Posts tonen met het label Maria op zaterdag. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Maria op zaterdag. Alle posts tonen

vrijdag 1 juli 2022

Liturgia Horarum Maria op zaterdag Ruusbroec Lof en dank aan God om de waardigheid van Maria.

Uit de geschriften van de zalige Jan van Ruusbroec († 1381)

Lof en dank aan God om de waardigheid van Maria.

Wij moeten onze lieve Heer Jezus Christus lof en dank brengen om de waardigheid van Maria, zijn lieve moeder. Want uit heel de wereld koos Hij haar uit om zijn moeder te zijn. Hij achtte het niet beneden zijn waardigheid dat zij Hem ontving van de heilige Geest, Hem droeg en Hem ter wereld bracht zonder smet en zonder smart, Moeder en Maagd. En Hij achtte het niet beneden zijn waardigheid om aan haar borst gevoed te worden. De engelen zongen Hem toe: Eer aan God in de hemel, en Hij schreide in de kribbe bij zijn moeder. Zij aanbad Hem en keek naar Hem als naar haar God en haar zoon. Zij diende Hem met grote eerbied en Hij op zijn beurt diende haar zoals een goed kind zijn lieve moeder. Zij mocht tot Hem bidden als tot haar God en Hem gebieden als haar zoon. Zo’n groot wonder werd nooit gezien.
De adel van Maria’s deugden en van haar heilig leven kan men niet beschrijven noch uiteenzetten. Zij is diep in ootmoedigheid, hoog in reinheid, wijd en breed in liefde, lang in barmhartigheid jegens de zondaars die haar aanroepen, want zij is de moeder van de goedertierenheid en van alle genade en zij is onze voorspreekster en middelares tussen ons en haar zoon. Hij kan haar niet weigeren wat zij vraagt, want zij is zijn moeder en zit aan zijn rechterzijde als de koningin die met Hem gekroond is, als de vrouw die machtig is in de hemel en op de aarde, verheven boven alle schepselen en Hem het meest nabij.
Hierom moeten wij Hem danken en loven voor de grote eer, die Hij geschonken heeft aan zijn moeder naar de menselijke natuur, die ook de moeder van ons allen is. Want ondankbaarheid zou de bron van Gods genade doen opdrogen.

Maria op zaterdag - Lezingendienst Uit de dogmatische constitutie over de kerk van het Tweede Vaticaans Concilie. Maria, beeld van de kerk.


Maria, beeld van de kerk.

