dinsdag 6 november 2018

7 november Hoogfeest van de H. Willibrord


Geloofsverkondiger, bisschop en patroon Nederlandse kerkprovincie

“Hij heeft ons bevrijd uit de duisternis van het ongeloof en gemaakt tot kinderen van het licht; zelf heeft hij onderhouden wat hij verkondigd heeft; voor het oog van de mensen schitterde hij door een deugdzaam leven, zijn  heiligheid hebt Gij, machtige eeuwige God, doen blijken in vele tekenen”.
(Uit de Prefatie op zijn feestdag)

“In den naam des Heren kwam Clemens Willibrordus in het jaar 690 na Christus’ geboorte over de zee naar het Frankenland”, aldus staat het door hemzelf in zijn kalendarium te Echternach op het eind van zijn leven opgetekend. Vanuit Trier hadden monniken reeds pogingen gedaan het Evangelie te verkondigen, maar het jaar 690 is niettemin de datum bij uitstek voor de geschiedenis van de Kerk in het noorden van ons land, want Willibrordus zou het voorgoed kerstenen. Hier zou een voorspelling, welke zijn moeder voor zijn geboorte was gedaan, in vervulling gaan. “Ik zag de maan”, zo verhaalde zij aan een priester, “opkomen aan de donkerE hemel, zoals zij is wanneer zij pas zichtbaar wordt. Maar weldra zag ik ze wassen en vol worden en uitschitteren boven alle sterren en het gehele land met haar licht bestralen. En terwijl ik dat aanschouwde, daar verliet de maan het uitspansel en werd ik vervuld van haar licht”. “Vrouw”, antwoordt de priester, “draag veel zorg voor uw kind, daar het eenmaal een licht zal worden voor de volkeren, die nog in het duister zijn gezeten”.
De heilige Willibrord werd in 658 in Northumbrië uit vrome, pas tot het christendom bekeerde ouders geboren. Zijn vader Wilgils vertrouwde de jonge knaap als oblaat toe aan het klooster Ripon en trok zich zelf terug als kluizenaar aan de monding van de rivier de Humber. Willibrord onderging bij zijn vorming sterk de invloed van de heilige Wilfried, bisschop van York, die aan de Romeinse gebruiken eerder dan aan die van Ierland de voorkeur gaf. Op twintigjarige leeftijd trok Willibrord naar Ierland, “het eiland van de Heiligen”, waar hij zich in het klooster Rathmelsigi onder leiding van  Meester Egbert wende aan een strenge ascese. Willibrord werd in 588 priester gewijd.
Doordrongen van de geest van de “peregrinatio pro Christo” – het mystieke verlangen het eigen vaderland achter zich te laten om het Evangelie aan de heidense volkeren te verkondigen – stak Willibrord met 11 gezellen de zee over om op het Europese vasteland het volk van de Friezen dat zich tot dan toe tegen een kerstening had verzet, het christelijk geloof te brengen.
Tegenover de zendingspraxis van de Iro-Schotse monniken, die zonder systeem met de verbreiding van het geloof begonnen, oefende Willibrord zijn missiearbeid uit met een verstandig pragmatisme, door allereerst de bescherming te zoeken van Pepijn II, die Radboud, de koning van de Friezen, tot over de Rijn had teruggeworpen. Vervolgens wilde hij slechts werken met strikte toestemming van het pauselijk gezag en ondernam daartoe tot tweemaal toe de moeilijke reis naar Rome. Daar werd hij in 695 door paus Sergius I tot aartsbisschop van Utrecht gewijd. Op aanbeveling van de Pippinieden werd Willibrord door de Frankische adel rijkelijk met goederen begiftigd, zodat hij vele kerken en kloosters op kon richten. In 698 ontving hij van Irmina, abdis in Trier en moeder van Plectrudis, de echtgenote van Pepijn II, de helft van een groot goed in Echternach, waarbij later door een schenking van de kant van Pepijn II de andere helft werd gevoegd. Zo kon Willibrord in Echternach een klooster stichten waar hij zich graag terugtrok om zijn missiereizen in het onrustige Friesland tot in Denemarken en Thüringen voor te bereiden. Bij zijn missiearbeid ondervond hij veel tegenslag totdat Karel Martel de voortdurend rebelse  Radboud tenslotte overwon.


