maandag 24 november 2014

Collecte-gebed 34e week door het jaar - Bidden om de heilsgaven van de Gods liefde


Excita, quæsumus, Domine, tuorum fidelium voluntates, ut, divini operis fructum propensius exsequentes, pietatis tuæ remedia maiora percipiant. Per Dominum.
Wek, vragen wij U, Heer, bij uw gelovigen het verlangen, met meer ijver de vrucht van het verlossingswerk na te streven, om van uw goedheid des te groter heilsgaven te ontvangen.
Door onze Heer…

Deze oratie is afkomstig uit het Sacramentarium Gregorianum, 9e eeuw (ed. H. Lietzmann, 1921). In het preconciliaire Romeinse Missaal was dit het collectegebed van de 24e en laatste zondag na Pinksteren.

De “Excita”- oratie is oorspronkelijk voor een van de Adventszondagen samengesteld. De sterke  impuls aan het begin van de oratie benadrukt ook het belangrijke liturgische thema van het komende einde der tijden in de laatste week van het aflopende kerkelijke jaar: het is de hoogste tijd, dat de wil van de mens wordt wakker geschud, om zich op de komst van de Heer voor te bereiden. God zelf moet zijn ‘fideles’ wekken (|excitare") als deze nog steeds slapen. Hij doet dat met de woorden van de liturgie zoals in de lezingen van H.Mis en Goddelijk Officie; in de 34e week door het jaar kan men als passend alternatief voor de hymnen in Lauden, Vespers en Lezingenofficie gedeelten van de sequens Dies iræ nemen waarin op dramatische wijze het beeld wordt opgeroepen van de ziel, die op het laatste oordeel terecht staat voor God.

Hij doet dat ook met beelden, zoals in “Het laatste oordeel” van Michelangelo, qua dramatiek, omvang en techniek een topstuk uit de schilderkunst van de renaissance. Daar wordt de toeschouwer indringend geconfronteerd met de mogelijkheid van hel en verdoemenis en dus opgewekt tot het nemen van persoonlijke verantwoordelijkheid voor het eigen leven. Daar straalt de Christusfiguur, komend als de Mensenzoon op de wolken om te oordelen levenden en doden, geen milde barmhartigheid uit maar strenge rechtvaardigheid, en toch weer getemperd door de deemoedige voorspraak van de Moeder Gods naast Hem, en beiden centraal onder de tekenen van het lijden boven in het fresco: herinnering dat Degene die oordeelt, heeft geleden en is gestorven omwille van ons en van ons heil.

Het “excita” laat zich oorspronkelijk afleiden van Psalm 79 [80], 3: “Excita potentiam tuam et veni, ut salvos facias nos”, “Wek uw macht op en kom om ons te redden”. Dit adventsgebed richt zich dus tot God, Hij moge zijn macht in de strijd werpen en komen om ons te redden! In de zin van deze psalm vinden we dezelfde beginwoorden in de oraties van donderdag en vrijdag in de eerste week van de Advent. [1] Hier, in de 34e week van het kerkelijk jaar, moet de wil van de mens worden gewekt, zoals de oratie op donderdag van de tweede week van de Advent: “Excita, Domine, corda nostra!” – “Wek ons hart op!” het zegt. In al deze gevallen moet de samensteller van deze oraties de wekroep wel als scherp eschatologisch in de oren hebben geklonken.
Waar de oratie op hoopt wanneer eenmaal de wil gewekt is, wordt uitgedrukt in een tweevoudige bede. Wij vragen “met meer ijver de vrucht van het verlossingswerk na te streven”. De betekenis van de oratie laat zich in de Latijnse beknopte formulering: “exsequentes” gemakkelijk herkennen: het “exsequentes”, dit is het voltrekken, het consequent uitvoeren dat een stap verder gaat dan ‘nastreven’ slaat niet alleen op de vrucht van het verlossingswerk, maar ook op het “Opus Dei”, het goddelijke werk, de H. Eucharistie zelf. Ofschoon het begrip “propensius” – rijkelijker, ijveriger” gemakkelijk in verband te brengen is met het voortbrengen van vruchten bepaalt het ook het “divini operis”, het goddelijke “werk” nader: dit werk met grotere  toewijding en liefde gedaan brengt rijker vrucht voort.

Als God het gebed verhoort en onze wil aanspoort, zullen wij de H. Eucharistie met grotere liefde vieren en worden haar vruchten rijker. In het leven van alledag is het de vrucht van de Eucharistie die groeit. En dat zal vervolgens uitmonden in wat in het tweede deel van de oratie wordt gevraagd, dat wij namelijk van Gods goedheid “des te groter heilsgaven” mogen ontvangen. De “pietatis remedia” – “de heilsgaven van zijn liefde” zegt de oratie. De vrucht van het praktische leven is de liefde tot God zoals deze ook voortvloeit uit de viering van het mysterie. Dat God ons het eerst heeft liefgehad mag echter niet worden vergeten.




[1] Oratie van donderdag, week I Advent:
“Excita, Domine, potentiam tuam et magna virtute succurre”- Heer, ontplooi uw macht en snel ons te hulp met krachtige hand.
Oratie van vrijdag, week I, Advent:
“Excita, quaesumus, Domine, potentiam tuam, et veni”- “Heer, ontplooi uw macht en kom”