Vanwege de gave en de uitoefening van het goddelijk moederschap, waardoor zij met haar Zoon en Verlosser verbonden is, en vanwege haar bijzondere genaden en taken, is de heilige maagd Maria ook nauw verbonden met de kerk. Zoals reeds de heilige Ambrosius leerde, is de moeder van God het beeld van de kerk op het punt van het geloof, de liefde en de volmaakte eenheid met Christus.
Want in het mysterie van de kerk die ook zelf terecht moeder en maagd wordt genoemd, is Maria voorgegaan. Op alles overtreffende wijze is zij het toonbeeld van de maagd en de moeder. Zij heeft immers in geloof en gehoorzaamheid, zonder een man te bekennen maar overschaduwd door de heilige Geest, de Zoon zelf van de Vader ter wereld gebracht. Als nieuwe Eva heeft zij niet aan de oude slang, maar aan de door God gezonden engel geloof geschonken, een geloof dat door geen twijfel werd aangetast. Zij heeft de Zoon ter wereld gebracht die door God is aangesteld als ‘eerstgeborene onder vele broeders’ (Rom. 8, 29); hiermee zijn de gelovigen bedoeld. Bij hun geestelijke geboorte en groei verleent zij vol moederliefde haar medewerking.
De kerk overweegt het geheim van haar heiligheid, zij volgt haar liefde na en volbrengt getrouw de wil van de Vader. Tegelijkertijd wordt zij eveneens moeder door het woord van God gelovig te ontvangen. Door de verkondiging en het doopsel brengt zij voor een nieuw en onsterfelijk leven kinderen ter wereld, die van de heilige Geest ontvangen en uit God geboren zijn. De kerk is bovendien zelf maagd door het geloof, dat zij haar Bruidegom heeft geschonken, ongeschonden en zuiver te bewaren. In navolging van de moeder van haar Heer bewaart zij op maagdelijke wijze, door de kracht van de heilige Geest, een volkomen geloof, een vaste hoop en een oprechte liefde.
Terwijl de kerk in de persoon van de allerheiligste Maagd de volmaaktheid waardoor zij ‘zonder vlek of rimpel (Ef. 5, 27) is, al bereikt, moeten de gelovigen zich echter blijven inspannen om de zonde te overwinnen en in heiligheid te groeien. Daarom slaan zij de ogen op naar Maria, die als een toonbeeld van deugd schittert voor de hele gemeenschap van uitverkorenen. Wanneer de kerk godvruchtig aan haar denkt en haar in het licht van het mensgeworden Woord beschouwt, dringt zij met eerbiedige schroom dieper door in het verheven mysterie van de menswording en gaat zij steeds meer op haar Bruidegom gelijken.
Want telkens als Maria het voorwerp is van prediking en verering, vestigt zij de aandacht van de gelovigen op haar Zoon en zijn offer en op de liefde van de Vader. Zij staat immers midden in de heilsgeschiedenis en in zekere mate verenigt en weerspiegelt zij in haar persoon de voornaamste geloofsgegevens. Wat nu de kerk betreft, door de heerlijkheid van Christus na te streven gaat zij steeds meer op haar verheven voorbeeld gelijken, daar zij aanhoudend groeit in geloof, hoop en liefde, en in alles Gods wil zoekt en hieraan gehoorzaamt.
Daarom ziet de kerk ook bij haar apostolische arbeid terecht op naar haar die Christus ter wereld heeft gebracht. Hij werd van de heilige Geest ontvangen en uit de Maagd geboren om, door middel van de kerk, ook in het hart van de gelovigen geboren te worden en te groeien. De heilige Maagd is in haar leven het voorbeeld van de moederlijke liefde waarmee allen bezield moeten zijn die in de apostolische zending van de kerk medewerken aan de wedergeboorte van de mensen.

vrijdag 25 februari 2022

Salve Sancta Parens (Feasts of the BVM, Introitus)

Saturday Devotions in Honor of Our Lady


M. Jean Frisk, S.S.M.
Historical Background of the Saturdays in Honor of Mary
To dedicate Saturday in honor of Mary is an ancient custom. It is based on a legendary account that Jesus appeared to Mary on the Saturday, the day after His death. He did so to reward her for her steadfast faith in His divinity, which did not waver under the Cross. Another strain of devotional thought explains that Divine Wisdom, becoming flesh of the Virgin Mary, rested (Saturday=Sabbath=day of rest) in Mary as on a bed.

One of the oldest customs traced to honoring Mary on Saturday in the Church of Rome took place on the Saturday before "Whitsunday" [White Sunday]. The newly-baptized members of the Church were led from St. John's baptistry of the Lateran to Mary's great shrine on the Esquilin, St. Mary Major [built under Pope Liberius 352-66]. St. John of Damascus' († 754) writings testify to the celebration of Saturdays dedicated to Mary in the Church of the East. The liturgical books of the ninth and tenth centuries contain Masses in honor of Mary on Saturday.

The Dictionary of Mary states:
Hence, Saturday acquired its great Marian tone and the existing fast on that day became associated with Mary. Today, the strongest trace of Mary's relationship with Saturday occurs in the Liturgy. Saturday is dedicated to Mary by a Mass or Office of the Blessed Virgin Mary. Through these liturgical acts, Christians exalt the person of Mary in the action that renews the sacrifice of Christ and in the action that prolongs his prayer.

This liturgical attribution of Saturday to Mary was largely the work of Alcuin (735-804), the Benedictine monk who was "Minister of Education" at the court of Charlemagne and who contributed in a decisive manner to the Carolingian liturgical reform. Alcuin composed six formularies for Votive (that is, devotional) Masses – one for each day of the week. And he assigned two formularies to Saturday in honor of Our Lady. The practice was quickly and joyously embraced by both clergy and laity.

Cardinal Peter Damian († 1072) fostered the Marian Saturday celebration as well.
The custom was specially furthered during the time of the crusades. Peter of Amiens preached the first crusade and started out with a vanguard for Constantinople on a Saturday, March 8, 1096. Pope Urban II admonished the faithful to pray the hours of the liturgy in honor of the most holy Virgin for the crusaders. At the Synod of Clermont the year before, he had prescribed priests to do so.