In 719 voegde Winfried, beter bekend onder de naam Bonifatius, zich bij Willibrord en bleef bijna drie jaar bij Willibrord, totdat hij naar Duitsland trok om daar het Evangelie te verkondigen.

Toen Willibrord in zijn laatste jaren zijn werk overschouwde, “straalde overal”, aldus pater Kronenburg, “van de immer wentelende golven der Noordzee tot aan de monden van de Elbe, langs de boorden van de Maas tot de geurige druivenvelden langs de Moezel, het zegevierend kruis op de voetstukken der omvergehaalde godenbeelden; overal rustten christengemeenten in de schaduw van houten kerken, vaak met eigen hand door hem opgericht” (1).
Over het levenseinde van Willibrord is minder bekend. Voordat hij op de voor die tijd ongewoon hoge leeftijd van 81 jaar stierf, had hij zijn opvolging geregeld en zijn rijke bezittingen verdeeld. Bij zijn 70e verjaardag maakte hij in de marge van zijn kalender een notitie met de belangrijkste data van zijn missionaire activiteiten en besloot dit overzicht met de formule “in Dei nomine feliciter” – In de naam van God gelukkig -  waarmee hij zijn onwrikbaar Godsvertrouwen uitdrukte. Hij stierf op 7 november 739 en werd, overeenkomstig zijn waardigheid, in Echternach bijgezet.
Reeds zeer vroeg na zijn dood werd Willibrord als heilige vereerd, en steeds meer pelgrims trokken naar zijn graf zodat de bescheiden Merovingische kerk rond 800 plaats moest maken voor een grotere drieschepige kerk van meer dan 60 meter lengte. De beide biografieën, allereerst die van Alcuinus, die in dezelfde tijd werd geschreven en die van abt Theofried die 300 jaar later tot stand kwam, berichten over legenden en talrijke wonderen zodat het aanzien en de verering van de heilige in de kerken en kloosters in Europa aan deze zijde van de Alpen toenam.
De gedachte aan een zo groot man moest immers wel levend blijven. Zijn rust in Echternach werd slechts verstoord ten tijde van de Franse Revolutie, doch zijn gebeente is teruggevonden en tot veiliger tijden bewaard. Thans ligt hij in de crypte van een grote nieuwe kerk onder het hoofdaltaar en nog altijd trekt zijn graf veel bezoekers.
Ook in ons land is de apostel niet vergeten. De Willibrordusputten en bronnen, die langs de routes lagen die Willibrordus als missionaris had afgelegd en waar frequent het H. Doopsel werd toegediend, werden door het volk opgezocht om daar de genezing van zenuwziekten, vooral bij kinderen, af te smeken. Een groot aantal parochiekerken in Nederland, België en het Rijnland die dikwijls van het klooster Echternach afhankelijk waren, hebben het patrocinium van Willibrord tot op heden bewaard en op vele plaatsen zoals in Heiloo, Vlissingen, Susteren, om slechts enkele namen te noemen, bewaart de overlevering de sporen van de grote apostel.
Maar te Echternach bestaat een andere wijze om Sint Willibrord te vereren, enig in haar soort. Op dinsdag in de Pinksterweek heeft daar, zeker sinds de vijftiende eeuw, de springprocessie plaats. Duizenden pelgrims van heinde en verre aan de overzijde der Sauer bijeengekomen, trekken na een toespraak van een priester ordelijk in rijen opgesteld in springdans naar de basiliek. Allen maken begeleiding van houten muziekinstrumenten aangevuld met blaasmuziek, die reeds dezelfde dreun op een gelijkmatige kadans herhalen het zogenaamde tripudium, d.i. drie stappen voorwaarts en een achterwaarts, terwijl de pelgrims psalm 67 zingen. Tot aan de kerk duurt de dans ongeveer twee volle uren, waarna allen neerknielen of het graf van Sint Willibrord bezoeken.
Paus Pius XII heeft hem bij het twaalfde eeuwfeest van zijn dood tot Patroon van Nederland verheven. Het bisdom Utrecht heeft hem als zijn voornaamste patroon, terwijl vele instellingen en kloosters aan hem zijn toegewijd.
Willem de Zwijger, de prins van Oranje, heet nog steeds de vader des vaderlands. Met hoeveel meer recht komt die eer toe aan een man als Sint Willibrord, die ons land heeft gekerstend en zijn bewoners tot een volk heeft verenigd door de hechte banden van het geloof en de beschaving; barbaros jugo Christi subdidit, onze barbaarse voorouders heeft hij aan het juk van Christus onderworpen (2), en zoals de Kerk zegt, heeft hij dit gedaan “ten koste van voortdurende inspanningen en moeiten” (3).
Bidden wij met de Kerk vandaag:
Heilige vader Willibrordus, leid uw kudde, zie vanuit de hemel op ons neer, die nog heen en weer geslingerd worden op deze woelige zee en behoed ons door uw roemrijke gebeden en verdiensten voor de ondergang! (4)
(1) Nederlands heiligen in vroeger eeuwen, II, 108.
(2) Ant. van de Lauden.
(3) Ant. bij de Benedictus.

