Posts tonen met het label Paaszondag. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Paaszondag. Alle posts tonen

zondag 20 april 2025

Overweging op Paaszondag - ´Zalig zij die niet zien en toch geloven.´


Het paasverhaal speelt zich af rond en in de grafkamer van Jezus. Naar dat graf is Maria Magdalena op weg, terwijl het nog donker was. Het is voor haar een gang naar het verleden. De steen die het graf van Jezus blokkeert, ligt ook over haar leven. Je hoeft immers niet dood te zijn om je begraven te voelen.

In het evangelie van Johannes heeft de dood tal van gezichten. Er is de dood van de eenzaamheid, wanneer de weg naar buiten, naar het licht geblokkeerd is. Er is de dood van het egoïsme, van de liefdeloosheid. Zo beschreef de schrijver Dostojewski, die in strafkampen verbleef, hoe mensen elkaar levend kunnen begraven.

Johannes vertelt ons hoe hij en Petrus tot het geloof komen. Het verhaal bevat weinig spectaculairs. Johannes zegt tot ons : geloven in de verrijzenis van Jezus is nooit een kwestie van harde bewijzen geweest.

´Zalig zij die niet zien en toch geloven.´

De leerlingen zien op paasmorgen een teken van de opstanding, zoals een gebroken eierschaal in een verlaten nest, een teken van nieuw leven is. Dit teken nu, is het lege graf. Johannes zag en hij geloofde dat deze leegte, de leegte van het begin was. Tot op dat moment hadden zij nog niet begrepen dat Christus uit de doden moest opstaan. Dat zegt het paasevangelie ons vandaag : dat we ons leven niet baseren op keiharde bewijzen, maar op de tekenen die God ons aanreikt en die een beroep doen op ons geloof.

Opstanding (daar zit het woord ´opstaan´ in) uit de doden ? Kan iemand zoiets in alle ernst geloven ? Wie bij voorbaat zegt dat de opstanding 

(hier zit ook in, in opstand komen tegen alles wat doods is) uit de doden onmogelijk is, lijkt zo iemand niet een beetje op het kuiken in het ei dat meent dat het overal donker moet zijn omdat het zelf in het donker zit ?

Wat onze ideeën waard zijn, blijkt pas wanneer de schaal zich opent en het licht binnenbreekt. Dan pas blijkt hoe de werkelijkheid van de zon die licht, warmte en leven geeft, alle voorstellingen te boven gaat.

De verrijzenis van Jezus wordt in het paasevangelie niet beschreven, niet uitgebeeld. De verrijzenis is niet een gebeuren dat je zomaar op één lijn kunt plaatsen met allerlei andere gebeurtenissen rond de persoon van Christus. Zijn opstanding betekent niet dat zijn aardse bestaan nog een tijd verlengd werd. Hij is niet ten leven gewekt om daarna opnieuw te sterven. Zijn verrijzenis is het begin van een nieuwe manier van bestaan. In zijn opstanding wordt de dood zelf met zijn vele gezichten en vele namen, overwonnen. 

En omdat het gaat over iets nieuws, gaat het over zaken waarvoor de evangelisten nog geen woorden hadden.

Wij zijn uitgenodigd om te worden wat Hij is, nu al.

Het Nieuwe Testament laat geen ruimte voor ongepaste nieuwsgierigheid wanneer het gaat over de verrijzenis van Christus. Het gaat niet om het hoe en het wanneer. Het gaat er wel om dat wijzelf tot nieuw leven komen, dat wij niet van dood tot dood gaan, voordat we sterven.

Sinds Pasen zullen we eigenlijk nooit meer zeggen : het is onbegonnen werk want het nieuwe leven, het nieuwe bestaan, het is begonnen en het is niet tegen te houden.

Hij gaat ons voor !

Een zalig en vreugdevol Paasfeest


Paaswens Priorij Thabor

 







Lezingen H. Mis 1e zondag van Pasen, jaar C - hij zag en geloofde

Eerste lezing (Hand. 10,34a.37-43)
Uit de handelingen der Apostelen.
In die tijd nam Petrus het woord en sprak:
“Gij weet wat er overal in Judea gebeurd is;
hoe Jezus van Nazaret zijn optreden begon in Galilea
na het doopsel dat Johannes predikte,
en hoe God Hem gezalfd heeft
met de heilige Geest en met kracht.
Hij ging weldoende rond
en genas allen
die onder de dwingelandij van de duivel stonden,
want God was met Hem.
En wij getuigen van alles
wat Hij in het land van de Joden en in Jeruzalem gedaan heeft.
Hem hebben ze aan het kruishout geslagen en vermoord.
God heeft Hem echter op de derde dag doen opstaan
en laten verschijnen,
niet aan het hele volk
maar aan de getuigen die door God tevoren waren uitgekozen,
aan ons die met Hem gegeten en gedronken hebben
nadat Hij uit de doden was opgestaan.
Hij gaf ons de opdracht aan het volk te prediken, en te getuigen
dat Hij de door God aangestelde rechter is
over de levenden en de doden.
Van Hem leggen alle profeten het getuigenis af,
dat ieder die in Hem gelooft
door zijn Naam vergiffenis van zonden verkrijgt.”

Tweede lezing (Kol. 3,1-4)
Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Kolosse.
Broeders en zusters,
als gij dan met Christus ten leven zijt gewekt
zoekt wat boven is,
daar waar Christus zetelt aan de rechterhand Gods.
Zint op het hemelse, niet op het aardse.
Gij zijt immers gestorven
en uw leven is nu met Christus verborgen in God.
Christus is uw leven,
en wanneer Hij verschijnt
zult ook gij met Hem verschijnen in heerlijkheid.
Woord van de Heer.
Wij danken God.

Sequentie
Laat ons ‘t Lam van Pasen loven,
’t Lam Gods met offers eren.
Ja, het Lam redt de schapen,
Christus brengt door zijn onschuld
ons arme zondaren tot de Vader.
Dood en leven, o wonder,
moeten strijden te zamen.
Die stierf, Hij leeft, Hij is
onze koning.
Zeg het ons Maria,
wat is ‘t dat gij gezien hebt?
Het graf van Christus dat leeg was,
de glorie van Hem die opgestaan is,
eng’len als getuigen,
de zweetdoek en het doodskleed.
Mijn hoop, mijn Christus in leven!
Zie Hij gaat u voor naar Galilea.
Waarlijk Christus is verrezen: stond op uit de doden.
O Koning, onze Held, geef ons vrede. Alleluia.

