Posts tonen met het label Hemelvaart. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Hemelvaart. Alle posts tonen

donderdag 14 mei 2026

Collectegebed Hoogfeest Hemelvaart - De Hemelvaart van Christus, uw Zoon, is ook onze verheffing


Collectegebed Hoogfeest Hemelvaart - De Hemelvaart van Christus, uw Zoon, is ook onze verheffing

Fac nos, omnipotens Deus, sanctis exsultare gaudiis, et pia gratiarum actione lætari, quia Christi Filii tui ascensio est nostra provectio, et quo processit gloria capitis, eo spes vocatur et corporis.

Almachtige God, laat ons juichen en blij zijn, vol dankbaarheid, omdat de hemelvaart van Christus, uw Zoon, ook onze verheffing is. Zijn glorie bij U is onze hoop, want wij vormen één lichaam met Hem die ons Hoofd is: Jezus Christus onze Heer.

Poging tot meer letterlijke vertaling
Laat ons, almachtige God, van heilige vreugde juichen, en vreugde gevoelen in vrome dankbaarheid, omdat de Hemelvaart van Christus, uw Zoon, ook onze verheffing is: en waarheen de glorie van het Hoofd (Christus) is voorgegaan, daarheen wordt ook de hoop van het Lichaam (de Kerk) geroepen.

Volgens de kalender van de Nederlandse kerkprovincie vieren wij de Hemelvaart van onze Heer op de veertigste dag na Pasen. Elders is ook wel besloten Hemelvaart te vieren op de zevende zondag van Pasen vanuit het motief dat dan meer mensen het mysterie van de Hemelvaart des Heren in de kerk kunnen vieren. Vanaf de vierde eeuw is het feest op de veertigste dag, dus op donderdag, gevierd.

L i t u r g i s c h e   a n t e c e d e n t e n
Dit gebed is een nieuwe tekst geschreven voor de Novus Ordo uit 1969 van Paulus VI. De belangrijkste bron voor de tekst is een preek van paus Leo de Grote (461), Sermo 73,4:

Quia igitur Christi ascensio, nostra provectio est, et quo praecessit gloria capitis, eo spes vocatur et corporis, dignis, dilectissimi, exultemus gaudiis et pia gratiarum actione laetemur.

De woorden “gratias agere” betekenen “dank zeggen”. “Dank U” is in het Latijn: gratias tibi ago. De verbinding met het begrip “Eucharistie” is duidelijk. In liturgisch verband betekent “actio” vaak “het liturgische doen” , "de liturgieviering", en zelfs de kern van de Heilige Mis, het Eucharistisch Gebed. “Provectio “ betekent “verheffing”, “bevordering”, "overstijging".

De woorden "Hoofd" en "Lichaam" zijn met hoofdletters geschreven omdat Leo de Grote daarmee doelt op Christus als Hoofd en op de Kerk als het Lichaam van Christus.

Op 1 juni 444 preekte Leo de Grote in sermo 73,4:

"Het was voorwaar een grote, onbeschrijfelijke bron van vreugde toen, ten aanschouwen van de hemelse schare, het mensdom is opgevaren boven de waardigheid van alle hemelse wezens, de engelenschaar en de rangen van de Aartsengelen. In zijn Hemelvaart oversteeg Hij de andere rangen totdat Hij werd ontvangen bij de zetel van de eeuwige Vader, en verbonden op de Glorietroon in die Ene, waarin de Vader samengaat met de Zoon”.

Paus Leo de Grote (geïnspireerd door St. Augustinus – 325) preekte op 17 mei 445
(in sermo 74, 3):

"[Ons katholieke] geloof], versterkt door de Hemelvaart van de Heer en versterkt door de gaven van de Heilige Geest, is niet bang van ketenen, gevangenis, ballingschap, honger, vuur, of verscheurd te worden door wilde dieren, noch van hevig lijden door wreedheid van vervolgers.  Over de hele wereld, hebben niet alleen mannen maar ook vrouwen, niet alleen onvolwassen jongens maar ook kwetsbare maagden geleden voor dit geloof en zelfs hun bloed vergoten.  Dit geloof heeft demonen verdreven, van ziekten genezen en doden doen opstaan".

We weten vanuit ons katholieke geloof,  “dat niet wordt aangenomen, wat niet reeds was verlost” (H. Gregorius van Nazianze d 389/90).

Onze menselijke natuur, lichaam en ziel, werd door de Zoon opgenomen in een onverbrekelijke band met Zijn goddelijke Natuur. Toen Christus uit het graf opstond, werd onze menselijke natuur verheven.  Toen Christus naar de hemel is opgevaren, zijn ook wij opgevaren. In Christus Jezus zetelt onze menselijke natuur nu aan de rechterhand van de Vader. 

Zijn hemelvaart destijds is nu onze grote hoop.  Onze hoop is reeds vervuld, maar nog niet ten volle. 


Die hoop draagt ons bij de beproevingen in dit leven.

Met dank aan en toestemming van Father Zuhlsdorf 

donderdag 29 mei 2025

Why Did Jesus Ascend to Heaven? - Bishop Barron's Sunday Sermon

Prefatie I Hemelvaart van Christus



Heilige Vader, machtige eeuwige God,
om recht te doen aan uw heerlijkheid,
om heil en genezing te vinden,
zullen wij U danken, altijd en overal.

Want de Heer Jezus, de Koning der glorie,
de overwinnaar van zonde en dood,
is tot verwondering van de Engelen
naar het hoogste der hemelen opgestegen,
waar hij zetelt als Middelaar tussen God en de mensen,
als Rechter der wereld en Heer van alle machten.

