zaterdag 28 december 2019

Communio Feest H. Familie Fili quid fecisti nobis

Prayer - Some Definite Purpose by Cardinal John Henry Newman


Some Definite Purpose by Cardinal John Henry Newman

God has created me to do Him some definite service
He has committed some work to me which He has
not committed to another
I have my mission
I may never know it in this life but I shall be told it
in the next
I am a link in a chain
a bond of connection between persons
He has not created me for naught
I shall do good - I shall do His work
I shall be an angel of peace
a preacher of truth in my own place while not
intending it if I do but keep His commandments
Therefore I will trust Him whatever I am, I can never
be thrown away
If I am in sickness, my sickness may serve Him in
perplexity, my perplexity may serve Him
If I am in sorrow, my sorrow may serve Him
He does nothing in vain
He knows what he is about
He may take away my friends
He may throw me among strangers
He may make me feel desolate
make my spirits sink
hide my future from me – still He knows what He is
about.

donderdag 26 december 2019

St. John the Evangelist - short movie

Lectio divina lingua latina Liturgia Horarum Die 27 decembris S. Ioannis, Apostoli et Evangelistæ Ad Officium lectionis Manifestata est ipsa Vita in carne

Lectio altera
Ex Tractátibus sancti Augustíni epíscopi in Epístolam Ioánnis
(Tract. 1, 1. 3: PL 35, 1978. 1980)
Tweede lezing
Uit de verhandelingen van de heilige Augustinus, bisschop van Hippo († 430), over de Eerste Brief van Johannes
Het leven is verschenen
‘Het bestond vanaf het begin - we hebben het gehoord en met eigen ogen gezien; we hebben het aanschouwd en onze handen hebben het aangeraakt dáárover spreken wij, over het woord dat leven is’ (1 Joh. 1, 1). Wie zou met zijn handen het Woord kunnen aanraken, als ‘het Woord niet vlees geworden was en onder ons gewoond had’ (Joh. 1, 14)?
Dit woord echter is vlees geworden, om door mensenhanden aangeraakt te kunnen worden; op een bepaald ogenblik is het vlees geworden in de schoot van een maagd, Maria. Dat ogenblik was weliswaar niet de aanvang van het Woord, want, zegt Johannes: ‘het bestond vanaf het begin’. Hier wordt zijn brief bevestigd door zijn evangelie, waaruit ge hebt gehoord: ‘In het begin was het Woord en het Woord was bij God (Joh. 1, 1)’.
Men zou kunnen denken dat met de uitdrukking: ‘het Woord dat leven is’ (1 Joh. 1, 1), op een of andere manier Christus bedoeld wordt, maar niet het lichaam zelf van Christus dat met de handen aangeraakt kon worden. Let echter op het vervolg van de tekst: ‘Het leven is verschenen.’ Christus is dus het Woord dat leven is.
Hoe heeft dit leven zich geopenbaard? Het bestond weliswaar vanaf het begin, maar het was nog niet aan de mensen geopenbaard. Wel aan de engelen die het aanschouwen en er zich mee voeden. Wat zegt echter de Schrift? ‘Brood voor engelen heeft de mens gegeten’ (Ps. 78 (77), 25).
Het leven zelf is dus verschenen in het vlees. En het werd zo in de openbaarheid gesteld, dat een werkelijkheid die alleen door het hart waargenomen kon worden, ook met de ogen gezien kon worden, juist om het hart van de mensen gezond te maken. Want alleen met het hart kan het Woord waargenomen worden; vlees echter wordt ook met de lichamelijke ogen waargenomen. Nu waren wij wel in staat vlees te zien, maar niet om het Woord te zien. Daarom is het Woord vlees geworden, een mens die we konden zien, opdat door de menswording ons hart zou genezen zodat we het Woord konden zien.
‘Wij getuigen ervan,’ zegt Johannes, ‘wij maken het u bekend: het eeuwige leven dat bij de Vader was en zich in ons heeft geopenbaard’ (1 Joh. 1, 2). ‘In ons’ betekent hier: onder ons, of nog duidelijker: wat aan ons is verschenen.
‘Wat wij gezien en gehoord hebben, dat verkondigen wij ook aan u’ (1 Joh. 1, 3). Hoort ge dat? ‘Wat wij gezien en gehoord hebben, dat verkondigen wij ook aan u.’ De leerlingen hebben de Heer zelf lichamelijk aanwezig gezien, zij hebben woorden uit de mond van de Heer zelf gehoord, en die hebben zij ons verkondigd. Ook wij hebben dus gehoord, maar gezien hebben we niet.
Zijn wij daarom minder gelukkig dan zij die gezien en gehoord hebben? Waarom voegt Johannes er dan aan toe: ‘Opdat ook gij gemeenschap moogt hebben met ons?’ (1 Joh. 1, 3). Zij hebben gezien, wij hebben niet gezien. Toch zijn we deelgenoten, omdat we één gemeenschappelijk geloof hebben.
‘En onze gemeenschap is gemeenschap met God de Vader en zijn Zoon Jezus Christus. En wij schrijven u dit om uw vreugde volkomen te maken’ (1 Joh. 1, 3-4). Johannes kan zich slechts een volkomen vreugde indenken in die gemeenschap, in die liefde, in die eenheid.