Evangelie (Joh. 20,1-9)
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes.
Op de eerste dag van de week kwam Maria Magdalena
vroeg in de morgen – het was nog donker – bij het graf
en zag dat de steen van het graf was weggerold.
Zij liep snel naar Simon Petrus
en naar de andere, de door Jezus beminde leerling
en zei tot hen:
“Ze hebben de Heer uit het graf genomen
en wij weten niet waar ze Hem hebben neergelegd.”
Daarop gingen Petrus en de andere leerling op weg naar het graf.
Ze liepen samen vlug voort,
maar die andere leerling snelde Petrus vooruit
en kwam het eerst bij het graf aan.
Voorover bukkend zag hij de zwachtels liggen,
maar hij ging niet naar binnen.
Simon Petrus die hem volgde kwam ook bij het graf
en trad wel binnen.
Hij zag dat de zwachtels er lagen,
maar dat de zweetdoek die zijn hoofd had bedekt
niet bij de zwachtels lag,
maar ergens afzonderlijk opgerold op een andere plaats.
Toen ging ook de andere leerling
die het eerst bij het graf was aangekomen naar binnen;
hij zag en geloofde
want zij hadden nog niet begrepen hetgeen er geschreven stond,
dat Hij namelijk uit de doden moest opstaan.

zaterdag 16 april 2022

Priorij Thabor Beeld Verrezen Christus van Piet Gerrits 1878-1957 in de Paastijd in onze refter



Piet Gerrits, Nederlands beeldhouwer, boekbandontwerper en schilder, kreeg zijn opleiding in de ateliers van architect Pierre Cuijpers in Roermond en op de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten van Antwerpen.

Vanaf 1905 was Gerrits lid van De Violier, een kunstkring in met name Amsterdam, die probeerde om de katholieke cultuur op te wekken. Tijdens zijn eerste reis naar het Heilig Land leerde hij kapelaan Arnold Suys en de architect Jan Stuyt kennen. Met hen zou hij intensief samenwerken om het project Heilig Landstichting, een Nederlands en Europees devotiepark, tot stand te brengen.

In de periode 1906-1911 verbleef hij in Palestina en Over-Jordanië, onderdeel van het Ottomaanse Rijk. Gerrits decoreerde hier diverse kerken, soms in samenwerking met Willibrord Verkade. Hij bestudeerde de levenswijze van de bedoeïenen en leefde voor langere tijd met hen samen.

Nadat Gerrits terugkeerde van een bezoek aan het Heilig Land was hij vanaf 1912 verbonden aan de Heilig Land Stichting bij het latere dorpje Heilig Landstichting. Vanaf 1917 was hij conservator en artistiek adviseur en hield zich bezig met de inrichting van het terrein en ontwierp de verschillende gebouwen, beelden en reliëfs. In dit park werden momenten van het leven van Jezus nagebouwd en uitgebeeld. Gerrits liet veel facetten terugkomen van zijn bezoek aan het Midden-Oosten. Zo inspireerde hij Nazareth, in het huidige museumpark Orientalis Beth Juda genaamd, op Al Husn in Jordanië.

In de periode tussen de twee Wereldoorlogen werkte hij nauw samen met de kanunnikessen van het H. Graf die op de H. Landstichting een klooster hadden en die ook onder leiding van Moeder M. Jozefa c.r.s.s. in samenwerking met prof. dr. Titus Brandsma o.carm een vormingsinstituut voorbereidden voor vrouwelijke studenten en jong volwassen vrouwen.

In de Priorij bevindt zich ook een schilderij van Piet Gerrits, voorstellende de kruiswegstatie “Simon van Cyrene die met zijn zoontjes Alexander en Rufus Christus het kruis helpt dragen”.

Op de morgen van Pasen bij het vroeger licht van de nieuwe tijd - Maria’s vreugde over de Verrijzenis van Christus


Uw Zoon, o Maria, uw Liefde zelf is voor U de derde dag verrezen en in uw vlees stijgt Hij op boven de hemelen om alles te vervullen! O zalige, Gij bezit dus uw vreugde, uw verlangen is vervuld, de kroon van uw hoofd is geschonken; Hij heeft U de eerste plaats in de hemel geschonken door zijn genade, de heerschappij over de wereld door zijn barmhartigheid, de onderwerping van de hel door zijn macht.

Uw zo grote en onuitsprekelijke glorie beantwoorden allen met verschillende gevoelens: de Engelen met gevoelens van eerbied; de mensen met die van liefde en de duivels met schrik. Voor de hemel zijt Gij eerbiedwaardig, voor de aarde beminnelijk en voor de onderwereld verschrikkelijk.
Verheug en verblijd U dus, omdat uw Beschermer, uw Glorie, uw Hoofd dat U verheft, verrezen is.
Gij waart verheugd bij de ontvangenis, bedroefd in het lijden, en bij de verrijzenis wederom blij en niemand zal die vreugde U ontnemen. “Christus, verrezen van de dood, sterft niet meer”; de dood heeft over Hem geen macht meer” (Rom 6,9).

Daarom roept Hij U toe: “Sta op, maak spoed, mijn liefste, mijn duif, mijn schone, en kom! want nu is de winter over, de regen is voorgoed voorbij; de bloemen ziet men op ons land, de snoeitijd is gekomen” (Hooglied 2,10-12).

Mijn liefste door een innige band, mijn duif door vereniging, mijn schone door luister en harmonie. Sta op uit de droefheid, uit de rouw, de vernedering en het stof, want dat zijn immers de tekenen van smart. Maak spoed, talm niet, schud de last en de ernst af, kleed U met blijheid, begin uw weg, doe vleugels aan en kom. Kom om U te verheugen over de glorie van God, over de eerstelingen van de verrijzenis, over de Eerstgeborene uit de doden.


H. Amedeus van Lausanne, Hom. de B.M.V., VI; PL 188 c. 1335

Joyeuses Pâques avec les cloches de Notre Dame

Reeks “Oratio super munera - Gebed over de gaven” Paaszondag Uw Kerk wordt op wonderbare wijze herboren en gevoed.

 Christus ontvangt brood en wijn voor de H. Eucharistie

Uw Kerk wordt  op wonderbare wijze herboren en gevoed.

I n l e i d i n g
Opnieuw brengt de liturgie van het kerkelijk jaar ons via de veertig dagen van de Vasten naar de feestelijke dagen van Pasen, de plechtigheid (solemniteit) van de Verrijzenis van de Heer. Vol hoop hebben we deelgenomen aan de ceremonieën van het Triduüm Sacrum. Wij vierden de instelling van het Priesterschap en de H. Eucharistie op Witte Donderdag. De H. Reserve werd in processie naar een zijaltaar begeleid waar de stille aanbidding begon, het tabernakel was leeg en de altaren werden ontbloot. Het Passieverhaal werd gezongen en het heilige kruis ontbloot, aan de gelovigen getoond en vereerd op Goede Vrijdag. “Uw Kruis, Heer, aanbidden wij, en Uw heilige verrijzenis loven en verheerlijken wij; want zie, door het Kruis kwam er vreugde in heel de wereld” (Antifoon na de Kruisverering). Het lijkt of er voor een ogenblik wordt vooruitgelopen op Pasen. De Kerk zingt van vreugde en verrijzenis. Dit is tekenend voor de grondhouding van de Kerk, niet alleen in haar liturgie, maar in heel haar leven. Met de mensgeworden Heer gaat zij door de tijd en draagt met Hem het kruis. Haar leven is een kruisdragend leven, een voortdurend sterven. Maar haar stem is de stem van de vreugde; haar liturgie is het feest van het leven. Werkelijk: zij ondergaat de dood, maar zij leeft reeds in de Verrijzenis. Want haar voedsel is de spijs der onsterfelijkheid: het Lichaam en Bloed van de Verrezen Heer. Op Goede Vrijdag wordt de Communie uit de H. Reserve de gelovigen aangereikt, de H. Mis valt uit. Met de heilige Vrouwen waken we bij het verzegelde Graf om de glorierijke Verrijzenis van Christus te verbeiden en bereiden we ons in een laatste vasten op de Paasvigilie voor. Met de Paaswake keren de bloemen, de muziek en de feestelijke paramenten terug. Het ‘Exsultet’, de paasjubelzang, wordt aangeheven voor de Paaskaars, die haar helder licht verspreidt, verwijzend naar de Verrezen Heer. Alleluia’s klinken en de bellen keren terug uit de ballingschap van de stilte. Het doopwater wordt gewijd, de catechumenen worden gedoopt en sommigen van hen gevormd. Voor de eerste maal wordt hen het Lichaam en het Bloed van de Heer gegeven. In de H. Mis van Paaszondag zingen we de sequens ‘Victimæ paschali laudes’ over Christus, die als Koning triomfeert in het duel met de Dood. 

