor de troon van het Lam,
gekleed in witte gewaden en met palmtakken in de hand.
En zij riepen allen luid:
“Aan onze God, die op de troon is gezeten
en aan het Lam behoort de overwinning!”
En al de engelen stonden rondom de troon,
de oudsten en de vier dieren,
en zij wierpen zich op hun aangezicht voor de troon
en zij aanbaden God, zeggend:
“Amen!
Lof en heerlijkheid en wijsheid en dank,
eer en macht en sterkte
aan onze God in de eeuwen der eeuwen.
Amen!”
Toen richtte zich een van de oudsten tot mij en zei:
“Wie zijn dat in die witte gewaden
en waar komen zij vandaan?”
Ik antwoordde hem:
“Heer, dat weet gij.”
Toen zei hij:
“Dat zijn diegenen die komen uit de grote verdrukking,
die hun gewaden hebben wit gewassen
in het bloed van het Lam.
Tweede lezing (1 Joh. 3, 1-3)
Uit de eerste brief van de heilige apostel Johannes.
Vrienden, hoe groot is de liefde die de Vader ons betoond heeft!
Wij worden kinderen van God genoemd
en we zijn het ook.
De wereld begrijpt ons niet
en ze kent ons niet,
omdat zij Hem niet heeft erkend.
Vrienden,
nu reeds zijn wij kinderen van God
en wat wij zullen zijn is nog niet geopenbaard;
maar wij weten
dat wanneer het geopenbaard wordt
wij aan Hem gelijk zullen zijn,
omdat wij Hem zullen zien zoals Hij is.
Wie zulk een heil van God verwacht,
maakt zich rein zoals Christus rein is.
Evangelie (Mt. 5, 1-12a)
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs.
Toen Jezus de menigte zag, ging Hij de berg op,
en nadat Hij zich had neergezet, kwamen zijn leerlingen bij Hem.
Hij nam het woord en onderrichtte hen aldus:
“Zalig de armen van geest,
want aan hen behoort het Rijk der hemelen.
Zalig de treurenden,
want zij zullen getroost worden.
Zalig de zachtmoedigen,
want zij zullen het land bezitten.
Zalig die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid,
want zij zullen verzadigd worden.
Zalig de barmhartigen,
want zij zullen barmhartigheid ondervinden.
Zalig de zuiveren van hart,
want zij zullen God zien.
Zalig die vrede brengen,
want zij zullen kinderen van God genoemd worden.
Zalig die vervolgd worden om de gerechtigheid,
want hun behoort het Rijk der hemelen.
Zalig zijt gij wanneer men u beschimpt,
vervolgt en lasterlijk van allerlei kwaad beticht om Mijnentwil:
Verheugt u en juicht, want groot is uw loon in de hemel.”
Wij danken God.
Uit de Openbaring van de heilige apostel Johannes.
Ik, Johannes, zag een andere engel opstijgen
an de opgang der zon
met het zegel van de levende God.
En hij riep met luide stem tot de vier engelen
aan wie macht gegeven was
schade toe te brengen aan de aarde en de zee:
“Brengt geen schade toe aan de aarde,
noch aan de zee, noch aan de bomen,
voordat wij de dienstknechten van onze God
met het zegel op hun voorhoofd getekend hebben.”
En ik vernam het aantal getekenden:
honderdvierenveertigduizend waren er
uit alle stammen van de kinderen van Israël.
Daarna zag ik een grote menigte, die niemand tellen kon,
uit alle rassen en stammen en volken en talen.
Zij stonden voor de troon van het Lam,
gekleed in witte gewaden en met palmtakken in de hand.
En zij riepen allen luid:
“Aan onze God, die op de troon is gezeten
en aan het Lam behoort de overwinning!”
En al de engelen stonden rondom de troon,
de oudsten en de vier dieren,
en zij wierpen zich op hun aangezicht voor de troon
en zij aanbaden God, zeggend:
“Amen!
Lof en heerlijkheid en wijsheid en dank,
eer en macht en sterkte
aan onze God in de eeuwen der eeuwen.
Amen!”
Toen richtte zich een van de oudsten tot mij en zei:
“Wie zijn dat in die witte gewaden
en waar komen zij vandaan?”
Ik antwoordde hem:
“Heer, dat weet gij.”
Toen zei hij:
“Dat zijn diegenen die komen uit de grote verdrukking,
die hun gewaden hebben wit gewassen
in het bloed van het Lam.
Tweede lezing (1 Joh. 3, 1-3)
Uit de eerste brief van de heilige apostel Johannes.
Vrienden, hoe groot is de liefde die de Vader ons betoond heeft!
Wij worden kinderen van God genoemd
en we zijn het ook.
De wereld begrijpt ons niet
en ze kent ons niet,
omdat zij Hem niet heeft erkend.
Vrienden,
nu reeds zijn wij kinderen van God
en wat wij zullen zijn is nog niet geopenbaard;
maar wij weten
dat wanneer het geopenbaard wordt
wij aan Hem gelijk zullen zijn,
omdat wij Hem zullen zien zoals Hij is.