Dit is Johannes die bij de maaltijd aan Jezus’ borst heeft gerust. Gelukkig de apostel aan wie de hemelse geheimen zijn geopenbaard.
De Heer was voor hem de bron waaruit hij het levend water van het evangelie dronk.
Gelukkig de apostel aan wie de hemelse geheimen zijn geopenbaard.


Een interessant attribuut – de H. Johannes, Evangelist en Apostel, en zijn adelaar

In de iconographie wordt de H. Johannes, apostel en evangelist, meestal met zijn symbool, de adelaar of arend, voorgesteld, zoals u vandaag op de verschillende illustraties op dit blog heeft kunnen zien. Vooral in oude getijdenboeken vindt men in de initiaal van het officieformulier de schrijvende Apostel in ballingschap afgebeeld, op het eiland Patmos terwijl een adelaar hem gezelschap schijnt te houden. Deze adelaar brengt nieuwe schriftrollen aan of houdt het voltooide evangelie in de snavel,terwijl de H. Johannes naar de hemel blikt en de visoenen van de Openbaring schouwt, die Hij ook zal opschrijven.
Zijn blik is scherpziend, hij ziet van verre objecten die andere vogels niet zien. Zijn vlucht is pijlsnel omhoog, in de richting van de zon.  Hij vliegt gewoonlijk hoog en daarmee is er een verband  met het hoge theologische gehalte van het Johannesevangelie. Zijn evangelie omvat de duiding van de woorden en werken van Jezus.
En welke wondermooie woorden heeft de evangelist gevonden? Een van de schoonste momenten, zonder welk het voor menigeen geen Kerstmis kan zijn, in zijn wonderbare Proloog van het Evangelie: In het begin was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God. Alles is door het woord geworden en zonder het Woord is niets geworden van wat geworden is. In Hem was het Leven en het Leven was het Licht voor de mensen. En het Licht scheen in de duisternis maar de duisternis heeft het niet aanvaard… En het Woord is Vlees geworden en heeft onder ons gewoond en wij hebben Zijn heerlijkheid gezien, de heerlijkheid van de enige Zoon van God, vol genade en waarheid.

De symbolen van de andere evangelisten zijn: van Mattheus een gevleugelde mens of engel. Zijn evangelie begint immers met de geslachtslijst van Jezus naar zijn menselijke afstamming  en in de eerste hoofdstukken volgen voorts de aankondigingen door de aartsengel Gabriël van twee wonderbare ontvangenissen en geboorten, namelijk die van Johannes de Doper en Jezus. Van de evangelist Marcus is het een gevleugelde leeuw: zijn evangelie begint met de prediking van Johannes de Doper, de Voorloper van Christus in de woestijn. Denk aan de gevleugelde leeuwen op het San Marcoplein in Venetië. Van Lucas tenslotte een gevleugeld rund: zijn evangelie begint met het offer van de priester Zacharias in de tempel.

Lezingen H. Mis Zondag onder het octaaf van kerstmis – feest van de H. Familie jaar A laat de vrede van Christus heersen in uw hart.

