woensdag 3 februari 2016

St Teresa of Avila Let us go together, Lord


StTeresa prays: ‘If it be Thy will to suffer thus for me, what do I suffer for Thee in return? Let us go together, Lord: “whither Thou goest, I will go”, and I will follow where Thou hast passed.’

Take no notice of what is said to you; shut your ears to all murmurings; stumble and fall with your Bridegroom, but do not draw back from the cross nor abandon it.

Often recall His weariness and how much harder His labours were than your own, however great you may fancy these to be and whatever pain they cause you.

What must have been the sufferings of the glorious Virgin and the Magdalene! What threats, what evil words, what insolence, what shocks!

Do not imagine that you would have endured these heavy trials if you cannot bear the light ones you meet with now: practise patience with these, and you may receive greater crosses later on.

The Way of Perfection 1935; 26:5,6,7

Gehoorzaamheid "Met de nederigheid stijgen wij op"


"Niet mijn wil maar Uw wil geschiede"
Gehoorzaamheid, armoede en kuisheid zijn de drie evangelische raden. Deze evangelische raden moeten in het licht van Christus gezien worden; Hijzelf immers nodigt ons uit deze te beoefenen. Deze drie raden zijn tegenovergesteld aan de natuurlijke neigingen van de mens, toch kunnen we ze met de genade van Christus volbrengen. De gehoorzaamheid is misschien het meest moeilijk want deze druist rechtstreeks in tegen ons eigen “Ik” en daarmee onze eigen wil. Wanneer onze wil overkomt met Gods wil dan is er niks aan de hand, maar zodra wij niet willen wat God wil, dan wordt het heel moeilijk. Dat kunnen grote dingen zijn maar meestal zijn het kleine zaken. De genade die wij hebben ontvangen krachtens ons Doopsel en onze Professie en het dagelijks ontvangen van de H. Communie en het Woord van God stellen ons in staat boven ons zelf uit te stijgen. Dat wil niet zeggen dat we met de voeten  boven de grond zweven, maar zoals de H. Augustinus zegt: De nederigheid is de grondslag van alle deugd, het is de eerste, tweede, derde, enzovoort stap naar boven. Met de nederigheid stijgen wij op. Christus schenkt ons dan het bovennatuurlijk licht en de kracht om te doen wat hij vraagt. Hij geeft ons een bovennatuurlijk inzicht in de heerlijkheden die de mens zonder God niet kent en onzichtbaar zijn voor de wereld en voor onze vleselijke ogen. Het zijn de rijkdommen van het geestelijke leven. Een echte Christen weet wat dit betekent en kent dan ook de grote waarde van deze evangelische raden, die ieder op zijn eigen plaats en met zijn eigen unieke roeping moet beleven. Alleen door deze te beoefenen zal hij een voorsmaak krijgen van het eeuwige leven en het nut ervan inzien.

dinsdag 2 februari 2016

Laat ons bidden… om onszelf met Christus te kunnen offeren in het offer van de Kerk



Salvatorem nostrum in templo prƦsentatum adoremus,
ab ipso postulantes:
Laten wij onze Verlosser die in de tempel is opgedragen aanbidden, terwijl wij Hem vragen:

Oculi nostri videant salutem tuam, Domine.
Mogen onze ogen uw heil zien, Heer.

Christe Iesu, qui secundum legem Patri in templo prƦsentari voluisti,
doce nos in sacrificio EcclesiƦ tuƦ tecum nosmetipsos offerri.
Christus Jezus, die volgens de beschikking van de Vader in de tempel opgedragen wilde worden,
leer ons onszelf met U te offeren in het Offer van uw Kerk.

Oculi nostri videant salutem tuam, Domine.
Mogen onze ogen uw heil zien, Heer.

Israel consolatio, cui Simeon iustus in templo occurrit,
fac nos tibi occurrere etiam in fratribus nostris.
Gij, Troost van Israƫl, Die de rechtvaardige Simeon in de tempel tegemoet liep,
maak dat ook wij U tegemoet snellen in onze broeders.

Oculi nostri videant salutem tuam, Domine.
Mogen onze ogen uw heil zien, Heer.

Exspectatio gentium, de quo Anna prophetissa omnibus loquebatur qui exspectabant redemptionem Israel,
doce nos digne de te omnibus loqui.
Gij, Verwachting van de volkeren, over Wie de profetes Anna sprak tegen allen die naar de verlossing van Israƫl uitkeken,
leer ons tegenover allen op waardige wijze over U te spreken.