Wie zulk een heil van God verwacht,
maakt zich rein zoals Christus rein is.
Evangelie (Mt. 5, 1-12a)
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs.
Toen Jezus de menigte zag, ging Hij de berg op,
en nadat Hij zich had neergezet, kwamen zijn leerlingen bij Hem.
Hij nam het woord en onderrichtte hen aldus:
“Zalig de armen van geest,
want aan hen behoort het Rijk der hemelen.
Zalig de treurenden,
want zij zullen getroost worden.
Zalig de zachtmoedigen,
want zij zullen het land bezitten.
Zalig die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid,
want zij zullen verzadigd worden.
Zalig de barmhartigen,
want zij zullen barmhartigheid ondervinden.
Zalig de zuiveren van hart,
want zij zullen God zien.
Zalig die vrede brengen,
want zij zullen kinderen van God genoemd worden.
Zalig die vervolgd worden om de gerechtigheid,
want hun behoort het Rijk der hemelen.
Zalig zijt gij wanneer men u beschimpt,
vervolgt en lasterlijk van allerlei kwaad beticht om Mijnentwil:
Verheugt u en juicht, want groot is uw loon in de hemel.”
Wij danken God.
dinsdag 3 november 2020
Allerzielenoctaaf - "Si iniquitates observaveris Domine"
Gisteren begonnen we weer met het Allerzielenoctaaf waarbij we dagelijks in processie (uiteraard Gregoriaans) zingend vanuit de Basiliek naar de graven van de zusters trekken op het kerkhof. Het Gregoriaans was nog niet on line vindbaar maar dit is in ieder geval een weerkerende tekst,
zondag 1 november 2020
Litaniae Sanctorum (Litany of the Saints / Litanie dei Santi)
The Litany of the Saints (Latin: Litaniæ Sanctorum) is a formal prayer of the Catholic Church (especially of the Roman Catholic Church). It is a prayer to the Triune God, which also includes invocations for the intercession of the Blessed Virgin Mary, the Angels and all the martyrs and saints upon whom Christianity was founded, and those recognised as saints through the subsequent history of the church. Following the invocation of the saints, the Litany concludes with a series of supplications to God to hear the prayers of the worshippers. It is most prominently sung during the Easter Vigil, All Saints' Day, and in the liturgy for conferring Holy Orders.
The Litany of the Saints is one of the oldest prayers in continuous use in the Catholic Church. Forms of it were used in the East as early as the third century, and the litany as we know it today was largely in place by the time of Pope St. Gregory the Great (540-604). The exact list of saints has varied over time and geographical area. The form given on video is a long standing traditional form of the Litany.
vrijdag 1 november 2019
Allerheiligen - Christe, Redemptor omnium, conserva tuos famulos!
Vandaag vermeldt het Romeins Martyrologium op de eerste plaats: “Allerheiligen, het hoogfeest van alle heiligen, die met Christus in de heerlijkheid zijn. De heilige Kerk die nog op aarde pelgrimeert, eert op dit hoogfeest in één feestvreugde hun gedachtenis en ook de hemel, waaraan zij deel hebben, juicht het uit. Zo wordt de Kerk door hun voorbeeld aangespoord, verheugt zij zich over hun bescherming en zal zij hun overwinningskroon ontvangen, wanneer zij de goddelijke majesteit zal aanschouwen tot in de eeuwen der eeuwen”.
Met de Kerk richten we in de IIe Vespers van dit feest onze blik naar “de grote menigte die niemand tellen kon uit alle volken voor de troon” en horen wij het lied van de verlosten: “Gij hebt ons verlost, Heer en God, in uw bloed, uit alle stammen, talen, volken en naties, Gij hebt ons voor onze God tot koningen gemaakt”.
Hoe christocentrisch de Kerk de verering van de heiligen opvat tonen de beginregels van de hymnen van de Vespers: Christe, redemptor omnium, conserva tuos famulos - Christus, Verlosser van ons allen, bewaar uw trouwe dienaars; van het Lezingenofficie: Christe, cælorum habitator alme, vita sanctorum, via, spes salusque - Christus, milde bewoner van de hemel, Gij: leven van de heiligen, de weg, onze hoop en ons heil; alsook van de Lauden: Iesu, salvator sæculi, redemptis ope subveni – Jezus, Verlosser van de wereld, kom de verlosten te hulp.
Christus zelf is de kroon van alle heiligen, in vele stralen schittert de glans van het ene Licht en ieders verdienste is slechts de roem van Christus! De heiligen leven in de volheid van de vreugde, in een nooit eindigend feest. Dit hebben zij kunnen bereiken doordat zij zoals Jezus hun lasten hebben gedragen en verdrukking hebben doorstaan (vgl. Openbaring 7,14) en omdat ieder – ook bewust van menselijke grenzen en beperkingen - zijn deel van het offer op zich heeft genomen, om te delen in de heerlijkheid van de Verrijzenis.