(4) Antifoon bij het Magnificat, IIe Vespers) 

Liturgia Horarum Lectio altera metten H. Willibrord

Uit een preek van de heilige Alcuin, abt van Tours († 804), op het feest van de heilige Willibrord

Wat wij in hem prijzen, moeten wij in ons eigen leven waarmaken.

Laat ons allen blij zijn in de Heer, veelgeliefden, en jubelen van geestelijke vreugde! Want God heeft ons deze grote verkondiger van het leven geschonken, deze leraar der gerechtigheid en grondlegger van onze eenheid. Willibrord heeft ons immers samengebracht in deze heilige schaapsstal en onderricht in het ware geloof.
Laat er ook vreugde zijn bij al het volk dat vandaag hier is samengestroomd voor het jaarlijks feest van onze heilige vader en dat aan de nachtwake ter ere van deze apostel met eerbied heeft willen deelnemen, in tegenwoordigheid van onze Heer Jezus Christus, de heilige engelen en deze heilige bisschop zelf.
Ik bezweer u: laat niemand wankelen in zijn geloof of twijfelen aan de vergeving van zijn zonden en aan de verhoring van zijn gebed, want God heeft ons zo’n machtige beschermer gegeven! Op zijn voorspraak wil Hij ons verhoren en naarmate wij Hem met groter vertrouwen aanroepen, zullen wij des te eerder worden verhoord. Het geloof verkrijgt immers alles. Dat zien wij duidelijk aan het voorbeeld van deze heilige man, wiens feest wij vandaag vieren. Want van jongsaf aan heeft hij God willen behagen door zijn geloof.
Door het geloof gedreven, heeft hij uit liefde tot God zijn vaderland, zijn familie en vrienden verlaten en aardse goederen niets waard geacht om de hemelse te kunnen verkrijgen. Daarom heeft hij van zijn werk rijke vrucht geoogst: hele volken heeft hij tot Christus bekeerd, talloze heidenen heeft hij van hun dwalingen en zonden afgebracht en, met de hulp van Gods genade, heeft hij hen die voorwerp van Gods toorn waren, tot voorwerp van Gods erbarmen gemaakt. De hel heeft hij gesloten, de hemel geopend.
Vele volken heeft hij bezocht om ze allen te brengen naar de weg van de waarheid. Hij heeft zichzelf niet gespaard, hij heeft wilde stammen getrotseerd met het risico er als martelaar te sterven. Maar God heeft hem bewaard voor het heil van velen, want door zijn prediking zou hij groter glorie verwerven dan wanneer hij alleen de kroon van het martelaarschap had ontvangen.
Zie, veelgeliefden, hoe glorieus het is de Heer te volgen! Uit liefde tot Christus heeft Willibrord zijn vaderland prijsgegeven om een zwervend leven te leiden. Hij heeft de rijkdommen van de wereld als verlies beschouwd en vrijwillig de armoede omhelsd. Het is bekend hoezeer hij sindsdien bij de mensen in ere staat. Maar de glorie die hij voor eeuwig bij de engelen bezit is onvergelijkelijk groter!
Moge het voorbeeld van deze heilige leermeester ons wekken uit onze geestelijke slaap en traagheid, ons moed geven als strijders in hemelse krijgsdienst, ons leren geen waarde te hechten aan tijdelijke goederen en naar de eeuwige te verlangen. Wat wij in hem prijzen, moeten wij in ons eigen leven waarmaken. Wij zingen zijn lof om zijn zwoegen en strijden. Maar laten wij ook onze schreden richten naar zijn voetspoor. Want als wij zijn heilig voorbeeld navolgen, zullen wij ook de beloning ontvangen en delen in zijn geluk. Degene die hem heeft gekroond zal onze helper zijn: Jezus Christus, onze Heer, die met de Vader en de heilige Geest leeft en heerst in de eeuwen der eeuwen.