Oculi nostri videant salutem tuam, Domine.
Mogen onze ogen uw heil zien, Heer.

Caput anguli regni Dei, quod in signum contradictionis positum es,
fac ut homines per fidem et caritatem teipsum in resurrectionem habeant.
Gij, Hoeksteen van het Rijk van God, die gesteld is tot teken van tegenspraak,
maak, dat de mensen, door in geloof en liefde te leven, U bezitten om met U te verrijzen.

Oculi nostri videant salutem tuam, Domine.
Mogen onze ogen uw heil zien, Heer.

[Preces van de Lauden uit Liturgia Horarum, In PrƦsentatione Domini]

Adorna Thalamum tuum, et suscipe Regem Christum - Chant






2 februari Opdracht van Jezus in de tempel Uit een preek van paus Benedictus XVI



De eerste persoon bij wie Christus zich op de weg van de gehoorzaamheid, van het beproefde geloof en van de gedeelde smart aansluit, is zijn Moeder Maria.
De tekst van het [Lucas]evangelie toont ons Maria bij de Opdracht van haar Zoon: een onvoorwaardelijk offer dat haar met heel haar persoon mede insluit:  Maria is de Moeder van Hem die “Glorie voor zijn volk Israel is” en een “Licht, dat voor de heidenen straalt” [Luc 2,32].
En bij haar zelf zal het zwaard van de smart haar onbevlekte ziel binnendringen; zo zal Maria tonen dat haar rol in de heilsgeschiedenis niet enkel het mysterie van de Menswording omvat, maar in de liefdevolle en smartvolle deelname aan de Dood en de Verrijzenis van haar Zoon wordt voltooid.
Wanneer de maagdelijke Moeder haar Zoon naar Jeruzalem brengt, wijdt zij Hem God toe als het ware Lam, dat de zonden van de wereld wegneemt; zij Hem Simeon en Anna als aankondigers van de Verlossing in de armen: zij toont Hem aan allen als licht voor een veilige en zekere tocht op de weg van de waarheid en van het licht.
De woorden die bij deze ontmoeting de grijze Simeon op de lippen komen – “Mijn ogen hebben het Heil gezien” (Luc 2,30) roepen in het hart van de profetes Anna weerklank op… Anna is een profetes, een wijze en vrome vrouw, die de diepe zin van de historische gebeurtenissen en de boodschap van God die er in verborgen ligt, duidt. Daarom kan zij “God prijzen” en “over het Kind tegen allen spreken, die de verlossing van Jeruzalem verwachten” (Luc 2,38). De lange jaren die zij als weduwe gewijd heeft aan de dienst in de tempel, het in ere houden van het wekelijkse vasten, het delen in de verwachting van allen, die de verlossing van IsraĆ«l verwachtten, - dat alles komt tot voltooiing in de ontmoeting met het Jezuskind.
[2 februari 2006]

2 februari “Adorna thalamum tuum, Sion, et suscipe Regem Christum…” (1)



Versier uw bruidskamer, Sion, en ontvang de Koning, Christus!..

Zo begint en vervolgt een van de antifonen die vanmorgen in de processie met de brandende kaarsen in  parochie- en kloosterkerken werden gezongen:
Omhels Maria, die de poort van de hemel is;
Want zij draagt de Koning van het heerlijk nieuwe licht.
De maagd blijft staat stil met de Zoon in haar armen,
geboren vóór de morgenster;
die Simeon in zijn armen ontving
en van Wie hij verkondigde aan de volken
dat Hij is de Heer van leven en dood
en de Zaligmaker van de wereld”.

