woensdag 25 mei 2022
Christus’ opstijging ten hemel is voor ons een onderpand - Sint Bernardus
Christus’ opstijging ten hemel is voor ons een onderpand
Indien wij met waardige godsvrucht de feesten van de Menswording en de Verrijzenis vieren, dan is het passend dat ook deze dag van de Hemelvaart met niet minder luister worde gevierd. want deze plechtigheid hoort helemaal bij die twee feesten waarvan zij het slot en de voltooiing is. Terecht was het een blijde en feestelijke hoogdag, toen de hoogverheven Zon, de Zon der gerechtigheid, zich aan onze zwakke ogen vertoonde en Zijn ongenaakbaar en verblindend licht als in een wolk temperde door zich te onthullen met het kleed van een sterfelijk lichaam. Nog meer vreugde en jubel was er toen Hij dat omhulsel scheurde, zich omgordde met blijdschap, en zonder iets te veranderen aan het wezen van het kleed, alles er uit verwijderde wat oud en vergankelijk, ellendig en waardeloos was: en aldus gaf Hij het onderpand van onze verrijzenis.
Maar wat betekenen voor mij deze feesten, zolang mijn leven aan de aarde gebonden is? Wie zou ooit durven verlangen in de hemel te worden opgenomen, ware Hij niet eerst opgestegen, die er uit was nedergedaald? Ik mag het u rechtuit zeggen: het verblijf in deze ballingschap zou mij haast zo zwaar vallen als de hel, indien de Heer der legerscharen ons geen onderpand van vertrouwen en van verwachting had achtergelaten, en aan zijn gelovigen geen hoop gegeven had, toen Hij in de wolken opsteeg. Want Hij zegt: indien Ik niet heenga zal de Paracleet niet tot u komen. Wie is deze Paracleet Het is Hij door wie de liefde wordt uitgestort en de hoop niet wordt beschaamd, door wie onze levenswandel in de hemel is; Hij is de kracht uit den hoge die onze harten verheft. “Ik ga u een woning bereiden”, zegt Hij nog, “en als Ik zal heengegaan zijn en u deze woning zal bereid hebben, dan zal Ik terug komen om u tot Mij te nemen” (Jo 14,2-3). “Want waar het aas ligt, daar verzamelen zich de gieren (Mt 24,28)”.
Begrijpt gij nu hoe het feest dat wij vandaag vieren, de andere feesten aanvult, hun geestelijke vruchten uitlegt en ze vermeerdert?
Zoals al de andere gebeurtenissen uit het leven van Hem die voor ons geboren en aan ons gegeven werd, zo is ook Zijn Hemelvaart omwille van ons geschied, en tot ons voordeel doet Hij dat.
(S. Bernardus in Ascens. Dom. IV; PL 183 c. 309)
Preek van Sint Bernardus op Hemelvaart - Wat is nodig om Christus te volgen?
dinsdag 15 februari 2022
Lectio divina lingua latina Liturgia Horarum Hebdomadæ 6 feria II Ex Sermónibus sancti Bernárdi abbátis (Sermo de diversis 15: PL 183, 577-579) De quærenda sapientia, Over het zoeken naar Wijsheid. On the search for wisdom.
zaterdag 2 oktober 2021
Liturgia Horarum - H. Bernardus over de Heilige Engelbewaarders
donderdag 19 augustus 2021
H. Bernardus "Het vasten schenkt godsvrucht en vertrouwen"
Het vasten schenkt godsvrucht en vertrouwen
Over nog iets wil ik u spreken, hetgeen u gemakkelijk begrijpen zult en wat u, zo ik mij niet vergis, reeds meerdere malen ondervonden hebt: het vasten namelijk schenkt godsvrucht en vertrouwen bij het gebed. Want zie, hoe vasten en gebed met elkaar verbonden zijn, zoals er geschreven staat: “Als de ene broeder de ander helpt, worden beiden getroost” (cf Spr 18.19).
