maandag 27 augustus 2018

Sint Augustus over de Psalmen (Ps 47,7) Komt, laten wij opgaan naar de berg des Heren

Liturgia Horarum – Getijdengebed

Sint Augustus over de Psalmen (Ps 47,7)

Komt, laten wij opgaan naar de berg des Heren

Zoals wij het hadden gehoord , zo hebben wij het nu ook gezien. O zalige Kerk! In welke tijd hebt gij dat gehoord, in welke tijd hebt gij dat gezien? Zij hoorde het in de beloften, maar zegen het in de vervullingen; zij hoorde het in de profetie, maar zag het in het Evangelie. Want alles, wat nu in vervulling gaat, is tevoren voorspeld. Hef dus uw ogen op en zie uit over de wereld. Zie nu de erfenis tot aan de uiteinden der aarde. Zie hoe in vervulling gaat wat er gezegd werd: Alle koningen der aarde zullen Hem aanbidden, alle volken zullen Hem dienen. Zie hoe in vervulling is gegaan, wat er gezegd werd: Verhef uw glorie boven de hemelen, o God, en boven de gehele aarde. Zie Hem, wiens handen en voeten zijn vastgenageld, wiens beenderen aan het kruis hangend zijn geteld, over wiens klederen het lot is geworpen. Zie Hem heersen, die zij aan het kruis zagen hangen. Zie Hem zetelen in de hemel, die zij verachtten, toen Hij op de aarde rondwandelde. Zie dat daar vervuld werd: Alle grenzen der aarde zullen het gedenken en zich tot de Heer bekeren: alle stammen der heidenen zullen Hem aanbidden. Als ge dit ziet, roep dan met vreugde uit: Zoals wij het hadden gehoord, zo hebben wij het nu ook gezien.

Terecht wordt de Kerk uit de heidenen aldus toegesproken: Hoor, dochter, en aanschouw, en vergeet uw volk en het huis van uw vader. Hoor en zie: eerst hoort gij, wat ge niet ziet; daarna zult ge zien, wat ge gehoord hebt. Een volk, wordt er gezegd, dat Ik niet kende, werd Mij dienstbaar; bij het horen van mijn Naam gehoorzaamde het Mij. Als het dan bij het horen van mijn naam gehoorzaamde, zag het Mij dus niet. En waar geschreven staat: Zij, aan wie niets over Hem is geboodschapt, zullen zien, en die niets gehoord hebben, zullen inzien? Naar wie geen profeten werden gezonden, hebben het eerst gehoord, hebben daarna gehoord en zich verbaasd. Er bleven degenen over tot wie zij gezonden waren, maar die met hun boekrollen de waarheid toch niet begrepen en alhoewel zij de verbondstafels bezaten, de erfenis toch niet behielden. Maar zoals wij het hadden gehoord, zo hebben wij het nu ook gezien.
In de stad van de Heer der heerscharen, in de stad van onze God. Daar hebben wij gehoord en daar ook gezien. God heeft ze voor eeuwig gegrondvest. Laten zij, die zeggen: Zie, hier is de Christus, zie daar is Hij, zich niet verheffen. Wie zegt: Zie, hier is Hij; zie daar is Hij, leidt tot verdeeldheid. God beloofde eenheid: de koningen zijn tezamen gebracht, zij zijn niet door scheuring verspreid. Maar wellicht zal die stad die de wereld beheerste, eens worden verwoest. Dat zij verre: God heeft haar voor eeuwig gegrondvest. Als God haar dan voor eeuwig heeft gegrondvest, wat vreest gij, of de hemel zal neerstorten?

Ps 47,7: CCL 38, 543-545

Vertaling uit : Liturgia Horarum. Tweede lezingen  en Hymnen, IV, week 18-34, pp. 16-17