Viri Galilei Introitus Hemelvaart (Gregoriaans)


Lezingen H. Mis (Lectionarium) van de Hemelvaart van de Heer Nadat de Heer Jezus aldus tot hen gesproken had, werd Hij ten hemel opgenomen

Eerste lezing (Hand. 1, 1-11)
Uit de Handelingen der Apostelen.
Mijn eerste boek, Teófilus, heb ik geschreven
over alles wat Jezus gedaan en geleerd heeft
tot aan de dag, waarop Hij zijn opdracht gaf
aan de Apostelen, die Hij door de heilige Geest
had uitgekozen, en waarop Hij ten hemel werd opgenomen.
Na zijn sterven toonde Hij hun met vele bewijzen,
dat Hij in leven was.
Hij verscheen hun gedurende veertig dagen
en sprak met hen over het Rijk Gods.
Terwijl Hij met hen at,
beval Hij hun Jeruzalem niet te verlaten,
maar de belofte van de Vader af te wachten
die, zo zei Hij, gij van Mij vernomen hebt:
“Johannes doopte met water,
maar gij zult over enkele dagen
gedoopt worden met de heilige Geest.”
Terwijl zij eens bijeengekomen waren,
stelden zij Hem de vraag:
“Heer, gaat Gij in deze tijd voor Israël het koninkrijk herstellen?”
Maar Hij gaf hun ten antwoord:
“Het komt u niet toe dag en uur te kennen,
die de Vader in zijn macht heeft vastgesteld.
Maar gij zult kracht ontvangen
van de heilige Geest, die over u komt,
om mijn getuigen te zijn in Jeruzalem,
in geheel Judea en Samaria
en tot het einde der aarde.”
Na deze woorden
werd Hij ten aanschouwen van hen omhooggeheven
en een wolk onttrok Hem aan hun ogen.
Terwijl zij Hem bij zijn hemelvaart gespannen nastaarden,
stonden opeens twee mannen in witte gewaden bij hen die zeiden:
“Mannen van Galilea,
wat staat ge naar de hemel te kijken?
Deze Jezus,
die van u is weggenomen naar de hemel,
zal op dezelfde wijze wederkeren
als gij Hem naar de hemel hebt zien gaan.”

Tweede lezing (Ef. 1, 17-23)
Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Efese.
Broeders en zusters,
ik smeek de God van onze Heer Jezus Christus,
de Vader der heerlijkheid,
u de Geest te geven van wijsheid en openbaring
om Hem waarachtig te kennen.
Moge Hij uw innerlijk oog verlichten
om te zien, hoe groot de hoop is waartoe Hij u roept,
hoe rijk
de heerlijkheid van zijn erfdeel te midden der heiligen
en hoe overgroot zijn macht is in ons die geloven.
Dezelfde sterkte en kracht heeft Hij betoond in Christus,
toen Hij Hem opwekte uit de dood
en zette aan zijn rechterhand in de hemelen,
hoog boven alle heerschappijen,
machten, krachten en hoogheden
en boven elke naam, die genoemd wordt,
niet alleen in deze maar ook in de toekomstige tijd.
Alles heeft God onder zijn voeten gelegd,
en Hemzelf, verheven boven alles,
heeft Hij als Hoofd gegeven aan de kerk,
die zijn lichaam is,
de volheid van Hem, die het al in alles vervult.

Evangelie (Mc 16, 15-20)
In die tijd, toen Jezus aan de elf verscheen,
sprak Hij tot hen:
“Gaat uit over de hele wereld
en verkondigt het evangelie aan heel de schepping.
Wie gelooft en gedoopt is zal gered worden,
maar wie niet gelooft, zal veroordeeld worden.
En deze tekenen zullen de gelovigen vergezellen:
in mijn Naam zullen ze duivels uitdrijven,
nieuwe talen spreken,
slangen opnemen;
zelfs als ze dodelijk vergif drinken zal het hun geen kwaad doen;
en als ze aan zieken de handen opleggen
zullen dezen genezen zijn.”
Nadat de Heer Jezus aldus tot hen gesproken had, werd Hij ten hemel opgenomen
en Hij zit aan de rechterhand van God.
Maar zij trokken uit om overal te prediken,
en de Heer werkte met hen mee
en schonk kracht aan hun woord
door de tekenen die het vergezelden.

woensdag 25 mei 2022

Overweging rond Hemelvaart ""Al heeft Hij ons verlaten, Hij laat ons nooit alleen"

 


In een bekend kerklied, waarbij geen dichter wordt vermeld, wordt de betekenis van 's-Heren Hemelvaart in fijne woorden uitgedrukt : "Al heeft Hij ons verlaten, Hij laat ons nooit alleen ; wat wij van Hem bezaten is altijd om ons heen, als zonlicht om de bloemen, een moeder om haar kind ; te veel om op te noemen, zijn wij door Hem bemind".

Het is inderdaad een mysterie dat de Heer onzichtbaar met ons is. Hij is bij ons in de sacramenten en overal waar mensen goed zijn. Zijn boodschap, zijn voorbeeld zijn er altijd. Zijn liefde omringt ons zoals het licht van de zon rond de bloemen hangt en erin zit, want de bloem leeft daarvan en geniet ervan, of zoals een moeder in verwachting veilig haar kindje omsluit. "In Hem leven, bewegen en zijn wij" zegt de Bijbel.

Het is goed voor ons om God in het vizier te houden, om naar de hemel te kijken, want dat geeft ruimte aan onze blik. Alleen langs die kant is de schepping eindeloos. Wie te veel naar de grond kijkt, wordt een navelkijker en zijn blik wordt verengd.

Heb geen angst, vrede zij met ons, dat wenste de Heer, de apostelen telkens weer toe. En dat blijft Hij ook tegen ons zeggen. De liefdevolle God leidt alles ten goede, voor hen die dat willen, wat er ook moge gebeuren. Hij gaat dan ook steeds met ons mee, Hij die niet alleen alles kan, maar in de eerste plaats Liefde is en Licht, warmte, levensbron. Hij heeft ons eindeloos lief.

Deze God-Vader heeft Jezus zichtbaar gemaakt. Hij ging weldoende rond.

