zondag 6 april 2025
Lezingen H. Mis 5e zondag van de veertigdagentijd, jaar C “Ook Ik veroordeel u niet; ga heen en zondig van nu af niet meer.”
Uit de Profeet Jesaja.
Zo spreekt de Heer,
die door de zee een weg legt,
een baan door de onstuimige golven;
en die wagen en paard daarover laat gaan,
leger en strijdmacht, gesloten aaneen,
maar dan gaan ze rusten, staan niet meer op,
uitgeblust zijn ze, uitgedoofd als een vlaspit.
Denk niet meer aan het verleden
en sla geen acht op wat reeds lang voorbij is:
Ik onderneem iets nieuws,
het begin is er al: ziet ge het niet?
Een weg leg Ik door de steppe,
rivieren laat Ik stromen door de woestijn.
De wilde dieren zullen ontzag voor Mij hebben,
de jakhalzen en de struisvogels;
want door de steppe laat Ik beken stromen,
rivieren door de woestijn,
zodat mijn uitverkoren volk zich kan laven:
en dit volk dat Ik mij gevormd heb
zal mijn lof verkondigen!
Tweede lezing (Fil. 3, 8-14)
Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Filippi.
Broeders en zusters,
Ik beschouw alles als verlies,
want mijn Heer Jezus Christus kennen
gaat alles te boven.
Om Christus heb ik alles prijsgegeven
en houd ik alles voor afval
als het er om gaat Hem te winnen
en één te zijn met Hem.
Ik heb geen eigen gerechtigheid op grond van de wet;
mijn gerechtigheid komt door het geloof in Christus,
ze is een gave van God en steunt op het geloof.
Ik wil Christus kennen,
ik wil de kracht van zijn opstanding gewaarworden
en de gemeenschap met zijn lijden,
ik wil steeds meer op Hem lijken in zijn sterven
om eens te mogen komen tot de wederopstanding uit de doden.
Niet dat ik het al bereikt heb.
Ik ben nog niet volmaakt.
Maar ik streef er vurig naar het te grijpen,
gegrepen als ik ben door Christus Jezus.
Nee, vrienden, ik beeld mij niet in er al te zijn.
Alleen dit:
ik vergeet wat achter me ligt
ik reik naar wat voor me ligt
ik storm af op het doel:
de prijs van Gods heerlijke roeping.
.
Evangelie (Joh. 8, 1-11)
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens
In die tijd begaf Jezus zich naar de Olijfberg.
’s Morgens vroeg verscheen Hij weer in de tempel
en al het volk kwam naar Hem toe.
Hij ging zitten en onderrichtte hen.
Toen brachten de schriftgeleerden en Farizeeën Hem een vrouw
die op overspel was betrapt.
Zij plaatsten haar in het midden en zeiden tot Hem:
“Meester,
deze vrouw is op heterdaad betrapt terwijl ze overspel bedreef.
Nu heeft Mozes ons in de Wet bevolen
zulke vrouwen te stenigen.
Maar Gij,
wat zegt Gij ervan?”
Dit bedoelden ze als een strikvraag
in de hoop Hem ergens van te kunnen beschuldigen.
Jezus echter boog zich voorover
en schreef met zijn vinger op de grond.
Toen zij bij Hem aanhielden met vragen
richtte Hij zich op en zei tot hen:
“Laat degene onder u die zonder zonden is,
het eerste een steen op haar werpen.”
Weer boog Hij zich voorover en schreef op de grond.
Toen zij dit hoorden
dropen zij een voor een af,
de oudsten het eerst,
tot dat Jezus alleen achterbleef met de vrouw
die daar was blijven staan.
Nu richtte Jezus zich op en sprak tot haar:
“Vrouw, waar zijn ze gebleven?
Heeft niemand u veroordeeld?”
Zij antwoordde:
” Niemand, Heer.”
Toen zei Jezus tot haar:
“Ook Ik veroordeel u niet;
ga heen en zondig van nu af niet meer.”
Woord van de Heer.
Wij danken God.
vrijdag 8 april 2022
Lectio divina lingua latina Liturgia Horarum Hebdomada V Quadragesimæ sabbato Paschatis participes erimus.Wij zullen deel hebben aan het Pascha.
