maandag 31 januari 2022
Lectio divina lingua latina Liturgia Horarum Hebdomadae IV per annum Feria III Primitiæ resurrectionis in Christo
zondag 30 januari 2022
Lectio divina lingua latina Liturgia Horarum Hebdomadae IV per annum Feria II Ad Officium lectionis Erat omnium credentium cor unum et anima una. Alle gelovigen waren één van hart en één van geest.
Lezingen H Mis 4e zondag door het jaar C Geloof, hoop en liefde blijven, maar de grootste is de liefde.
Eerste lezing: Jer. 1, 4-5. 17-19
In die dagen kwam het woord van de Heer tot mij:
“Voordat Ik u in de moederschoot vormde, kende Ik u;
voordat ge geboren werd, heb Ik u mij voorbehouden,
tot profeet voor de volken heb Ik u bestemd.
Omgord dan uw lenden;
sta op en zeg tot het volk
alles wat Ik u opdraag.
Laat u door hen niet afschrikken;
anders jaag Ik u voor hun ogen de schrik op het lijf.
Ikzelf maak u heden
tot een versterkte stad,
een ijzeren zuil,
een koperen muur
tegenover het hele land,
voor de koningen en edelen van Juda,
de priesters en de burgers van het land.
Zij zullen u bestrijden, maar niets tegen u vermogen.
Want Ik ben bij u om u te redden.”
Tweede lezing: 1 Kor. 12, 31 – 13, 13 of 13, 4-13
Broeders en zusters,
(Gij moet naar de hoogste gaven streven.
Maar eerst wijs ik u een weg die verheven is boven alles.
Al spreek ik met de tongen van engelen en mensen:
als ik de liefde niet heb
ben ik een galmend bekken of een schelle cimbaal.
Al heb ik de gave der profetie,
al kon ik alle geheimen en alle wetenschap,
al heb ik het volmaakte geloof dat bergen verzet:
als ik de liefde niet heb
ben ik niets.
Al deel ik heel mijn bezit uit,
al geef ik mijn lichaam prijs aan de vuurdood:
als ik de liefde niet heb
baat het mij niets.)
De liefde is lankmoedig en goedertieren;
de liefde is niet afgunstig,
zij praalt niet, zij beeldt zich niets in.
Zij geeft niet om de schone schijn,
zij zoekt zichzelf niet,
zij laat zich niet kwaad maken
en rekent het kwade niet aan.
Zij verheugt zich niet over onrecht
maar vindt haar vreugde in de waarheid.
Alles verdraagt zij, alles gelooft zij,
alles hoopt zij, alles duldt zij.
De liefde vergaat nimmer.
De gave der profetie zal verdwijnen,
tongen zullen verstommen,
de kennis zal een einde nemen.
Want ons kennen is stukwerk
en stukwerk ons profeteren.
Maar wanneer het volmaakte komt
heeft het onvolmaakte afgedaan.
Toen ik een kind was
sprak ik als een kind, voelde ik als een kind,
dacht ik als een kind;
en nu ik man geworden ben
heb ik het kinderlijke afgelegd.
Thans zien wij in een spiegel, onduidelijk,
maar dan van aangezicht tot aangezicht.
Thans ken ik slechts ten dele
maar dan zal ik ten volle kennen
zoals God mij kent.
Nu echter blijven geloof, hoop en liefde de grote drie;
maar de liefde is de grootste.
Evangelie: Lc. 4, 21-30
In die tijd begon Jezus in de Synagoge te spreken:
“Het Schriftwoord dat gij zojuist gehoord hebt
is thans in vervulling gegaan.”
Allen betuigden Hem hun instemming
en verbaasden zich,
dat woorden, zo vol genade uit zijn mond vloeiden.
Ze zeiden:
“Is dat dan niet de zoon van Jozef?”
Hij zei hun:
“Natuurlijk zult ge Mij dit spreekwoord voorhouden:
Geneesheer, genees uzelf:
doe al wat, naar wij vernamen, in Kafarnaüm gebeurd is,
nu ook hier in uw vaderstad.”
Maar Hij gaf er dit antwoord op:
“Voorwaar, Ik zeg u:
geen profeet wordt aanvaard in zijn eigen vaderstad.
En het is waar wat Ik u zeg:
in de tijd van Elia immers,
toen de hemel drie jaar en zes maanden gesloten bleef
en een grote hongersnood uitbrak over het hele land,
waren er veel weduwen in Israël;
toch werd Elia tot niemand van haar gezonden
dan tot een weduwe te Sarepta, in het gebied van Sidon.
En in de tijd van de profeet Elisa
waren er vele melaatsen in Israël;
toch werd niemand van hen gereinigd,
behalve de Syriër Naäman.”
Toen ze dit hoorden
werden allen die in de synagoge waren woedend.
Ze sprongen overeind,
joegen Hem de stad uit
en dreven Hem voort
tot aan de steile rand van de berg
waarop hun stad gebouwd was,
om Hem daar in de afgrond te storten.
Maar Hij ging midden tussen hen door en vertrok.