Mensen kunnen elkaar het leven zuur maken, elkaar duivelen. Jezus nu, was iemand die de mensen daarvan genas. Hij deed dat door voor iedereen goed te zijn en door te blijven geloven dat in iedereen het goede aanwezig is. In Jezus kwam God ons tastbaar nabij.

En telkens wanneer wij echt goede mensen ontmoeten, dan ervaren wij Gods nabijheid.

Op zijn tochten vertelde Jezus dat het ook allemaal anders kon, dat oog om oog en tand om tand, niet het beste systeem is, dat hebben is hebben en krijgen is de kunst, niet de hoogste wijsheid is, dat alle soorten kronkelpaden, de mens wurgen en dat het gif van jaloezie en afgunst elk mensenhart doodt.

De kracht om weldoende rond te gaan, ondanks alles en om mensen te bevrijden van het kwaad, haalde Jezus uit zijn verbondenheid met de Vader, uit zijn gebed.

Hieruit blijkt de betekenis van bidden. Het geeft ook ruimte aan onze blik, het voorkomt dat wij met oogkleppen op, leven. Het voordeel van een kerk daarbij is dat we even de dagelijkse omgeving achter ons laten, net zoals Jezus geregeld de eenzaamheid opzocht om bewuster met de liefdevolle God bezig te kunnen zijn.

Dat de Heer  opgenomen is ten hemel raakt ook ons. Maar het gaat wel om iets dat op het eerste gezicht niet zo zichtbaar is. We moeten door de buitenkant, wat we direct zien, heen kijken. We ontdekken dan dat er daaronder diepere zaken zijn, dat het voornaamste niet zichtbaar is voor de ogen. En dan menen mensen soms het gevonden te hebben, totdat zij opnieuw verrast worden en tot de constatering komen dat er nog diepere gronden zijn...en zo gaat het verder tot wij bij de Bron komen, nl. de Liefdevolle.

Wij zijn leden van de Kerk, wij zijn ledematen van het mystieke Lichaam van Christus. Wij vormen een eenheid met Hem. Daarom is het ook onze bestemming om bij de liefdevolle God voorgoed thuis te komen.

Moge Hij U allen een zeer gezegend Hoogfeest geven ! Leef in vrede !

(HR)


Hemelvaart op de Kerkberg 2019 II Eerste Heilige Communie - luidruchtig, verwachtingsvol en ontroerend
















Christus’ opstijging ten hemel is voor ons een onderpand - Sint Bernardus


Christus’ opstijging ten hemel is voor ons een onderpand

Indien wij met waardige godsvrucht de feesten van de Menswording en de Verrijzenis vieren, dan is het passend dat ook deze dag van de Hemelvaart met niet minder luister worde gevierd. want deze plechtigheid hoort helemaal bij die twee feesten waarvan zij het slot en de voltooiing is. Terecht was het een blijde en feestelijke hoogdag, toen de hoogverheven Zon, de Zon der gerechtigheid, zich aan onze zwakke ogen vertoonde en Zijn ongenaakbaar en verblindend licht als in een wolk temperde door zich te onthullen met het kleed van een sterfelijk lichaam. Nog meer vreugde en jubel was er toen Hij dat omhulsel scheurde, zich omgordde met blijdschap, en zonder iets te veranderen aan het wezen van het kleed, alles er uit verwijderde wat oud en vergankelijk, ellendig en waardeloos was: en aldus gaf Hij het onderpand van onze verrijzenis.

Maar wat betekenen voor mij deze feesten, zolang mijn leven aan de aarde gebonden is? Wie zou ooit durven verlangen in de hemel te worden opgenomen, ware Hij niet eerst opgestegen, die er uit was nedergedaald? Ik mag het u rechtuit zeggen: het verblijf in deze ballingschap zou mij haast zo zwaar vallen als de hel, indien de Heer der legerscharen ons geen onderpand van vertrouwen en van verwachting had achtergelaten, en aan zijn gelovigen geen hoop gegeven had, toen Hij in de wolken opsteeg. Want Hij zegt: indien Ik niet heenga zal de Paracleet niet tot u komen. Wie is deze Paracleet Het is Hij door wie de liefde wordt uitgestort en de hoop niet wordt beschaamd, door wie onze levenswandel in de hemel is; Hij is de kracht uit den hoge die onze harten verheft. “Ik ga u een woning bereiden”, zegt Hij nog, “en als Ik zal heengegaan zijn en u deze woning zal bereid hebben, dan zal Ik terug komen om u tot Mij te nemen” (Jo 14,2-3). “Want waar het aas ligt, daar verzamelen zich de gieren (Mt 24,28)”.
Begrijpt gij nu hoe het feest dat wij vandaag vieren, de andere feesten aanvult, hun geestelijke vruchten uitlegt en ze vermeerdert?

Zoals al de andere gebeurtenissen uit het leven van Hem die voor ons geboren en aan ons gegeven werd, zo is ook Zijn Hemelvaart omwille van ons geschied, en tot ons voordeel doet Hij dat.

(S. Bernardus in Ascens. Dom. IV; PL 183 c. 309)

Lectio divina lingua latina Liturgia Horarum IN ASCENSIONE DOMINI Sollemnitas Nemo ascendit in cælum, nisi qui descendit de cælo. Niemand stijgt op ten hemel, dan Hij die uit de hemel is neergedaald.


Ad Officium lectionis

 Lectio altera

Ex Sermónibus sancti Augustíni epíscopi
(Sermo de Ascensione Domini, Mai 98, 1-2: PLS 2, 494-495)
Tweede lezing
Uit de Preken van de H. Augustinus, bisschop, over de Hemelvaart van de Heer
(Sermo de Ascensione Domini, Mai 98, 1-2: PLS 2, 494-495)

Niemand stijgt op ten hemel, dan Hij die uit de hemel is neergedaald

Heden is onze Heer Jezus Christus ten hemel opgestegen. Laat ook ons hart met Hem opstijgen.