The custom of dedicating Saturday Masses to Mary was fostered specially in the cloister churches of the various orders, and quickly spread throughout the whole Church.

In addition to the liturgical celebrations on Saturdays, other customs kept step – especially works of neighborly love. For example, King Louis of France († on the last crusade) fed over one hundred of the poor at his palace. He ate with them and sent them away richly-laden with gifts.

The great theologians of the twelfth and thirteenth centuries, Sts. Bernard, Thomas, and Bonaventure explained the dedication of Saturdays to Mary by pointing to the time of Christ's rest in the grave. Everyone else had abandoned Christ; only Mary continued to believe. This was her day!

A Dominican missal of the fifteenth century listed additional reasons in a hymn: Saturday is the day when creation was completed. Therefore it is also celebrated as the day of the fulfillment of the plan of salvation, which found its realization through Mary. Sunday is the Lord's Day, so it seemed appropriate to name the day preceding as Mary's day.

In the centuries to follow, the Marian Saturdays were expressed in several devotions. This was the day the faithful selected to go on pilgrimages. Sodalities held their meetings on Saturdays and called them Fraternity Saturdays or Sodality Saturdays. The seven dolors or sorrows of Mary were commemorated on seven consecutive Saturdays. The fifteen Saturdays before the liturgy in honor of Mary as Queen of the Rosary [October 7] recalled the fifteen decades of the rosary. In some areas this was the day that the crops and harvests were blessed and celebrated. A German manuscript from 1673 states:

The people of Hamingen have from ancient times vowed to hold a procession to this church every Saturday from the feast of St. Gregory to the feast of St. James [to ask] for protection for the fruits of the fields and against the storms and hail. Their descendants failed to do so to their great misfortune because the hail did great damage. After they renewed the practice, no one heard further of great damage.

The growing devotion in honor of the Immaculate Conception by the Franciscans contributed to furthering the Marian Saturdays. In 1633 the Order's Chapter determined that a Holy Mass in honor of this mystery was to be celebrated.

Over time, it became customary for Catholics everywhere to consider Saturday Mary's day just as Sunday is the Lord's Day. Many of the faithful commemorated the day by attending Mass, receiving the Eucharist, and praying the rosary as a family or attending an evening devotion at the Church, as well as performing works of neighborly love in many forms.

Vatican II with its liturgical reforms did not abolish the practice of Masses in honor of Our Lady. Additions were made to expand the number of the liturgies. In 1986 A new sacramentary and lectionary were published with forty-six options for votive Masses in honor of Our Lady

vrijdag 24 september 2021

Why is Saturday considered Mary’s day? This carries us back to the first Good Friday.


In the devotions of the church, there are certain feast days that take place once a year — such as St. Nicholas on Dec. 6 or the Feast of the Guardian Angels on Oct. 2. There are also devotions focused on certain months of the year — such as rosary month in October and the month of All Souls in November. Other items of faith are remembered every week, with certain days having a traditional emphasis — the most important being the Lord’s Day on Sunday. Another important devotion on a weekday honors the Blessed Mother each Saturday. This tradition carries us back to the first Good Friday.

The tradition of honoring Mary on Saturday is old and is based on Saturdays being the day when the Lord rested in the tomb. Tradition says that Mary’s faith did not waver during this day of mourning and that the Lord himself visited her on this day. Today, in many Spanish-speaking areas, Holy Saturday is a time to honor Nuestra Señora de la Soledad or “Our Lady of Solitude.”

Most sources trace Marian-based liturgical celebrations on Saturdays to an 8th century Benedictine monk named Alcuin. A native of England (probably York), Alcuin was a theologian, teacher and liturgist who later became Abbot of Tours (France). One of his lasting accomplishments was to develop a sacramentary or missal, a guide for the celebration of Mass. Acluin lived not long after the fall of Rome and the church’s books and records detailing how the Mass was celebrated were lost. Alcuin’s Missal, commissioned by the Emperor Charlemagne, helped unify the various styles by which the Mass had come to be celebrated around Europe. One of Alcuin’s contributions was to develop votive Masses for days of the week and he established at least one, for Saturday, in honor of Mary.

There is also a tradition, noted in the Sarum Missal of 11th century England, that cites devotions to Mary held on Saturday in the church at Constantinople. There, during evening vespers on Fridays, a curtain that veiled a statue of Mary would be lifted away revealing that statue until the close of Saturday vespers. Some say the veil was lifted in a miraculous fashion.