T e k s t
Missale Romanum – 1970
Sacrificia, Domine, paschalibus gaudiis exsultantes offerimus,
quibus Ecclesia tua mirabiliter renascitur et nutritur.

Altaarmissaal Nederlandse Kerkprovincie – 1979
Heer, vol vreugde om het paasfeest dragen wij U het offer op,
waardoor Uw Kerk op wonderlijke wijze wordt herboren en gevoed.

Werkvertaling 
Juichend door/in de vreugden van Pasen bieden wij [U] de offers aan,
waardoor  uw Kerk op wonderbare wijze wordt herboren en gevoed.
L i t u r g i s c h e   a n t e c e d e n t e n
De brontekst van deze oratio super munera/oblata of oratio secreta gaat terug tot op het Sacramentarium Gelasianum Vetus, Vat. Reg. lat. 316, 470, eerste helft achtste eeuw en vier andere codices uit dezelfde tijd. Het was de secreta van feria II in albis. Het oorspronkelijke ‘immolamus’ werd in het Missale Romanum 1979 vervangen door ‘offerimus’, en zoals boven gezegd ‘exsultantes’ toegevoegd. Een nevenversie, codex Ariberto, Milaan, 11e eeuw,  heeft met vier andere bronteksten ‘pascitur’ in plaats van ‘renascitur’. Deze versie vinden we op feria III in albis, missa in ecclesia maiore. Een derde versie tenslotte  waarvan de relatieve zin luidt: ‘quibus ecclesia mirabiliter et nascitur et nutritur’, gaat terug  tot een collectie van een vijftigtal handschriften vanaf de 12e eeuw en werd als secreta gebruikt in de <Missa votiva>  de resurrectione (Oxford), als oratio super oblata op de 1e Zondag na het Paasoctaaf en op feria IV in albis. (Zie: E. Moeller, J.M. Clément en B. Coppieters ’t Wallant, Corpus Orationum, VIII, R-S. Brepols, Turnhout 1996, p. 104-105, nrs. 5286 a, 5286 b en 5286 c, Br 1002). 
Het Missale Romanum 1962 heeft op woensdag in de Paasweek de tekst die overeenkomt met de zojuist genoemde derde versie.                                                                                                      
S t r u c t u u r a n a l y s e  e n  s t i j l f i g u r e n
1. Sacrificia, Domine, paschalibus gaudiis exsultantes offerimus,
2. quibus Ecclesia tua mirabiliter renascitur et nutritur.

De oratie bestaat uit één enkele zin waarin de liturgische actie van celebrant en gelovigen wordt beschreven (r. 1, hoofdzin), gevolgd door een relatieve bijzin (r. 2) waarin de sacramentele werkzaamheid van het Lichaam en Bloed van Christus voor de Kerk (de gemeenschap van de gelovigen) wordt verwoord.

Ad 1
Offerimus, wij offeren, prædicaat in de 1e pers. meerv. van de indicativus præsentis: het verbum geeft weer wat hier en nu gebeurt in de liturgische handeling.
Sacrificia, de offergaven – object van het prædicaat in de accusativusvorm.
Domine, [o] Heer, - anaklese in de vocativusvorm.
Mirabiliter, op wonderbare wijze – bijwoordelijke bepaling die de wijze uitdrukt waarop de Kerk wordt herboren en gevoed.
Paschalibus gaudiis exsultantes, juichend, jubelend door de vreugde(n) van Pasen, - bijwoordelijke bepaling die een nadere explicatie geeft bij het prædicaat offerimus, bestaande uit de bijstelling exsultantes, 1e pers. plur. van het ppa exsultare, vergezeld van twee congruerende ablativusvormen (ablativus causæ).
Ad 2
Relatieve bijzin met het betrekkelijk voornaamwoord quibus in de ablativusvorm pluralis refererend aan het antecedent sacrificia, de offers, waarmee/waardoor.
Ecclesia tua, uw Kerk – subject, in twee congruerende nominativusvormen, van de prædicaten renascitur en nutritur. Beide verba staan in de indicativus præsentis passivi en geven de realiteit weer van de uitwerking van de H. Communie. De Kerk, als gemeenschap van Christus en zij die met Hem een Lichaam vormen, worden herboren, gaan van dood naar het leven door dit “zaad” van eeuwig leven: “Wie mijn Vlees eet en mijn Bloed drinkt, heeft eeuwig leven en Ik zal hem doen opstaan op de laatste dag” (Jo 6,54).

De verba renascitur en nutritur laten klankrijm:  - itur zien in de slotlettergrepen.

V o c a b u l a r i u m

De oratie is eenvoudig geconstrueerd, de woorden zijn gemakkelijk, de structuur helder.

Het verbum exsultare (salto) heeft in zijn wortels te doen met “springen“, “een sprong maken”. Het betekent een krachtige sprong maken. In uitgebreide zin betekent het “zich buitengewoon/buitensporig verheugen”. We horen een vorm van dit verbum dagelijks in het Magnificat tijdens de Vespers waar Maria tegen haar nicht Elizabeth zegt: “Magnificat […] et exsultavit spiritus meus in Deo salvatore meo, en mijn geest sprong op in God mijn Redder”. (Luc 1,47). Mooie parallel met het opspringen van vreugde van het kind dat Elizabeth bij zich droeg: “Ecce enim ut facta est vox salutationis tuæ in auribus meis, exsultavit in gaudio infans in utero meo”, Zie zodra de klank van uw groet mijn oren bereikte, sprong het kindje van vreugde op in mijn schoot (Luc 1, 44).
De woorden van het Gebed over de gaven horend, herinneren zij ons vanzelfsprekend aan de beginwoorden van het “Exsultet”, de jubelzang die de diaken aanheft nadat het Licht van Christus door het ontsteken van de Paaskaars het duister van de nacht heeft verdreven: “Exsultet iam angelica turba cælorum: exsultent divina mysteria: et pro tanti Regis victoria tuba insonet salutaris!” – Laat nu de hemelse engelenschaar juichen: laat de goddelijke geheimen in luide jubel weerklank vinden: en laat bij de overwinning van zulk een Koning de heilstrompet schallen. 
Men kan Christus als het ware uit het graf zien opspringen, de nieuwe Adam, met nieuwe heerlijkheid bekleed- zoals ook wij eens hopen te zijn.
De vreugde om deze nieuwe Dag, de eerste Dag – naar oudchristelijk spraakgebruik de ‘kuriake’, de dag des Heren genoemd (Lat.: dies dominica, vgl. Apoc 1,10) – wordt vanaf de Lauden op paasmorgen heel het paasoctaaf door tot en met de IIe Vespers van Beloken Pasen in de antifoon “Hæc dies quam fecit Dominus, exsultemus et lætemur in ea” (Ps 117, 24) bezongen: Dit is de dag, die de Heer heeft gemaakt, laten we opspringen van vreugde en ons verheugen. En ook in de Missen gedurende het paasoctaaf  heeft deze antifoon haar vaste plaats vóór het Evangelie.