Luisteren wij naar de Apostel die zegt: ‘Als gij met Christus verrezen zijt, zoekt dan wat boven is, daar waar Christus zetelt aan de rechterhand Gods. Zint op het hemelse, niet op het aardse’ (Kol. 3, 1-2). Hij is opgestegen, maar niet van ons heengegaan. Zo zijn ook wij al daar met Hem, terwijl in ons lichaam nog niet gebeurd is wat ons beloofd wordt.

Hij is al boven de hemelen verheven, maar toch ondergaat Hij op aarde al het lijden dat wij als zijn ledematen te verduren hebben. Hiervan getuigde Hij toen Hij vanuit de hemel riep: ‘Saul, Saul, waarom vervolgt gij Mij?’ (Hand. 9, 4), en eveneens met de woorden: ‘Ik had honger, en gij hebt Mij te eten gegeven’ (Mt. 25, 35).

Waarom doen ook wij niet zó ons best op aarde, dat wij door geloof, hoop en liefde, waardoor wij met Hem verbonden zijn, ook reeds met Hem van de rust genieten in de hemel? Hoewel Hij daar is, is Hij ook met ons, en terwijl wij hier zijn, zijn wij ook met Hem. Hij is met ons door zijn godheid, zijn macht en zijn liefde. Wij kunnen niet bij Hem aanwezig zijn door de godheid zoals Hij bij ons, maar wij kunnen het door de liefde, door de liefde tot Hem.

Hij verliet de hemel niet toen Hij vandaar naar ons afdaalde, Hij verliet ons niet toen Hij weer naar de hemel opsteeg. Want dat Hij daar was, terwijl Hij toch bij ons was, dat getuigt Hijzelf. ‘Nooit is er iemand naar de hemel opgeklommen,’ zegt Hij, ‘tenzij Hij die uit de hemel is neergedaald, de Mensenzoon die in de hemel is’, (Joh. 3, 13). Hij zei niet: de Mensenzoon die in de hemel zal zijn, maar die in de hemel is.

Dit is gezegd vanwege de eenheid tussen Hem en ons, omdat Hij ons hoofd is en wij zijn lichaam zijn. Niemand anders dan Hij is naar de hemel opgestegen dan Hij die uit de hemel neergedaald is. Maar vergeet niet dat met ‘Hij’ ook wij bedoeld zijn, overeenkomstig het feit dat Hij de Mensenzoon is omwille van ons en dat wij kinderen van God zijn omwille van Hem.

Zo immers zegt de Apostel het: ‘Zoals het menselijk lichaam met zijn vele ledematen één geheel vormt; en alle ledematen, hoe vele ook, één lichaam zijn, zo ook de Christus’ (1 Kor. 12, 12). Hij zegt niet: ‘Zo is het ook met de Christus’, maar hij zegt: ‘Zo ook de Christus.’ Christus is dus vele ledematen, één lichaam.

Hij daalde derhalve af uit de hemel uit medelijden, en niemand steeg op dan Hij alleen, terwijl ook wij in Hem opstegen door de genade.
En om deze reden is er niemand afgedaald dan Christus, en niemand opgestegen dan Christus: dit betekent niet dat de waardigheid van het hoofd mag gelijkgesteld worden met zijn lichaam, maar wel dat de eenheid van het lichaam niet mag gescheiden worden van het hoofd.

Resurrection and Ascension of Jesus--Beethoven Oratorio: Christ on the Mount of Olives

Bach J.S. Cantata BWV 11 / Bach J.S. Cantata BWV 11 "Lobet Gott in seinen Reichen" Himmelfahtoratorium

Hoe en waarom is Jezus ten hemel opgestegen?


Hoe en waarom is Jezus ten hemel opgestegen?
De Heer Jezus werd ten hemel opgenomen en zit aan de rechterhand van God“ (Mc 16,15) zo horen we in het Evangelie van dit hoogfeest dat in sommige bisdommen of parochies op deze zondag wordt gevierd.

De dagen en jaren van Jezus‘ leven en werk schitterden door wonderen. Maar veel  wonderbaarder dan hetgeen Hij in de mensen had bewerkt was dat wat na zijn Dood met Hem gebeurde. Het is zijn glorierijke Verrijzenis uit de doden en zijn wonderbaarlijke Hemelvaart(1). Deze Hemelvaart is niets anders dan de voortzetting van het wonderlijke leven van Jezus in de tijd na zijn Verrijzenis.

De Hemelvaart van Jezus is qua plaats en tijd vastgelegd. De plaats is de Olijfberg. Waarom juist deze plaats? Blijkbaar verbindt God met deze Hemelvaart een bijzondere betekenis. Hij zou ons hiermee kunnen tonen dat wie volhard heeft in het lijden ook in de hemel kan worden opgenomen. In de Hof van Olijven – aan de voet van de Olijfberg - is het Lijden van Jezus immers begonnnen. De dag van Jezus‘ Hemelvaart is ook in de tijd vastgelegd: niet 31, niet 39 dagen, maar 40 dagen na zijn Verrijzenis is Jezus ten hemel opgestegen om alle mythische beredeneringen te niet te doen. De Hemelvaart van Jezus ligt vast naar tijd en plaats. Jezus is als Mens naar de hemel opgegaan; als God had Hij deze nooit verlaten. Als Mens is Hij de heerlijkheid van de Vader binnengegaan. Door dit heilsmysterie is Jezus met gerechtigheid gekroond, die Hij door zijn weergaloze gehoorzaamheid had verdiend.  Nu kan iedereen zien dat er een gerechtigheid is. Hij die geschonden, gesmaad en veroordeeld werd, wordt nu door de Vader in de heerlijkheid van de hemel opgenomen.