Pope Paul VI, in his apostolic exhortation on Marian devotions in 1974, noted that honoring the Blessed Mother on Saturday originated “especially in the East.” Through the ensuing centuries, various devotions to Mary grew and often focused on Saturdays. Some began around the time of the early Crusades, while most developed through the devotion of various religious communities such as the Servites, Franciscans and Carmelites.

The Carmelite order is especially tied to the Sabbatine Privilege. This is the pious belief that Mary, in a vision to Pope John XXII in 1322, promised she would aid souls in purgatory, on the Saturday following their deaths. Later popes ratified this devotion to Mary, when done for the purpose of drawing closer to Christ through his mother and her intercession.

Honoring the Immaculate Heart of Mary on Saturdays and reciting the rosaries on that day developed over subsequent Saturdays. These included attending Mass on the 15 Saturdays before the feast of the Holy Rosary on Oct. 7, or honoring the Seven Sorrows of Mary for seven consecutive Saturdays.

While there are references to devoting the first Saturdays of each month to reparation and prayer, especially the rosary, the best known is the reported apparitions of three shepherd children at Fatima, Portugal, in 1917. Of their visions over six months’ time, the one the children reported on July 13 said that Mary asked for the “communion of reparation” on first Saturdays.

Later, in 1925, Sr. Lucia, the only Fatima visionary still living at the time, reported that Mary again appeared to her and promised assistance at the hour of death to anyone who honored her son with prayers, including the rosary, confession and Eucharist, for five consecutive first Saturdays.

In 1974, during the period of liturgical reform following the Second Vatican Council, Pope Paul noted this long tradition of Saturday devotions and “Masses of Our Lady” calling them “an ancient and simple commemoration” that had been made “very adaptable and varied by the flexibility of the modern calendar and the number of formulas provided by the Missal.”

Honoring Mary on Saturday, the first day of our current days of weekend rest — whether at Mass, in prayer or even walking through a Mary garden — reminds us that the Blessed Mother wants to point us toward her Son who is the master of the Lord’s Day, and every other day of the week.

"Whatever its historical origins may be, today the memorial rightly emphasizes certain values to which contemporary spirituality is more sensitive. It is a remembrance of the maternal example and discipleship of the Blessed Virgin Mary who, strengthened by faith and hope, on that “great Saturday” on which Our Lord lay in the tomb, was the only one of the disciples to hold vigil in expectation of the Lord’s resurrection. It is a prelude and introduction to the celebration of Sunday, the weekly memorial of the Resurrection of Christ. It is a sign that the Virgin Mary is continuously present and operative in the life of the Church."

Sources: Thecompassnews.org and Directory on popular piety and the liturgy

Introitus Salve Sancta Parens - zingen we zo in de Basiliek b.g.v. Maria op Zaterdag (per annum C)

vrijdag 17 september 2021

Maria op zaterdag - De zegen van de Vader is aan de mensen verschenen dank zij Maria.