Voor ons zijn zij een voorbeeld van geloof en leven. Zij zien God zoals Hij is (vgl. 1 Joh 3,2) maar zien ook naar ons, laten zich door ons aanspreken en bidden voor ons. Het is een uitwisseling van geloof en genade waarvan de gemeenschap van de Kerk leeft.
Met Allerheiligen ervaren we opnieuw en krachtig hoezeer we door de hemel worden aangetrokken en als het ware worden gedrongen om onze aardse pelgrimstocht haastig af te leggen om de lofzang die vandaag de Koning van alle heiligen wordt gebracht eens uitbundig in eeuwigheid te mogen zingen.
Met de Kerk richten we in de IIe Vespers van dit feest onze blik naar “de grote menigte die niemand tellen kon uit alle volken voor de troon” en horen wij het lied van de verlosten: “Gij hebt ons verlost, Heer en God, in uw bloed, uit alle stammen, talen, volken en naties, Gij hebt ons voor onze God tot koningen gemaakt”.
Hoe christocentrisch de Kerk de verering van de heiligen opvat tonen de beginregels van de hymnen van de Vespers: Christe, redemptor omnium, conserva tuos famulos - Christus, Verlosser van ons allen, bewaar uw trouwe dienaars; van het Lezingenofficie: Christe, cælorum habitator alme, vita sanctorum, via, spes salusque - Christus, milde bewoner van de hemel, Gij: leven van de heiligen, de weg, onze hoop en ons heil; alsook van de Lauden: Iesu, salvator sæculi, redemptis ope subveni – Jezus, Verlosser van de wereld, kom de verlosten te hulp.
Christus zelf is de kroon van alle heiligen, in vele stralen schittert de glans van het ene Licht en ieders verdienste is slechts de roem van Christus! De heiligen leven in de volheid van de vreugde, in een nooit eindigend feest. Dit hebben zij kunnen bereiken doordat zij zoals Jezus hun lasten hebben gedragen en verdrukking hebben doorstaan (vgl. Openbaring 7,14) en omdat ieder – ook bewust van menselijke grenzen en beperkingen - zijn deel van het offer op zich heeft genomen, om te delen in de heerlijkheid van de Verrijzenis.
Voor ons zijn zij een voorbeeld van geloof en leven. Zij zien God zoals Hij is (vgl. 1 Joh 3,2) maar zien ook naar ons, laten zich door ons aanspreken en bidden voor ons. Het is een uitwisseling van geloof en genade waarvan de gemeenschap van de Kerk leeft.
Met Allerheiligen ervaren we opnieuw en krachtig hoezeer we door de hemel worden aangetrokken en als het ware worden gedrongen om onze aardse pelgrimstocht haastig af te leggen om de lofzang die vandaag de Koning van alle heiligen wordt gebracht eens uitbundig in eeuwigheid te mogen zingen.
Allerheiligen Eerste lezing uit Misliturgie van het hoogfeest
Apok 7,2-4. 9-14
Uit de Openbaring van de
heilige apostel Johannes
Ik, Johannes, zag een andere engel
opstijgen van de opgang der zon met het zegel van de levende God. En hij riep
met luide stem tot de vier engelen aan wie macht gegeven was schade toe te
brengen aan de aarde en de zee: ‘Brengt geen schade tot aan de aarde noch aan
de zee noch aan de bomen, voordat wij de dienstknechten van onze God met het
zegel op hun voorhoofd getekend hebben’. En ik vernam het aantal getekenden:
honderdvierenveertigduizend waren er uit alle stammen van de kinderen van
Israël. Daarna zag ik een grote menigte, die niemand tellen kon, uit alle
rassen en stammen en volken en talen. Zij stonden voor de troon en voor het
Lam, gekleed in witte gewaden en met palmtakken in de hand. En zij riepen allen
luid: ‘Aan onze God die op de troon is gezeten en aan het Lam behoort de overwinning!’
En al de engelen stonden rondom de troon, de oudsten en de vier dieren, en zij
wierpen zich op hun aangezicht voor de troon en zij aanbaden God, zeggend:
‘Amen! Lof en heerlijkheid en wijsheid en dank, eer en macht en sterkte aan
onze God in de eeuwen der eeuwen. Amen!’ Toen richtte zich een van de oudsten
tot mij en zei: ‘Wie zijn dat in die witte gewaden en waar komen zij vandaan?’
Ik antwoordde hem: ‘Heer, dat weet gij.’ Toen zei hij: ‘Dat zijn degenen die
komen uit de grote verdrukking, die hun gewaden hebben wit gewassen in het
bloed van het Lam.’
Vandaag om 09.30u plechtige Hoogmis Allerheiligen in de Basiliek op de Kerkberg
Aanstaande donderdag is om 09.30u in de basiliek op de Kerkberg de hoogmis bij gelegenheid van het Hoogfeest van Allerheiligen, om 09.15u bidden we de terts eveneens in de basiliek. U bent van harte welkom om mee te bidden! De Gregoriaanse gezangen worden gezongen door de parochiele schola en de zusters.
dinsdag 28 oktober 2014
Abonneren op:
Posts (Atom)