Kort commentaar op het Collectagebed Donderdag in de 5e week van de Veertigdagentijd - smeekbede om bescherming en barmhartigheid met kanttekening dat wij daartegenover ons best moeten doen.
Adesto, Domine, supplicibus tuis, et spem suam in tua misericordia collocantes tuere propitius, ut, a peccatorum labe mundati,
in sancta conversatione permaneant,
et promissionis tuæ perficiantur heredes.
Heer, luister naar ons gebed en bescherm allen die hun hoop stellen op uw barmhartigheid. Geef dat zij, vrij van zondesmet,
voortaan een heilig leven leiden
en maak hen tot erfgenamen van uw belofte.
Het collectagebed is, op een enkele wijziging na, ontleend aan het Sacramentarium Leonianum (Verona, kapittelbibliotheek LXXXV), tweede helft van de zesde eeuw, folio 915.
(permaneant et + consequentes sufficientiam temporalem)
Uit de bede van de originele leoninische tekst is echter het gedeelte gewist dat God om “levensonderhoud voor de tijd van nu” vraagt, ofschoon dikwijls in de oraties van de H. Eucharistie om hulp/ genade voor deze tijd (op aarde) én voor de eeuwigheid wordt gebeden. Om dat wat voor het leven hier op aarde en om dat wat voor het eeuwige leven noodzakelijk is. Het eeuwige is hier het ‘beloofde erfdeel’, “de erfgenamen van uw belofte” (Altaarmissaal 1979, 282-283). Het weglaten van bovengenoemd tekstgedeelte heft de oorspronkelijke vorm van de bede (dit is het tweede deel van de oratie) op. De oorspronkelijke vorm bestond uit twee elementen, elk samengesteld uit een participiumvorm en een verbum in de coniunctivusvorm ter uitdrukking van een wens: “Mundati – permaneant” en “consequentes perficiantur heredes”, [opdat zij] gereinigd van zondesmet, voortaan in een heilig leven volharden en tijdelijk levensonderhoud verwervend, erfgenamen worden van uw beloften.
De oratie wordt geopend met het dikwijls voorkomende “adesto!” Wees ons nabij, help ons!
Het is een aangrijpende roep van vertrouwen als mensen in nood verkeren. Daarom gaat het ook aldus verder: “… allen die hun hoop stellen op uw barmhartigheid.” Om deze reden vraagt het gebed om bescherming, zoals in de dubbele, respectievelijk viervoudige bede uiteengevouwen wordt.
De Nederlandse versie van het Altaarmissaal zwakt het “adesto” af. Ook dat verstoort helaas de opbouw van de oorspronkelijke oratie:
Adesto - tuere
Mundati permaneant – consequentes perficiantur heredes
Al bij al kan zonder voorbehoud worden geconstateerd dat de tekstuele veranderingen niet kunnen worden gekwalificeerd als verbeteringen.
Behouden is de boodschap dat we God om bescherming en barmhartigheid smeken, opnieuw met de kanttekening dat wij van onze kant ook moeten doen wat we kunnen (“heilig leven”).
woensdag 6 april 2022
Kort commentaar op het Collectagebed Woensdag in de 5e week van de Veertigdagentijd Wij mogen erop vertrouwen dat de Vader liefdevol en vol erbarmen naar ons luistert.
Deus miserator, illustra, et,
quibus præstas devotionis
affectum,
præbe supplicantibus pium benigus auditum.
God van barmhartigheid,
verlicht het hart van uw kinderen dat door
boetvaardigheid is geheiligd,
en schenk welwillend gehoor aan de smeekbede
van hen die U met liefde mogen dienen.
Het
collectagebed is grotendeels ontleend aan het Sacramentarium Leonianum (Verona, kapittelbibliotheek LXXXV),
tweede helft van de zesde eeuw, folio 866 en met een ander incipit
(Sanctificato hoc jejunio ) is dit ook het collectagebed van woensdag na
Passiezondag in het Missale Romanum, 1962.