maandag 5 november 2018

The Power of Confession - Wier zonden gij vergeeft, zijn ze vergeven.



Net als alle sacramenten is het een persoonlijke ontmoeting met Jezus. In de biecht zeggen we onze zonden aan een priester die handelt in de persoon van Christus en met de autoriteit van Jezus om te luisteren, raad te geven, een passende boete te geven en de woorden van de absolutie uit te spreken.

Jezus gaf de macht om zonden te vergeven aan de apostelen toen Hij hen na Zijn verrijzenis verscheen, in het Evangelie van Johannes. Jezus verschijnt aan Maria Magdalena, die naar de apostelen gaat om hen te vertellen dat Jezus verrezen is van de dood. Later die dag, brengt Jezus hen een verrassingsbezoek.

In de avond van die eerste dag van de week, toen de deuren van de verblijfplaats der leerlingen gesloten waren uit vrees voor de Joden, kwam Jezus binnen, ging in hun midden staan en zei: “Vrede zij u.” Na dit gezegd te hebben toonde Hij hun zijn handen en zijn zijde. De leerlingen waren vervuld van vreugde toen zij de Heer zagen. Nogmaals zei Jezus tot hen: “Vrede zij u. Zoals de Vader Mij gezonden heeft, zo zend Ik u.” Na deze woorden blies Hij over hen en zei: “Ontvang de heilige Geest. Aan wie ge de zonden vergeeft, zijn ze vergeven, en aan wie ge ze niet vergeeft, zijn ze niet vergeven.” (Johannes 20, 19-23)

Met veel dank aan het Sint Paulus Instituut!

De Kerkberg - "geen gemiddelde Limburgse dorpskerk''

Gevonden op internet:

Wie in Sint Odiliënberg komt, kan er niet omheen. De ‘berg’ ligt feitelijk als kleine heuvel aan de oever van het riviertje de Roer en steekt prominent boven het kerkplein uit. Bovenop de heuvel prijkt een basiliek met twee torens. Dat je hier niet voor de gemiddelde Limburgse dorpskerk staat, is meteen duidelijk.

Maar wat is het dan wel? Een bordje onderaan de heuvel biedt duidelijkheid. Dit is de plek waar lang geleden de drie heiligen van Midden-Limburg vertoefden: de Ierse monniken Wiro en Plechelmus plus de Angelsaksische diaken Otgerus....

Die toestemming krijgen ze. Bovenop de heuvel, die ze de naam Pietersberg geven, bouwt het drietal een klein klooster van waaruit ze het omliggende gebied kerstenen. De mannen werken hard en het missiewerk vordert gestaag. Ze reizen van hot naar her, want het missiegebied loopt helemaal tot aan Overijssel. Zo komt het dat Wiro – en niet Willibrord – tot in de Middeleeuwen de patroonheilige van het bisdom Utrecht was.