Uit een preek van de heilige Sophronius, bisschop van Jeruzalem († 638)
De zegen van de Vader is aan de mensen verschenen dank zij Maria.
‘Verheug u, Begenadigde, de Heer is met u’ (Lc. 1, 28). Wat kan er boven deze vreugde gaan, Maagd en Moeder? Wat kan er grootser zijn dan deze genade, die gij alleen van God hebt ontvangen? Of kan men iets bedenken dat zo verheugend en stralend is als deze genade? Alles staat ver beneden het wonder dat in u te zien is, alles blijft ver beneden de genade die aan u is geschonken. Zelfs de grootste voorrechten komen pas op de tweede plaats en staan hierbij in de schaduw.
‘De Heer is met u.’ Wie durft zich met u te vergelijken? God wordt uit u geboren. Wie zal voor u geen plaats willen maken en aan u met vreugde de voorrang toekennen? Bij het zien van uw bevoorrechting boven alle schepselen, roep ik u daarom opgetogen toe: ‘Verheug u, Begenadigde, de Heer is met u’. Van u uit wordt er niet alleen vreugde gebracht aan de mensen maar ook aan de hemelse machten.
Waarlijk ‘gij zijt gezegend onder de vrouwen’, omdat gij de vloek van Eva in zegening hebt veranderd. Omdat Adam, die onder de vervloeking gebukt ging, door toedoen van u werd gezegend.
Waarlijk, gij zijt gezegend onder de vrouwen, omdat dank zij u de zegen van de Vader aan de mensen is verschenen en deze hen van de oude vervloeking heeft bevrijd.
Waarlijk gij zijt gezegend onder de vrouwen, omdat dank zij u uw voorvaderen gered werden, want gij zult de Verlosser ter wereld brengen, die hun Gods heil zal brengen.
Waarlijk, gij zijt gezegend onder de vrouwen, omdat gij hoewel gij een ongezaaide akker waart - de vrucht hebt voortgebracht die heel de aarde zegening schenkt en haar van de vloek van distels en doornen bevrijdt.
Waarlijk, gij zijt gezegend onder de vrouwen, omdat gij - die van nature een aardse vrouw zijt - werkelijk moeder van God zult worden. Want als Hij die uit u geboren zal worden, in waarheid de mensgeworden God is, moogt gij met het volste recht moeder van God genoemd worden; gij baart immers werkelijk God. Gij draagt in de beslotenheid van uw schoot God zelf, Hij woont in u naar het vlees, en Hij treedt uit u naar buiten als een bruidegom, die aan allen vreugde schenkt en over allen zijn goddelijk licht laat stralen.
Want in u, o Maagd, heeft God als in een allerzuiverste en stralende hemel zijn tent opgeslagen en uit u zal Hij naar buiten treden als een bruidegom uit het bruidsvertrek. Als een reus zal Hij in zijn leven de weg gaan die alle levenden tot het heil zal voeren. Zijn tocht zal gaan van het ene uiteinde van de hemel tot het andere en alles zal Hij vervullen met zijn goddelijke gloed en zijn levenschenkende glans.
Waarlijk gij zijt gezegend onder de vrouwen, omdat gij de vloek van Eva in zegening hebt veranderd. Dank zij u is de zegen van de Vader aan de mensen verschenen. Dank zij u werden uw voorvaderen gered.Dank zij u is de zegen van de Vader aan de mensen verschenen.

vrijdag 29 januari 2021

Liturgia Horarum Preek van de zalige Aelred - Maria, onze moeder

Maria op zaterdag

Uit een preek van de zalige Aelred, abt van Rievaulx († 1167)

Maria, onze moeder.

Laten wij naderen tot Christus’ bruid, naderen tot zijn moeder en tot zijn trouwe dienstmaagd. Dit alles is de heilige Maria.
Maar wat kunnen wij voor haar doen? Welke gaven kunnen wij haar aanbieden? Konden wij haar tenminste geven, wat wij haar rechtens verschuldigd zijn. Wij zijn haar eer verschuldigd, wij zijn haar dienstbetoon verschuldigd, wij zijn haar liefde verschuldigd, wij zijn haar lof verschuldigd. Wij zijn haar eer verschuldigd, omdat zij de moeder is van onze Heer. Want wie de moeder niet eert, eert ongetwijfeld ook de zoon niet. Zo staat het ook in de Schrift: ‘Eert uw vader en uw moeder’ (Ex. 20, 12).
Wat zullen we dan zeggen? Is Maria niet onze moeder? Zeker, zij is waarlijk onze moeder. Door haar toedoen zijn wij immers geboren, niet voor de wereld, maar voor God.
Wij waren allen, zoals gij gelooft en weet, overgeleverd aan dood en verwording en leefden in duisternis en ellende. Wij waren overgeleverd aan de dood, omdat wij de Heer verloren hadden, gedoemd tot verwording, omdat wij aan het bederf onderhevig waren; wij leefden in duisternis, omdat wij verstoken waren van het licht der wijsheid. Zo was onze ondergang volkomen.
Maar dank zij de heilige Maria zijn wij op veel betere wijze geboren dan door toedoen van Eva, want Christus is uit haar geboren. Onze verwording maakte plaats voor vernieuwing; in plaats van bederf kwam onbederfelijkheid, in plaats van duisternis licht.
Zij is onze moeder, de moeder door wie wij onze onbederfelijkheid en ons licht hebben gekregen. De apostel zegt van onze Heer: ‘Hij is van Godswege onze wijsheid geworden, onze gerechtigheid, heiliging en verlossing’ (1 Kor. 1, 30).
Zij die de moeder is van Christus, is dus de moeder van onze wijsheid, de moeder van onze gerechtigheid, de moeder van onze heiliging, de moeder van onze verlossing. In die zin is zij méér onze moeder dan onze aardse moeder het is. Aan haar danken wij een betere geboorte, omdat uit haar degene is voortgekomen, die onze heiligheid en wijsheid, onze gerechtigheid, heiliging en verlossing is.
‘Looft de Heer in zijn heiligen’ (Ps. 150, 1 Vulg.), zegt de Schrift. Als onze Heer lofwaardig is in die heiligen door wie Hij machtige daden en wonderen verricht, hoeveel te meer is Hij dan lofwaardig in Maria in wie Hij het wonder van zijn menswording heeft verricht, Hij die meer dan alle wonderen wonderbaar is!