Het collectagebed gaat ervan uit, dat het hart van de gelovigen reeds door boetvaardigheid is geheiligd, en vraagt vandaag dat de barmhartige God aan hen Zijn licht wil schenken. De oratie veronderstelt dat God de gelovigen het gevoelen van liefdevolle overgave zal geven en het vraagt dat Hij in zijn goedheid ook hun smeekbeden vol liefde wil verhoren.
De bede om verlichting van het hart past in
deze Veertigdagentijd, tijd waarin de catechumenen in de vroege Kerk hun
laatste voorbereiding op het ontvangen van het H. Doopsel in de Paasnacht
ontvingen. Door de eerste christenen werd het Doopsel ‘photismós’ genoemd,
‘verlichting’’, en de pasgedoopte ‘photistheis’, ‘verlichte’. Deze zienswijze
is afgeleid van Christus, het Licht der wereld, lux mundi, dat iedere mens, die
in de wereld komt, verlicht. Aldus is ieder Doopsel ook te beschouwen als genezing
van blindheid.
Het nieuwe licht verleent het hart de gesteldheid
van liefdevolle overgave, van waaruit het, eenmaal vertroost, spontaan tot
gebed komt. Daarom mogen wij erop vertrouwen dat de Vader vol liefde en
erbarmen naar ons luistert.
Lectio divina lingua latina Liturgia Horarum Hebdomadæ V Quadreagesimæ feria III Crux Christi omnium fons benedictionum. Het Kruis van Christus: bron van alle zegeningen, oorzaak van alle genaden.
Liturgy of the Hours Tuesday of the 5th week of Lent The Cross of Christ is the source of all blessings, the cause of all graces
Office of Readings
Second Reading
| From a sermon by Saint Leo the Great, pope |
|---|
| The Cross of Christ is the source of all blessings, the cause of all graces |
|---|
Kort commentaar op het Collectagebed Dinsdag in de 5e week van de Veertigdagentijd Voor allen die in dienst van God zijn bestemd en mensen met een bijzondere roeping Gods lof te zingen.
Da nobis, quæsumus, Domine,
perseverantem in tua voluntate famulatum,
ut in diebus nostris et merito
et numero populus tibi serviens augeatur.
Heer, wij vragen U: geef ons een onwankelbare trouw in de dienst van Uw wil,
opdat in onze dagen het volk,
dat U dient, toeneemt in verdiensten en aantal.
Het
collectagebed is afkomstig uit het Sacramentarium Gregorianum (Hadrianum), 9e
eeuw, (Ed. Lietzmann 1921) folio 4 en was in het Romeins Missaal 1962 de Oratio
super populum op dinsdag na Passiezondag.
De biddende Kerk beschouwt al ons dagelijks doen en laten als een aan God bewezen dienst. Daarom moet ons werken overeen komen met de Wil van God, en wel bestendig. Het collectagebed (tijdens de H. Mis), dat in deze Veertigdagentijd tijd dag aan dag liturgisch hetzelfde is als de oratie in het Getijdengebed, vraagt ons de genade te geven om hiertoe in staat te zijn. Het collectagebed denkt daarbij niet alleen aan de individuele biddende persoon, maar ook aan het gehele Volk Gods, en het vraagt dat God door middel van dit gebed, het volk dat Hem dient ‘merito et numero’ (in verdienste en aantal) mag groeien.
Wij
zouden zeggen ‘kwalitatief en kwantitatief’. Dus niet alleen maar kwalitatief. Het
aantal bestaat immers uit de optelsom van alle individuele mensen, die God
heeft geschapen, en die Hij ieder op zich heeft bestemd voor het eeuwige leven.
Natuurlijk ook niet alleen maar kwantitatief. Want het aantal zou niets voorstellen,
wanneer het individueel en collectief van nul en generlei waarde was.
Het
gebed geldt voor alle mensen, omdat zij immers allen voor de dienst van God
zijn bestemd, individueel en collectief.
De Kerk denkt echter ook bijzonder aan degenen die op grond van een speciale roeping dienst doen in het Huis van God. In dit opzicht is de oratie in meer specifieke zin een gebed om priesters en diakens alsook voor andere mannen en vrouwen die in de Kerk dag en nacht de lof van God in het Goddelijk Officie bezingen.
