zondag 14 februari 2021

Preek van onze Pastoor Zesde zondag door het Jaar B. Dat wij de Mis anders verlaten als we er naar toe kwamen.

Uit het evangelie van zojuist zijn de woorden: “Als Gij wilt …” bij mij blijven hangen. “Als Gij wilt”, zo vraagt een melaatse vandaag aan Jezus. En Jezus herneemt die woorden ook zelf: “Ik wil, word rein”. Daar hangt het blijkbaar dus van af, of de melaatse genezen wordt of niet: of Jezus het wil of niet. Niet van het gegeven of Jezus het kan, maar of Hij het wil. De melaatse beseft dat blijkbaar. Vandaar ook zijn vraag: “als Gij wilt, kunt Gij mij reinigen”. Eigenlijk is het helemaal geen vraag: eerder een vaststelling, een statement: “Als Gij wilt, kunt Gij mij reinigen”. “Waar een wil is, is een weg”, zeggen wij terecht. Jezus hoeft het maar te willen en het gebeurt. Maar waarom zou Jezus zoiets goeds en moois als een genezing nu niet willen? Wie zou dat nu niet willen: genezen te worden van een vervelende, van een ernstige, levensbedreigende ziekte? Vandaag zouden we inderdaad een reden kunnen bedenken waarom Jezus de melaatse niet zou willen genezen. Zoiets geeft opschudding. Niet voor niet vermaant Jezus de genezene: "zorg ervoor dat Ge aan niemand iets zegt”. De genezene was echter nog niet vertrokken, of “hij begon het gebeurde overal rond te vertellen en ruchtbaarheid aan de zaak te geven, met het gevolg dat Jezus niet meer openlijk in de stad kon komen”. Als Jezus iets niet wil, dan is het wel dat: dat Hij een sensatie wordt; dat mensen alleen maar naar Hem toe komen, omdat er bij Hem iets te beleven, iets te halen valt. En toch, ook al zal Jezus dit toch wel vooruitgezien hebben, toch geneest Hij de melaatse: “Ik wil, word rein - Ik wil het, en daarom doe Ik het”. Wat zou dan toch de reden geweest kunnen zijn om het toch te willen, om het toch te doen, ook al moet Hij van tevoren geweten dat het uit de hand zou lopen. Hij wil het, en daarom doet Hij het, niet in zijn eigenbelang (eerder integendeel), maar ‘uit medelijden, ‘, d.w.z. in het belang van de melaatse, de melaatse die blijkbaar meer aan de dag legt dan alleen maar de wens om van zijn huidziekte verlost te worden; de melaatse die in Jezus ook meer dan een wonderdoener ziet, iemand die zieken kan genezen; maar iemand die zieken wil genezen, omdat het hun tot heil strekt, als ze er niet alleen lichamelijk maar ook geestelijk beter op worden.  Niet iedereen die op zijn wenken bediend wordt, wordt er geestelijk beter van, een rijker en rijper mens door. Als het ons ook echt vooruit helpt op de weg van het leven, op de weg naar het leven dat God door en met en in Jezus in het vooruitzicht heeft gesteld, als het ons helpt te groeien in geloof, hoop en liefde, dan zal Jezus ons ter wille zijn. Als Gij wilt kunt Gij mij reinigen, zegt de melaatse. Eigenlijk is dat ook de manier waarop Jezus zelf bidt: “'Abba, Vader', zo bad Hij,' voor U is alles moge¬lijk; laat deze beker Mij voorbijgaan. Maar toch: niet wat Ik maar wat Gij wilt.' (Mc.14,36). Zoals het trouwens ook de manier is waarop Jezus ook ons leer bidden:  “Uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel”. We bidden het zo vaak, maar realiseren ons toch te weinig wat dat betekent. Dat bij het bidden, niet wat wij willen de doorslag geeft, maar wat God wil; dat Hij ons alleen maar geeft wat ons vooruithelpt op de weg van het leven, op onze weg naar het eeuwig leven. Zo vaak dat wij dat ook in het evangelie zien, dat mensen na hun ontmoeting met Jezus, hun genezing door Jezus niet overgaan tot de orde van de dag, maar sindsdien toch op een andere manier in het leven staan, ja zelfs in sommige gevallen een volgeling, een leerling van Jezus worden. Afgelopen donderdag vierden wij het feest van O.L. Vrouw van Lourdes, Maria die in 1858 verscheen aan de 14-jarige Bernadette Soubirous. Je kunt het geloven of niet, of Maria nu wel of niet in Lourdes is verschenen, maar het feit dat Bernadette sindsdien een Godgewijd leven leidde wijst toch ook in die richting. Als het niet echt was, als ze het hele verhaal verzonnen had, dan had ze het religieuze leven niet volgehouden; dan was ze waarschijnlijk ook nooit een religieuze geworden. Zo ging het ook met de zieners van Fatima: de twee jongsten stierven al op jonge leeftijd, maar Lucia werd religieuze en kwam zestien jaar geleden (2005) op 98-jarige leeftijd te overlijden. Haar ontmoeting met Maria in 1917 gaf haar leven een bijzondere, definitieve wending. Zo ook - hopelijk ook - onze ontmoeting met Jezus, hier en nu, in de viering van de Eucharistie. Dat wij de Mis anders verlaten als we er naar toe kwamen. “Heer, als Gij wilt kunt Gij mij reinigen” – reinig mij, opdat ik door de ontmoeting met U een ander, beter mens word, een mens die minder bezig is met zichzelf en meer openstaat voor U en de naaste.