Wanneer de gebeurtenis van Jezus’ Hemelvaart zó beschreven wordt dat Hij opsteeg, is dit niet omreden dat de hemel boven en de hel beneden is. Dat zijn beelden. De wolkenhemel waarin de vliegtuigen hun traject afleggen en de vogels cirkelen is niet de hemel als de aan God voorbehouden werkelijkheid. De hemel waarover we hier spreken is, in het Engels uitgedrukt heaven, en niet sky. Sky is de wolkenhemel, heaven is de aan God voorbehouden werkelijkheid en daarheen is Christus opgestegen. Deze werkelijkheid kan niet met een plaats worden benoemd, we weten alleen dat deze realiteit al onze ervaringen overstijgt.

Hij steeg ten hemel uit eigen kracht. Hij had geen wagen nodig zoals Elias, en ook geen engelen zoals de profeet Habacuc. Uit eigen kracht, uit kracht van zijn goddelijke natuur is de mens Jezus in de hemel opgenomen. Dat is de Hemelvaart van Jezus.

Ook het heelal van de ruimtevaarders is niet de hemel van God. God gaat heel de waarneembare werkelijkheid te boven, Hij is niet alleen boven de aarde, Hij overstijgt ook de hemelen. Deze waarheid drukt de Kerk in de liturgie van H.Mis en Getijdengebed uit als zij bidt: „God, U hebt uw Zoon boven alle hemelen verheven“, dus niet tot de hemelen en ook niet tot de hemel die we zien en evenmin het heelal, maar boven álle hemelen is Jezus opgenomen. Ons wereldbeeld kan dus ons geloof in de Hemelvaart van Jezus niet te niet doen, maar verdraagt zich ermee. Jezus overstijgt ieder wereldbeeld, want de hemel waarnaar Hij opstijgt is een goddelijke werkelijkheid.

Waarom is Jezus ten hemel opgestegen? Waarom is Hij in de heerlijkheid van God opgenomen? De H. Schrift geeft hierop een viervoudig antwoord: Op de eerste plaats is Hij ten hemel opgestegen om de hoogste heerlijkheid te verwerven. Hij zou door de Hemelvaart aan de rechterzijde van de Vader worden verheven, dat wil zeggen dat Hij de hoogste heerlijkheid van God zou ontvangen. Hij zou als Mens de heerlijkheid van God binnentreden. Zo spreekt immers de Brief van de H.Paulus aan de Efesiërs: “Hij die is neergedaald is Dezelfde die ook is opgestegen hoog boven alle hemelen“ (4,10) – boven alle hemelen! – om het heelal te vervullen“. Hij is de heerlijkheid van de Vader binnengegaan. Men ziet dat God de Gerechtigheid is. Hij heeft zijn Dienaar niet tot ontbinding laten overgaan, Hij heeft Hem uit het graf geroepen en aan zijn rechterhand verheven. Dit is de eerste reden van de Hemelvaart van Jezus Christus.
De tweede reden waarom Jezus ten hemel is opgestegen ligt in de zending van de Heilige Geest. Kon de Geest dan niet tevoren komen? Nee, de Geest moest eerst worden ontbonden Jezus moest eerst worden ontbonden door uit de verheerlijkte menselijke natuur te voorschijn te treden. Jezus zegt dit ook in het Evangelie van Johannes: “Ik zeg u de waarheid: het is goed voor u dat ik heenga; want als Ik niet heenga zal de Helper niet tot u komen. Nu Ik wel ga zal Ik Hem tot u zenden“ (Jo 151,7). Hij is ten hemel opgestegen om ons het geschenk van de H.Geest te geven. Nu stroomt Hij uit door de verheerlijkte natuur van Jezus.
Verder is Jezus naar de hemel opgestegen om de Vader voor ons te smeken. Wij hebben een Voorspreker nodig die voor ons ten beste spreekt en voor ons bemiddelt. Nu hebben wij Hem, Jezus Christus, de Mens, bij de Vader in de hemel. Hij is nu onze Voorspreker bij de Vader zoals Johannes in zijn 1e Brief schrijft: “Kinderen, dit schrijf ik u, opdat gij niet zoudt zondigen. En mocht iemand zondigen, dan hebben wij een Voorspreker bij de Vader, Jezus Christus, de Rechtvaardige“ (1 Jo 2,1).
De laatste reden van de Hemelvaart is dat Jezus voor ons de hemel toegankelijk wil maken, dat Hij ons een woning in de hemel wil bereiden. “In het huis van mijn Vader zijn vele wo- ningen“, zegt Jezus in zijn afscheidsrede. Indien dit niet zo was, zou Ik het u hebben gezegd, want Ik ga heen om een plaats voor u te bereiden“ (Jo 14,2-3). Hoe troostvol zijn deze woorden: “Ik ga heen om een plaats voor u te bereiden“. We herinneren ons ook de prefatie van de uitvaartmis waar gezegd wordt: “Gij neemt het leven, God, niet van ons af, Gij maakt het nieuw.  En als ons aardse huis, ons lichaam wordt afgebroken, heeft Jezus al een plaats voor ons bereid in uw huis, om daar voorgoed te wonen“. Hier wordt het woord vervuld dat de Heer bij zijn afscheidsrede heeft gesproken: “Ik ga heen om een plaats voor u te bereiden.“
Jezus is het Hoofd, wij de ledematen van zijn Mystieke Lichaam dat dxe Kerk is. Waar het Hoofd is daar ligt ook de bestemming van de ledematen. Christus is reeds in de hemel, daarheen willen wij Hem volgen. Hij wacht daar op ons. Na onze dood zullen wij eerst tot Hem komen met onze ziel en ook dat is iets geweldigs, iets onbegrijpelijks en iets heerlijks. Maar dit is nog niet de definitieve toestand, immers, zoals het in de Handelingen van de Apostelen heet: “De hemel moest Hem opnemen tot de tijd van het herstel van alle dingen, tot zijn wederkomst plaatsvindt“ (cf Hand 3,21). Dan zullen wij ook met het verheerlijkte lichaam in de heerlijkheid van God worden opgenomen.
Nog is ons oog versluierd, nog is ons leven in Christus verborgen. Maar wanneer Christus, ons leven, verschijnt,  zullen wij met Hem de heerlijkheid van de Vader binnengaan.
(Onder dank ontleend aan prof. dr. G.May, Homilie op Hemelvaart 2001)
(1)    Per admirabilem Ascensionem tuam…Door uw wonderbaarlijke Hemelvaart.. (Litanie van alle Heiligen tijdens de processie op de drie Kruisdagen vóór het hoogfeest van Hemelvaart

Preek van Sint Bernardus op Hemelvaart - Wat is nodig om Christus te volgen?