Eerste lezing (Sirach 3,2-7.12-14)
De Heer heeft een vader aangesteld over de kinderen;
en de moeder recht gegeven over haar zonen.
Wie zijn vader eerbiedigt, krijgt vergiffenis van zonden
en als iemand die schatten verzamelt
is hij, die zijn moeder eert.
Wie zijn vader eert, beleeft vreugde aan zijn kinderen,
en wanneer hij bidt, wordt hij verhoord.
Wie zijn vader eert zal een lang leven genieten
en wie zijn vader gehoorzaamt,
verkwikt het hart van zijn moeder.
Wie de Heer vreest, eert zijn ouders.
Kind, draag zorg voor uw vader op zijn oude dag
en doe hem geen verdriet zolang hij leeft.
Op de dag dat je in nood zijt, wordt aan u gedacht;
gij die nog in volle kracht zijt, veracht uw vader niet.
Medelijden met uw vader zal niet worden vergeten,
anders dan de zonden, bouwt zij uw huis op.

Tweede lezing (Kol. 3, 12-21)
Broeders en zusters,
bekleedt u,
als Gods heilige en geliefde uitverkorenen
met tedere ontferming, goedheid, deemoed,
zachtheid en geduld.
Verdraagt elkander
en vergeeft elkander als de een tegen de ander een grief heeft.
Zoals de Heer u vergeven heeft,
zo moet ook gij vergeven.
Voegt bij dit alles de liefde als de band der volmaaktheid.
En laat de vrede van Christus heersen in uw hart;
daartoe zijt gij immers geroepen, als leden van een lichaam,
en weest dankbaar.
Het woord van Christus moge in volle rijkdom onder u wonen.
Leert en vermaant elkander met alle wijsheid.
Zingt voor de Heer met een dankbaar hart psalmen,
hymnen en liederen,
ingegeven door de Geest.
En al wat gij doet in woord en werk,
doet alles in de Naam van Jezus de Heer,
God de Vader dankend door Hem.
Vrouwen, weest uw man onderdanig,
zoals het christenen betaamt.
Mannen, heb uw vrouw lief en weest niet humeurig tegen haar.
Kinderen, gehoorzaamt uw ouders in alles,
want dit is de Heer welgevallig.
Vaders, tergt uw kinderen niet,
opdat zij de moed niet verliezen.

evangelie (Mt. 2, 13-15.19-23)
De Heer zij met u.
En met uw geest.
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs.
Lof zij U, Christus.

Toen de Wijzen waren heengegaan,
verscheen een engel van de Heer in een droom aan Jozef
en sprak:
“Sta op, neem het kind en zijn moeder,
vlucht naar Egypte en blijf daar tot ik u waarschuw,
want Herodes komt het kind zoeken om het te doden.”
Hij stond op
en week in de nacht met het kind en zijn moeder
naar Egypte uit.
Daar bleef hij tot aan de dood van Herodes,
opdat in vervulling zou gaan
wat de Heer gesproken had door de profeet:
“Ik heb mijn zoon geroepen uit Egypte.”
Nadat Herodes gestorven was,
verscheen in Egypte een engel van de Heer
in een droom aan Jozef en zei:
“Sta op, neem het kind en zijn moeder
en trek naar het land Israël,
want die het kind naar het leven stonden, zijn gestorven.”
Hij stond op, nam het kind en zijn moeder
en ging naar het land Israël.
Toen hij echter hoorde, dat Archelaüs
in plaats van zijn vader Herodes,
over Juda heerste,
vreesde hij daarheen te gaan;
van Godswege in een droom ingelicht,
begaf hij zich daarom naar het gebied van Galilea.
Hier aangekomen, vestigde hij zich in een stad, Nazaret geheten,
opdat in vervulling zou gaan
wat door de profeten gezegd was:
“Hij zal een Nazoreeër genoemd worden.”
Woord van de Heer.
Wij danken God.

Overweging Dr. Alphons Jaakke in de Nachtmis 2019 Laat ons hart een veilige plek zijn, waaraan Jozef en Maria, hun Kind, het Licht van de wereld, kunnen toevertrouwen.