De drie heilige mannen op de kleine berg maken bovendien indruk tot in de hoogste kringen. De biograaf van Plechelmus schrijft bijvoorbeeld (in een smakelijke oude vertaling): “De Vorst droeg hem eene zoo groote vereering toe, dat hij jaarlijks, bij het begin van den Vaste, zijn paleis verliet, en zich barvoets en van het vorstelijk purper ontdaan, naar gemelde plaats, waar de Heilige woonde, begaf; …. daar beleed hij aan den hoogepriester des Heeren zijne zonden, volbracht de opgelegde boete en beweende zijne misslagen.”

Verering binnen en buiten Limburg

Toch duurt voor dit heilige drietal het leven niet eeuwig. Wiro sterft op 8 mei in het jaar 710 en zijn twee metgezellen volgen hem zo’n drie jaar later. De drie worden begraven in het Limburgse klooster dat hun thuis is geworden en dat klooster stond, zoals gezegd, boven op de berg in het huidige Sint Odiliënberg.


Ondanks de couleur locale van het verhaal, wordt het drietal ook buiten Limburg vereerd. Oldenzaal heeft bijvoorbeeld een Plechelmusbasiliek en de naam van Wiro wordt zelfs tot in Friesland teruggevonden, zoals in de Sint Wirokerk in Oosterwierum. Wie een groot gebied had gekerstend, moest er natuurlijk niet op rekenen om na de dood gezapig op één plaats te rusten.

zaterdag 3 november 2018

Lectio divina lingua latina Liturgia Horarum Hebdomada XXX per annum feria VI Vivus est sermo Dei et efficax. Gods woord is levend en krachtdadig.


Ad Officium lectionis

Lectio altera

Ex opéribus Balduíni Cantuariénsis epíscopi
(Tract. 6: PL 204, 451-453)
Tweede lezing
Uit de werken van Balduïnus van Canterbury, bisschop
(Tract. 6: PL 204, 451-453)

Gods woord is levend en krachtdadig

Levend is het woord Gods en krachtdadig, het is meer snijdend dan elk tweesnijdend zwaard. Wat voor kracht en wijsheid er in Gods woord is gelegen wordt in deze woorden duidelijk voor hen, die zoeken naar Christus, die het Woord en de Kracht en de Wijsheid van God is. Dit Woord was in het begin bij de Vader, eeuwig met Hem; op de vastgestelde tijd aan de Apostelen geopenbaard, door hen gepredikt en nederig ontvangen in het geloof van het christenvolk. Hij is dus het Woord in de Vader, het woord in de mond, het woord in het hart.

Dit Woord van God is levend, aan Wie de Vader gaf het leven te hebben in Zichzelf, zoals Hijzelf het leven bezit in Zichzelf, zoals Hijzelf het leven bezit in Zichzelf. Daarom is Hij niet alleen levend, maar ook het leven zelf, zoals Hij van Zichzelf zegt: Ik be de Weg, de Waarheid en het Leven. En omdat Hij het Leven is, is Hij ook levend om leven te geven. Want zoals de Vader de doden opwekt en levend maakt, zo maakt ook de Zoon levend wie Hij wil. Hij is levend-makend, omdat Hij de dode uit zijn graf roept en zegt: Lazarus, kom naar buiten.

Wanneer dit woord gepreekt wordt, geeft het door de klank van de prediking aan zijn stem, die uitwendig wordt gehoord, een stemkracht, die inwendig wordt waargenomen, waardoor de doden herleven en de zonen van Abraham door die lofprijzingen herrijzen. Levend is dus dit woord in het hart van de Vader, levend in de mond van de prediker, levend in het hart van de gelovige en de minnaar. En daar dat woord zo levend is, moet het ook wel werkdadig zijn.

Werkdadig is Het bij het werk van de schepping, werkdadig bij het bestuur van de wereld, werkdadig bij de verlossing van de wereld. Wat is er werkdadiger, wat machtiger? Wie kan zijn machtige daden vermelden en heel zijn glorie verkondigen? Werkdadig is het woord, wanneer het werkt, werkdadig wanneer het gepreekt wordt. Want het keert niet ledig terug, maar in alles, waartoe het wordt uitgezonden, brengt het zegen.