Nutrire 4. Betekent 1. Zogen, voeden 2. Onderhouden, verzorgen, 3. Opvoeden; het deponens nutrior heeft hier mogelijk een toegevoegde betekenis die het louter voeden overstijgt. In verbinding met het begrip Ecclesia tua, de Mater Ecclesia als Nutrix, Voedster, kan gedacht worden aan een morele kwaliteit van liefdevolle koestering als motivatie voor het schenken van voedsel en drank voor het levensonderhoud van haar nieuwe kroost (de neonati, de pasgedoopten).
(Nutricia!)

Renasci, renatus sum, dep. 3: 1. Opnieuw geboren worden 2. Herboren worden, gedoopt worden. (Vgl. het begrip Renaissance in de kunst).

Men kan zich afvragen waarom de vertaling van het Altaarmissaal de meervoudsvormen ‘sacrificia’ en ‘paschalibus gaudiis’ in het enkelvoud weergeeft. Natuurlijk kunnen we de twee offerelementen van brood en wijn als één offer beschouwen. Anderzijds kan het meervoud duiden op de persoonlijke offers en de vreugde van zovelen die vele redenen hebben zich over de Verrijzenis te verheugen. Hoe dan ook zal er een motief zijn dat de Latijnse oratie had kunnen zeggen ‘Sacrificium, Domine, paschali gaudio exsultantes offerimus… maar dat niet doet. Het  jammer dat  deze nuance in de Nederlandse vertaling verloren is gegaan: traduttori,  traditori.                                                  
C o m m e n t a a r
Het Gebed over de gaven is een dedicatie, een toewijding. Wij bieden vol blijdschap onze gaven aan omdat het Pasen is, ‘exsultantes’, jubelend, zoals de tekst van de Latijnse versie toevoegt. Het zijn niet meer de gaven van brood en wijn die wij naar het altaar hebben gebracht, maar de ‘sacrificia’, het Lichaam en Bloed van Christus. Hiervan immers kan slechts gezegd worden wat de paasvreugde jubelend belijdt, namelijk dat de Kerk door deze offergaven herboren en gevoed wordt. Het hoeft niet vreemd te zijn dat hier niet het Doopselsacrament, dat het wonder van de nieuwe geboorte bewerkt, ter sprake komt, maar de Eucharistische Spijs van het heilige Offermaal. De heilige Communie getuigt van de wedergeboorte als een bovennatuurlijke ontwikkelingsgang die met het Doopsel aanvangt en zich gedurende het hele leven van de christen voltrekt. Het ‘pascitur’, zij wordt geweid / gevoed, dat in de versie van het Romeins missaal 1979 is vervangen door ‘renascitur’, zij wordt herboren, drukt in wezen hetzelfde uit.
Mét de verrezen Heer ‘eten’, de offerspijs van Zijn heilig Vlees en Bloed delen, betekent immers ontsluiting van de toegang tot het eeuwige leven, met Hem verrijzen tot het licht van het leven (Collectegebed van Paaszondag), met Petrus getuigen “van alles wat hij in het land van de Joden en in Jeruzalem gedaan heeft” maar ook dat Híj de door God aangestelde Rechter is over levenden en doden en dat ieder die in Hem gelooft vergiffenis van zonden verkrijgt” (1e lezing). 
“Zoals het brood van de aarde door de aanroeping van God geen gewoon brood meer is, maar de Eucharistie, die een aards en hemels aspect heeft, zo ook zijn onze lichamen die delen in de Eucharistie, niet meer vergankelijk maar bezitten zij de hoop op de verrijzenis” (H. Irenæus, Adv. Hær., 4, 18, 4-5). Hoe dit in zijn werk gaat? Mirabiliter, op wonderbare wijze en slechts te “begrijpen” in geloof.
Wat het materiële voedsel voor ons lichamelijk leven betekent, verwezenlijkt de Communie op wonderbare wijze in ons geestelijk leven (nutritur). Het deelgenootschap aan het Vlees van de Verrezen Christus, “dat in de heilige Geest tot leven is gebracht en tot leven wekt (renascitur)” (Presbyterorum Ordinis, 5), bewaart het genadeleven dat in het Doopsel ontvangen werd, doet het groeien en vernieuwt het. Deze groei van het geestelijk leven moet gevoed worden door de eucharistische Communie, Brood voor onze pelgrimstocht, tot op het ogenblik van onze dood, wanneer zij ons als Viaticum (teerspijze, leeftocht of reisvoedsel) gegeven zal worden (vgl. KKK 1392).
We hebben gezien dat niet alleen de individuele gelovige, maar ook de Kerk wordt opgebouwd door de H. Eucharistie. Zij die immers de H. Eucharistie ontvangen worden nauwer met Christus verbonden. Hierdoor worden zij door Christus met alle gelovigen verenigd tot één enkel Lichaam dat de Kerk is. De Communie vernieuwt, versterkt en verdiept deze inlijving in de Kerk, reeds door het Doopsel in de kiem verwezenlijkt (vgl. KKK 1396).
Als gij het lichaam en de ledematen van Christus zijt, is het uw sacrament dat op de tafel van de Heer ligt : gij ontvangt  uw sacrament. Gij antwoordt: “Amen” (“Ja, het is zo!”) op wat gij ontvangt, en door te antwoorden onderschrijft gij het. Gij hoort het woord: “Lichaam van Christus” en antwoordt: “Amen”.  Weest dus een lidmaat van Christus opdat uw Amen waarachtig zij” (H. Augustinus, uit Sermo 272).

Vasten, boete  en  lijden zijn noodzakelijk om te komen tot zuivering, bekering en vernieuwing; dat geldt voor de Kerk en het geldt voor ieder van ons. Wij hopen en bidden dat de deelname aan de plechtigheden van het  Triduum Sacrum en Pasen hoopvol, troostrijk en zalig mogen zijn.

