zaterdag 12 oktober 2024

The life of Carlo Acutis, the "The Apostle of the Eucharist" & First Millenial Blessed


Tekst van wikipedia:

Carlo Acutis werd op 3 mei 1991 in Londen geboren in een rijke Italiaanse familie. Zijn ouders, Andrea Acutis en Antonia Salzano, werkten in Londen en Duitsland. Niet lang na de geboorte van hun zoon vestigden ze zich in Milaan. Hij werd een frequente communicant na de ontvangst van zijn eerste communie (zeven jaar oud in het klooster van St. Ambrogio ad Nemus). Acutis ging ook eens per week te biecht. Zijn omgeving wist dat hij een passie had voor computers. Hij bracht zijn schoolopleiding door in Milaan. Zijn middelbareschooltijd bracht hij door bij de jezuïeten aan het Instituto Leone XIII. Hij had een aantal heiligen als zijn rolmodellen, waaronder: Franciscus van Assisi, Francisco en Jacinta Marto, Domenico Savio, Tarcisius en Bernadette Soubirous.

Acutis maakte zich zorgen over vrienden wier ouders gingen scheiden. Hij nodigde die vrienden uit bij hem thuis om hen te steunen. Hij zette zich in voor de rechten van gehandicapten en beschermde op school gehandicapte leeftijdsgenoten, wanneer zij gepest werden. Hij hield van reizen, maar had een bijzondere voorkeur voor Assisi.

Hij kreeg leukemie en bracht zijn pijn als offer voor zowel paus Benedictus XVI als voor de gehele Katholieke Kerk, waarbij hij zei: "Ik offer al het lijden dat ik zal moeten lijden voor de Heer, voor de paus en de Kerk".  Hij vroeg zijn ouders hem mee op pelgrimstochten te nemen naar de plaatsen van alle bekende eucharistische wonderen in de wereld. Zijn verslechterende gezondheidstoestand gooide echter roet in het eten.

Zijn passie voor computers bracht Acutis ertoe een website te maken die gewijd was aan het zorgvuldig catalogiseren van elk gemeld eucharistisch wonder. Hij deed dit in 2005 (hij had elk geval gecatalogiseerd sinds hij elf was). Hij waardeerde de initiatieven van de zalige Giacomo Alberione om de media te gebruiken om te evangeliseren en het woord van God te verkondigen. Hij was erop gericht om dit te doen met zijn website. Het was op de website dat hij schreef: "hoe meer eucharistie we ontvangen, hoe meer we zullen worden zoals Jezus, zodat we op deze aarde een voorproefje van de hemel zullen hebben." De arts die hem behandelde vroeg hem of hij veel pijn leed. Hij antwoordde dat "er mensen zijn die veel meer lijden dan ik."

Hij stierf op 12 oktober 2006 om 6.45 uur aan de gevolgen van een ernstige M3-leukemie en werd overeenkomstig zijn wensen in Assisi begraven.


vrijdag 11 oktober 2024

11 oktober H. Johannes XXIII, paus. De Kerk als de liefhebbende moeder van alle mensen.

Angelo Giuseppe Roncalli werd in 1881 geboren in het dorp Sotto il Monte in de provincie Bergamo in Italië. Toen hij elf jaar oud was, trad hij het diocesaan seminarie binnen; later voltooide hij zijn studies aan het pauselijk seminarie van Rome. In 1904 werd hij priester gewijd en hij was werkzaam als secretaris van de bisschop van Bergamo. In 1921 kwam hij in dienst van de Apostolische Stoel als voorzitter van de Italiaanse centrale Raad voor de Pauselijke werken De Propaganda Fide. In 1925 werd hij apostolisch visitator, vervolgens apostolisch delegaat in Bulgarije, Turkije (1935) en Griekenland, en in 1944 volgde zijn benoeming tot apostolisch nuntius in Frankrijk. Tot kardinaal gecreëerd in 1953, werd hij benoemd tot patriarch van Venetië. In 1958 ten slotte volgde zijn verheffing tot paus. Hij riep tijdens zijn pontificaat een Romeinse Synode bijeen, stelde een Commissie in voor de herziening van het Wetboek van Canoniek Recht en kondigde het Tweede Vaticaans Oecumenisch Concilie af. Hij stierf te Rome op de avond van 3 juni 1963.

lectio altera (tweede lezing) Lezingendienst

Uit de toespraken van de heilige paus Johannes XXIII (Bij de plechtige opening van het Tweede Vaticaans Oecumenisch Concilie, 11 oktober 1962: AAS 54, 786-787. 792-793)

De Kerk als de liefhebbende moeder van alle mensen.