Het gebed verkrijgt kracht om te vasten en het vasten van zijn kant verdient de genade van het gebed. Het vasten versterkt zelfs het gebed, dat wederom het vasten heiligt en het de Heer opdraagt. Welk nut had het vasten wanneer het op aarde bleef? Nee, dat mag niet gebeuren! Maar moge het door een vleugel van het gebed worden opgeheven. Hieraan moet men nog een andere vleugel toevoegen, anders richt het nog niets uit. “Het gebed van de rechtvaardige dringt door tot de hemelen” zegt de H.Schrift (Eccl. 35,21).
Dat ons vasten dan die twee vleugels mogen bezitten: van gebed namelijk en van gerechtigheid, opdat het gemakkelijk tot de hemel kan doordringen. Maar wat is gerechtigheid anders, dan dat men aan ieder geeft wat hem toekomt?
Wil dus niet alleen op God uw aandacht vestigen; u hebt ook verplichtingen tegenover uw oversten en uw medebroeders: God wil niet dat u datgene geringschat, waaraan Hij zelf zoveel waarde hecht. Niet zonder reden zegt de apostel Paulus: “Hebt het goede voor met alle mensen” (Rom 12,17).
Misschien zegt u: “Het is mij genoeg als het God alleen behaagt wat ik doe! Wat zou ik mij bekommeren over het oordeel van de mensen?”
Wees er van verzekerd: Hem bevalt doorgaans niet, wat u tot ergernis van Zijn kinderen doet en tegen de wil van hem, die Zijn vertegenwoordiger is en aan wie u gehoorzaamheid bent verschuldigd”.
(S. Bernardi In Quadrag. IV: P.L. 183, c. 176-177)
August 20 Saint Bernard of Clairvaux
Bernard of Clairvaux (Latin: Bernardus Claraevallensis), O.Cist (1090 – 20 August 1153) was a French abbot and the primary reformer of the Cistercian order.
After the death of his mother, Bernard sought admission into the Cistercian order. "Three years later, he was sent to found a new abbey at an isolated clearing in a glen known as the Val d'Absinthe, about 15 kilometres (9.3 mi) southeast of Bar-sur-Aube. According to tradition, Bernard founded the monastery on 25 June 1115, naming it Claire Vallée, which evolved into Clairvaux. There Bernard would preach an immediate faith, in which the intercessor was the Virgin Mary."[1] In the year 1128, Bernard attended the Council of Troyes, at which he traced the outlines of the Rule of the Knights Templar,[a] which soon became the ideal of Christian nobility.
On the death of Pope Honorius II on 13 February 1130, a schism broke out in the Church. King Louis VI of France convened a national council of the French bishops at Étampes in 1130, and Bernard was chosen to judge between the rivals for pope. After the council of Étampes, Bernard spoke with King Henry I of England, also known as Henry Beauclerc, about Henry I's reservations regarding Pope Innocent II. Henry I was sceptical because most of the bishops of England supported Antipope Anacletus II; Bernard persuaded him to support Innocent. Germany had decided to support Innocent through Norbert of Xanten, who was a friend of Bernard's. However, Innocent insisted on Bernard's company when he met with Lothair II, Holy Roman Emperor. Lothair III became Innocent's strongest ally among the nobility. Although the councils of Étampes, Wurzburg, Clermont, and Rheims all supported Innocent, large portions of the Christian world still supported Anacletus. At the end of 1131, the kingdoms of France, England, Germany, Portugal, Castile, and Aragon supported Innocent; however, most of Italy, southern France, and Sicily, with the patriarchs of Constantinople, Antioch, and Jerusalem,[clarify] supported Anacletus. Bernard set out to convince these other regions to rally behind Innocent. The first person he went to was Gerard of Angoulême. He proceeded to write a letter, known as Letter 126, which questioned Gerard's reasons for supporting Anacletus. Bernard would later comment that Gerard was his most formidable opponent during the whole schism. After persuading Gerard, Bernard traveled to visit William X, Duke of Aquitaine. He was the hardest for Bernard to convince. He did not pledge allegiance to Innocent until 1135. After that, Bernard spent most of his time in Italy persuading the Italians to pledge allegiance to Innocent. He traveled to Sicily in 1137 to convince the king of Sicily to follow Innocent. The whole conflict ended when Anacletus died on 25 January 1138.[2] In 1139, Bernard assisted at the Second Council of the Lateran. Bernard denounced the teachings of Peter Abelard to the pope, who called a council at Sens in 1141 to settle the matter. Bernard soon saw one of his disciples elected Pope Eugene III. Having previously helped end the schism within the church, Bernard was now called upon to combat heresy. In June 1145, Bernard traveled in southern France and his preaching there helped strengthen support against heresy.