Paaszondag Collectegebed: “Word wat je ziet en ontvang wat je bent”


We hebben het Triduum Sacrum liturgisch gevierd en beleefd: de instelling van het Priesterschap werd herdacht op Witte Donderdag, Christus, aanwezig in de H. Eucharistie, werd overgebracht van het tabernakel naar een rustaltaar en het altaar werd van linnen ontdaan, de Passie werd gezongen en het Heilig Kruis werd gekust. Onze liturgische dood was voltooid. In de late avond, soms te middernacht begint vandaag het Paasvigilie: er zijn weer bloemen, er is weer instrumentale muziek (orgel) in de liturgie, de klokken luiden vol, de liturgische gewaden zijn wit en goudkleurig na een lange periode van terughoudendheid in de opsmuk. Het Exsultet klonk bij de Paaskaars “Licht van Christus”, en er was helder licht, schijnend in de duisternis. Het doopwater werd gezegend en we zingen eindelijk weer: Alleluia. De geloofsleerlingen (catechumenen) zijn opgenomen in de Kerk of gedoopt, sommigen zijn ook gevormd. Zij ontvingen voor de eerste keer Christus in de Heilige Eucharistie.

Op paaszondag horen we vandaag de Sequentie Victimae paschali laudes over Christus de Koning-Overwinnaar (Victor Rex) en zijn duel met de Dood. Onze Heilige Moeder de Kerk en haar kinderen zijn vernieuwd in het licht van de belofte van de Verrijzenis. Omdat Christus verrezen is, weten we dat ook wij eens mogen verrijzen.

Dit is de tekst van het collecte-gebed van Paaszondag dat zijn oorsprong vindt in het oude Sacramentarium Gelasianum.
Deus, qui hodierna die, per Unigenitum tuum, aeternitatis nobis aditum, devicta morte, reserasti, da nobis, quaesumus, ut, qui resurrectionis dominicae sollemnia colimus, per innovationem tui Spiritus in lumine vitae resurgamus.

In de Nederlandse vertaling van het Romeins Missaal luidt de tekst:
God, vandaag hebt Gij ons de toegang tot het eeuwig leven ontsloten, want uw eniggeboren Zoon heeft de dood overwonnen. Wij vragen U bij deze viering van zijn verrijzenis: vernieuw ons door uw Geest om met Hem te verrijzen tot het licht van het leven.

Opvallend is de alliteratie (beginrijm) de re-klank in reserasti, resurrectionis… resurgamus en de er-klank in hodierna… per… aeternitatis… reserasti. In het tweede deel is sprake van assonantie (klankrijm) op de i-klank dominicae, colimus, tui, spiritus, lumine. Vooral hardop oplezen komt deze rijmstructuur goed tot zijn recht.

Het Latijnse werkwoord colere betekent “in cultuur brengen” zoals bij bebouwing van het land, en het betekent ook “goed voor iets of iemand zorgen”, dat wil zeggen “in ere houden, vereren, aanbidden”. Het wordt gebruikt in de landbouw, maar ook in een religieuze context. Het Latijnse woord “cultus” betekent “eredienst”.

Letterlijke vertaling:
O God, Gij hebt U vandaag nadat de dood was overwonnen, voor ons de poort naar de eeuwigheid geopend door uw Enige Zoon, geef ons, zo smeken wij u, dat wij die eerbiedig het jaarlijkse Hoogfeest van de Verrijzenis van de Heer vieren, eens mogen verrijzen in het Levende Licht, door de vernieuwende kracht van uw Heilige Geest.

Met Pasen vernieuwen wij christenen onze geloofsbelijdenis als “nieuwe mensen”. In het water van het Doopsel gaan wij door de dood naar nieuw leven.

In de vroegere christentijden hadden geloofsleerlingen een lange voorbereidingsperiode, voordat zij werden toegelaten tot de viering van het heilig Mysterie van de Mis. Zij mochten de Schriftlezing en de preek bijwonen, maar moesten vertrekken voor het Eucharistisch gedeelte. In de paaswake stonden de geloofsleerlingen ten overstaan van  de gemeenschap en zeiden zij hun geloofsbelijdenis. Dan werden de deuren voor hen geopend. Gezalfd, gedoopt, gekleed in witte gewaden, mochten zij in het heiligdom staan en voor de eerste keer deelnemen aan de Heilige Eucharistie.

De nieuw gedoopten werden “infantes” genoemd, de “nieuwgeboren kinderen” van de Kerk. Voor hen gebruikte de heilige Augustinus van Hippo (430) aan de landbouw ontleende beelden, wanneer hij het heiligdom van een basiliek vergeleek met een dorsvloer, waar kaf en koren werden gescheiden.

Augustinus leerde de wit geklede “infantes” dat niet alleen brood en wijn van gedaante veranderden (transformeerden), maar dat mensen dat ook doen. Brood wordt gemaakt van vele graankorrels, wijn van veel druiven. Graan en druiven worden door ons veranderd tot brood en wijn, die op hun beurt worden veranderd door God. Wederkerig worden het getransformeerde brood en de getransformeerde wijn aan ons teruggegeven om ons te veranderen. Augustinus onderwees de geloofsleerlingen zichzelf te zien als veranderde mensen, intiem verbonden met en betrokken op de Heilige Eucharistie. “Estote quod videtis, et accipite quod estis… Wordt wat je ziet en ontvang wat je bent (s.272,1). Hij vergeleek de nieuwe christenen met graan, dat werd gezaaid, geoogst, gemalen en gebakken tot brood door menselijke handelingen, en zo voorbereid op de Eucharistie. God plant nieuwe christenen om graankorrels te worden (spicas) en geen doornen (spinas). De nieuw gedoopten zijn jonge scheuten in de velden van de Heer, die moet worden besproeid door de fontein van de Wijsheid, om te worden doordrenkt met het licht van de Gerechtigheid.

Laten wij proberen iets te ervaren van de vreugde en ijver van de bekeerlingen in onze deelname aan de Heilige Mis.

Een Kerk-brede liturgiecatechese zou helpen. Dan wordt de Heilige Mis gevierd op een manier, dat we erin kunnen verzinken en er uit kunnen groeien, erin kunnen rusten en kunnen worden gevoed door de geheimen die de heilige Sacramenten van de Kerk ons openbaren. De Heilige Mis is geen toneelstuk of gedachtenisviering, maar het is het Leven zelf. Alles wat we doen en zeggen in de Heilige Mis heeft een betekenis, soms openlijk, vaker vervuld. Geheimen zijn nooit geheel te doorgronden en een glimp wordt geopenbaard, aan wie dat waardig wil zijn.

Het Paasoctaaf verlengt voor ons de gelegenheid om te bidden en om het geheim van de Verrijzenis van Onze Heer te gedenken en te aanbidden.

Wij wensen U en de Uwen een gezegende en genaderijke Paastijd.

Resurrexit sicut dixit. Alleluia.


Deze tekst is grotendeels ontleend aan Father John Zuhlsdorf. Wij danken hem van harte voor de toestemming deze tekst in Nederlandse vertaling op dit weblog te publiceren.

Oratio post Communionem – Gebed na de Communie (Postcommunio) Dominica Paschæ in Resurrectione Domini Verrijzenis van de Heer - Paaszondag Breng eens de Kerk tot de heerlijkheid van de Verrijzenis.