Het is werkdadig en meer snijdend dan elk tweesnijdend zwaard, wanneer men het gelooft en bemint. Want wat is er onmogelijk voor wie gelooft, of wat is moeilijk voor wie bemint? Wanneer dit woord wordt gesproken, doordringen zijn woorden het hart als de scherpe pijlen van een sterke, als krammen dringen ze door in de muur en ze dringen er zover in, dat ze tot het binnenste doordringen. Want dit woord is doordringender dan elk tweesnijdend zwaard, omdat het immers meer dan alle kracht en macht vermag door te dringen en spitser is dan alle scherpzinnigheid van de menselijke geest, en indringender dan alle menselijke wijsheid en geleerde taal.


vrijdag 2 november 2018

3 november Een heilige uit onze streken: Sint Hubertus Bisschop en belijder

Dom Prosper Guéranger o.s.b. (1):

Een reeks van heilige bisschoppen

Er zijn maar weinig kerken die op een zo grote reeks heilige bisschoppen kunnen roemen als Maastricht. Sint Hubertus is van hen de laatste, maar de eerste van een nieuwe opeenvolging, welke te Luik met hem een aanvang neemt.
Telkens weer zien wij hoe de ene bisschop zijn opvolger als het ware vormt en voorbrengt als een vader zijn zoon. Hubertus is de geestelijke zoon van Lambertus en deze weer van Theodardus en zo gaat het door. De echte heiligheid is vruchtbaar en geeft de mens waarachtig vaderschap.

Geestelijk vaderschap

Of is het niet waar dat, sinds God is mens geworden in Christus en de Heilige Geest over Maria en de apostelen is neergedaald, de mensheid in de Kerk een objectieve, veilige en voor allen toegankelijke weg vindt ter zaligheid? Dit is de hiërarchische weg, die op zich voldoende is voor ’s mensen heil en heiligheid, de weg der sacramenten, van het doopsel, de biecht en de Eucharistie.
Maar er is iets anders in de Kerk, een levende overlevering van te hebben gezien en gehoord. De apostelen hebben Christus met hun ogen gezien, het goddelijke vuur zien flikkeren in zijn oog, zijn stem gehoord, zijn voorbeeld, zijn lijden, zijn hemelvaart aanschouwd en zijn getuigen geweest van het leven van de Heiland. De Heilige Geest, die niet gebonden is aan de sacramenten en waait waar Hij wil, is over hen gekomen, heeft zijn vuur in hen ontstoken en hen gemaakt tot kanalen van Gods leer en genade, maar ook tot herders en vaders van de ziel. Hun vaderschap is de uitbloei van hun zending als apostelen. Er zijn veel leermeesters, zal Sint Paulus zeggen, maar weinig vaders. Als apostel zijn zij de door Christus aangestelde gezagsdragers. Dit apostolaat zal overgaan op de pausen en bisschoppen; maar hun vaderschap is verbonden aan hun persoon evenals hun heiligheid. Dat vaderschap is vruchtbaar. De heiligen dragen in zich een vuur, dat zij ook in anderen kunnen ontsteken, een gave, die zij aan anderen kunnen meedelen. Zelfs zullen zij niet rusten vooraleer zij dit vuur in hun dierbaarste vrienden zullen zien opvlammen. Deze vrienden zullen zij dan beschouwen als hun zonen en dochters die zij hebben voortgebracht in Christus.
Dit vuur is het werk van de H. Geest en van de heilige. Dit vuur kan uitdoven als de zonen ontrouw worden aan de leer en de voorschriften van hun vaders en dan zal het elders ontbranden. Maar als men in een Kerk meer dan twintig heilige bisschoppen ziet ontstaan, kan men met zekerheid aannemen dat hier van een geestelijke leer en vaderschap sprake is én van eminente heiligheid.

