zaterdag 14 april 2018

Lezingenofficie 3e zondag van Pasen Liturgia Horarum Een grote menigte met het zegel van God


Apocalyps / Openbaring van de apostel Johannes (ap. 7;1-17)

Een grote menigte met het zegel van God 

Daarna zag ik vier engelen staan aan de vier hoeken der aarde, die de vier winden der aarde in bedwang hielden, opdat er geen wind zou waaien over land of zee of enig geboomte. 2En ik zag een andere engel opstijgen van de opgang der zon met het zegel van de levende God. En hij riep met luide stem tot de vier engelen aan wie macht gegeven was schade toe te brengen aan de aarde en de zee: 3Brengt geen schade toe aan de aarde noch aan de zee noch aan de bomen, voordat wij de dienstknechten van onze God met het zegel op hun voorhoofd getekend hebben.” 4En ik vernam het aantal getekenden: honderdvierenveertigduizend waren er uit alle stammen van de kinderen van Israël: 5twaalfduizend getekenden uit de stam Juda, twaalfduizend uit de stam Ruben, twaalfduizend uit de stam Gad, 6twaalfduizend uit de stam Aser, twaalfduizend uit de stam Naftali, twaalfduizend uit de stam Manasse, 7twaalfduizend uit de stam Simeon, twaalfduizend uit de stam Levi, twaalfduizend uit de stam Issakar, 8twaalfduizend uit de stam Zebulon, twaalfduizend uit de stam Jozef, twaalfduizend uit de stam Benjamin. 9Daarna zag ik een grote menigte, die niemand tellen kon, uit alle rassen en stammen en volken en talen. Zij stonden voor de troon en voor het Lam gekleed in witte gewaden en met palmtakken in de hand. 10En zij riepen allen luid: “Aan onze God die op de troon is gezeten en aan het Lam behoort de overwinning!” 11En al de engelen stonden rondom de troon, de oudsten en de vier dieren, en zij wierpen zich op hun aangezicht voor de troon en aanbaden God, 12zeggend: Amen! Lof en heerlijkheid en wijsheid en dank, eer en macht en sterkte aan onze God in de eeuwen der eeuwen, Amen!” 13Toen richtte zich een van de oudsten tot mij en zei: “Wie zijn dat in die witte gewaden en waar komen zij vandaan? 14Ik antwoordde hem: “Heer, dat weet gij.” Toen zei hij: “Dat zijn degenen die komen uit de grote verdrukking, die hun gewaden hebben wit gewassen in het bloed van het Lam. 15Daarom staan zij voor de troon van God, en dienen Hem dag en nacht in zijn tempel, en Hij die op de troon is gezeten zal zijn tent over hen uitspreiden. 16Zij zullen nooit meer honger of dorst lijden, geen zonnesteek of woestijngloed zal hen treffen, 17want het Lam in het midden van de troon zal hen weiden en voeren naar de waterbronnen van het leven, en God zal alle tranen van hun ogen afwissen.”

Uit de Eerste Apologia voor de Christenen van de heilige Justinus, martelaar

De viering van de Eucharistie

Het is niemand geoorloofd aan de Eucharistie deel te nemen dan alleen hij, die gelooft, dat het waar is wat wij leren en die bovendien is afgewassen door het bad tot vergiffenis de zonde en tot de wedergeboorte, en verder zo leeft als Christus het heeft overgeleverd.
Want wij nuttigen dit niet als gewoon brood of als gewone drank, maar zoals door het Woord Gods Jezus Christus onze Verlosser vlees is geworden en vlees en bloed bezat om ons te verlossen-zo heeft men ons geleerd, dat deze spijs, waarover met Christus’ eigen woorden de dankgebeden worden uitgesproken, en waarmee ons vlees en bloed door de stofwisseling worden gevoed, zowel het Vlees als het Bloed is van de Mengeworden Jezus.
Want de Apostelen hebben in hun gedenkschriften, die Evangeliën worden genoemd, ons overgeleverd, dat Jezus hun zo bevolen had: Hij nam namelijk het brood, dankte en sprak: Doet dit tot mijn gedachtenis. Dit is mijn Lichaam: en na de kelk genomen en gedankt te hebben, sprak Hij: Dit is mijn Bloed, en reikte beide aan hen allen toe. Sedertdien herdenken wij dit steeds onderling. Degenen van ons, die goederen bezitten, komen alle behoeftigen te hulp, en steeds zijn wij eensgezind. En bij alle offers loven wij de Schepper van alles, door zijn Zoon Jezus Christus en door de Heilige Geest.
En op de Zondag zoals die dag genoemd wordt, komen alle bewoners van stad en land op dezelfde plaats bijeen, en daar worden dan de gedenkschriften van de Apostelen en de geschriften van de profeten gelezen, zolang er tijd voor is.
Daarna, waar een lezer ontbreekt, zal hij, die voorzit, de toehoorders vermanen en ze aansporen de zo heerlijke voorbeelden uit de lezing na te volgen.
Hierna staan we allen tegelijk op het bidden; en, zoals reeds gezegd hebben, zodra we ophouden met bidden, wordt er brood, wijn en water aangebracht. Die voorzit bidt en dankt nu met alle vurigheid, en het volk antwoord Amen, en van datgene, waarover dank werd gebracht, wordt uitgedeeld en uitgereikt aan ieder van de aanwezigen, en door de diakens wordt ervan meegedeeld aan de afwezigen.
Die welgesteld zijn, delen ervan mee zoveel ieder van hen wil, en wat er zodoende wordt verzameld, deponeert men bij hem die voorzit. Deze helpt er de weduwen en wezen mee en degenen die wegens ziekte of door andere oorzaken gebrek lijden, zelfs ook de gevangenen en de gasten die uit den vreemde komen. In één woord, er wordt voor alle gezorgd, die er behoefte aan hebben.
Des zondags komen wij allen tezamen, zowel omdat het op deze dag was dat God de duisternis en de stof omvormde en de wereld schiep, als ook omdat onze Verlosser Jezus Christus op die dag uit de doden verrees. Want de dag voor de zaterdag hebben ze hem gekruisigd, en op de volgende dag, dit is zondag, verscheen Hij aan zijn Apostelen en leerlingen en leerde hun wat ook wij u overleveren om  te beschouwen.