Preek van Sint Bernardus op Hemelvaart

Wat is nodig om Christus te volgen?

Laten wij dan, mijne broeders, onze harten en handen ten hemel heffen en ons best doen om tenminste met enkele schreden van gebed en geloof de opstijgende Heer te volgen. Want er zal een tijd komen, dat wij ineens en zonder moeite Hem tegemoet zullen worden gedragen op de wolken; en dan zal voor de vergeestelijkte lichamen mogelijk zijn, wat belichaamde geesten terecht niet kunnen. Want hoeveel moeite kost het niet zijn hart te verheffen! Ons hart wordt immers (zoals wij spijtig genoeg in het boek van onze eigen ondervinding lezen) en door het bederfelijk lichaam bezwaard en door haar verblijf op aarde terneergedrukt (Sap 9,15).

Maar misschien zal er uitgelegd moeten worden, wat het is, zijn hart te verheffen of hoe het moet verheven worden. Dit uiteen te zetten komt eerder de Apostel dan ons toe; hij zegt: “Als gij met Christus verrezen zijt, zoekt wat daarboven is, waar Christus zetelt aan de rechterhand van God; weest bedacht op wat daarboven is, en niet op het aardse” (Kol 3,1-2), waarmee hij meer uitdrukkelijk zeggen wil: Als gij mede verrezen zijt, stijgt dan ook mede op; als gij met Hem leeft, heerst dan ook met Hem!
Volgen wij het Lam, mijne broeders, laten wij het volgen waarheen het ook gaat. Laten wij het volgen in Zijn geduld (bij het lijden), bij de verrijzenis, en met nog grotere blijde bereidwilligheid als het ten hemel opstijgt.

Moge onze oude mens tegelijk met Hem gekruisigd worden, opdat het lichaam der zonde ten onder gaat; opdat wij in het vervolg geen slaaf meer zullen zijn van de zonde, na onze aardse ledematen verstorven te hebben. Evenals Hij van de doden is verrezen door de glorie van de Vader, zo laat ook ons in een vernieuwd leven wandelen (Rom 6,4). Hij is immers gestorven en verrezen, opdat wij, dood voor de zonde, voor de gerechtigheid zouden leven (1 Petr 2,24).

En omdat nu het nieuwe leven ook een veiliger plaats vraagt en de verrijzenis een hogere levensstand opeist, daarom willen wij Hem ook bij Zijn opstijgen volgen, d.w.z. wij willen zoeken en bedacht zijn op hetgeen van hierboven is, waar Hij is, en niet denken aan wat van de aarde is.

Gij vraagt wat dat voor een plaats is? Luister naar wat de Apostel zegt: “Vrij is het Jeruzalem van hierboven, en dat is onze Moeder” (Gal 4,26). Wilt gij weten wat daar te vinden is? Daar aanschouwt men de vrede! “Looft Jeruzalem de Heer; loof uw God, Sion, die uw gebied vrede schenkt” (Ps 147,12-14).

O vrede, die alle begrip te boven gaat! O vrede boven alle vrede! O maat boven alle maat! geheel gevuld, geschud en overlopend (Luc 6,38).

Daarom, Christenziel, lijd met Christus, verrijs mede met Hem en stijg mede omhoog! en dat is: onthoud u van het kwaad, doe het goede, zoek de vrede en jaag haar na (Ps 33,15).


(S. Bernardus in Ascens. Dom. V: P.L. 183 c. 316-317)

woensdag 12 mei 2021

John Henry Newman (1801-1890) Overweging op het Hoogfeest van Hemelvaart (2)

John Henry Newman (1801-1890)
Overweging op het Hoogfeest van Hemelvaart (2)

De Heer is de hemel ingegaan. Ik aanbi9d U, Zoon van Maria, Jezus Emmanuel, mijn God en mijn Zaligmaker. Ik mag U aanbidden, mijn Zaligmaker en mijn Broeder, want Gij zijt God. Ik volg U in gedachten, o Eerstgeborene van ons geslacht, zoals ik eenmaal met Uw genade hoop U te volgen in eigen persoon. Naar de hemel gaan is naar God gaan. Daar is God en God alleen;  want daar is volmaakte blijdschap en niets anders, en niemand kan volmaakt gelukkig zijn tenzij hij gedrenkt en verborgen en opgenomen is in de heerlijkheid van de goddelijke natuur. Alle heilige schepselen zijn voor de Allerhoogste slechts een gewaad, waarin Hij zich voor eeuwig heeft gekleed, en dat schittert van zijn ongeschapen licht. Op aarde bestaan velerlei dingen,  en ieder van die dingen is zijn eigen middelpunt; maar hierboven wordt slechts één Naam genoemd. Die van God alleen. Dit is het ware bovennatuurlijk leven, en als ik een bovennatuurlijk leven op aarde wil leiden en het eeuwig bovennatuurlijk leven in de hemel wil bereiken, dan staat mij maar één ding te doen en dat is:  hier op aarde mij dagelijks voeden met de gedachte aan God. Leer mij dit, o God; geef mij Uw bovennatuurlijke genade om dit ook werkelijk te doen; zodat mijn rede, mijn voorkeur, mijn bedoelingen en plannen geheel doordrongen en beheerst worden door de liefde tot U, ondergedompeld en gedrenkt in het zien van U alleen.
Hierboven is er maar één Naam en één gedachte; hier beneden zijn er vele gedachten. En het aardse leven dat tot de dood leidt, bestaat hierin, dat men die talloze oogmerken en bedoelingen en inspanningen en ontspanningen volgt die nagestreefd worden door de mensen op aarde. Zelfs het goede dat hier beneden bestaat, leidt niet tot de hemel; het wordt reeds bij het eerste gebruik bedorven, het gaat te niet door het gebruik; het heeft geen vastheid, geen volledigheid, geen stevigheid. Het verloopt tot kwaad voordat het afgelopen is, zelfs voordat het begonnen is echt goed te zijn. Op z’n best is het ijdelheid, meestal iets ergers. Meestal ligt het zaad van de zonde er reeds in. Mijn God, ik erken dit alles. Heer Jezus, ik erken en ik weet dat Gij alleen de ware zijt, de Schone en de Goede. Gij alleen kunt mij helder en heerlijk maken en naar boven leiden in Uw gevolg. Gij zijt de weg, de waarheid en het leven, en niemand anders dan Gij. De aarde zal mij nooit ten hemel leiden. Gij alleen zijt de Weg; Gij alleen.