Leven en legende
Het levensbericht van Sint Hubertus toont aan welke grote rol de H. Lambertus daarin speelde. Hubertus stamde uit een adellijk geslacht van Aquitanië. Als edelknaap diende hij aan het hof van Thedorik III, bij wie hij aanzien genoot. Hubertus wordt daar het mikpunt van afgunstige lieden die kennelijk zien hoe Gods hand in hem werkzaam is. Men vermoedt dat Hubertus op een gegeven moment partij koos voor bisschop Lambertus die door de hofmeier Ebroim was verdreven. Hubertus wordt opgenomen door zijn neef, hertog Pepijn, gaat een huwelijk aan en geniet de weelde van het hofleven;  in de volksverbeelding is hij de ongebreidelde jager, die zijn hartstocht door niets laat intomen. Men verhaalt hoe hij op een Goede Vrijdag in de Ardennen een groot hert op het spoor is. Als hij het eindelijk van nabij ziet, bespeurt hij een stralend kruis tussen zijn gewei, zoals ook de iconografie dat graag weergeeft. Dit is het uur van Gods genade, God volgt hem ook hier en jaagt hem na als een meedogenloos jager zijn wild. Hubertus begeeft zich onmiddellijk naar de H. Lambertus te Stavelot die hem met de liefde van een vader ontvangt en Hubertus’ onstuimige drift  volledig weet te richten op God en de jacht naar zielen.                                                                                                                              
Maar nu sterft Hubertus’ vrouw, bij de geboorte van haar enige zoon Floribertus, die zijn vader eens zal opvolgen als bisschop. Thans is hij vrij zich aan God te geven. Al zijn bezit deelt hij uit aan de armen en neemt onder Lambertus’ leiding zozeer in deugd en wetenschap toe dat hij Lambertus na diens dood (tussen 705-709) zal kunnen opvolgen op de zetel van Maastricht.
Als bisschop leeft hij sober en streng, heeft een grote godsvrucht tot de Moeder Gods en is als een vader voor de armen. Niemand kan aan zijn woord weerstaan, zelfs niet de lichtzinnige Alpaïs met wie Pepijn van Herstal eens in zondige liefde leefde, en die de oorzaak is geweest van de moord op de H.Lambertus.
Op een aanwijzing van de hemel laat Hubertus het lichaam van Lambertus overbrengen naar de plaats van de marteling en door de toeloop van pelgrims groeit Luik uit tot een stad, zodat Hubertus er zijn zetel vestigt. Hubertus is daarmee de laatste bisschop van Maastricht en de eerste van Luik.
Na een kerkwijding sterft hij op 30 mei 727 in Tervuren bij Brussel in grote heiligheid, terwijl hij de eerste woorden van het onze Vader nog uitstamelde. Zijn lichaam wordt overgebracht naar Luik, maar later bijgezet in het naar hem genoemde klooster, Saint Hubert, van Andage.

Sint Hubertus is de patroon van de Ardennen en een van de 14 heilige Noodhelpers; hij wordt aangeroepen tegen hondsdolheid.

In de basiliek te Sint-Odiliënberg werd vanmorgen na de H. Mis van 8 uur het hubertusbrood gezegend, uitgedeeld en nuchter gegeten na de H.Mis. Omdat Sint Hubertus eens een man van hondsdolheid genas, wordt hij speciaal aangeroepen tegen deze ziekte. Ook aan de honden wordt daarom een stukje van het hubertusbrood gegeven.

Het volgende gebed werd bij de zegening uitgesproken:

Heer, onze God, Schepper van de wereld, wij danken U voor het brood, de vrucht van de aarde en van menselijke arbeid. Uw Zoon heeft het brood gezegend en aan hongerigen te eten gegeven. Op de avond voor Zijn lijden gaf Hij in het teken van het brood zichzelf als voedsel aan Zijn Apostelen.
In Zijn Naam vragen wij U: zegen dit brood, stil onze honger en geef ons Uw kracht, behoed ons voor alle gevaren en ziekten en leid ons op de weg naar het heil. Help ons, op de voorspraak van de H. Hubertus, niet alleen aan onszelf te denken, maar maak ons bereid anderen te helpen en onze eigen gaven te delen met onze medemens. Laat ons in gemeenschap met alle mensen Uw goedheid prijzen, vandaag en alle dagen, tot in eeuwigheid. Amen.

(Het Liturgisch Jaar, V, 618vv)

Allerzielenlof 2018