Commentaar van de H. Augustinus:
“De grijsaard erkende het Kind en werd kind bij dit Kind. Hij, die vol godsvrucht was, werd vernieuwd in leeftijd. De grijze Simeon droeg het Kind Christus. Christus bestuurde de ouderdom van Simeon. Hem was door de Heer gezegd dat hij de dood niet zou smaken, eer hij de Gezalfde des Heren als pas geborene zou hebben aanschouwd. Christus is geboren en het verlangen van de grijsaard is vervuld, toen de wereld zelf zeer oud was. Hij is tot de oude man gekomen, die een verouderde wereld heeft gevonden.
In die wereld wilde hij niet lang vertoeven en hij verlangde Christus in deze wereld te aanschouwen, terwijl hij met de profeet zong: “Betoon ons, Heer, uw barmhartigheid, en schenk ons uw heil.” En opdat u tenslotte zou weten, hoe verheugd hij was, besloot hij met deze woorden ”Nunc dimittis, servum tuum, Domine – Nu laat Gij, Heer, uw dienaar in vrede gaan, want mijn ogen hebben uw heil aanschouwd” (Lc 2,29a.30). De profeten hebben voorspeld dat de Maker van hemel en aarde met de mensen zou verkeren; een Engel heeft aangekondigd, dat de Schepper van het vlees en de geest zou verschijnen in het vlees; Johannes heeft vanuit de moederschoot de Verlosser in de moederschoot begroet; de grijze Simeon heeft in het Kind zijn God erkend.
Uit:  Sermo 13 de Tempore

De voornaamste betekenis van dit feest ligt in de deelname van heel de mensheid in de personen van Simeon en Anna aan de ontmoeting met Hem die het heil heeft bereid voor het oog van alle volkeren (cf Lc  2,30-31). De mensheid ontmoet de Heer in de tempel (d.i. de Kerk) in een feest van licht. De symboliek van het licht is het tweede belangrijke motief in de liturgie van dit feest.
(1)      Graduale SacrosanctƦ Rom. Eccl. de Tempore et de Sanctis P.Pauli VI, Solesmes 1974, 540

maandag 1 februari 2016

Liturgia Horarum / Getijdengebed Lezing van de maandag 4e week per annum "Over de psalmen"


 "Over de Psalmen" van de H. Hilarius van Poitiers

Alle gelovigen waren ƩƩn van hart en ƩƩn van geest

Ziet, hoe goed en lieflijk het is, als broeders eendrachtig samen te leven. Ja, het is goed en lieflijk, als broeders eendrachtig samen te leven, want als zij eensgezind samen zijn, komen zij samen in de kring van de Kerk; als zij broeders worden genoemd, zijn zij verenigd in de liefde van eenzelfde wil.

Wij lezen immers, dat bij de eerste prediking van de Apostelen dit het grote gebod was, want er staat: Want alle gelovigen waren ƩƩn van hart en ƩƩn van ziel. Dit toch paste aan het Volk Gods: broeders te zijn onder ƩƩn Vader, onder ƩƩn Geest ƩƩn te zijn, eendrachtig in ƩƩn huis te wonen, onder het beeld van ƩƩn lichaam leden te zijn van dat Ʃne Lichaam.

Het is lieflijk en goed als broeders eendrachtig samen te leven,. Een vergelijking toch van dit goede een aangename geeft ons de Profeet, als hij zegt: Het is als kostbare balsem op het hoofd, die afdruipt op de baard van Aäron, die afdruipt op de rand van zijn kleed. De balsem van Aäron was samengesteld uit odeuren, waarmee hij gezalfd werd tot priester. Die wijding wilde God op de eerste plaats voor zijn priester; ook onze Heer werd onzichtbaar gezalfd boven zijn gelijken. Dit is geen aardse zalving, niet met een hoorn, zoals bij koningen, maar Hij werd met olie der vreugde gezalfd. Na die zalving werd Aäron dan ook volgens de Wet ʻgezalfdeʼ genoemd.

Zoals derhalve deze zalf de onreine geesten uit de harten verdrijft, waar deze ook wordt toegepast, zo ademen wij door de zalving van de liefde de eendracht, die God reeds aangenaam is, zoals de Apostel zegt: Wij zijn de goede geur van Christus. Zoals derhalve deze olie bij zijn eerste priester, AƤron, God aangenaam was, zo is het goed en aangenaam als broeders eensgezind samen te leven.

De zalving gaat van het hoofd naar de baard. De baard toch is het sieraad van de mannelijke leeftijd. Want wij moeten geen kleine kinderen zijn in Christus, behalve in dat opzicht, dat genoemd wordt, namelijk dat wij klein zijn in boosheid, niet van geest. De ongelovigen echter worden door de Apostel alleen kleine kinderen genoemd, omdat zij te zwak zijn voor stevig voedsel en nog melk nodig hebben, zoals hij zegt: Melk heb ik u gegeven, geen vaste spijs, die kondt gij nog niet verdragen; zelfs nu kunt ge het nog niet.

(Tract. in Ps 132: PLS 1, 244-245)