Mijn God, zou ik ook maar een ogenblik in twijfel verkeren omtrent het pad dat vóór mij ligt? Zou ik niet terstond U kiezen als mijn erfdeel? Tot wie anders zou ik gaan? Gij hebt de woorden van het eeuwig leven. Gij zijt op aarde gekomen, om datgene te doen wat niemand anders hier op aarde voor mij doen kon. Slechts Hij die in de hemel is, kan mij in de hemel brengen. Heb ik wel enige kracht om de hoge berg te bestijgen? Al dien ik de wereld ook nog zo goed, al doe ik volgens menselijk spraakgebruik mijn plicht voor haar, wat zal de wereld dan nog voor mij kunnen doen, al deed hij ook nog zo haar best?  Al vervulde ik al mijn beroepsplichten ten volle, al deed ik alle goed aan mijn medemensen, al had ik een goede naam, en stond ik hoog in aanzien, al volbracht ik grote daden en won ik beroemdheid, al werd ik zelfs een beroemd man in de geschiedenis, hoe zou dit alles mij dan nog in de hemel kunnen brengen? Daarom verkies ik U als mijn enig erfdeel, want Gij leeft, Gij sterft niet. Alle schijnbeelden verwerp ik. Ik geef mij geheel aan U. Ik smeek U mij te onderrichten, mij te leiden, mij krachten te geven en mij tot U te nemen.

dinsdag 10 november 2020

Liturgia Horarum H. Paus Leo de Grote

Uit een preek van de heilige paus Leo de Grote († 461)

Christus’ hemelvaart is onze verheffing.

Heden, veelgeliefden, besluiten wij de veertig dagen die volgen op de heilige en glorievolle verrijzenis van onze Heer Jezus Christus. In drie dagen is de ware tempel die door goddeloze vijanden verwoest was, door goddelijke macht weer opgebouwd. Sindsdien zijn er veertig dagen verstreken krachtens Gods beschikking, bestemd tot onze onderrichting. Want binnen dit tijdsbestek moest het geloof in de verrijzenis van de Heer worden versterkt door de nodige bewijzen, zolang zijn lichamelijke tegenwoordigheid voortduurde. De dagen tussen zijn verrijzenis en hemelvaart zijn dan ook niet zonder gebeurtenissen voorbijgegaan. In deze tijd hebben grote mysteries hun bevestiging ontvangen en zijn belangrijke geloofswaarheden geopenbaard.
In deze dagen wordt de vrees voor een wrede dood weggenomen en wordt niet alleen de onsterfelijkheid van de ziel, maar ook die van het lichaam in het licht gesteld. Dan gebeurt het dat de Heer over de apostelen blaast en hun allen de heilige Geest mededeelt; dan wordt aan de heilige Petrus die de sleutels van het rijk heeft ontvangen, boven alle anderen de zorg toevertrouwd voor de schaapsstal van de Heer.
In deze dagen voegt de Heer zich als derde bij de twee leerlingen die onderweg zijn en gaat met hen mee, en om alle duisternis van twijfel uit ons te verdrijven, berispt Hij hen die door hun vrees en onzekerheid zo traag zijn in het geloof. Hij verlicht hun hart en ontsteekt er de vlam van het geloof; als de Heer de Schriften verklaart, wordt hun kille hart brandend in hen. Als Hij, met hen aan tafel, het brood breekt, gaan hun ogen open. Op veel gelukkiger wijze dan onze stamouders die om hun ongehoorzaamheid met schaamte vervuld werden, gaan hun ogen open om in Christus hun eigen menselijke natuur verheerlijkt te zien.
Gedurende heel deze tijd dus, veelgeliefden, die er verliep tussen de verrijzenis van de Heer en zijn hemelvaart, heeft de goddelijke Voorzienigheid voor dit ene gezorgd, dit ene verkondigd en aan de leerlingen getoond en hun ingeprent: de Heer Jezus Christus die werkelijk mens is geworden, geleden heeft en gestorven is, is ook werkelijk verrezen.
Zo werden de heilige apostelen en alle volgelingen die door de kruisdood verschrikt waren en twijfelden aan de verrijzenis, in hoge mate in hun geloof versterkt door het zien van de werkelijkheid. Daarom werden zij bij de hemelvaart van de Heer niet alleen door geen droefheid aangegrepen, maar zelfs met grote vreugde vervuld.
Inderdaad, er was een gegronde reden tot onuitsprekelijke vreugde, toen voor de ogen van die heilige menigte onze menselijke natuur in Christus ten hemel opsteeg en een waardigheid ontving, groter dan die van de hemelse schepselen. Onze menselijke natuur steeg hoger dan de koren van de engelen en werd boven de aartsengelen verheven. Geen hoogte was haar te hoog, totdat zij op de troon van de eeuwige Vader werd toegelaten en de heerlijkheid mocht delen van Hem met wiens goddelijke natuur zij verenigd was in de Zoon.
Christus’ hemelvaart is dus onze verheffing; waar Hij als hoofd ons glorievol is voorgegaan, daarheen hopen wij, als zijn lichaam, Hem te volgen. Daarom, veelgeliefden, moeten wij juichen van vreugde en vol dankbaarheid zijn. Want heden zijn wij niet alleen bevestigd in onze roeping als bezitters van het paradijs, maar in de persoon van Christus zijn wij zelfs tot de hoogste hemelen doorgedrongen. Door zijn onuitsprekelijke genade hebben wij meer verkregen dan wij door de afgunst van de duivel hadden verloren. Eens heeft immers de venijnige vijand de mensen verdreven uit het geluk van hun eerste woonplaats. Maar de Zoon van God heeft hen opgenomen in zijn lichaam en geplaatst aan de rechterhand van de Vader, met wie Hijzelf, in de eenheid van de heilige Geest, leeft en heerst: God, door alle eeuwen der eeuwen. Amen.