After the Christian defeat at the Siege of Edessa, the pope commissioned Bernard to preach the Second Crusade. The last years of Bernard's life were saddened by the failure of the crusaders, the entire responsibility for which was thrown upon him. Bernard died at the age of 63, after 40 years as a monk. He was the first Cistercian placed on the calendar of saints, and was canonized by Pope Alexander III on 18 January 1174. In 1830 Pope Pius VIII bestowed upon Bernard the title "Doctor of the Church".
20 augustus H. Bernardus, abt en kerkleraar - Ik bemin omdat ik bemin; ik bemin om te beminnen.
Bernardus werd in 1090 bij Dijon (Frankrijk) geboren. In 1111 trad hij in bij de monniken van Cîteaux. Niet lang daarna tot abt van het klooster van Clairvaux gekozen, toonde hij zich door woord en voorbeeld een uitstekend geestelijk leidsman voor zijn ordebroeders. Toen schisma’s de kerk verdeelden, trok hij geheel Europa door om de vrede en de eenheid te herstellen. Zijn vele geschriften zijn vooral van theologische aard en hebben veelal betrekking op de opgang van de mens naar God. Hij stierf in 1153. Hierna en in de daarop volgende bijdragen enkele teksten van Sint Bernardus uit het getijdengebed (Liturgia Horarum).
Lectio altera lezingendienst
Uit een preek van de heilige Bernardus, abt van Clairvaux († 1153), over het Hooglied
Ik bemin omdat ik bemin; ik bemin om te beminnen.
De liefde is op zichzelf voldoende, alleen zij is uit zichzelf en om zichzelf aantrekkelijk. Zij vindt haar verdienste en haar beloning in zichzelf. De liefde zoekt geen beweegredenen of doel buiten zichzelf: haar werking is haar doel. Ik bemin omdat ik bemin, ik bemin om te beminnen. De liefde is iets groots, als zij maar terugkeert naar haar beginsel, als zij maar teruggaat naar haar oorsprong, als zij maar terugvloeit naar haar bron en daar steeds weer kracht put om te blijven stromen.
Onder alle innerlijke bewegingen, gevoelens en gemoedsaandoeningen stelt alleen de liefde het schepsel in staat zijn Schepper te antwoorden - zij het niet in gelijke mate - en Hem op overeenkomstige wijze te vergelden. Want wanneer God bemint, wil Hij niets anders dan bemind worden: het enige doel van zijn liefde is immers bemind te worden, want Hij weet dat al wie Hem beminnen, juist in die liefde hun geluk vinden.
De liefde van een bruidegom, of liever: de Bruidegom die de liefde in eigen persoon is, vraagt alleen om wederliefde en trouw. Daarom moet zijn geliefde wederliefde tonen. Is het mogelijk dat een bruid, de bruid nog wel van de Liefde, niet zou beminnen? Is het mogelijk dat de Liefde zelf niet zou bemind worden?
Terecht verzaakt de bruid aan alle andere gevoelens en legt zij zich geheel toe op de liefde alleen, als zij de liefde zelf moet beantwoorden door wederliefde. Want ook wanneer zij zich in liefde geheel en al zal hebben uitgeput, wat betekent dit dan in vergelijking met het onophoudelijk stromen van die bron?
Volstrekt niet even overvloedig stromen de minnende en de Liefde, de ziel en het Woord, de bruid en de Bruidegom, de Schepper en het schepsel: zij verhouden zich als de dorstige en de bron.