Onze Moeder, de Kerk, is vol vreugde, want door een bijzondere gave van de Goddelijke Voorzienigheid is nu de dag aangebroken waarnaar zozeer verlangd werd, de dag waarop onder de bescherming van de Maagd en Moeder Gods − van wie wij vandaag op dit liturgisch feest de moederlijke waardigheid gedenken − hier bij het graf van de heilige Petrus het Tweede Vaticaans Oecumenisch Concilie plechtig een aanvang neemt.
De zaken en vragen van grote ernst, die de mensheid heeft op te lossen, zijn na bijna twintig eeuwen nog niet veranderd. Tegelijkertijd is Christus Jezus altijd als het ware het middelpunt van de geschiedenis en het leven: ofwel kiezen de mensen ervoor zich te hechten aan Hem en aan zijn Kerk en genieten op die manier van zijn goede gaven: licht, goedheid, orde en vrede; ofwel leven zij zonder Hem of keren zich tegen Hem, en blijven moedwillig buiten de Kerk, met als gevolg dat zij in onderlinge verwarring leven, er scherpe tegenstellingen tussen hen ontstaan en het gevaar dreigt van bloedige oorlogen.
Nu het Tweede Vaticaans Oecumenisch Concilie een aanvang neemt, is het meer dan ooit duidelijk dat de waarheid van de Heer tot in eeuwigheid blijft. Immers, terwijl de eeuwen elkaar afwisselen, zien wij hoe de ene menselijke mening volgt op de andere, en stellen we vast hoe dwalingen ontstaan om dikwijls weer snel te verdwijnen, als een nevel verjaagd door de zon.
Tegen deze dwalingen heeft de Kerk in iedere tijd weerstand geboden, vaak ook heeft zij ze veroordeeld en wel met de grootste strengheid. Wat onze huidige tijd betreft, maakt de Bruid van Christus liever gebruik van het geneesmiddel der barmhartigheid dan dat zij naar de wapens van de gestrengheid grijpt. Zij is van mening dat ze de hedendaagse noden tegemoet moet treden door uitgebreider te wijzen op de kracht van haar leer en minder door te veroordelen. Niet dat er geen valse leer, meningen of gevaren zouden bestaan, waarvoor men zich moet hoeden en die men moet bestrijden. Maar deze meningen zijn alle zo duidelijk in strijd met de rechte beginselen van de eerbaarheid en brengen zulke verderfelijke vruchten voort, dat het erop lijkt dat de mensen ze tegenwoordig uit zichzelf beginnen te veroordelen. Het betreft dan met name die levenswijzen welke God en zijn wetten verwaarlozen: een al te groot vertrouwen in de technische vooruitgang en een streven naar voorspoed, die uitsluitend op de gemakken van het leven gebaseerd is. Zij beseffen meer en meer, dat de waardigheid van de menselijke persoon en de volmaaktheid die bij haar past, een zaak van groot belang is, die uiterst moeilijk te verwezenlijken valt. Het belangrijkste is echter, dat zij uiteindelijk door ervaring hebben geleerd dat uiterlijk geweld tegen anderen, macht van wapens en politieke overheersing geenszins voldoende zijn om de ernstige vragen, die hen beangstigen, op een gelukkige wijze op te lossen.
Juist in deze omstandigheden wil de Katholieke Kerk − nu zij door dit Oecumenisch Concilie de toorts van de religieuze waarheid in de hoogte steekt − zich de liefhebbende, goede en geduldige moeder tonen van alle mensen. En bewogen door barmhartigheid en goedheid jegens de kinderen die van haar gescheiden zijn, zegt zij tot de mensheid die onder zoveel moeilijkheden gebukt gaat, hetzelfde als wat Petrus ooit zei tot de arme, die hem om een aalmoes vroeg: ‘Zilver of goud heb ik niet; maar wat ik heb, geef ik u. In de naam van Jezus Christus de Nazoreeër: sta op en loop’. Zeker, de Kerk reikt de mensen van onze tijd geen vergankelijke rijkdommen aan, en zij belooft geen louter aards geluk; maar zij schenkt de goederen van de hemelse genade, die − aangezien zij de mensen tot de waardigheid van Gods kinderen verheffen − juist zo’n krachtige bescherming en hulp vormen om hun leven menswaardiger te maken. De Kerk opent de bronnen van haar zo vruchtbare leer: zo kunnen de mensen, door het licht van Christus verlicht, ten diepste begrijpen wie zij in waarheid zijn, door welke waardigheid zij zich onderscheiden en welk doel zij moeten nastreven. Ten slotte breidt zij door haar kinderen overal de ruimte uit waar de christelijke liefde kan groeien: niets is beter in staat om de kiemen van tweedracht uit te rukken, niets kan doeltreffender eendracht, rechtvaardige vrede en broederlijke eenheid van alle mensen bevorderen dan de liefde.

donderdag 10 oktober 2024

10 oktober OLV Sterre der Zee (bisdom Roermond)

De titel ‘Sterre der Zee’ is een zeer oude eretitel voor Maria, afkomstig van de H. Hiëronymus, de kerkvader die de Latijnse Vulgaatvertaling van de Bijbel bezorgde. Op zoek naar de betekenis van de naam ‘Maria’, Mirjam in het Hebreeuws, las hij de naam als een combinatie van de twee Hebreeuwse woorden mar ‘druppel’, en jam ‘zee’, dus ‘druppel van de zee’, in het Latijn stilla maris. ‘Stilla maris’ werd al snel verbasterd tot stella maris, ‘sterre der zee’, en als zodanig kwam deze titel terecht in de Litanie van Maria. De Mariatitel Stella Maris komt dus eigenlijk voort uit een leesfout.

In de Middeleeuwen was deze eretitel van Maria zeer geliefd. Wij danken er onder andere de mooie gregoriaanse hymne Ave Maris Stella aan. De benaming ‘Sterre der Zee’ werd voor het genadebeeld van de Franciscanen echter pas  voor het eerst in 1701 gebruikt, en wel ter herinnering aan een wonder dat in 1684 plaatsgehad zou hebben. Een edelman zou op zee in een storm terecht zijn gekomen, en zou de belofte gedaan hebben, als hij het gevaar zou overleven, een altaar te stichten voor het Mariabeeld van de Franciscanen van Maastricht.Toen hij de storm had overleefd, en behouden was thuisgekomen, kwam hij zijn belofte na, en liet in de Franciscanenkerk een altaar bouwen waar het Mariabeeld een plaats op kreeg. Dit zou de aanleiding zijn geweest om het Mariabeeld voortaan ‘Sterre der Zee’ te noemen.


In 1796 werden door de toenmalige Franse overheid alle kerkelijke instellingen en kloosters opgeheven, en hun goederen in beslag genomen. Op 31 maart 1804 werd het beeld, met toestemming van de Franciscanen, door bisschop Zaepffel van Luik toegewezen aan de Sint-Nicolaasparochie (de voorloper van de Onze Lieve Vrouw). En zo komt het dat het beeld van Onze Lieve Vrouw “Sterre der Zee” nog altijd in de Onze Lieve Vrouwekerk van Maastricht staat. Daar stond het opgesteld in het noordertransept, op de plaats van het huidige Sint-Jozefaltaar. In 1903 werd het beeld overgebracht naar de Mérode-kapel, waar het zich nog altijd bevindt.

Zie geschiedenis van het beeld OLV Sterre der zee 


God, Gij hebt de heilige maagd Maria, de moeder van uw Zoon, als de sterre der zee doen flonkeren en haar als een bescherming aan ons gegeven te midden van de hooggaande golven van deze tijd. Wij vragen U: bevrijd ons van de gevaren naar lichaam en ziel en laat ons met haar hulp en onder haar leiding de poort van de eeuwige zaligheid bereiken.

Bezoek van de Sterre der Zee aan Sint Odiliënberg - 1953


In de periode 1932-1960 maakte het beeld van O.L.Vrouw Sterre der Zee, Patrones van Maastricht, een rondtocht door het Bisdom Roermond. Dit was een initiatief van mgr. Gulielmus Lemmens, die bekend stond als zeer mariaal en die na zijn aantreden als bisschop ‘Limburg’ en het bisdom Roermond aan Maria toewijdde. Zijn wapenspreuk luidde: Stella duce – Onder leiding van de Ster, waarmee hij verwees naar de “Stella maris”, Maria, Sterre der Zee.Van 30 augustus tot 18 oktober 1953 viel de eer te beurt aan het dekenaat Roermond; de start vond plaats in Sint Odiliënberg van 30 augustus - 1 september van dat jaar.

Bij deze gelegenheid werd een herinneringsprentje uitgegeven voorzien van een gebed tot de “Sterre der Zee” waaraan een aflaat van 100 dagen was verbonden.

Gebed tot de “Sterre der Zee”

O Maria, “Sterre der Zee”, zie mij hier neergeknield
voor Uw genadetroon, waar reeds ontelbare minnaren
van Uw Moederhart, de grootste gunsten door U
hebben ontvangen; waar Gij voor de bedroefden
troost, voor de noodlijdenden hulp, voor de zieken
genezing, voor de zondaars vergiffenis verkrijgt.
O liefste Moeder, ik kom thans tot U met het grootste
vertrouwen. De menigvuldige wonderen, die hier op
Uw voorspraak geschied zijn, vervullen mij,
ellendige, met de zoetste hoop, dat Gij, Moeder van
barmhartigheid, ook mijn bede zult verhoren.
Ja, ik smeek en bid U, o zoetste Moeder, o genaderijke
“Sterre der Zee”, laat mij van hier niet weggaan
zonder verhoord te zijn. Gij kunt mij helpen,
Gij zijt immers de machtigste na God; Gij wilt mij
helpen, omdat Gij zo vol liefde zijt voor al Uw
kinderen. Herinner U, o goedertierenste Maagd, dat
het nooit gehoord is dat iemand die vertrouwvol
tot U zijn toevlucht nam, door U verlaten is; zou
ik dan de eerste ongelukkige zijn, die Gij onverhoord
van U liet heengaan? Neen, neen, o goede Moeder,
op deze heilige plaats zult Gij, door Uw alvermogende
voorspraak, mij hulp in mijn nood en troost in mijn
lijden verwerven. Amen.



Foto’s: de processie met de replica van het beeld
Op het Kerkplein op weg naar de parochiekerk en
De Mariakapel boven op de kerkberg.

10 oktober Bisdom Roermond: Gedachtenis (en feest in Maastricht) van O.L.Vrouw Sterre der Zee


Ad. Welters, pr. [1888-1970]:
 
Legende van O.L.Vrouw, Sterre der Zee

De “Sterre der Zee” is wel de schoonste, de grootste, de meest vermaarde onder de Limburgse Lieve Vrouwtjes.
Wat een rijkdom van de lieflijkste legenden omlijsten als een bloemenkrans haar aantrekkelijk beeld. Nu eens straalt haar glorie uit over een hele eeuw, vol van gunsten en gaven, dan weer verdonkert haar Sterre  achter wolken van vervolging en ongeloof, zodat men zich afvraagt: “Waar is de Sterre?”
Aan alle oude Maastrichtse kerken haast, heeft zij haar bezoek gebracht, en menig klooster onderhoudt trouw haar familierelaties met Haar.
Grote mannen en vrouwen, die een zegen werden voor de stad, hebben bij het beeld der “Sterre der Zee”hun roeping tot grote daden vernomen.
Door haar machtige voorspraak werden zieken gezond en zelfs dode kinderen leven, en lange,lange processies trekken van heinde en verre over de oude wegen naar haar heiligdom.
Nee! Een mirakelboek van de “Sterre der Zee” is door al die eeuwen niet bewaard, noch geschreven, maar is stad en streek niet één levend boek vol gebedsverhoringen en wonderbare feiten! Iedere straat vormt een hoofdstuk, ieder Maastrichts huis kan een hele bladzijde volschrijven van verhoorde gebeden; en op menig stille kamer , kon de arme mensenziel jubelen van overwinning van een strijd tussen de verschoten Dwaalster en deze opgaande Morgenster. Zoals Maastricht in haar naam Maria’s naam bewaart, zo bewaart Maria in haar Hart deze stad in deugd en heiligheid.
O Maria, “Sterre der Zee”, verlicht de stad Maastricht!...
Des avonds als de winkels en kantoren gesloten en de kleinen ter ruste zijn, komen ze geschoven langs de zware torenmuren der Basiliek en bidden trouw de rozenkrans in het schemerlicht der kaarsen. Moeder Maria slaapt nooit, ook ’s nachts waakt en luistert zij, als op de stille ziekenkamer de arme zieke kermt en kreunt, of worstelt met de dood. Hier wandelt ze in haar sterrenmantel door de besneeuwde straten van de O.L.Vrouwekerk terug naar de Minderbroederskerk en moeder Anna volgt. Straks zal zij het luide verkondigen , dan Maria zelf de oude bidweg wee=r heeft aangegeven en als getuige zal zij tonen het spoor der gouden schoenen door de straten en de poedersneeuw op de mantelzoom.
En van geslacht op geslacht zullen ze weer trekken, de Maastrichtenaren , als moeder Anna, door donkere uren en moeilijke tijden die eeuwenoude bidweg achter Maria, met de rozenkrans in de hand, met de Ave’s op de lippen, totdat wij eens samen het slotlied zingen veilig en warm voor Moeders troon hierboven: “En danken U eeuwig, o Sterre der Zee!”

Uit het boekje Legende van de Sterre der Zee willen wij hier slechts één legende aanhalen, namelijk van “De zingende muur”.
In één der oude straatjes van Oud-Maastricht woonde eens een timmerman. Hij was arm en moest dagelijks een hard stuk brood verdienen voor zichzelf, voor vrouw en kinderen.                                                                                                                                                                                                              
 Maar nooit had hij geklaagd over zijn lot, hij vertrouwde op God, en bad maar altijd door, zelfs onder het hameren en kloppen, tot Maria, de “Sterre der Zee”. Wanneer zomers de vensters van zijn werkplaats open stonden, dan zong hij oude Marialiederen, die hij vroeger als koraal geleerd had, en de mensen in de buurt kwamen aan de vensters luisteren, zó mooi als hij zong.
Zoals iedere Maastrichtenaar was ook hij een kind van Maria en een groot vereerder van de “Sterre der Zee”.
Maar onze timmerman was de laatste jaren erg stil geworden, het was alsof er een ziekte knaagde in zijn binnenste. Het was niet de armoede, die hem neersloeg, en werk had hij genoeg, maar het moest iets anders zijn.
Soms zat hij stil bij het open vuur en bleef dan maar altijd staren naar die lange vlammen, als tongen zó rood. De vurige vonken konden dan als vinnige bijen op zijn klere springen, hij sloeg ze niet eens weg.
Hij zat maar altijd te prakkezeren… soms sprong hij plotseling als uit een slaap wakkeer en langzaam ging hij door de achterdeur weer naar zijn werk. Nu ja, men moest toch ook eten. Dan keek zijn vrouw hem meewarig na en zij begreep niets van het vreemde gedrag van haar man. Eens op een avond, toen zij uit zuinigheid de koperen lamp hadden uitgeblazen en ze samen in het donker de rozenkrans gebeden hadden, kwam haar man los. “Vrouw!” zo riep hij uit! “Waar is toch de Sterre der Zee? Al jaren lang heeft dat geduurd. De kerken gesloten, de paters verjaagd, de klokken hangen stom in de torens en niemand roept ons meer naar de kerk. Vreemden zijn hier de baas,  en wij het eigen volk moeten maar toezien. En het ergst van al, waar is de Sterre der Zee? Geen mens weet er iets van!” Zo klaagde de arme man zijn opgekropt leed om het dierbare beeld, dat in deze bange tijden zo goed verborgen was, dat niemand het meer wist te vinden.
“Och!”zei de vrouw “laten we maar bidden en vertrouwen”.
“Onze Lieve Vrouwke zal ons wel niet verlaten, al verbergt zij ook haar ster achter de wolken. Maar ik heb een plan! Laten we eens acht dagen de bidweg doen, misschien dat dat wel helpt!”En de volgende avond rond acht uur, toen het werk gedaan was en de kinderen naar bed gebracht waren, trokken door de sombere straten van de oude stad twee donkere gestalten met de rozenkrans in de hand. Zo gingen zij acht dagen lang, en sommige avonden had het z;ó hard geregend dat de timmerman en zijn vrouw doornat thuis kwamen. Maar wat gebeurde de achtste dag? Toen de timmerman ’s avonds aan de schaafbank stond, hoorde hij plotseling een gezang zó schoon en fijn of duizend muggen door de werkplaats zweefden. Stil legt hij zijn hamer neer en blijft luisteren met open mond. Op zijn kousen sluipt hij naar het venster om toch maar niets te missen van die wondere muziek. Hij kijkt naar buiten of het misschien zijn kinderen zijn, die zingen, maar nee,  zij spelen beneden op het blauwe plaatsje. Dan roept hij zijn vrouw stil met de vinger op de mond en met verwonderd gelaat staan ze daar tegenover elkaar te luisteren, vanwaar die muziek toch komen kan. Alle kamers, ja, zolder en kelder worden doorzocht, maar niets is te zien.
Op de werkplaats komen ze weer terug en de timmerman legt zijn oor tegen de muur, of misschien de buurlui muziek maken, maar nee!
Het lijkt of telkens de zang duidelijker wordt,  wanneer hij lang op een bepaalde plek bij de muur komt… en plots herinnert de timmerman zich zijn bidweg en zijn bidden. Het kan niet anders zijn: zijn gebed is verhoord! O. L. Vrouw is nabij en vol blij verwachten vertelt hij het voorgevoel aan zijn vrouw. Dan grijpt hij beitel en hamer en met geweld slaat de sterke man in de witte kalkmuur, dat de stukken springen door het werkhuis.
O. L. Vrouw is nabij!  Zo denkt hij en luider wordt de zang naarmate hij de rode brikken aan stukken slaat. En in heilige ijver werpt hij beitel en hamer opzij en rukt met zijn grove werkhanden de zware brikken uit de muur, zodat er een gat ontstaat zo groot als een mensenhoofd.
Maar vol schrik trekt hij plotseling terug, want vlak voor hem schittert de glanzende kroon van O. L. Vrouw “Sterre der Zee”. En het lijkt hem of de hele muur doorstraald wordt van een helder licht. Daar staat gemetseld in de muur, het wonderbaar, en niemand, hij zelf het minst, vermoedde, dat het zo nabij was. Op het kloppen en breken zijn de kinderen ook één voor één binnengeslopen en allen staren verwonderd naar het stralende beeld, dat méér en méér zichtbaar wordt.
Allen knielen neer en danken God en zijn lieve Moeder, voor de eer hun huis bewezen, en weldra is de hele buurt getuige van de grote vondst.
Vol eerbied wordt nog dezelfde dag het beeld weer naar de kerk gebracht en drukker dan ooit werd in die dagen de bidweg begaan ter ere van Maria.
Dit is de legende van de zingende muur.