Het Laatste Avondmaal.
Mozaïek in de S. Apollinare Nuovo, Ravenna (vóór 529)


Breng eens de Kerk  tot de heerlijkheid van de Verrijzenis

I n l e i d i n g
Telkens opnieuw heeft de Kerk vernieuwing nodig en is ook daartoe ontvankelijk. Zij beleeft haar vernieuwing – ‘ten leven wekking’ zegt de originele Ambrosiaanse tekst – in de veelvoudige facetten  van het Paasmysterie. Uiteraard is hier speciaal aan het Paasfeest en aan de H. Eucharistie op Pasen gedacht. Gods liefdevolle bescherming geleidt de Kerk op haar pelgrimstocht naar de heerlijkheid van de Verrijzenis. Het doel, de heerlijkheid van de Verrijzenis, is de ten leven wekking op de laatste dag, wanneer het Paasmysterie aan de hele mensheid wordt voltrokken.
Op steeds andere wijze vinden we in de teksten van het Romeins Missaal en het Getijdenboek de overwinning van de Verrezen Heer verwoord. De Verrijzenis van Christus schenkt ons vreugde, omdat wij door het deelhebben aan de Paasgeheimen anticiperen op het eeuwige en onvergankelijke leven. De dood is overwonnen, het leven herschapen. Over iedere zondag - dies dominica,  Dag des Heren - ligt de glans van het Paasfeest, het is de dag van triomf over de oude vijand. Iedere zondag is een klein Pasen. “Mors et vita duello conflixere mirando: dux vitæ mortuus regnat vivus! / Dood en leven streden een wonderlijke strijd, de Leidsman ten leven, gestorven, regeert levend!”
Door de Verrijzenis is er een ‘breaking moment’ (keerpunt) in de tijd gekomen. Wie zich door de Verrezen Heer in geloof laat grijpen en in zijn licht leeft, ervaart het heil reeds hier. Nog is de heerlijkheid (claritatem) van de Heer verborgen, maar eens zal deze door allen worden gezien. De kerkvaders formuleren dikwijls het idee dat de wederkomst van de Heer op een zondag zal plaatsvinden, dat de Dag des Heren (ήμέςα τού κυρίου, Act 2, 20) met de dies dominica (ήμέςα Κυριακή, Apoc 1, 10) zal samenvallen. Iedere zondag, als dag van de Heer die zich voor ons heeft overgeleverd en is verrezen, richt onze blik op de wederkomst van de Heer, op het oordeel en de voltooiing van heel de schepping. Ieder zondag is een dag van onmetelijke christelijke hoop, dat eens alle kwaad in het vuur van het goddelijk oordeel te niet gaat en alle brokstukken en onvolkomenheden van ons leven en van de wereld tot volmaaktheid worden gebracht. De goede viering van de zondag behoedt ons voor kleinmoedigheid en onvruchtbare wanhoop. “Uw dood, Heer Jezus, verkondigen wij, en wij belijden uw verrijzenis totdat Gij wederkeert in heerlijkheid”.
Degene die de onmiskenbare, maar vrijblijvende uitnodiging van Jezus met een onvoorwaardelijk ja beantwoordt, ervaart aan Zijn zijde en in Zijn kracht, dat iedere nieuwe dag de last die Hij draagt lichter te dragen is.

T e k s t
Missale Romanum [MR] 1970
Perpetuo, Deus, Ecclesiam tuam pio favore tuere,
ut, paschalibus renovata mysteriis,
ad resurrectionis perveniat claritatem.

Altaarmissaal Nederlandse Kerkprovncie 1979
God, blijf in uw goedheid uw Kerk beschermen.
Gij hebt haar vernieuwd door de sacramenten van Pasen;
breng haar eens tot de heerlijkheid van de Verrijzenis.

Werkvertaling
God, bescherm uw Kerk voortdurend met uw liefdevolle genade,
op-/zodat zij, hernieuwd door de paasmysteries,
de heerlijkheid van de Verrijzenis mag bereiken.

L i t u r g i s c h e  a n t e c e d e n t e n
De tamelijk korte tekst van de Postcommunio van deze zondag is afkomstig uit het  Sacramentarium Triplex,  Zürich,  Centrale Bibliotheek. C 43, 1e dl., tekst rond 1000 (Uitg. Heiming, 1968 (LQF 49) 1367) en werd in een zestal andere handschriften (Ariberto, Milaan, 11e e., 875; Bergamo 9 e e., 1091; Biasca, Milaan, 10 e e., 528; Metz, Parijs, 9 e e., 75; Milano, Milaan 9 e e., 331; Pamelius A., Sacramentarium Ambrosianum, 9 e-10 e  355, verder verbreid.
Rubrieken: In die Paschæ Domini,  ad primam missam, oratio ad complendum Codex Metz;
Mane die sanctæ Paschæ, missa in ecclesia maiore, oratio ad complendum seu post communionem Overige codices.
(E. Mœller, J.M. Clément en B. Coppieters ’t Wallant, Corpus Orationum, VI, O-P, Brepols, Turnhout 1995, p. 235-236, nr. 4223).
In MR 1970 werd het begrip resuscitata.uit het origineel vervangen door renovate.

G e t u i g e n i s s e n  v a n  d e  V a d e r s
H. Cyrillus van Alexandrië (378-444)
(Commentarium in Ioannis Evangelium IV, 2)

Ik heilig Mij, zegt Hij [Christus] , dat wil zeggen; Ik wijd Mij U toe en offer Mij als een onbevlekte offerande tot aangename geur. Want datgene werd geheiligd of volgens de wet heilig genoemd, wat op het altaar werd geofferd. Christus nu gaf zijn Lichaam voor het leven van allen, en door Hemzelf schonk Hij ons weer het leven; en op welke wijze Hij dit deed, zal ik u naar vermogen uiteenzetten.
Nadat het leven-makende Woord Gods inwoonde in het vlees, heeft Het dit tot zijn eigen goed, dit is tot zijn leven, omgevormd, en nadat Het op een geheel onuitsprekelijke wijze ermee was verenigd, heeft Het dat vlees ook leven-makend gemaakt, niet anders dan Het [Woord] Zelf volgens zijn natuur is.
Derhalve maakt het Lichaam van Christus hen levend, die aan zijn Lichaam deelhebben. Want Het verdrijft de dood, wanneer Het bij hen, die aan de dood onderworpen zijn, is en neemt het bederf weg, omdat Het in zichzelf de reden veroorzaakt, die het verderf volkomen doet verdwijnen.

A n a l y s e  e n  s t i j l f i g u r e n
1. Perpetuo, Deus, Ecclesiam tuam pio favore tuere,
2a. ut, 2b. paschalibus renovata mysteriis,
2a. ad resurrectionis perveniat claritatem.
Een vrij korte, maar welluidende oratie, opgebouwd uit een hoofdzin (openingsregel) met adres en prædicaat in de imperativusvorm van het deponens tueri, waarin direct de bede wordt geformuleerd,  gevolgd door een bijzin in de coniunctivusvorm (perveniat), ingeleid door het voegwoord ut (r. 2a) waarin het verhoopte effect van de bede wordt beschreven (wenskarakter) dat mogelijk wordt gemaakt door een gesteltenis van de biddende Kerk (r. 2b), in de tussenzin (r. 2b) als bijstelling geplaatst.
Ad 1
Tuere, imperativusvorm van het deponens tueri, tuitus sum, 2, : zie om naar, bescherm, behoed.
Deus, God – adres in de vocativusvorm van Deus
Ecclesiam tuam, uw Kerk – object van het prædicaat in twee congruerende accusativusvormen van de a-declinatie.
Pio favore, met liefdevolle goedgunstigheid, bijwoordelijke bepaling in twee congruerende ablativusvormen: ablativus instrumentalis (Van favor is favoriet afgeleid).
Perpetuo, (adverbium/bijwoord) altijd, eeuwig, onafgebroken, voortdurend: een  bijwoordelijke bepaling van tijd. Een andere mogelijkheid is dat perpetuo een ablativusvorm van het adiectivum perpetuus is en in een hyperbaton is geplaatst voorafgaamd aan de bijwoordelijke bepaling tuo favore waarmee het dan één woordgroep vormt. Voor de betekenis maakt het niet uit, maar het is een mogelijke constructie.
Ad 2a
Finale/ doelaanwijzende resp. consecutieve / gevolgaanduidende bijzin met het prædicaat perveniat in de coniunctivusvorm præsentis, ingeleid door het voegwoord ut.
Ad resurrectionis claritatem, bijwoordelijke bepaling, samengesteld uit de accusativusvorm claritatem, bepaald door het voorzetsel ad, vergezeld door de genitivusvorm resurrectionis, genitivus explicativus. Dit zinsdeel is ook te lezen als het object, het doel van de weg van de Kerk.
Ad 2b
paschalibus renovata mysteriis, [Ecclesiam] hernieuwd door de paaasmysteries: tussenzin met bijstelling bij het in regel 1 genoemde antecedent Ecclesiam. Deze bijstelling is opgebouwd uit het participium perfecti passivi renovata en de ablativusvormen pascalibus mysteriis, ablativus instrumentalis. Telkens wanneer wij het Kruisoffer, waardoor ‘ons Paaslam, Christus, is geslacht’( 1 Kor 5, 7), op het altaar vieren, wordt het werk van onze verlossing voltrokken, siert de H. Geest de Kerk, die Hij naar de volle waarheid voert (vgl. Joh 16, 13) met zijn gaven en vruchten, maakt haar steeds weer jong, vernieuwt haar en brengt haar naar de volkomen vereniging met Christus.

S t i j l f i g u r e n
Perpetuo […] pio (regel 1): alliteratie
Ecclesiam tuam (r. 1): eind-/klankrijm op groend van congruentieregel
Paschalibus […] mysteriis (r. 2b): hyperbaton (bij elkaar behorende begrippen zijn uiteen geplaatst).
Resurrectionis […] claritatem (r. 2a); hyperbaton
Overheersende aanwezigheid van de –a klank: in 8 van de 15 woorden
V o c a b u l a r i  u m
We komen in de  Postcommunio van deze Paaszondag oude vrienden tegen die onze aandacht verdienen.
Mysterium - sacramentum
Om te beginnen herinneren we ons zeker dat de vroegere Latijnse Vaders het Latijnse  concept sacramentum invoerden als vertaling van het Griekse begrip mysterion maar zij wisselden deze begrippen ook onderling uit. In de oratie van vandaag heeft de uitdrukking “paasmysteries”  niet alleen betrekking op het Leven, het Lijden,  de Dood en de Verrijzenis van de Heer, maar ook op de wijze waarop deze realiteit wordt opgenomen in onze eigen persoon en heel ons wezen wordt vernieuwd door de deelname aan en het actueel vieren van deze gebeurtenissen in de H. Eucharistie. Het sacramentele teken van de H. Eucharistie bewerkt de realiteit die het aanduidt.

Pius, -a, -um, 1. plichtsgetrouw tegenover God, de verwanten of het vaderland 2. vroom, godvruchtig 3. godgevallig, heilig 4. liefdevol, eerbiedig, kinderlijk 5. bezorgd, goedertieren, vaderlijk 6. vaderlandslievend.
Dit adiectivum toegepast op God heeft gelijkwaardige betekenis als misericors of clemens. Voor Gods genadige toeneiging tot zijn volk vinden we begrippen zoals pio favore, met liefdevolle genade / goedgunstigheid (Postcommunio van Pasen en Postcommunio Pro Sponso et Sponsa); pium auditum, liefdevol gehoor [gevend] (Oratio feria IV post Dom. 1 Pass.); pia miseratione, liefdevol erbarmen (Oratio pro remissione peccatorum).
Wanneer het adiectivum pius niet naar God verwijst zijn er verschillende betekenissen mogelijk.
Wanneer het wordt gebruikt in de uitdrukking: per haec piæ placationis officia - door dit offer van heilige verzoening - lijkt de betekenis afkomstig te zijn uit heidense sacrale riten in de betekenis van “sacraal, heilig” bijvoorbeeld in de secreta-oraties van het misformulier Pro Defunctis nr. 10: en van het misformulier In die Obitus seu depositionis defuncti en in het misformulier Sacerdotes tui.
De heidense herkomst mag ook worden verondersteld bij de combinaties pia munera in de postcommunio Missae Defunctorum nr. 7, pia solemnitas in het collectegebed van 9 september (gedachtenis van de H. Gorgonius), of per hæc piæ devotionis officia in de secreta van feria 3 binnen het paasoctaaf.
Wanneer het begrip devotio een subjectieve houding en gesteltenis tegenover God uitdrukt voegt het begrip pius er een verdere nuance aan toe in de zin van “reverentie” bijvoorbeeld in et gratiam nobis piæ devotionis obtineat   - [en opdat de offergave] …. ons de genade van kinderlijke toewijding doet verkrijgen - in de secreta van zondag onder het kerstoctaaf, in de secreta van 7 augustus (pro S. Donato) en in het collectegebed van zaterdag na passiezondag.
Het gebed van de christen wordt genoemd pia petitio in het collectegebed van maandag binnen het pinksteroctaaf; piæ preces in het collectegebed Dom. XXII post Pentecost.; pia deprecatio in het collectegebed 1a van Sabb. Quat. Temp. Septembris.
Het zedelijk leven van de Christen wordt ook gekarakteriseerd als pius, “heilig” bijvoorbeeld piæ conversationis sequamur exemplo – dat wij het voorbeeld volgen van haar vrome levenswandel - in het collectegebed 28 jan. S. Agnetis secundo en piæ conversationis augmentum  - en vermeerdering van onze vroomheid in onze levenswandel - in het collectegebed feria 3 post Dom. IV Quadragesimæ.
Het bijvoeglijk naamwoord pius wordt ook gebruikt wanneer de voorspraak van heiligen wordt gevraagd waar het dan de betekenis krijgt van liefdevol, vriendelijk, zoals in de combinatie pia intercessio, pia supplicati, pia oratio, pium auxilium. Het beschrijft eveneens onze liefde voor de heiligen, bijvoorbeeld quorum hic reliquias pio amore veneramur in terris  - wier relieken wij hier op aarde met kinderlijke liefde vereren – in de antifoon ad Magnificat, Ie Vespers van het officie van de HH. Wiro, Plechelmus en Otgerus, 8 mei.
We kunnen zeggen dat in de oraties pius een meer algemeen betekeniskader heeft dan het substantivum pietas. Het concept pius karakteriseert Gods betrekking tot de mensen en in het bijzonder de relatie van de mensen tot God en jegens zijn naasten.
In [para-]liturgische gezangen die gevoelige devotie van gelovigen uitdrukken wordt Jezus regelmatig met het epitheton ornans pie aangesproken. Enkele voorbeelden: in de sacramentshymne Adoro Te: pie Pellicane Iesu; in het beschouwend gezang O quantum in Cruce: pie Deus; in de sequens Dies iræ: Recordare, Jesu pie en pie Jesu, Domine, maar ook binnen dezelfde strofe die begint met Rex tremendæ maiestatis (koning van huiveringwekkende Majesteit) als fons pietatis, bron van barmhartige liefde.
Het begrip claritas en het synoniem gloria  die in menig vroeg Latijnse tekst en liturgische context voorkomen, refereren aan een goddelijke eigenschap die God in het hiernamaals met ons wil delen. Wanneer en omdat Hij ons in zijn eigen claritas /heerlijkheid  doet delen, transformeert Hij ons in een meer schitterend en beter beeld en gelijkenis met Hem.

Tuere is de imperativusvorm van het deponens tueor.   Het werkwoord betekent  1. bekijken, aanschouwen, zien 2. beschermen, behoeden, bewaren.
“(…) et de Sion tueatur te” (Ps 19 (20), 3: [Jahweh] moge u vanuit Sion beschermen.
Tutamen, - inis, onz. , tutamentum, - i, onz, tutatio, - onis en tuitio, - onis  met betekenis
bescherming, bewaring, zijn verwante substantiva en synonienen.
Op 28 mei 1998 signeerde paus Johannes-Paulus II de Apostolische Brief Motu Proprio , Ad tuendam fidem, waarmee nieuwe normen werden toegevoegd met betrekking tot de Codex van Canoniek Recht voor de Latijnse Kerk en het Wetboek van Canones voor de Oosterse Kerken. De Brief verdedigt de inhoud van het geloof van de Kerk tegen offensieven en uitholling.
Het eerste gedeelte van deze Brief luidt:
Om het geloof van de katholieke Kerk te beschermen tegen dwalingen opkomend van de kant van sommige christengelovigen, vooral van hen die de wetenschappen van de heilige theologie bestuderen, hebben Wij van wie het de eerste taak is de broeders in het geloof te bevestigen (vgl. Lc 22,32), het zeer noodzakelijk geoordeeld, dat in de tekst van het geldend Wetboek van Canoniek Recht (CIC) en van het geldend Wetboek van Canones van de Oosterse Kerken (CCEO) normen worden toegevoegd, waarin uitdrukkelijk de plicht wordt opgelegd om de waarheden te bewaren die door het leergezag van de Kerk definitief voorgehouden zijn, met vermelding tevens van de canonieke sancties die op deze materie betrekking hebben..”
Canon 750 zegt nu: 
§ 1. Met goddelijk en katholiek geloof moet geloofd worden alles wat vervat is in het geschreven of overgeleverde woord van God, namelijk in het ene geloofsgoed dat aan de Kerk toevertrouwd is en dat tegelijk als van Godswege geopenbaard voorgehouden wordt, hetzij door het plechtig leergezag van de Kerk hetzij door het gewoon en universeel leergezag, dat zeker ook door het gemeenschappelijk aanvaarden van de christengelovigen onder leiding van het heilig leergezag tot uiting gebracht wordt; derhalve zijn allen verplicht welke leerstellingen dan ook te mijden die hiermee in strijd zijn.
§ 2. Ook moeten vast aanvaard en behouden worden alle uitspraken en elke uitspraak afzonderlijk die met betrekking tot de leer over geloof en zeden door het leergezag van de Kerk definitief worden gedaan, welke namelijk vereist zijn om dit geloofsgoed heilig te bewaren en getrouw uit te leggen; wie deze definitief te houden uitspraken afwijst, gaat derhalve in tegen de leer van de katholieke Kerk.
Pervenire heeft volgens de woordenboeken de volgende betekenissen:
1.ergens komen, belanden, bereiken, ad portam pervenire, de poort bereiken
2.tot iemand of iets komen, verba aures non pervenientia nostras, woorden die onze oren niet bereiken.

C o m m e n t a a r
Juist door tegenstellingen komen we tot de volkomen vreugde van de viering van de plechtigheden van Pasen. Zonder de lange, strenge en tot boete en aalmoezen oproepende Vastentijd zouden we de ware luister en pracht van Pasen minder kunnen onderscheiden. Wij, mensen, moeten vasten voor een feest om des te feestelijker te kunnen vieren. Een oud gezegde onder musici en acteurs is “Alles is niets”. Als de muziek altijd op zijn luidst wordt gespeeld, een schilderij alleen tinten groen heeft, of een toneelspeler voortdurend razend is, maakt dat veel minder indruk dan wanneer er afwisseling is tussen hard en zacht, een palet van kleuren en een genuanceerd karakter. Als alles altijd hetzelfde is, ontbreekt de toegevoegde waarde van de afwisselingen. Daardoor worden de verschillen onderstreept en komen beter tot hun recht. Is er geen afwisseling, dan is er geen verschil.
Ook in de Postcommunio van vandaag zien we de vernieuwing die de Kerk als geheel met het Paasfeest beleeft. Zoals graankorrels in de aarde vallen en sterven in het voorjaar. Ook wij moeten worden gesnoeid tot nieuw leven en dragen  dan vrucht, zoals struiken en bomen na een snoeibeurt uitbotten in volle bloesem en fruit. In de Vastentijd moeten wij onszelf snoeien en laten snoeien – en niet alleen in de Vastentijd maar periodiek het hele jaar door. Iedere vrijdag is een kleine vastentijd, waarop we worden uitgenodigd boete te doen, zoals ook iedere zondag een klein Pasen is, waarop we de Verrijzenis niet alleen gedenken maar ook zelf weer kunnen opstaan. Zo hebben we iedere week de kans om vruchtbaar te zijn in de eeuwig doorgaande cyclus van afsterven en verrijzen. Prefatie IV van Pasen drukt het kernachtig uit: “Quia, vetustate destructa, renovantur universa deiecta, et vitæ nobis in Christo reparatur integritas – Wat oud was is tenietgedaan; wat neerlag is tot nieuw leven opgericht: in Christus is ons leven geheel en al hersteld.”
Als ieder van ons sterft aan zichzelf en opstaat tot nieuw leven bij de H. Biecht, en de levende heilige Geheimen van ons geloof viert met Pasen, is de zege voor Christus Koning en heeft de duivel het nakijken. Het kwaad zal altijd proberen ons aan te vallen, maar met God aan onze zijde, mogen we op Zijn belofte vertrouwen, waarbij Hij steeds opnieuw zijn beloften hernieuwt , in het mysterie van sterven en opstaan, waarbij de mensheid al in Christus gezeten is aan de rechterhand van de Vader.
Paaszondag maakt ons duidelijk dat we steeds dichter bij de Eindoverwinning van Christus komen. Met die gedachte wensen wij U een zalig Pasen.