woensdag 20 mei 2020

John Henry Newman (1801-1890) Overweging op het Hoogfeest van Hemelvaart (1)


John Henry Newman (1801-1890)
Overweging op het Hoogfeest van Hemelvaart (1)

Hij steeg op ten hemel. – Ik volg U, Heer, op Uw weg naar de hemel; terwijl Gij opstijgt, gaan mijn hart en mijn geest met U mee. Nooit is er zulk een triomftocht geweest. Als kind was U in Bethlehem in menselijk vlees verschenen. Dat vlees, genomen uit de heilige Maagd, had niet bestaan voordat U het gevormd had tot een lichaam; het was een nieuw werk van Uw handen. En U ziel was geheel en al nieuw, geschapen door Uw almacht op het ogenblik waarop U haar heilige schoot binnenging. Die zuivere ziel en dat reine lichaam die U toen als kleed aannam, hadden hun begin op aarde en hadden nooit ergens anders bestaan. Dat is de triomftocht. De aarde stijgt op ten hemel. Ik zie U opstijgen. Ik zie die gestalte, die op het kruishout hing, die doorwonde handen en voeten, die doorstoken zijde; ze stijgen omhoog naar de hemel. En de engelen zijn vol jubel en de honderdduizenden zalige geesten, welke die heerlijke ruimte bevolken, gaan als de wateren uiteen voor Uw triomftocht. Het levend plaveisel van Gods paleizen verdeelt zich in tweeën, en de cherubijnen met vlammende zwaarden die het bolwerk van de hemel vormen tegen de gevallen mens, wijken uiteen en gaan open zodat U kunt binnentreden, en Uw heiligen in uw gevolg. O gedenkwaardige dag!
O gedenkwaardige dag! Dat voelen ook de apostelen nu de dag gekomen is, ofschoon zij het tevoren anders voelden. Toen deze dag nog komen moest, vreesden zij hem. Zij konden zich niet anders voorstellen dan dat het een groot verlies zou zijn; maar nu keerden zij naar Jeruzalem terug, zoals er geschreven staat “met grote blijdschap” (Luc 24,52).
Welk een zegepraal! Nu begrepen zij het. Nu begrepen zij welk een zwakheid het van hen geweest was, hun Heer en Meester, de glorieuze Aanvoeder van hun redding, de Kampioen en de Eerstgeborene van het menselijk gezin, deze kroon op zijn groot werk te misgunnen. Het was de zegepraal van de verloste mens. Het was de voltooiing van zijn verlossing. Het was het laatste bedrijf, waardoor al het voorafgaande duidelijk werd; want nu is de mens werkelijk in de hemel. Hij is nu in het bezit van zijn erfgoed getreden. In de persoon van de eeuwige Zoon van de Vader heeft het zondige geslacht nu een van zijn kinderen, een van zijn eigen vlees en bloed, in de hemel. Wonderbaarlijk huwelijk tussen hemel en aarde! In smarten was het begonnen. Maar nu zijn die lange weeën van die geheimzinnige bruiloftsdag voorbij: het huwelijksfeest is begonnen. Huwelijk en geboorte zijn samengegaan. Nu de Emmanuel de hemel binnentreedt, wordt de mens opnieuw geboren.
O Emmanuel, God in ons vlees! Ook wij hopen U met de hulp van Uw genade te volgen. Wij klemmen ons vast aan de zoom van Uw kleed bij Uw Hemelvaart; want zonder U kunnen wij niet opstijgen. O Emmanuel, welke een vreugdedag zal het zijn als wij de hemel binnentreden. Onuitsprekelijke verrukking na alle moeilijkheden. Niemand is sterk dan Gij, “tenuisti manum dexteram meam”- Gij houdt mij bij de rechterhand.
 Gij leidt mij naar Uw raadsbesluit en herstelt mij in ere. Wat heb ik toch in de hemel? Ook op aarde verlang ik niets anders buiten U. Al bezwijken mijn vlees en mijn hart, God is voor eeuwig de rots van mijn hart en mijn erfdeel” (Ps 72,23-26).

Uit: J.H.Newman, Overwegingen over Christelijk Geloofswaarheden (ca.1864), postuum uitgegeven door W.P. Neville onder de titel Mediations and Devotions, Londen 1893.

Hemelvaart op de Kerkberg 2019 - Plechtige Gregoriaans gezongen Hoogmis- stil, devoot en ontroerend (muziek bijgevoegd)

Om 07.45u hadden we in het klooster de Hoogmis met de Pastoor, Father Camillo en enkele vrienden van het klooster. We zongen vast en wisselen alles in het Gregoriaans met Missa XV (om tijdsredenen) en Credo I.





Introitus Viri Galilaei

Credo I:
Missa XV: