vrijdag 22 januari 2021

Liturgia Horarum Maria op zaterdag. H. Johannes Chrysostomus

Uit een homilie van de heilige Johannes Chrysostomus, bisschop van Constantinopel († 407)

Adam en Christus, Eva en Maria.

Hebt ge die wonderbare overwinning gezien? En die grote daden, verricht op het kruis? Zal ik u iets vertellen dat nog wonderlijker is? Ga eens na hoe de overwinning is behaald en gij zult nog meer verstomd staan. Juist door datgene waardoor de duivel overwonnen had, heeft Christus over hem gezegevierd. Hij heeft hem met zijn eigen wapens verslagen. Hoor nu hoe dit is geschied.
De maagd, het hout en de dood betekenden onze ondergang. Die maagd was Eva, want ze had nog geen man bekend; het hout was de boom, de dood was de straf van Adam. Maar zie: weer is er een maagd, weer is er sprake van het hout en de dood, maar nu zijn deze tekens van ondergang tekens van overwinning geworden. In plaats van Eva komt Maria; in plaats van de boom van kennis van goed en kwaad is er de kruisboom; in plaats van de dood van Adam, de dood van Christus.
Ziet ge hoe de duivel met de wapens waarmee hij overwon zelf is overwonnen? Bij de boom heeft hij Adam verslagen; op het kruis heeft Christus de duivel overwonnen. Die eerste boom heeft de mens naar het dodenrijk verwezen; maar het kruishout riep zelfs hen die daarin al waren afgedaald terug. Voorts heeft die éne boom de gevangen genomen en naakte mens verborgen, maar aan die tweede boom is de overwinnaar, van zijn kleren beroofd, ten aanschouwen van allen omhooggeheven. De eerste dood trof ook hen die daarna geboren werden; Christus’ dood wekte zelfs hen die daarvóór geboren waren ten leven. ‘Wie kan al de machtige daden van de Heer verhalen?’ (Ps. 106 (105), 2). Door de dood zijn wij onsterfelijk geworden. Dat zijn de grote daden, verricht op het kruis.
Begrijpt gij nu de overwinning? Begrijpt gij hoe deze overwinning werd behaald? Verneem nu ook hoe deze overwinning zonder moeite en zonder inspanning van onze kant behaald werd? Wij hebben geen wapens met bloed bevlekt. Wij hebben niet op het slagveld gestaan. Wij hebben geen verwondingen opgelopen. Wij hebben geen oorlog gezien en toch hebben wij de zege behaald. De Heer heeft gestreden, wij hebben de overwinningskrans gekregen. Zijn triomf is ook de onze. Laten wij daarom in navolging van de soldaten vandaag met blijde stem lofzangen en liederen op deze overwinning aanheffen en de Heer jubelend toezingen: ‘De dood is verslonden, de zege is behaald! Dood, waar is uw overwinning? Dood, waar is uw angel?’ (1 Kor 15, 54-55).
Al deze grote daden heeft het kruis voor ons tot stand gebracht. Het kruis is het zegeteken, opgericht tegen de demonen, het wapen tegen de zonde, het zwaard waarmee Christus de slang heeft gedood. Het kruis is de wil van de Vader, de glorie van de eniggeboren Zoon, de vreugde van de Geest. Het kruis is het sieraad van de engelen, de bescherming van de kerk, de roem van Paulus. Het kruis is het bolwerk van de heiligen, het licht voor de hele wereld.

dinsdag 19 januari 2021

Lectio divina lingua latina Liturgia Horarum Feria III Hebdomadæ II per annum Ad Officium lectionis Vinculum caritatis Dei quis potest enarrare? Vinculum caritatis Dei quis potest enarrare? Wie kan de band beschrijven van de liefde Gods?




Lectio altera
Ex Epístola sancti Cleméntis papæ Primi ad Corínthios
(Nn. 49-50: Funk 1, 123-125)

Tweede lezing
Wie kan de band beschrijven van de liefde Gods?

Wie de liefde tot Christus bezit moet de geboden van Christus onderhouden. Wie kan de band
beschrijven van de liefde Gods? Wie de glans van haar schoonheid verhalen? De hoogte, waartoe de
liefde verheft, is niet te beschrijven. De liefde hecht ons aan God, de liefde bedekt een menigte van zonden, de liefde verdraagt alles, neemt alles geduldig op. In de liefde is niets laags, geen hoogmoed; de liefde kent geen verdeeldheid, de liefde beweegt niet tot opstandigheid, de liefde doet alles in eendracht. Alle uitverkorenen Gods zijn in de liefde volmaakt, zonder de liefde is niets aangenaam aan God. In de liefde heeft de Heer ons tot Zich genomen: om de liefde van Onze Heer Jezus Christus jegens ons heeft Hij door Gods wil zijn Bloed voor ons gegeven, zich Lichaam voor ons lichaam en zijn Ziel voor onze zielen.

Ge ziet, mijn geliefden, hoe groot en bewonderenswaardig de liefde is, en dat men haar volmaaktheid niet kan beschrijven. Wie is waardig in haar bevonden te worden dan zij alleen, die God daar waardig voor achtte? Bidden en smeken wij daarom zijn barmhartigheid af, dat wij in de liefde bevonden worden zonder enige menselijke neiging, onberispelijk. Alle geslachten van Adam af tot op onze tijd zijn verdwenen, zij echter, die door Gods genade in de liefde volmaakt zijn geworden zullen hun plaats krijgen onder de vromen en bij de verschijning van Christus’ Rijk bekend gemaakt worden. Want er staat geschreven: Treedt uw woonvertrek binnen, verberg u nog een korte tijd tot mijn gramschap voorbij is: Ik zal Mij uw goede dagen herinneren en u opwekken uit uw graven.

Zalig zijn wij, mijn geliefden, als wij de voorschriften van de Heer in de eenheid van de liefde hebben volbracht, opdat door de liefde onze zonden worden vergeven. Want er staat geschreven: Gelukkig hij, wier misdaden zijn vergeven, wier zonden zijn bedekt; gelukkig de mens, aan wie Jahweh  geen zonde meer zal aanrekenen in wiens geest geen onoprechtheid meer woont. Deze zaligspreking slaat op hen die door middel van Onze Heer Jezus Christus door God zijn uitverkoren; aan Wie de glorie is in de eeuwen der eeuwen. Amen.





Lectio divina lingua latina Liturgia Horarum Feria II Hebdomadæ II per annum Ad Officium lectionis Habete fidem in Christum et caritatem. Hebt geloof en liefde jegens Christus.



Lectio altera
Ex Epístola sancti Ignátii Antiochéni epíscopi et mártyris ad Ephésios
(Nn. 13 — 18, 1: Funk 1, 183-187)
Habete fidem in Christum et caritatem
Date óperam, ut crebrióres congregémini ad grátias Deo agéndas et ad eum laudándum. Quando enim crebri in eúndem locum convenítis, labefactántur vires Sátanæ et concórdia vestræ fídei sólvitur exítium, quod ille infert. Nihil præstántius pace est, qua abolétur omne bellum cæléstium et terrenórum.
Quorum nihil vos latet, si perfécte habuéritis in Iesum Christum fidem et caritátem, quæ inítium vitæ et finis sunt: princípium quidem fides, finis vero cáritas. Hæc autem duo in unum coeúntia Deus sunt, ómnia vero ália ad probitátem pertinéntia consectánea sunt. Nullus fidem prófitens peccat, neque caritátem póssidens odit. Manifésta est arbor ex fructu suo; simíliter qui profiténtur se Christi esse, ex iis, quæ fáciunt, cernéntur. Non enim nunc professiónis opus est, sed si quis in virtúte fídei inveniátur usque ad finem.
Mélius est tacére et esse, quam loquéntem non esse. Bonum est docére, si, qui dicit, fáciat. Unus ígitur doctor, qui dixit, et factum est; sed et quæ silens fecit, digna Patre sunt. Qui verbum Iesu póssidet, vere potest et siléntium ipsíus audíre, ut perféctus sit, ut per ea, quæ lóquitur, operétur et per siléntium suum cognoscátur. Nihil latet Dóminum, sed et arcána nostra prope ipsum sunt. Omnia ítaque faciámus quasi ipso in nobis habitánte, ut illíus simus templa et ipse sit in nobis Deus noster, qui et est et apparébit ante fáciem nostram, prout iuste dilígimus ipsum.
Ne errétis, fratres mei. Familiárum perturbatóres regnum Dei non hereditábunt. Si autem ii, qui secúndum carnem hæc operáti sunt, morte sunt affécti; quanto magis, si quis fidem Dei prava doctrína corrúmpat, pro qua Iesus Christus crucifíxus est? Talis, inquinátus factus, in ignem inexstinguíbilem ibit; simíliter et qui audit ipsum.
Ob id Dóminus in cápite suo accépit unguéntum, ut Ecclésiæ spiret incorruptiónem. Ne ungámini tætro odóre doctrínæ príncipis huius sæculi, ne captívos vos abdúcat a propósita vita. Cur vero non omnes prudéntes sumus, accépta Dei cognitióne, quod est Iesus Christus? Quid fátue perímus, non agnoscéntes donum, quod vere misit Dóminus?
Piáculum meus spíritus est crucis, quæ incrédulis scándalum, nobis vero salus est et vita ætérna
Tweede lezing
Uit de Brief aan de Ephesiërs, van de H. Ignatius van Antiochië, bisschop en martelaar

Hebt geloof en liefde jegens Christus

Doet uw best om nog vaker samen te komen om God te danken en te loven. Want wanneer gij dikwijls op dezelfde plaats samenkomt, worden de krachten van de Satan verzwakt, en door de eensgezindheid van uw geloof wordt het verderf, dat hij u wil aandoen, vernietigd. Er is niets voortreffelijkers dan de vrede, waardoor elke strijd tussen hemelse en aardse machten uitgeschakeld wordt.

Hiervan is niets u onbekend, als gij op volmaakte wijze in Jezus Christus het geloof bezit, die het begin en het einde zijn van het leven: het begin namelijk is het geloof, de liefde het einde. Deze beide in één verenigd, dat is God, en al het andere, wat op deugd betrekking heeft hangt daarmee samen. Niemand, die het geloof belijdt, zondigt, en niemand die de liefde bezit, kan haten. Men kent de boom aan zijn vruchten.  Op gelijk wijze worden zij, die belijden, dat zij   van Christus zijn, kenbaar door hun daden. Want wij hebben nu geen mondelinge belijdenis nodig, maar of iemand tot het einde toe in de kracht van het geloof bevonden wordt.

Beter is het te zwijgen en het te zijn, dan te spreken en het niet te zijn. Goed is het te onderrichten, als degene die spreekt, het ook zelf doet. Een is de Leraar, die sprak en het werd,  maar ook wat hij zwijgend deed, was de Vader waardig. Wie het woord van Jezus bezit, kan ook goed zijn zwijgen verstaan, om volmaakt te zijn, als hij doet hetgeen hij zegt, en door zijn zwijgen gekend wordt. Niets is voor de Heer verborgen, en zelfs onze geheimen zijn Hem nabij. Laten we daarom alles doen als door Hemzelf, die in ons woont, opdat wij zijn tempels zijn en Hij Zelf in ons onze God is, die Hij inderdaad is, en die voor ons zal verschijnen naargelang we Hem waarlijk beminnen.

Vergist u niet, mijn broeders. Die onruststokers van de familie zullen het Rijk Gods niet beërven. Want als zij, die dat naar het vlees deden, gedood werden, hoeveel te meer, als iemand door een slechte leer het geloof in God bederft, waardoor Jezus Christus gekruisigd is? Zo’n iemand, die daarmee bezoedeld is, zal naar het onblusbaar vuur gaan, en eveneens hij, die naar zo iemand luistert.

Daarom ontving de Heer zalf op zijn hoofd, om over de Kerk onbederfelijkheid te doen geuren. Zalft uzelf niet met de bedorven geur van de leer van de heerser over deze wereld, opdat hij u niet gevankelijk wegvoert van het leven, dat u wacht. Waarom toch zijn wij allen niet verstandig, na eenmaal de kennis van God te hebben ontvangen d.i. Jezus Christus? Vernietigen wij niet dwaas de gave, die de Heer ons juist gezonden heeft, door ze niet te erkennen?

Mijn geest is een zoenoffer, in vereniging met het kruis, voor ongelovigen een ergernis, maar voor ons zaligheid en eeuwig leven.