vrijdag 6 april 2018

PRÆFATIO PASCHALIS II PREFATIE II VAN PASEN



Vere dignum et iustum eest, æquum et salutare:
Te quidem, Domine, omni tempore confiteri,
sed in hoc potisssimum gloriosius prædicare,
cum Pascha nostrum immolatum est Christus.
U danken wij, Heer God, omwille van uw heerlijkheid,
en om heil en genezing te vinden zullen wij uw Naam verkondigen al onze dagen,
maar vooral in deze tijd bezingen wij U.
Want ons Paaslam, Christus, is voor ons geslacht.

Per quem in æternam vitam filli lucis oriuntur,
et regni cælestis atria fidelibus reserantur.
Quia mors nostra est eius morte redempta,
et in eius resurrectione vita omnium resurrexit.

Aan Hem danken de kinderen van het licht hun geboorte tot eeuwig leven.
Aan Hem danken Gods uitverkorenen hun toegang tot het rijk der hemelen.
Want door zijn sterven zijn wij van de dood verlost,
door zijn verrijzenis zijn ook wij ten leven opgewekt.

Quapropte, profusis paschalibus gaudiis, totus in orbe terrarum mundus exsultat.
Sed et supernæ virtutes atque angelicæ potestates
hymnum gloriæ tuæ concinunt,
sine fine dicentes:
Sanctus, Sanctus, Sanctus!
Vreugde om het Paasfeest vervult ons, mensen die op aarde wonen,
vreugde vervult de Engelen in de hemel,
de Machten en de Krachten die U loven,
die U dit lied toejuichen zonder einde:
Sanctus, Sanctus, Sanctus!