zaterdag 27 maart 2021
Preek van onze Pastoor op Palmzondag 2020- een God die juist daarin en daardoor zijn kracht toont, de kracht van zijn liefde die werkelijk bereid is voor ons en omwille van ons heil tot het uiterste te gaan, zelfs tot de dood aan het kruis!
(A 2020) Een honderdtal jaren geleden ontdekte men in Rome een vreemde ingekraste afbeelding in een muur. Die muur maakte deel uit van een ruimte waarin zich de lijfwacht van de Romeinse keizer ophield. De afbeelding laat een man met een ezelskop zien die aan een kruis hangt. Daarvoor knielt een soldaat die de man aan het kruis aanbidt. Eronder staat: “Alexamenos aanbidt zijn God”. Wat dat betekent moge duidelijk zijn: Deze Alexamenos was blijkbaar christen en dat was de reden waarom hij door zijn medesoldaten belachelijk werd gemaakt. Wat is dat voor een God die zich laat kruisigen? Dat kan toch alleen maar een ezel zijn. En iemand die voor zo’n God op de knieën valt eveneens …
Een God die zich laat kruisigen, een koning die op een ezel zijn ‘blijde inkomste’ houdt, zoiets verzin je toch niet. En toch: zo is de God in wie wij geloven, een gekruisigde Christus: “voor de Joden een aanstoot, voor de heidenen een dwaasheid” (1 Kor.1,23). Durven wij nog wel voor zo’n God nog op te komen en uit te komen? Schamen wij ons niet eerder voor zo’n God? Je zou het echter ook op komen draaien: wij geloven in ons God die zich er niet voor schaamde mens te worden, niet zomaar mens te worden, maar zelfs de minste onder de mensen. Zoals het in de Filippenzenbrief heet: “Hij heeft zich niet willen vastklampen aan zijn gelijkheid met God, Hij heeft zich van zichzelf ontdaan en het bestaan van een slaaf aangenomen” (Fil.2,6-7).
Zo groot is de God waarin wij geloven, dat Hij zich niet hoeft te schamen om klein met ons mensen te worden, zelfs solidair met de minsten der minsten. Zo groot is de God waarin geloven. Of misschien beter gezegd: zoveel houdt God van ons, zo ver gaat Hij in zijn liefde voor ons dat Hij niet alleen het bestaan van een slaaf op zich heeft nemen, maar ook nog zijn leven voor ons heeft willen geven: “geen groter liefde kan iemand hebben dan deze, dat hij zijn leven geeft voor zijn vrienden” (Joh.15,13).
Dáárin geloven wij, in een God die in zijn liefde voor ons mensen en omwille van ons heil zover heeft willen gaan, in een God die zichzelf uit liefde geeft, in een God die liefde is. Pas als je in dat licht Witte Donderdag hebt gevierd, begrijp je ook waar het op Goede vrijdag om gaat: niet om een God die zo dom, of zo gek is dat Hij zich laat kruisen, maar om een God die dat doet uit liefde voor ons en omwille van ons heil. Opdat ook wij, net als Hij leven zouden bezitten, leven in overvloed (Joh.,10,10); zoveel leven, dat wij er niet alleen hier en nu mee vooruit kunnen, maar ook nog straks, als anderen denken dat het over en uit is.
Een koning die op een ezel zijn ‘blijde inkomste’ houdt, een God die zich laat kruisigen, zoiets verzin je inderdaad niet. Hoeven we ook niet te verzinnen. Het is een feit waar we als mensheid iets me moeten, maar ook iets mee kunnen. Vandaag de uitnodiging aan ons om er iets mee te doen, met dat gegeven. Of beter gezegd: met die Jezus die vandaag ook hier en nu zijn opwachting maakt, die koninklijke Jezus, die zachtmoedige Jezus, gezeten op een ezel. “Toen hij Jeruzalem binnentrok, raakte de hele stad in beroering en men vroeg: Wie is dat?”
Inderdaad: wie is dat? Wat is dat voor een koning, wat is dat voor een God die zich in Jezus vernedert “door gehoorzaam te worden tot de dood, tot de dood aan het kruis” (Fil.2,8)?
Wie is dat? Wie is God waarin wij geloven? Wat is dat voor een God waarin wij geloven? Een God er zich niet voor schaamt zich te laten kruisigen, “voor de Joden een aanstoot, voor de heidenen een dwaasheid” (1 Kor.1,23), maar voor ons christenen een God die juist daarin en daardoor zijn kracht toont, de kracht van zijn liefde die werkelijk bereid is voor ons en omwille van ons heil tot het uiterste te gaan, zelfs tot de dood aan het kruis!