Paratum cor meum, Deus, paratum cor meum, cantabo et psallam.
O God! mijn hart is bereid; ik zal zingen en psalmen jubelen.
maandag 4 april 2022
Kort commentaar op het Collectagebed Maandag in de 5e week van de Veertigdagentijd ”Wij doen ons best, God doet de rest!”
Deus, per cuius ineffabilem gratiam omni benedictione ditamur,
præsta nobis,
ita
in novitatem a vetustate transire,
ut
regni cælestis
gloriæ
præparemur.
God, door wiens onuitsprekelijke / overvloedige genade wij met alle zegening worden verrijkt,
verleen,
dat wij zó overgaan van het oude naar het nieuwe,
dat
wij geschikt worden (lett.: gereed worden gemaakt) voor de heerlijkheid van uw
hemels rijk.
Het collectagebed is ontleend aan het Sacramentarium Leonianum (Verona, kapittelbibliotheek LXXXV), tweede helft van de zesde eeuw, folio 1297.
De oratie richt zich tot God, die ons verrijkt met zijn zegen. Zijn genade is nooit helemaal in woorden uit te drukken (ineffabilem gratiam) en, daarbij kan men bedenken dat onze dank deze onuitsprekelijke genade nooit zal kunnen evenaren of recht doen.
Deze
rijkdom omvat de overgang van het oude naar het nieuwe, waardoor wij deelgenoot
worden aan de goddelijke natuur, deelgenootschap eens in de eeuwige zaligheid
tot voltooiing komt.
De
transitus, de overgang van oud naar nieuw, van dood naar leven – begonnen in
het Doopsel - betreft het leven van de gedoopte mens. Het nieuwe leven waardoor
wij als kind van God werden geënt op de Boom des Levens en ondergedompeld in
het goddelijke leven van de H. Drieëenheid, vraagt bij ons aardse leven actie
die aan deze status beantwoordt. Dat wat in het wezen van het goddelijk
kindschap is verankerd, moet in overeenkomstig leven en handelen zichtbaar
worden. Dit streven past bij uitstek in de Veertigdagentijd als opgang naar
Pasen, het hoogfeest van de Verrijzenis van de Heer.
De
deelname aan het Eucharistisch Offer brengt in ons tot voltooiing wat ons in
het Doopsel is geschonken. Derhalve maakt het Lichaam van Christus hen levend,
die aan zijn Lichaam deelhebben.
Het is een ‘reeds’ in de overgang van aards naar toekomstig leven maar ook een ‘nog niet volledig’. Hetgeen in
ons leven reeds als ‘eeuwig leven’ aanwezig is, verwoordt de oratie als
voorbereiding op de “heerlijkheid van het hemelrijk.”
Wij
bidden om de vervulling van deze belofte. Het woordje ‘ita’ is belangrijk. De
biddende gemeenschap van priester en gelovigen zou de overgang ‘zó’ moeten
voltrekken, dat daaruit de voltooiing mogelijk wordt. In dit kleine woord ‘zó’
komt de menselijke inspanning tot uitdrukking, die niet achterwege kan blijven,
ofschoon God wordt gevraagd: “præsta nobis’, verleen ons.
Exspoliantes vos veterem hominem cum actibus suis et induentes novum eum, qui renovatur in agnitionem secendum imaginem eius, qui creavit illum.
Leg
de oude mens met zijn gedragingen af en bekleed u met de nieuwe mens, die op
weg is naar het ware inzicht, zich vernieuwend naar het beeld van zijn Schepper
(Kol 3, 10).
‘Wij doen ons best, God doet de rest’!
zondag 3 april 2022
Lectio divina lingua latina Liturgia Horarum Dominica V Quadragesimæ Festum Domini proximum non verbis sed operibus implemus. Het komende Feest des Heren vieren wij niet met woorden maar met daden.
Reeks “Oratio super munera" Vijfde zondag Veertigdagentijd II Addendum
Pro-catechese ()











