woensdag 30 oktober 2019

Lectio divina lingua latina Liturgia Horarum Hebdomada XXX per annum feria V Wijsheid wordt geschapen in de werken



Lectio altera

Ex oratiónibus sanct Athanásii epíscopi Contra Ariános
(Oratio 2, 78. 79: PG 26, 311. 314)
Tweede lezing

Uit de Preken tegen de Arianen, van de H. Athanasius, bisschop
(Oratio 2, 78. 79: PG 26, 311. 314)

De gestalte en het beeld van de Wijsheid wordt geschapen in de werken

Omdat de gestalte van de Wijsheid in ons en in alles is geschapen, heeft de ware en scheppende Wijsheid datgene, wat haar gestalte eigen is, zichzelf toegeëigend en zegt: De Heer schiep Mij in zijn werken. Wat nu de Wijsheid, die in ons is, spreekt, dat beschouwt de Heer zelf als het zijne.

Daarom niet Hij wordt geschapen, die zelf de Schepper is, maar wegens zijn geschapen beeld in zijn werken spreekt Hij daarover als over Zichzelf. Zoals daarom de Heer zelf zei: Wie u opneemt, neemt Mij op, omdat zijn gestalte in ons is, zo wordt Hijzelf wel niet onder de schepselen gerekend, maar omdat zijn gestalte en beeld in zijn werken wordt geschapen, zegt Hij, alsof Hij het zelf was: De Heer schiep Mij als het begin van zijn werken.

En daarom werd de gestalte van de Wijsheid in de werken geschapen, opdat de wereld in haar het Woord, haar Schepper zou erkennen, en door het Woord de Vader. Want dat is het, wat Paulus leert: Wat een mens van God kan weten, is in feite onder hen bekend: God zelf heeft het hun duidelijk gemaakt. Want van de schepping der wereld af wordt zijn onzichtbaar Wezen door de rede in zijn werken aanschouwd. Daarom het Woord is, wat zijn substantie betreft, zeker niet geschapen, maar die plaats in de Schrift moet verstaan worden als handelend over de wijsheid, die werkelijk in ons is en ons ook toegeschreven wordt.

Maar als zij aan dit alles geen geloof willen schenken, moeten zij ons eens antwoorden, of er in de schepselen een zekere wijsheid is of niet. Als er géén is, waarom oppert de Apostel dan bezwaar met deze woorden: Want in Gods wijsheid heeft de wereld met al haar wijsheid God niet gevonden? Ofwel, als er geen wijsheid bestaat, waarom wordt er dan in de Schrift gesproken over een menigte wijzen? Want de wijze vlucht in vreze het kwaad, en met wijsheid wordt uw huis gebouwd.

De Prediker zegt ook: De wijsheid van de mensen doet zijn aangezicht stralen. Tegelijk bedreigt de schrijver de vermetelen met deze woorden: Zeg niet: Hoe komt het, dat vroeger de tijden beter waren dan nu? Want niet uit wijsheid vraagt men zo iets.

Als dan de wijsheid in de geschapen dingen is, zoals ook de Zoon van Sirach getuigt: Hij heeft haar uitgestort over al zijn werken en over alle vlees naar de mate van zijn gave, en schenkt haar aan wie Hem liefhebben. Als deze uitstorting allerminst aanduidt het wezen van de wijsheid, die op zichzelf bestaat en eniggeboren is, maar het wezen aanduidt van die wijsheid, die in de wereld is uitgestort, wat ligt er dan voor ongelofelijks in, als de scheppende en ware Wijsheid zelf – waarvan het beeld of gestalte de wijsheid en de kennis is, die in de wereld is uitgestort – als van Zichzelf zegt: De Heer schiep Mij in zijn werken? Want niet de wijsheid, die in de wereld is, is scheppend, maar geschapen in de werken, volgens welke wijsheid de hemelen Gods glorie verhalen, en het firmament het werk van zijn handen verkondigt.