Palmzondag "in tempore viri coronae" (genitief singularis) 2020
vrijdag 26 maart 2021
Kort commentaar op het Collectagebed Zaterdag in de 5e week van de Veertigdagentijd Geef ons in deze tijd extra genade!
Deus,
qui, licet salutem hominum semper operaris,
nunc
tamen populum tuum gratia abundantiore lætificas,
respice
propitius ad electionem tuam,
ut
piæ protectionis auxilium et regenerandos muniat et renatos.
God,
altijd zorgt Gij voor het heil van de mensen,
maar
nu verblijdt Gij uw volk met nog groter genade.
Zie
genadig neer op uw uitverkorenen
en
schenk aan de dopelingen en de gedoopten uw liefderijke hulp en bescherming.
Het
collectagebed is afkomstig uit het Sacramentarium
Triplex (Zürich, Zentralbibl. C 43, deel I, tekst rond 1000 (Edit. Heiming,
1968, LQF 49) met vervanging van paternæ protectionis door piæ protectionis in
MR 1970. Vgl. Sacramentarium Gelasianum,
257.
Opmerkelijk
is dat de oratie in het kader van Gods voortdurend bewerken van het heil, van
“heil van de mensen” en wel specifiek van Gods “volk” spreekt. Het “volk” is
ook de “electio”, het uit liefde ‘uitverkoren volk Gods’, voor wie de bede om
‘liefdevolle bescherming’ (“pia protectio”) geldt.
De
oratie gebruikt de term “electio” vermoedelijk ook met het oog op de
doopcandidaten, de ‘electi’, die reeds tot het H. Doopsel in de Paasnacht zijn
toegelaten. Past men dit begrip toe op de reeds gedoopten, dan tendeert de
uitdrukking naar de betekenis van voortdurend
“uitverkorenen” zijn voor het ontvangen van de goddelijke genade die in de
tekst mooi zijn geconcretiseerd in “hulp” en “bescherming”. Wie op God vertrouwt,
is nooit benauwd.
Liturgy of the Hours Saturday of the 5th week of Lent
From a homily by Saint Gregory Nazianzen
We are soon going to share in the Passover
We are soon going to share in the Passover, and although we still do so only in a symbolic way, the symbolism already has more clarity than it possessed in former times because, under the law, the Passover was, if I may dare to say so, only a symbol of a symbol. Before long, however, when the Word drinks the new wine with us in the kingdom of his Father, we shall be keeping the Passover in a yet more perfect way, and with deeper understanding. He will then reveal to us and make clear what he has so far only partially disclosed. For this wine, so familiar to us now, is eternally new.
It is for us to learn what this drinking is, and for him to teach us. He has to communicate this knowledge to his disciples, because teaching is food, even for the teacher.
So let us take our part in the Passover prescribed by the law, not in a literal way, but according to the teaching of the Gospel; not in an imperfect way, but perfectly; not only for a time, but eternally. Let us regard as our home the heavenly Jerusalem, not the earthly one; the city glorified by angels, not the one laid waste by armies. We are not required to sacrifice young bulls or rams, beasts with horns and hoofs that are more dead than alive and devoid of feeling; but instead, let us join the choirs of angels in offering God upon his heavenly altar a sacrifice of praise. We must now pass through the first veil and approach the second, turning our eyes toward the Holy of Holies. I will say more: we must sacrifice ourselves to God, each day and in everything we do, accepting all that happens to us for the sake of the Word, imitating his passion by our sufferings, and honouring his blood by shedding our own. We must be ready to be crucified.
If you are a Simon of Cyrene, take up your cross and follow Christ. If you are crucified beside him like one of the thieves, now, like the good thief, acknowledge your God. For your sake, and because of your sin, Christ himself was regarded as a sinner; for his sake, therefore, you must cease to sin. Worship him who was hung on the cross because of you, even if you are hanging there yourself. Derive some benefit from the very shame; purchase salvation with your death. Enter paradise with Jesus, and discover how far you have fallen. Contemplate the glories there, and leave the other scoffing thief to die outside in his blasphemy.
If you are a Joseph of Arimathea, go to the one who ordered his crucifixion, and ask for Christ’s body. Make your own the expiation for the sins of the whole world. If you are a Nicodemus, like the man who worshipped God by night, bring spices and prepare Christ’s body for burial. If you are one of the Marys, or Salome, or Joanna, weep in the early morning. Be the first to see the stone rolled back, and even the angels perhaps, and Jesus himself.







.jpg)

.jpg)