First Saturday Devotion to the Blessed Virgin Mary - filmpje

vrijdag 22 januari 2021

Liturgia Horarum Maria op zaterdag. H. Johannes Chrysostomus

Uit een homilie van de heilige Johannes Chrysostomus, bisschop van Constantinopel († 407)

Adam en Christus, Eva en Maria.

Hebt ge die wonderbare overwinning gezien? En die grote daden, verricht op het kruis? Zal ik u iets vertellen dat nog wonderlijker is? Ga eens na hoe de overwinning is behaald en gij zult nog meer verstomd staan. Juist door datgene waardoor de duivel overwonnen had, heeft Christus over hem gezegevierd. Hij heeft hem met zijn eigen wapens verslagen. Hoor nu hoe dit is geschied.
De maagd, het hout en de dood betekenden onze ondergang. Die maagd was Eva, want ze had nog geen man bekend; het hout was de boom, de dood was de straf van Adam. Maar zie: weer is er een maagd, weer is er sprake van het hout en de dood, maar nu zijn deze tekens van ondergang tekens van overwinning geworden. In plaats van Eva komt Maria; in plaats van de boom van kennis van goed en kwaad is er de kruisboom; in plaats van de dood van Adam, de dood van Christus.
Ziet ge hoe de duivel met de wapens waarmee hij overwon zelf is overwonnen? Bij de boom heeft hij Adam verslagen; op het kruis heeft Christus de duivel overwonnen. Die eerste boom heeft de mens naar het dodenrijk verwezen; maar het kruishout riep zelfs hen die daarin al waren afgedaald terug. Voorts heeft die éne boom de gevangen genomen en naakte mens verborgen, maar aan die tweede boom is de overwinnaar, van zijn kleren beroofd, ten aanschouwen van allen omhooggeheven. De eerste dood trof ook hen die daarna geboren werden; Christus’ dood wekte zelfs hen die daarvóór geboren waren ten leven. ‘Wie kan al de machtige daden van de Heer verhalen?’ (Ps. 106 (105), 2). Door de dood zijn wij onsterfelijk geworden. Dat zijn de grote daden, verricht op het kruis.
Begrijpt gij nu de overwinning? Begrijpt gij hoe deze overwinning werd behaald? Verneem nu ook hoe deze overwinning zonder moeite en zonder inspanning van onze kant behaald werd? Wij hebben geen wapens met bloed bevlekt. Wij hebben niet op het slagveld gestaan. Wij hebben geen verwondingen opgelopen. Wij hebben geen oorlog gezien en toch hebben wij de zege behaald. De Heer heeft gestreden, wij hebben de overwinningskrans gekregen. Zijn triomf is ook de onze. Laten wij daarom in navolging van de soldaten vandaag met blijde stem lofzangen en liederen op deze overwinning aanheffen en de Heer jubelend toezingen: ‘De dood is verslonden, de zege is behaald! Dood, waar is uw overwinning? Dood, waar is uw angel?’ (1 Kor 15, 54-55).
Al deze grote daden heeft het kruis voor ons tot stand gebracht. Het kruis is het zegeteken, opgericht tegen de demonen, het wapen tegen de zonde, het zwaard waarmee Christus de slang heeft gedood. Het kruis is de wil van de Vader, de glorie van de eniggeboren Zoon, de vreugde van de Geest. Het kruis is het sieraad van de engelen, de bescherming van de kerk, de roem van Paulus. Het kruis is het bolwerk van de heiligen, het licht voor de hele wereld.