Lectio divina lingua latina Liturgia Horarum Dominica 4 per annum Ad Officium lectionis Christus vocavit nos in suum regnum et gloriam
Gebed over de Gaven Vierde Zondag door het jaar Aanvaard, Heer, deze gaven tot het sacrament van onze verlossing
Het altaar neemt een centrale plaats in Katholieke kerken maar ook bij andere godsdiensten. Voor ons is het altaar de plaats van de H. Mis, de Maaltijd van de Heer. Ten tijde van de Romeinen werd het altaar gebruikt voor brandoffers, In de christelijke traditie is het altaar de tafel waarop met brood en wijn de Eucharistie wordt gevierd en zo Christus zelf tegenwoordig wordt gesteld.
In het Oude Testament waren altaren niet alleen offerplaatsen maar ook plaatsen ven gebed. Ze hadden een bemiddelende functie tussen God en mens. Bij de aartsvaders Abraham, Isaak en Jacob spelen altaren een grote rol. Ze markeerden de plaatsen die in hun zwervend leven belangrijk waren, waar ze politiek en sociaal beslissende gebeurtenissen hadden meegemaakt en waar ze de God van Israël ontmoet en aangeroepen hadden. Als het volk in het beloofde land woont, in de tijd van de koningen, bouwt Salomo in Jeruzalem de tempel, plaats voor de ark, en ook plaats voor de offercultus. Bij de inwijding van de tempel wordt de ark erin geplaatst; daarna spreekt Salomo een gebed uit en zegent het volk. Ook volgens latere bronnen kende de tempel dus twee altaren, een bronzen brandofferaltaar en een gouden wierookaltaar. Het is opvallend dat tempelopbouw zich voltrekt in steeds uitbreidende cirkels, te beginnen bij het altaar. Dat wordt blijkbaar als de eerste prioriteit beschouwd. Erna wordt gewerkt aan de bouw van de tempel en de stad. Deze Tweede Tempel wordt enkele eeuwen later, kort voor de gewone jaartelling, door Herodes de Grote herbouwd en uitgebreid. Zeventig jaren na de geboorte van Jezus vernietigden de Romeinen het eerbiedwaardige gebouw en roofden de inventaris weg. De beide altaren verdwenen en er kwam daarmee een eind aan de eeuwenoude offerdienst in de tempel van Jeruzalem.
Het Nieuwe Testament heeft twee verschillende perspectieven op de altaren van de tempel in Jeruzalem. Enerzijds beschrijft het een situatie waarin de tempel nog volop in bedrijf was en waarin ook Jezus, zijn apostelen en zijn volgelingen, die tempel bezoeken en deelnemen aan de offercultus. Anderzijds kent het Nieuwe Testament ook de situatie van de verwoeste tempel. Voor de beginnende christelijke beweging beïnvloedde de vernietiging van het heiligdom de reflectie op de persoon van Jezus als de nieuwe tempel, zijn dood als het nieuwe zoenoffer en de eucharistie als gedachtenis daarvan. In het Nieuwe Testament is sprake van de eucharistie, de ritus die Jezus instelde om zijn dood te gedenken waarbij Hij zijn eigen lichaam en bloed deelde met zijn gelovigen. Al in de instellingsverhalen van de synoptische evangeliën blijkt de verbinding die gelegd wordt tussen de eucharistie en het kruisoffer van Christus: de betekenis die Jezus hecht aan brood en wijn tijdens het Laatste Avondmaal verwijst naar zijn kruisdood de volgende dag. De synoptische evangeliën spreken niet over een tafel; ze noemen alleen het feit dat Jezus met zijn leerlingen aanlag aan deze maaltijd waarbij Hij de eucharistie instelde (Mat. 26,20; Marc. 14,18; Luc. 22,14). Het liggend op rustbanken eten was een van oorsprong Romeins gebruik, waarbij de banken straalsgewijs aansloten aan een halfronde tafel. In verband met de eucharistische maaltijd, ingesteld om die dood te gedenken, wordt het woord ‘altaar’ in het Nieuwe Testament echter nergens gebruikt. Paulus schrijft over ‘de tafel des Heren’. Hij zet daar het deelhebben aan de eucharistie scherp tegenover het deelhebben aan offermaaltijden van afgoden. ‘Ge kunt niet deelhebben aan de tafel des Heren en aan de tafel der demonen’ (1 Kor. 10,21). Hier zien we al wel een inhoudelijke parallel tussen de heidense altaren en de tafel van de eucharistie. In beide gevallen heeft wie ervan eet gemeenschap met degene aan wie geofferd is, zegt Paulus. Zo was het in de tempelcultus van Israël (1 Kor. 10,18), zo is het bij de offers aan de afgoden, die volgens Paulus eigenlijk offers aan demonen zijn, en zo is het ook met het offer van Christus: wie ervan eet staat in gemeenschap met het lichaam van Christus (1 Kor. 10,16). Neemt en eet hiervan, gij allen, want dit is mijn Lichaam dat voor u gegeven wordt. dit is de beker van het nieuwe, altijddurende Verbond. dit is Mijn Bloed dat voor u en alle mensen wordt vergoten tot vergeving van de zonden. Blijft dit doen om Mij te gedenken. Dat bevestigenn wij iedere keer wanneer wij bidden: “Als wij dan eten van dit brood en drinken uit deze beker, verkondigen wij de dood des Heren totdat Hij komt”. Zo drukken wij met deze bevestiging in iedere H. Mis een verlangen naar voltooiing uit, terwijl wij weten dat wij nu nog leven in de wereld van het onvoltooide “totdat Hij komt”. Wij wensen alle lezers veel devotie bij iedere viering van H. Mis die zij mogen beleven.