Illustratie: Jeanne Hebbelynck [1891-1959].

Marialiederen - O Reinste der Scheps'len (OLV Sterre der Zee)


woensdag 9 oktober 2024

Oktobermaand - Mariamaand - rozenkransmaand


Oktober is in de RK-Kerk de maand van de Rozenkrans. Dit gebruik stamt uit de 19e eeuw en werd vooral bevorderd door paus Leo XIII. Het is een uitbreiding van het liturgische feest van Maria Koningin van de Rozenkrans op 7 oktober.

Jaar van de Rozenkrans
Johannes Paulus II (1978-2005) probeerde de rozenkrans weer terug te brengen in het leven van iedere katholiek. In het zicht van zijn 25-jarig pontificaat stelde hij een speciaal 'Jaar van de Rozenkrans' in: van 16 oktober 2002 tot en met 16 oktober 2003. Kardinaal Karol Woityla werd namelijk op 16 oktober 1978 tot paus gekozen

Rozenhoedje bidden in huisgezin
Vóór het Tweede Vaticaans Concilie was het heel normaal dat de rozenkrans, of eenderde deel daarvan ('rozenhoedje'), in katholieke huisgezinnen werd gebeden. Na de sociaal-culturele wendingen van de jaren zestig raakte deze praktijk bij velen in onbruik.
Toch wordt in veel parochies in oktober ook vandaag de dag nog steeds gezamenlijke de rozenkrans gebeden. Ook worden afbeeldingen van de Heilige Maagd extra gehuldigd.

Wij  bidden in ons klooster tenminste dagelijks gezamenlijk de rozenkrans. U kunt Uw gebedsintenties opgeven via inlichtingen@priorijthabor.nl.