Wat volgt hieruit? Is hierom al het andere zinloos en onvervulbaar: de wens van de toekomstige bruid, haar zuchten en verlangen, haar brandende liefde, haar vertrouwvol verwachten? Is dit alles overbodig, omdat het haar onmogelijk is even snel te lopen als een reus, in zoetheid te wedijveren met honing, in zachtheid met een lam, in reinheid met een lelie, in lichtende pracht met de zon, in liefde met Hem die de liefde zelf is? Neen.
Want ook al bemint het schepsel in mindere mate omdat het nu eenmaal minder is, toch - als het met geheel zijn wezen bemint - ontbreekt er niets, daar zijn liefde totaal is. Daarom is zó beminnen hetzelfde als gehuwd zijn, want het is onmogelijk zo te beminnen en weinig bemind te worden. In de eensgezindheid van beiden bestaat dan ook het volledige en volmaakte huwelijk. Of twijfelt iemand eraan dat het Woord de ziel het eerst en het meest heeft bemind?
dinsdag 20 augustus 2019
Liturgia Horarum Sint Bernardus: Met de volheid van de tijd kwam ook de Godheid in heel haar volheid.
Liturgia Horarum - St. Bernardus "Denk bij alles aan Maria en roep haar aan"
Denk bij alles aan Maria en roep haar aan.
‘En de naam van de Maagd was Maria,’ zo zegt de Evangelist. Laten wij ook iets zeggen over deze naam waarvan men zegt dat hij ‘sterre der zee’ betekent en die zeer goed past bij de Moeder en Maagd. Want zij wordt zeer toepasselijk met een ster vergeleken. Zoals namelijk een ster haar straal uitzendt zonder ten onder te gaan, zo baarde ook de Maagd haar Zoon zonder schending van zichzelf. De straal vermindert bij de ster haar helderheid niet; de Zoon vermindert bij de Maagd niet haar maagdelijkheid. Daarom is zijzelf die edele ster, opgerezen uit Jacob. Haar straal verlicht de gehele wereld; haar glans schittert tot in de hemelen en dringt door tot in de onderwereld. En terwijl zij ook de aarde verlicht waarbij zij meer de geesten dan de lichamen verwarmt, koestert zij de deugd en zuivert zij van de zonden. Zij, zeg ik, is de schitterende en voortreffelijke ster die boven deze grote en weidse zee noodzakelijkerwijs verheven is, flonkerend door haar verdiensten, lichtend door haar voorbeeld.
Gij - wie ge ook zijt - die begrijpt dat gij in de wisselvalligheden van deze wereld op aarde eerder temidden van stormen en winden heen en weer geslingerd wordt dan dat gij loopt op de aarde, wend uw ogen niet af van de schittering van deze ster, als gij niet ten onder wilt gaan in de stormen. Als de winden van de kwellingen opsteken, als gij botst tegen de klippen van de verdrukking, kijk naar de ster, roep Maria aan. Als gij heen en weer geslingerd wordt op de golven van hoogmoed of van eerzucht, van kwaadsprekerij of van afgunst, kijk naar de ster, roep Maria aan. Als toorn of hebzucht of de verlokkingen van het vlees het bootje van de ziel hevig heen en weer geschud hebben, kijk naar Maria. Als gij, omdat ge verward zijt door de grote hoeveelheid van uw fouten, omdat ge ontsteld zijt door de onreinheid van uw geweten en bang zijt voor de verschrikking van het oordeel, verzwolgen dreigt te worden door de diepte van de droefheid en door de afgrond van de wanhoop, denk dan aan Maria.
Bij gevaren, in moeilijkheden, bij onzekerheden, denk aan Maria, roep Maria aan. Laat zij niet wijken van uw lippen, laat zij niet wijken van uw hart en, opdat gij de hulp van haar gebed moogt verkrijgen, wend u niet af van het voorbeeld van haar leven. Als gij haar volgt, raakt ge niet van de weg af, als gij haar vraagt, wanhoopt ge niet, als gij aan haar denkt, dwaalt ge niet; als zij u vasthoudt, valt ge niet, als zij u beschermt, vreest ge niet, als zij u leidt, raakt ge niet vermoeid, met haar steun bereikt gij uw doel en zo ervaart ge in uzelf hoe terecht gezegd wordt: ‘En de naam van de Maagd was Maria’.