 
Hedenmiddag mocht ik uit het Evangelie van Matteüs de geboorteaankondiging van Jezus voorzingen: het liber generationis van Jezus, de Gezalfde (Messias = Christus), de zoon van David, de zoon van Abraham. In een repeterend staccato volgen de 3 x 14 generaties elkaar op: A verwekte B, B verwekte C, enz. om heel verrassend te eindigen met ”Maria uit wie Jezus verwekt werd die de Christus wordt genoemd”. Matteüs verhaalkt ons dit helemaal vanuit het perspectief van Jozef, die borg stond voor de Davidische afkomst van Jezus. Maar de oude kerkvaders leerden het al: ‘aliter docet Matteüs, aliter docet Lucas’. Matteüs onthult ons het geheim van Jezus’ afkomst, en ook Lucas, maar op een geheel andere manier. Hij laat ons meekijken vanuit het perspectief van de twee vrouwen die nichten van elkaar zijn: Elisabeth namelijk en Maria, die beiden op onverwachte wijze nieuw leven ter wereld brengen: Elisabeth, omdat ze vanwege haar hoge ouderdom niet meet vruchtbaar is, Maria, omdat ze geen man bekent, zoals de Schrift dat zo mooi weet te zeggen.
De geboorte van Jezus wordt door Lucas geplaatst in het kader van een volkstelling, op touw gezet door de Romeinse gezaghebber, casu quo bezetter, om zo de schatkist van de keizer in Rome te kunnen spekken.  Daartoe moeten Jozef en de zwangere Maria op weg gaan van het onooglijke Nazareth in Galilea naar het even onbekende gehucht Bethlehem ten zuiden van Jeruzalem. Aan een schijnbaar volstrekt onbetekenende geboorte wordt hier een wereldwijde dimensie gegeven, de grootsheid van het Romeinse Rijk, ja, de hele wereld, wordt het toneel waarop zich het Nieuwe Leven gaat ontvouwen. Zo wijst als de grote geschiedenis van de machthebbers met hun wereldrijken is, zo bescheidener is de manier waarop het Kind ter wereld komt. Zelfs in de karavanserai, een overnachtingsplek voor reizigers en hun rijdieren, is er voor hen geen plek en moeten Jozef en Maria zich behelpen met een voederbak, waar herders hun schapen bijvoeren.
De opmerking dat het om Maria’s eerstgeboren Zoon gaat heeft verschillende perspectieven: het verwijst terug naar de bevrijding uit Egypte , het machtsgebied van de Farao, tegen wie God zei: “Laat Israël, mijn eerstgeborene gaan”; het verwijst ook vooruit naar de opdracht van Jezus in de tempel. Want als eerstgeborene behoort Hij op een bijzondere wijze aan God toe. De band tussen Jezus en God is geheel uniek. Alleen wie dit op aarde weet te schatten, kan deze ‘glorie van God’ aanvoelen. Niet de machthebbers van deze wereld, maar herder aan de rand van de samenleving , ‘de armen’, over wie Maria in haar Magnificat zong. Een engel als boodschapper spoort hen aan op weg te gaan met woorden als “goed nieuws”, “Redder” en “heil” (vers 10-11), bewoordingen die in berichtgeving over de Romeinse keizer zwaar politiek beladen waren. Was de Romeinse keizer niet een verlosser voor zijn onderdanen, een vrede-brenger? Maar in het geval van Jezus gaat het om een ander soort kiezer. Want de schare engelen die bij de engelbode aansluit, fungeert als een soort slotkoor met een vredewens voor alle mensen in wie God welgevallen heeft. Vrede niet als resultaat van onderdrukking, van machtsuitoefening, of van polderen, maar vrede volgens het Hebreeuwse ‘sjaloom’, namelijk de vriendschapsband met God, persoonlijk en collectief, op grond van overgave en vertrouwen, en de vriendschap met de medemensen op basis van recht en gerechtigheid.
Net als de engelen sluiten de herders hun taak als boodschappers af met een lofzang. Wanneer het om Gods grote daden gaat, is dat het passende antwoord van navolging van Maria’s Magnificat en Zacharias’ Benedictus.
In de Vespers hebben wij gezongen: ‘Mane videbitis gloriam Domini’. Vandaag, vroeg in de morgen zul je de glorie van de Heer zien.
Geef ons geloof, Heer, om te kunnen zien wat de herders zagen. De grote God klein geworden als Kind in de kribbe.
In de liturgie zien en horen we niet alleen als iets heel lang geleden gebeurd is, nee, we herbeleven hier en nu Jezus’ geboorte, maar dan zijn geboorte in de kribbe van ons hart.
Laat ons hart een veilige plek zijn, waaraan Jozef en Maria, hun Kind, het Licht van de wereld, kunnen toevertrouwen. Amen.